‘Wat voor weer wordt het?’ vraagt Kind.
‘Geen idee,’ zeg ik.
Ze kijkt me boos aan. Is dat omdat ik het antwoord niet weet, of omdat het vrijdag is en ze op haar tandvlees loopt? En vanwaar ineens haar interesse voor het weer? Zelfs als ze met regen van huis gaat, vertikt ze het haar regenpak aan te trekken.
‘Blijft het droog?’ probeert ze opnieuw.
‘Weettikket!’zeg ik. Alsof ik de vrouw ben Die Alles Weet. Ik ben in dit huishouden al de vrouw Die Alles Terugvindt en daar heb ik al een dagtaak aan.
‘Hoezo?’ vraag ik.
‘Dan kan ik mijn nieuwe laarzen aan,’ is haar antwoord.
Jottem, that’s my girl: eindelijk wordt mevrouw zuinig op haar spullen! Ik steek mijn duimen naar haar op. Kind daarentegen pakt geagiteerd haar mobiel. Als ze niks aan haar moeder heeft, kijkt ze wel op internet.
‘Droog!’ roept ze.
Ze trekt de kast open. Het huishoudtrapje tuimelt voorover, en valt met veel kabaal op de grond, samen met haar vaders kluskleren die eroverheen hangen. Kind kraait nergens naar. Ze klauwt mijn polderstampers van de plank, laat ze één voor één vallen, en zie daar: twee nieuwe rode laarsjes. Ultramodern met hak en gesp. Hét summum voor deze puber. Eindelijk kleur in haar alledaagse sleurbestaan. Ik zou toch zweren dat er een lachje rond haar mond verschijnt. Ik hoop niet dat het zeer doet.
Eenmaal de laarzen aan haar voeten, stapt ze koket door de gang, daarbij totaal niet gehinderd door de spullen die kriskras op de grond liggen.
Jas aan, mobiel mee, oortje in en wegwezen. Zonder woorden wijs ik naar de losse onderdelen op de vloer.
‘Sorry,’zegt ze achteloos, ‘ruim ik wel op als ik terugkom uit school’. Haar gezicht zegt dat ze me een gunst verleent.
Nou, nou, nou, dat wordt dan vermoeid bukken en zuchten aan het eind van de middag.
Ineens krijg ik een veel beter idee. Roos ziet nooit rommel, dus zet ik alles op haar kamer neer. Of nee, beter nog, ik leg haar vaders kleren onder haar kussen, verstop het huishoudtrapje onder haar dekbed en zet mijn laarzen met kwalijke dampen op haar beddenplank. Dat zal zelfs haar opvallen. En dan plak ik meteen daarna zo’n ja-en-nee-sticker op de brievenbus, maar dan met: NEE, geen chagrijnige pubers!” erop. Wat zal het dan stil worden in huis.
Té stil…