Een ijskoude belofte

Keek op de week (102)

Waarom zijn Ferrari’s altijd rood? vroeg ik me af toen ik bolide op passeerplaats zag wachten voor tegenliggers. Word overigens niet warm of koud van zo’n kar.
Dacht: als Daniel Craig (klik) achter stuur zit, vraag ik lift.
Bedacht me onmiddellijk want zat op racefiets en die paste niet in auto. Zelfs niet wanneer ik beide wielen uit frame haalde. Waardeloze wagen!
‘Waardeloos!’ gilde Man thuis. Bijkans struikelend over z’n woorden, riep hij: ‘De goedkoopste tweedehands kost een ton! Voor dat geld kun je twintig Colnago carbonfietsen kopen.’
‘Ik heb er al een,’ wierp ik tegen.
‘Zelfs vijf Colnago Ferrari’s.’ Joris grijnsde. Zo, behalve van cijfers had hij ook nog ergens anders verstand van.
‘Je denkt toch niet dat ik op fiets ga rijden waar de naam van een auto op staat? Bovendien is Colnago Ferrari rood óf zwart, en wat is mijn lievelingskleur?’
‘Blauw,’ zei Man. Hij zweeg.
Zo hoor ik ‘m het liefst.

Vorig jaar hadden Joris en ik akkefietje. Hij wilde airco; ik niet. Is tegen m’n principe: aarde warmt op, door nog meer apparaten te gebruiken, gaat CO2-uitstoot verder omhoog.
Deze week begon echtgenoot wederom over koelsysteem. Klaagde dat het “ondraaglijk warm was in werkkamer.”
‘Ga je op de zaak werken,’ opperde ik.
‘Dáár staat airco altijd aan!’
‘Dat zeg ik!’
‘Ik werk liever thuis. Beetje achter m’n vrouw aanzitten.’
‘Als je dat maar laat…En geen airco,’ sprak ik streng.
Volgende dag ging deurbel. Wuifde als dank naar bezorger. Stond groot pak voor voordeur. Ging daar m’n handen niet aan vuilmaken.
‘Schat, kun je iets van de mat rapen? Is voor jou.’
Joris snelde trap af. Z’n ogen glinsterden.
Ga airco zo hard zetten dat man vastvriest aan stoel. Zo wordt huwelijk nooit saai.

In polder raapte kerel met lange grijparm rommel van grond en wierp het in afvalzak.
‘Dank u!’ riep ik.
‘Dat moet niet, hoor.’
‘Als het moet, zeg ik het niet.’
‘Beetje eigenwijs misschien?’
‘Oh, dit is nog niets.’
‘Ik ben blij dat ik niet met u getrouwd ben,’ grapte onbekende.
‘Mijn man is ook blij dat ik niet met u getrouwd ben.’
Hij lachte.
‘Doet u dit vrijwillig?’ interviewde ik.
‘Ja, hier doe ik mezelf plezier mee. Vind dit heel ontspannend.’
Stak als afscheid m’n duim op. Dat mocht.

Word kippig. Zelfs Rosa heeft het door. Als hond buiten in hoge gras bal neerlegde, zag ik ‘m niet en vroeg: ‘Waar is je bal?’
Keek Rosa me meelijwekkend aan en snoof. Baas, je draagt toch je bril? Kijk er dan door! Waarna huisdier bal oppakte en meteen weer liet vallen.
Hedendaags pakt ze het verstandiger aan en legt ze bal midden op pad. Lopen we langs brede sloot, plonst ze erin en kijkt achterom: schiet eens op met die bal!
Wie is hier nou het (h)baasje?

Postcrossing:
Ontving kaart van Christa uit Santa Cruz, Californië. Blijft bijzonder dat vreemden rekening houden met jouw ansichtwensen. Afzendster koos kaart omdat ik van vuurtorens en van blauw houd. “I live about ten minutes from the ocean and really like listening to the Beach Boys.

