Keek op de week (43)
Droomde dat ik schrijfles gaf. Geen idee wier domme idee dat was. Moest voor de klas op verhoging staan. Ellendig was dat. Het was ook nog liefdewerk oud papier. Ik leek wel gek.
Weerstond aanvechting weg te lopen. Moest in droom denken aan uitspraak van Churchill: “Succes is de eigenschap om van de ene mislukking naar de andere te gaan, zonder je enthousiasme te verliezen.”
Stond versteld van mezelf. Had e.e.a. voorbereid en deelde in klas stencils uit (bestaat dat woord nog?) over schrijfstijl, stukjes met kop/staart, iets over observerende blik…
Iemand vooraan keek me met strakke blik aan. Begon plots “boe” te roepen.
Daar had je het gesodemieter al!
Weldra volgden meer boe-roepers.
Moest handelend optreden voor ik rode vlekken in nek kreeg. Dacht: stik de moord, en riep vol bravoure: ‘Alle boe-roepers eruit of ik eruit. En ik blijf!’
Kreeg toch vlekken: wat als ze bleven zitten?
Allen verlieten echter zwijgend de ruimte.
Zat daarna ineens met rest van gezelschap op zonnig terras aan zee dat “De Vrijbuiter” heette.
Ze waren afgeserveerd maar wij gaven vijftig stuks een tweede kans. Voorzagen ze van een droge, warme plaats. Eenmaal losgelaten kregen ze op tijd natje, en droogje in de zon. Ze genoten van vrij leven in buitenlucht. Een enkeling gaven we cadeau. De rest zocht één voor één eigen weg. Vijftig tennisballen. En stuk voor stuk zoekgemaakt door Rosa. Een mens zou er emotioneel van worden.
Wilde afspraak met huisarts maken.
‘Is nogal druk,’ zei assistente. ‘Mag het bij co-assistent? Nadien komt huisarts kijken.
Voor gesprek werd halfuur uitgetrokken. Na tien minuten was de zaak rond. Wat doe je als je neus al leeg is? Je knoopt een gesprek aan.
‘Heb je altijd arts willen worden?’
‘Nee, heb lang getwijfeld. Ben geneeskunde gaan studeren omdat het een interessante studie is.’
‘Word je huisarts?’
‘Weet ik nog niet.’
‘Eerst je snuffelstages afmaken,’ grapte ik.
‘Jahaha. ‘Wil waarschijnlijk verdergaan in chirurgie of gynaecologie.’
‘Ik vind dat er meer vrouwelijke gynaecologen moeten komen,’ zei ik.
‘Waarom precies?’
‘Omdat mannen geen ervaringsdeskundigen zijn.’
Co-assistent dacht daar lang over na. Zei uiteindelijk: ‘Weet u wat raar is? Veel studiegenoten vinden geneeskunde interessant maar komen tijdens stages tot conclusie dat ze werken met mensen niet leuk vinden.
a) Daar kan ik met m’n boerenverstand niet bij.
b) Ik kijk er niet eens (meer) van op.
Mevrouw op leeftijd werkte in voortuin. Uitgerekend daar – midden op stoep – draaide Rosa een drol.
Had hedenochtend m’n winterjas van zolder gehaald en vergeten zakken te vullen met plastic zakjes. Zelfs aan handvat van riem zat er geen.
Shit!
Vrouw keek van berg uitwerpselen naar mij en zuchtte: ‘Hebbie geen zakkie bij?’
‘Sorry, ben ik vergeten. Heeft u er misschien eentje voor me?’
Vrouw bekeek me achterdochtig. Alsof ik m’n hond getraind heb bij haar voor de deur te gaan zitten schijten zodat ik haar huis kan leegroven.
Ze stapte zuchtend naar binnen en met betekenisvol gezicht de voordeur.
Binnen hoorde ik haar praten.
Een man verscheen voor het raam en bekeek me met aandacht: zó ziet een vrouw eruit die een hondenpoepzakje vergeet. Genoeg gezien, liep hij weer weg.
Tweede bedrijf.
Daar was de dappere huisvrouw! Ze reikte mij een veelvuldig gebruikt doorzichtig plastic zakje aan.
Heb persoonlijk liever donker gekleurd exemplaar…
Vrouw keek toe hoe ik missie volbracht en keek me na terwijl ik straat uitliep. Aan deze zaak zat beslist een luchtje…