Leesbril

De laatste tijd houdt Man mij op afstand.
‘Ruik ik soms naar een caviahok?’ informeer ik.
‘Nee,’ verzekert hij me, ‘maar dan kan ik je beter zien.’ Aha, dát verdient een nieuwe leesbril. Man pakt het verstandig aan (kenners weten: dat heeft-ie niet van mij) en gaat naar een echte opticien.

In een brillenwinkel zoeken we een montuur uit en worden Joris’ ogen opgemeten. Na twee weken is de bril klaar en Joris kan niet wachten om ‘m op zijn giechel te zetten.

Thuis wacht hem een teleurstelling: hij kan er alleen iets door lezen als hij recht vooruit kijkt. Dus niet als hij naar links/rechts boven/beneden kijkt. Raar toch? Ik zou meteen terughollen naar de winkel, maar Man zegt dat zoiets tijd nodig heeft. Na vier weken ben ik benieuwd hoeveel tijd hij nog nodig heeft. Man zegt: ‘Ik ga terug.’
Good boy!

In de brillenzaak staat een man ons glimlachend op te wachten. Een tekst boven zijn hoofd zegt: “Uw ogen zijn bij ons in goede handen.” Ik kan er niets aan doen, maar ik zie dat letterlijk voor me en het idee staat me tegen. De man heeft volgens mij zweethanden, en de uitstraling van onze vorige premier.
Man vertelt over zijn leesklacht.
‘Wat kunt u er precies niet mee lezen?’ vraagt de brave hendrik. Zijn vakkundige ogen willen details.
‘Letters,’ zegt Lief.
‘Bij een leesbril? Dat heb ik nog nooit meegemaakt.’
Tijd voor een breuk in de traditie.
‘Misschien dat u de glazen even wilt doormeten?’ stelt Man voor. Hendrik vindt dit geen wonderbaarlijk goed voorstel. Opzij zoekt hij steun bij twee collega’s maar die zijn tijdelijk stekeblind. Morrend gaat Hendrik overstag.

Met een intense glimlach komt de brave borst bij ons terug.
‘Uw glazen hebben een speciale bewerking ondergaan voor langdurig beeldscherm lezen,’ zegt hij trots. Hij spreekt de woorden een voor een en langzaam uit, alsof wij ze moeten liplezen.
‘Maar ik zie er niks door,’ houdt Joris vol.
‘Tja, dat is ook zó moeilijk uit te leggen aan leken.’
‘Door de goedkope bril van de drogist zie ik stukken beter.’
Deze belediging komt glashard aan. Uiteindelijk gaat Hendrik overstag en zal hij de speciale bewerking ongedaan laten maken. Of we daar iets op vooruit willen betalen? Dat ziet hij toch helemaal verkeerd!

Rocking Billy

Mijn moeder ging tot voor kort zingend en dansend door het leven. Niks mis met zo’n vrolijk mens, zeker niet in je jeugd, maar het heeft zijn nadelen. Buiten zingen en dansen voerde mijn moeder ook hartstochtelijk “acts” op. Eén voorbeeld zal ik geven; de rest zal ik je besparen.

Zodra het nummer van Ria Valk thuis op de transistorradio voorbij kwam, werden mijn broertje en ik wagenziek. Het zweet brak ons uit, gevolgd door immense wanhoop, omdat wij wisten wat komen ging. Drie, vier minuten radio, daar konden we ons nog doorheen slepen. We brulden: ‘Oh nee!’ en stopen vingers in onze oren, maar het was al te laat. Het liedje bleef de rest van de dag in ons hoofd rondzingen. En dan moest het ergste nog komen: moeders optreden.

Ze deed de bovenste knoopjes van haar bloes los (degelijke vrouwen droegen die in die tijd), gebruikte een haarborstel als microfoon en zong uit volle borsten:
“Hou je echt nog van mij, Rocking Billy?
Of is nu al je liefde voorbij-ij?
Heus ik twijfel nou toch wel een be-ee-tju-u,
’t Is zo eenzaam op de boerderij, jieieie-haa!”
Tijdens het zingen maakte ze danspasjes, klapte in haar handen en zwaaide vrolijk naar mijn broertje.
‘Kom op! Leuk doen!’ spoorde ze ons aan.
Broertje en ik wilden maar één ding: een veilig heenkomen zoeken. Stakkers als we waren, durfden we de woonkamer pas te ontvluchten als moeders act over was.