Buitenkantmens

Keek op de week (101)

Wat geef je een vader die alles heeft? Zelfgebakken koekjes! Crispy chocolate-koekjes. Zelfs doosje is handgemaakt. Ik snoep stiekem mee (als Joris andere kant op kijkt…)

Jeh! Roos’ beste vriendin Suzanne is afgestudeerd. Kind wil haar zilveren afstudeerbedel (klik) van Pa.ndora cadeau  geven: stapel boeken, afstudeerhoed met kwastje en op onderste boek opdruk: 2020.
Ze belde juwelier om bedel te reserveren/bestellen.
Hing op en zuchtte vermoeid. ‘Mam, dit geloof je niet. Moet ‘m bestellen via internet. Als ik dat niet wil, heeft verkoopster oplossing: ze heeft nog bedel uit 2019 op voorraad. Waar gaat het naartoe in deze wereld?’
Liet vraag onbeantwoord.

‘Ben jij onderhand niet aan nieuwe auto toe?’ vroeg vage kennis bij parkeerplaats winkels. Ze keek naar mij en auto alsof ze naar beschimmelde voetwrat keek.
‘Waarom? Bevalt wegligging je niet?’ informeerde ik dwars.
‘Nou…eh…hoe…eh…dat weet ík toch niet?’
‘Je kijkt alleen naar de buitenkant?’
‘Ja!’
‘Is dan je volgende vraag: ben je onderhand niet toe aan een nieuwe man?’
Vrouw keek me in volslagen verbijstering aan. ‘Hoe…hoezo?’
‘Kijk je bij mensen ook alleen naar de buitenkant?’
Lange, diepe stilte. Leek wel of ik in apotheek stond.
Uiteindelijk knikte ze beschroomd ja.

‘Zoiets zég je toch niet!’ reageerde Joris.
‘Ze zei niet eens hoi. Je informeert toch eerst – zeker in deze tijd – hoe het met jou of je familie gaat? Ik heb dat mens jaren niet gezien. En dan vraagt ze naar m’n áuto. Een ding op wielen!’
‘Jij houdt geen kennis over,’ zei Man.
‘Kan haar missen als kaakabces. Ik tel liever vrienden.’

Grapje van internet:
Emma (4 jaar) en de tweeling Isa en Finn (2,5 jaar) zijn dol op kanarie Pluisje van oma. Op een dag ligt Pluisje morsdood in zijn kooitje. De kinderen zijn ontroostbaar. Om het leed te verzachten pakt oma een oud sigarendoosje en zeg dat ze Pluisje gaan begraven, zodat-ie regelrecht naar Onze Lieve Heer gaat. Ze vinden een mooi plekje in de tuin. Een zelf geknutseld kruisje en wat schelpjes erbij. Als oma ’s avonds Emma naar bed breng, kijkt zij tevreden terug. ‘Toch,’ zegt zij, ‘is het niet helemaal eerlijk.’ Ze legt ook uit waarom. ‘Onze Lieve Heer denkt dat hij een doos sigaren krijgt, maar hij krijgt een dood vogeltje.”

Het lichtte, onweerde en hoosde. Te gek weer om hond uit te laten.
Voelde iets borrelen. Iets waarvan ik zeg: beter in wijde wereld dan in nauw gat. Druppels roffelden op regenscherm. Schoenen knerpten op gruizelpad. Had al half uur niemand gezien. Waande me alleen en zette kringspier open.
Stevige bries, concludeerde ik. Was blij dat ik niet achter mezelf liep.
Eerlijk, terwijl ik dat dacht, werd ik ingehaald door hardloper. Man moest mijn eruptie hebben gehoord. Schaamde me kapot en stamelde: ‘Sssssorry, meneer.’
Hardloper verrekte zijn gezicht in bochten om neutraal te blijven kijken maar gaf het op. Zijn geest bleek even lenig als zijn benen: hij bulkte van het lachen. Wellicht omdat zijn pr er door mij op vooruit ging? Hoe dan ook: zie in hardloper aangename, nieuwe kennis.
Vertelde voorval uur geleden aan Joris.
Houdt nu nog z’n buik vast van het lachen.

