Keek op de week (128)

Fietste door Vlist. Krappe bedoening daar.
Een echtpaar wandelde me met hun hoofden achterstevoren tegemoet. Ze bewonderden een van vele boerderijen langs schilderachtige route.
Schuin marcherend weken ze van hun lijn. Meest ideale oplossing – ruimte technisch gezien – was tussen hen door fietsen maar dan ben je de Geert W. onder de wegpiraten.
Heus. Beslist. Werkelijk. Echt. Serieus. Wilde bellen, maar schortte aan uitvoering. Mijn rechterhand en ogen zochten palletje van bel. Nu is recent triatlonstuur verwijderd en sindsdien zit palletje van bel aan linkerkant. Mijn denken stagneerde omdat ik rechts palletje miste. In mijn hersenen ontstond opstopping van gedachten. Ergens zat een krom voltje tussen immense rij zenuwimpulsen.
Wandelaars kwamen dichterbij.
Zat gevangen in moment. Tijd vertraagde. Een seconde duurde een schrikkeljaar.
Dichterbij…Moest iets doen. M’n mond opentrekken.
‘Ho!’ Meer kwam er niet uit.
Wandelaars draaiden hoofd om. Man keek gealarmeerd. Zijn ogen als die van een konijn gevangen in lamplicht. Vraag was: zou hij naar links of rechts bewegen?
Kerel verstijfde. Zijn vrouw sleurde hem aan zijn jas opzij.
Met m’n lijf gaf ik m’n fiets een zwieper naar rechts, de berm in, pal tussen man en knotwilg door. Daar viel ik stil.
Toen ik opkeek, stond het echtpaar veilig langs de kant.
Riep: ‘Sorry meneer, ik kon met m’n hand niet bij de bel.’
Het was waar maar klonk allesbehalve snugger. Voelde me neanderthaler die gestopt was met evolueren.
Alsof ik ze voor het eerst zag, trokken wandelaars en fietsers in beide richtingen als een gestaag stromende rivier voorbij.
Echtpaar riep ook sorry en stak hun hand op.
Heb tijdens terugtocht geoefend met links bellen. Dit was eens en nooit weer.
Haalde bestelling op bij bloemist.
‘Is je man vandaag jarig?’ vroeg eigenaresse.
‘Heel de dag.’
‘Hoe oud is hij geworden?’
’58 jaar.’
‘Dat geef ik ‘m niet.’
‘Zal compliment overbrengen.’
‘Wordt geen heftig feest vanavond,’ bemoeide winkeleigenaar zich ertegenaan.
‘Juist wel,’ zei ik, ‘Alle taart en drank voor onszelf.’
‘Dus morgen ben je niet aanspreekbaar?’
‘Nee. Volslagen laveloos.’
Zei het met ernstig gezicht, ze geloofden me echter niet.
Joris wilde voor verjaardag jachtlaarzen, dus kreeg hij jachtlaarzen.
Zijn jachtterrein? Achter de vrouwen aan!
Tut, tut, mocht ik niet zeggen.
Met zijn ogen jaagt hij op alles wat een hart, vacht en/of veren heeft. Vorige week zag hij vier verschillende ochtenden achtereen een ijsvogel. Vind dat zeer begerenswaardig.
Weet niet hoe jij laarzen past, maar ik trek ze aan, en loop rondje om maat en comfort te testen.
Joris niet. Hij maakte sprongen op plaats halt.
‘Je lijkt wel een kleuter die in een plas springt,’ merkte ik op.
‘Nogal wiedes dat mensen jou niet geloven,’ meende Joris. ‘Jij slaat wartaal uit.’
In één week van winter naar voorjaar! (Laatste is officieel want eerste kieviten zijn gearriveerd.) Wil dat voortaan ieder jaar. Ga hartig woordje spreken met weergoden.
Postcrossing:
Op deurmat viel kaart van Renate uit Germanië. Was overdonderd door moeite die afzender voor me had gedaan.
“Hello Mirjam. I’m 63 years old, married and retired. This is my first attempt of quilting a skyline. The skyline of my hometown.”
Rara, in welke stad woont Renate?
Het juiste antwoord levert een reep chocolade op. (Of chocolade pindarotsjes van de markt. Sla ze wel plat met hamer zodat ze door brievenbus passen.)
Bij meerdere goede antwoorden, wordt er geloot.
Roep (of mail) maar!










