Keek op de week (12)
Mocht weer naar neuroloog. Lekker scheuren over snelweg. Had liever met Joris’ auto gegaan. Lief werkte nota bene thuis! Zat met brede rug voor kast waar autosleutel in ligt. Al zou ik nakend voor zijn aangezicht gaan staan, zou hij nog met afwezige blik vragen: ‘Is er iets?’ Waarbij ogen bij “er” al terug glijden naar cijfers op laptop. Onbegonnen werk. Eén troost: na laatste APK trilt m’n auto niet meer bij 130 km/uur.
Overlevingspakket naar Roos verstuurd. Gevuld met lekkers, liefde en gezellige post. Plus keukenpapier met tekst: “hij was lekker, joh!” Zit lege verpakking van Magnum in (-:
‘Was versturen via PostNL zo duur?” vroeg Joris thuis ongelovig. ‘Had beter via DHL kunnen sturen of via de zaak.”
‘Regel jij toch het volgende pakket?’ zei ik liefjes.
Man – in al zijn wijsheid – zweeg.
Moest lachen om verschillende reacties over Keek op de week 11, waarbij ik verboden toegangsbord negeerde. Trouwe lezeres mailde dat ze dat vanzelfsprekend vond. Ene A. Noniem fulmeerde waar dat naartoe ging in deze wereld.
Beste Hallo Anoniem: Regels zijn voor mensen zonder eigen mening.
De herfst hangt in de lucht. De zonnebloem knikkebolt onder gewicht van koolmeesjes die zaadjes eruit pikken. Merels vreten zich vol aan druiven en Saar kent leuk spelletje: ze geeft ruk aan Lathyrusrank, de droge peulen springen open en gulzig vreet ze de erwten op. Ligt het restant buiten mondbereik dan geeft de luiwammes een nieuwe ruk.
Joris gaat komende week vier dagen naar Finland. Kind appte: “Doe dikke trui en jas aan. Is hier 7 graden en wordt nog kouder.
‘Vergeet je lippenbalsem niet, schat,’ voegde ik er zorgzaam aan toe.
Heerlijk, mieters, fantastisch, verrukkelijk, zalig, zalig, zalig (mocht dat woord vroeger op school niet gebruiken, want “zalig zij het pas in het Koninkrijk Gods”) geweldig fietsweer!
Laat dit blijven tot eind november, dan vorst erover voor ijsliefhebbers en na oliebollen weer zon, wind en 23 graden. ’s Nachts een buitje voor de boeren. Snap niet dat weergoden het boven zo slecht in de hand hebben.
Duwde Man kaart voor Roos in handen. Ik had al epistel geschreven en vroeg: ‘Schrijf jij er ook nog wat op?’
‘Wat moet ik schrijven dan?’
Zuchtte en antwoordde: ‘Vier cijfers van onze postcode, huisnummer en geboortejaar van je dochter.’
Man keek paniekerig.
‘Laat laatste maar zitten,’ adviseerde ik. Zó goed met cijfers is-ie nou ook weer niet.
Joris had op werk een dag training. Was gaapopwekkend saai en kwam afgeserveerd thuis. Mopperde: ‘Moet er ook nog examen in doen.’
‘Was er nog iets positiefs?’ vroeg ik.
‘Nee.’
‘Verzin eens opnieuw,’ drong ik aan.
Man dacht na. Toen – met glimlach – ‘Ja, toch! Ik kwam binnen. Hing gigantisch beeldscherm aan muur. Stond Bowie op en werd muziek van hem gedraaid.’
‘Heb jij nog tegen cursusleider gesnoefd: ‘Ik ben in Groningen geweest?’
‘Doe ik bij deel twee,’ beloofde Joris. ‘En als-ie de volgende keer geen Bowie op heeft staan, zal-ie ervan lusten.’
Attaboy!
Uit onderstaande foto blijkt dat ik niet in de wieg gelegd ben voor mondschilderes.