Wildgroei in je oerbrein

Keek op de week (100)

Honderd “keken” op de week. Wie had dat gedacht bij nummer één? Ik allerminst.

Fietste achter echtpaar op elektrische rijwielen. Belde of ik mocht passeren.
Dat mocht.
Riep in voorbijgaan: ‘Dank u!’
‘Assieblief!’ riep vrouw. Ze vloog tegen haar man uit de bocht: ‘Tering! Een racefiets met een bél. Het kan dus wel, hè?’
Toen het weer zo laat was (piestijd) stuitte ik op bordje. Speciaal voor Broer foto gemaakt. (Bovenste mag je negeren.)

Las in krant dat “mens gemiddeld 60.000 gedachten per dag heeft, waarvan 98% onbewust.”
Liet hoeveelheid gedachten even tot me doordringen.
Las verder. “Zonder dat we het doorhebben, zitten we vast in onbewuste patronen en oordelen, zeker in het verkeer.”
Lang, kort: Achter stuur ondergaan vriendelijkste mensen persoonlijkheidsverandering, want ze laten zich leiden door oerbrein.
Werd advies gegeven wat je kunt doen wanneer je getergd wordt door bumperklever. Tegen jezelf zeggen: ik beslis om mij daar niet door te laten ergeren. Paar keer diep in/uit ademen. Probeer begrip op te brengen dat bumperklever waarschijnlijk veel stress ervaart…
Verloor alle belangstelling voor artikel. Laat mij fijn door oerbrein leiden. Bij automobilisten die bijna ín mijn auto rijden, tik ik rempedaal aan. Of laat gas los en kijk nadrukkelijk in achteruitkijkspiegel. Binnen tien tellen laat klever gat van tien meter vallen, denkend: dat wijf is gek!
Weg stress.

‘Verkoopt u witte onderjurken?’ vroeg ik dame in kakkineuze lingeriewinkel. Alle huis-tuin-en keukenwinkels in naburige gemeente had ik reeds bezocht.
‘Nee mevrouw…’ antwoordde verkoopster. Vrouw straalde net zoveel persoonlijkheid uit als onze overleden koelkast. Ze keek of ze me iets belangrijks ging mededelen.  ‘Ik verkoop alleen gekleurde. Tegenwoordig draagt iedereen zelfs zwarte onderjurken onder witte jurken.’ Ze zei nog net niet dat ik uit Middeleeuwen stamde.
Dacht: snuit lekker je neus in je gekleurde ondergoed en verliet winkel.
Mij een zorg wat “iedereen” “ tegenwoordig” draagt. Meningen over mijn kledingkeuze, tsssk. Als ik een jurk achterstevoren wil dragen, dóe ik dat.
Bestel onderjurk wel via internet. Wanneer maat niet goed is, kan ik er altijd nog vliegen mee doodslaan.

Man had beatlehaar; ware wildgroei. Was vier maanden niet gekortwiekt. Bakkebaarden blowing in the wind. Matje in nek. Kon haar achter oren steken, en i could grab him by the pony.
‘Wie ziet het?’ zei Joris schouder ophalend. ‘Beter lang haar dan kaal,’ sprak hij trots, alsof hij hoofdbedekking Pokon had gegeven.
Vrijdag knipte kapster korte metten. Hebben ervoor en erna foto gemaakt. Ware vreugde van gezinsleven.

Had zaterdagochtend afspraakje met jonge kerel!
Kakel, vergeet je niets?
Oh ja, beroepsmatig want: ortho. Hij vroeg helaas niet of ik koffie wilde. Was tevreden over resultaat van trucje: spleetje tussen ondertanden dicht, en Griekse huisjes staan weer recht.
Mocht happen in pasta (voor nieuwe retentiespalk)
Hij pakte te grote haplepel. ‘U heeft een kleine mond,’ sprak hij.
‘Daar zijn de meningen over verdeeld,’ zei ik naar waarheid.
‘Ik constateer alleen feiten.’
Aárdig! Nog één keer terug en dan is ondergebit weer oude normaal.