Of ik wil of niet, de rest van mijn leven zit ik met Billie opgescheept. Te pas en Te onpas plopt het liedje op in mijn hoofd: op de fiets, in de rij voor een kassa, tijdens het strijken, het koken… Het is zo erg dat Lief zelfs het refrein kan meezingen…

Herfstlichtjes

‘Kijk,’ wijs ik, ‘die daar hangen, die wil ik hebben.’ Roos volgt mijn voorbeeld en dan staan we allebei met ons hoofd in onze nek naar boven te kijken. Wat ik hebben wil, hangt ver buiten ons bereik.
‘Wat zijn ze mooi, hè?’ zeg ik zuchtend van begeerte.
We hebben al een rondje dorp gefietst, en mooier dan ze hier hangen, vind je ze nergens. Warm oranje rood…
Met afgevallen, lange takken proberen we de blaadjes binnen schaarbereik te brengen, maar dat mislukt jammerlijk.
‘Je kunt de brandweer bellen,’ zegt Roos. Ik zie mezelf wel staan in het ijzeren bakje aan het eind van een ladder.

Weer thuis doe ik via whatsapp mijn beklag tegen een blogvriendin. Oh…maar daar weet zij wel iets op: morgen gaat zij de mooist gekleurde voor me rapen en naar me opsturen. Hoezo, beter een goede buur dan een verre vriendin?

Wachten duurt altijd lang, zeker als tante Post vijf dagen over de bezorging uittrekt. Maar dan: plof!

De blaadjes leg ik te slapen in het telefoonboek. Ze zijn moe geworden van de lange reis 🙂 Saartje springt gezellig op het telefoonboek, trekt een steeltje uit de zijkant, knabbelt het blaadje op en proeft dat het goed is.

Als de blaadjes droog genoeg zijn, gaan Roos en ik aan de slag. Wanneer onze decoraties af zijn, glundert Roos nog harder dan de lichtjes!

Ook herfstlichtjes maken? Klik hier voor de beschrijving.

Halloween 2013

Halloween?
Mij niet gezien.
Als kinderen bedelen om snoep, zeg ik maar zo: kindertjes die vragen, worden overgeslagen.

’s Nachts hoor ik in huis vreemde geluiden. Ze lijken uit de keuken te komen. Ik hoef niet naar Lief te kijken om te weten of-ie slaapt. Dat hoor ik zo ook wel: hij kan zonder solliciteren aan de slag bij de houtzagerij van Staatsbosbeheer. Jammer, want doorgaans hoort hij alles. Vroeger stond-ie bij het kleinste zuchtje of hoestje van Kind naast haar bed. Kennelijk is ze geruststellend groot gegroeid, want hij blijft in diepe rust.

Ik hoor nog steeds geluid, maar nu klinkt het anders.

Een inbreker? Een klopgeest? Een teleurgestelde snoepgeest? Ik grinnik om mijn eigen grapje, en stap zelfverzekerd uit bed. Ik ga gewoon beneden kijken. Ik doe de slaapkamerdeur open en loop de trap af, maar blijf halverwege staan. Stel nou dat het een inbreker is? Een echte?
Maar dat kan niet: ons huis is beter beveiligd dan Fort Knox. Natuurlijk, als iemand wil inbreken, lukt  dat altijd, maar niet zonder een berg herrie te maken.
Mijn nieuwsgierigheid wint het van mijn angst: hupsakee, de trap af. In het halletje aarzel ik weer. Zal ik een schoen van Lief pakken? Alsof ik daar een inbreker bewusteloos mee kan slaan.
Ik open de kamerdeur zonder geluid te maken.
Het geluid komt uit de keuken. Ik buig mijn arm de hoek om, druk op de lichtknop, en onmiddellijk floept het licht aan.

Het is Bella!
Ze is in Kinds plastic krat met bakspullen gesprongen, heeft er een koekblik uitgegooid, en laat dit nu alle plinten van de keuken zien.
Ik jaag mevrouw Konijn haar hok in. Zónder snoepje!

(Lieve Sodemieter, ik wou dat je nog bestond…)

Nieuw jasje

Een nieuwe herfst, een nieuwe lay-out…

Sommige broers geven hun zus een bos bloemen, een boek, of een slap handje. Mijn Broea bouwde een blog voor me!

Na vijf jaar en 150.000 bezoekers neem ik met een buiging afscheid van het “Desk mirror thema.” Het was de hoogste tijd voor een nieuw jasje.

Melody NIET bedankt voor het installeren. Je houdt niet van bedankt worden, en je weet, dan dóe ik dat ook niet. Ik geef je trouwens gelijk. Het stelt niets voor om vanuit Drenthe even naar mij toe te komen, en zo groot was je bijdrage nou ook weer niet. Sorry! Sorry! Ik heb je diverse hartverzakking bezorgd, maar gelukkig kreeg ik je elke keer met een kop koffie weer aan de praat.
Vergeet ik toch het beste paard van stal te bedanken, want Roos heeft de kopfoto voor me gemaakt. Dankjewel, Kind!

Lieve Lezers. Het is jullie vast nog niet opgevallen dat ik van blauw houd?
Ik hoop vooral dat jullie blijven lezen én reageren, want dat maakt bloggen de moeite waard.