Keek op de week (133)

Ooievaars in Cabauw
Kwam ogen te kort op fiets. Speenkruid, kort hoefblad, duttende lammetjes op een kluitje, buitelende kieviten, een grutto op een hek, verliefde futen, hollende hazen, kinderen in een sloep, wapperend wasgoed, een haas die zwemmend een sloot overstak en een setje ooievaars. Ze waaiden zowat van hun nest, maar toch: eindelijk lente!
Bracht geleend biebboek terug. Toetste op beeldscherm op: “Inleveren en printen.” Eerste verliep vlekkeloos, printer weigerde. Twijfelde over vervolg. Personeel hier is uitermate vriendelijk, maar verkeert permanent in zenuwachtige staat.
Enige medewerker hielp klant bij balie.
Wat kon misgaan bij printer een zetje geven voor één afdruk?
Tilde klepje erboven op, loerde op knopjes en drukte op “paper feed.” Hoorde ddddzzzzz, gevolgd door ratelend geluid. Klonk veelbelovend. Printer spuugde echter in sneltreinvaart eruptie van papier omhoog. Hectometers! Hoefde slechts armen op te houden, terwijl ik wist: laatste velletje is voor mij.
Wat deed ik met rest? In prullenbak mieteren of afgeven?
Liep naar balie, en wachtte op m’n beurt.
‘Goedemiddag. Afdrukken van uitgeleende en ingeleverde boeken,’ zei ik. Voegde als grap toe: ‘Slingers van het leven moet je zelf ophangen.’
Wenkbrauwen van man schoten omhoog boven zijn bril uit. Stond op van stoel en riep: ‘Niemand heeft een klacht ingediend!’ Met een blik op mij riep hij verwilderd: ‘Mevrouw, u heeft geen mandje!’
‘Stonden er niet. Geen schone en geen gebruikte.’
‘U heeft geen mandje bij medewerker bij ingang gevraagd?’
‘Zat er niet,’ antwoordde ik.
Man was overdonderd door info. Dit was wet van Murphy in kwadraat. Hij moest het laten bezinken.
Zacht sloop ik richting uitgang. Waar ik kom, ontstaat vanzelf chaos…
Hulde voor Joris! Het is weer periode van paddentrek. Man plukt ze ’s avonds liefdevol van Tiendweg. Meestal zitten padden midden op weg, waarbij zich levensbelangrijke vraag opdringt: welke kant is hun overkant?
‘Moet je zien,’ zei Man. Zijn hand wees naar beneden.
Keek, zag niets. ‘Wat moet ik zien?’ vroeg ik.
Joris tilde pijpen spijkerbroek omhoog.
Zag wederom niets. Smeekte: ‘Hou me niet langer in spanning.’
‘Die sok is zwart en die donkerblauw.’
‘Jeetjemina, wat een enerverende ervaring!’
‘Jij hebt twee verschillende sokken opgevouwen,’ klaagde Man.
‘Jij hebt ze aangetrokken. Hoe wil je later worden herinnerd? Als de man die altijd twee dezelfde sokken dr…’ Ineens riep ik: ‘Weet je nog die keer dat je naar kantoor ging met twee verschillende schoenen aan? Hetzelfde model, maar dan een zwart en een bruin? Dát was komisch! Wat hebben we toen gelachen!’ schaterde ik.
‘Ja, jij en Roos!’ riep Joris. ‘Jullie zakten zowat door je benen van het lachen.’
‘Nie-mand had het gezien! Zo’n gemiste kans!’ gierde ik het uit.
Man keek gekwetst. Diep, diep gekwetst.
‘Wees trots! Verschillende sokken zijn weinig opzienbarend, maar verschillende schoenen…dan behoor je tot een select.’ Joris zag plots bouwlamp schijnen op nieuwe kijk op zijn verleden, en rechtte zijn rug.
‘Trek in thee?’ vroeg ik liefjes.
‘Ja, graag.’
‘Zet dan voor mij meteen koffie.’
Als ik op Joris had gewacht, kampte ik heden met uitdrogingsverschijnselen…
Nipten weinig later van hete vocht.
Dat we zwijgend zo goed uit onze woorden kunnen…
Postcrossing:
A postcard from Nathalie, Belarus:
“My daughter loves Queen, David Bowie, the Simple Minds & 80’s rock because I do! I love that you have a naughty brown Labrador. I have a Husky and she is very vocal. Happy spring!”