Postcrossing:
Ontving kaart van Kenn, Seattle, (7855 km’s away)
“Although I don’t think POSTCROSSING should be about political issues, I am compelled to state that I do not support Trump, or his messages of hate and separation. As a citizen of the USA, I apologize for the disaster of our dreadful President and his enablers. Thank you for understanding.”
Amen! Heb waarlijk meelij met Kenn…

Ging een hek naar de ortho

Keek op de week (99)

Vond leren hondenhalsband op wandelpad in polder. Eentje die vaak was gedragen. Dat zijn de mooiste. Was van ene Fleur met 06 van baasje op penning. Stuurde WhatsApp en eigenaar reageerde dat hij zich rot had gezocht en blij was met vondst.
Haalde volgende ochtend band op. Als dank bracht hij vier kakelverse eitjes van eigen teelt mee. Inclusief klein bruin veertje. Voelde me koningin te rijk. 

‘Doet u mee aan actie voor gratis kledingcheque ter waarde van 450 euro?’ vroeg kassamedewerker Kruidvat.
‘Ja, graag!’ zei ik.
Achter me bromde vrouw: ‘Ik doe niet mee; ik win toch nooit wat.’
‘Als u nergens aan meedoet, niet,’ zei ik vriendelijk.
Vrouw keek me woedend aan.
Zag dat vrouw jokte; ze had wel degelijk iets gewonnen, ware het niet de hoofdprijs. In haar gezicht zat bruine wrat met haren.

Eerste week lockdown kreeg ik spleetje tussen voortanden. Daarna schoven tanden ernaast als witte Griekse huisjes over elkaar heen en knapte – pang!- retentiespalkje (ijzeren draadje) achter ondergebit.
Zat ik maanden later als oud hek weer in orthopraktijk.
Jongeman keek naar m’n gebit.
Vroeg me af: moet jij niet naar school, of college volgen via internet maar hij bleek ortho te zijn.
‘Vindt u het goed als ik trucje toepas?’ vroeg hij.
‘Als het een goed trucje is wel.’
Heb nu ijzeren plakkertje op twee tanden met stevig elastiek ertussen.
Met mijn mond dicht zie je er niets van.

Drie kleine huilende meisjes. ‘Mevrou-hou, we du-hur-hur-ven er niet langs.
Midden op pad stond zwaan met roedel jongen. Zelfs Rosa was onder indruk.
In afscheidsmusical van lagere school, speelde ik rol van hippie die in ooievaar werd veranderd. Die acteerervaring kwam me van pas.
Bond Rosa’s riem vast om lantaarnpaal, spreidde armen, maakte vliegbewegingen en blazende geluiden. Nee, geen broekhoest.
Sprak flemend: ‘Hup, met je dotjes het water in. Ik doe jullie niks.’
Zwaan snavelde kroost het kroos in en bekeek mij wantrouwig.
Ik haar ook. Het zijn net honden: laat je rug zien en ze happen in je hielen.
‘Opschieten, anders laat ik de hond los!’ riep ik dreigend. Dat hielp. Blazend koos ze uitgebroede eieren voor haar geld en glipte sloot in.
‘Lief hè, kleine zwaantjes?’ zei een van de drie meisjes. ‘Maar alleen als ze zwemmen,’ voegde ze er aan toe.

Weer gefietst. Benen doen eindelijk weer wat ík wil. Wist nog precies waarom ik liever op zadel zit dan op een stoel.
Zag onderweg van alles. Twee duttende geiten op houten vlonder boven sloot. Duikende visdiefjes. Fuutjes onder moeders vleugels. Zwevende zwaluwen. Kudde koeien met alle koppen dezelfde kant op.
Moest uiteraard weer piesen (the story of my life). Het klotst ook zo op een zadel. In Stolwijk – heb nog naar je gezwaaid, Marthy! – zag ik langs kaarsrecht pad twee wilgen staan. Dichterbij twee mensen eronder op een bankje.
Kansloze missie.
Om de bocht wenkte wuivend gras me maar geroeste afvalbak gaf doorslag. Plaste net lekker toen ik geluid boven me hoorde. Een drone! dacht ik geschrokken. Bleek sportvliegtuigje te zijn.
Later, langs brede sloot met vissende vrouw, vloog ding weer laag over.
Omhoog wijzend, riep ik naar haar: ‘U moet bukken!’
Vrouw kon waarschuwing wel waarderen.
Bijna thuis zag ik twee hollende hazen door weiland rennen. Leken te zweven boven gras. Kwamen dichterbij en sprongen over sloot. Ik remde en stopte. Moest wel; ze kwamen van rechts.

Heb (tijdelijk, hoop ik) probleem met e-mail van pippi at freeweb punt nl.
Als je me wil mailen of iets van me wil hebben – een foto met handtekening bijvoorbeeld, hahaha! – kun je mailen naar mirjam punt kakelbont at gmail punt com.

Een cavia aan een riem

Keek op de week (98)

‘Hoi!’ riepen we simultaan en verheugd.
Zelfs honden waren blij elkaar te zien. Puck snuffelde aan Rosa’s billen.
Zei: ‘Vind dat onfatsoenlijk. Zou zoiets niet pikken.’
Baas schaterlachte. ‘Hé Puck, waar is je bal? Zoek je bal!’
Hond keek wel uit. Had afgelebberde tennisbal van Rosa gevonden en lag verlekkerd te kauwen in gras.
‘Het is z’n lievelingsbal. Al z’n andere ballen kunnen doodvallen.’
‘Ballendief’ schold ik.
‘Hoor je dat? Je bent een ballendief. Pikkie dat?’ lachte hij schallend. ‘Laat los! LAAT LOS!’ Puck had Oost-Indisch -doof-momentje. Baas liep naar hond, sjorde, wrikte en trok aan bal maar hond bleek vasthoudend.
‘Je koopt een hond, geeft ‘m tweemaal daags eten en wat heb je eraan? Niks,’ beantwoordde ik m’n eigen vraag.
‘Inderdaad. Schilderij aan de muur is minder bewerkelijk,’ gaf Baas toe.
Tussen hoge gras zochten we vruchteloos naar gele rubberbal.
‘Houd de tennisbal maar,’ bood ik aan. ‘Het zal moeilijk zijn, maar zet me wel over verlies heen.’
‘Haha! Kan je ‘m missen? Puck, wat zeg je dan tegen Rosa’s baasje?’
‘Bekijk het lekker met je bal,’ antwoordde ik.
Namen lachend afscheid.
Op terugweg rende Rosa door gras en kwam terug met gele bal.
‘Goeie ruil, Rosa!’ riep ik bewonderend. ‘Niets meer aan doen.’

Spijtig dat ik verleden week geen bakje pitloze witte druiven bij AH in Arnhem kocht. Had er gratis vogelspin bij kunnen krijgen. Die was als verstekeling uit Chili per zeecontainer ons land binnengekomen. Had spin zeker gehouden, terrarium gekocht en verwend met verse krekels.

In volsagen verwarring leunde dametje – frêle, eind zeventig, blossen op wangen – op haar rollator. ‘Mevrouw, ik ben Frits kwijt,’ meldde ze klaaglijk.
‘Wie is Frits?’ vroeg ik. Kleinzoon? Goudvis, Deense dog, wandelende tak?
‘Mijn hond. Een Yorkshire terriër. Daar zag ik hem voor het laatst,’ wees ze naar bosjes.
Had ik weer, hond ter grootte van cavia zoeken. Waarom liep vrouw op dit moeilijk begaanbaar pad? Veel te smal voor rollator.
Alsof ze gedachten kon lezen, zei ze: ‘Mensen blijven midden op de weg lopen, hè? Niemand gaat opzij. Wel voor u.’
‘Ik vraag het gewoon,’ zei ik en dacht: of trakteer ze op mijn boze oog. ‘Als u Frits roept, kijk ik of ik iets zie bewegen.’
Daar was dametje voor te porren.
Als antwoord hoorde ik geritsel, gepiep en gehijg. Achter berg brandnetels onder bosjes ontwaarde ik een rillend hondje; z’n halsband vastgenageld achter tak. Dier leek sprekend op ons overleden langharige Pluisje. Ik moest op m’n knieën. Charmant gezicht in m’n jurkje. Keek eerst of ik nergens kerel zag. Kust was veilig.
Herkende Fritsje in mij reddende engel of hing-ie straks in m’n jatten?
Ik wurmde halsband los, en tilde Fritsje op. Die likte al mijn vingers. Zóveel dankbaarheid hoefde nou ook weer niet.
‘Oh, schatje van me,’ jubelde vrouwtje. Van liefde kneep ze bijna alle lucht uit z’n lijfje, en legde ‘m op dekentje in rollatormandje.
‘Zullen we kortste weg terugnemen?’ stelde ik voor.
Daar gingen we, in ganzenpas en slakkentempo, over normaal pad. Ik vol brandnetelblaren.
Rosa vond het niks. Baas, als we dit trage tempo aanhouden, is het herfst voor we thuis zijn.
‘Niet zeuren. Oppassen dat je onderweg niet omvalt.’

Postcrossing:
Ontving geweldige kaart van Jorg uit Germanië.
Hi Mirjam, I am also an absolute David Bowie fan and visited the exhibition in Berlin in 2014. He was gigantic. Not to describe in words. There is nothing comparable with him.
Thank you, Jorg! We are two of a kind.

Terreurdeuntje

Keek op de week (97)

Mooie dag. Zon scheen. Had geslapen (vouwen van kussen stonden nog in gezicht,) stralend gemoed, en een niet opkruipende onderbroek. Zeldzame combinatie.
Liep langs hoektuin die om door ringetje te halen is. Niet zo fraai als tuin van bloghovenier Menck maar wel met doorkijkjes, stelling met terracottapotten, bloeiende planten… Boven tuindeur was hoefijzer gespijkerd voor geluk. Gaf vrouw die erin aan werk was compliment: fleurige tuin met aparte bloeiers; altijd hard aan het werk.
‘Dat zou iederéén moeten doen!’ riep vrouw op vinnige toon. Ze keek of ik had gezegd dat ze dagelijks twee citroenen moest eten.
Dat iemand met beeldige tuin, zó lelijk kan kijken en klinken…
Vergevingsgezind dacht ik: wellicht heeft vrouw slecht geslapen en TenaLady ondersteboven in onderbroek gelegd.

Vriend van Roos sleep onze keukenmessen. Dermate accuraat dat ik bij berijden (hahaha!) van mijn salade, tijdens hakken van ongebrande noten, stukje wijsvinger met nagel raakte. (Typ dit met negenenhalve vinger.) Door salade gehusseld. Smaakte net als anders.
Vermeldde voorval aan Roos.
‘Oh mam, is het erg?’ appte ze geschrokken.
‘Nah. Pleistertje. Heb nog negen vingers,’ stelde ik Kind gerust.

Droomde dat ik cadeautjes kreeg van Vriendin. Keurig ingepakt. En veel! Begreep niet waarom ik die kreeg. Had al zo lang niets van haar gehoord. Was ze nog steeds op vakantie? Hoe kwamen haar cadeautjes dan bij mij?
Wist het toen ik wakker werd. Moeder van Carolien is haar huis aan het leegruimen en bracht vorige week e.e.a. voor me mee. Waaronder ovenwant bedrukt met vuurtoren. Een gebruikte met vlekken. Als ik m’n hand erin stop, is het net of Vriendin dichterbij is.

Voor ingang AH stond aantal studenten in rode hesjes die Telegraaf trachtten te slijten. Veertiger met pafferig gezicht in hesje stapte op mij af. Schudde luidkeels nee en liep door. Hesjes veroorzaakten filevorming bij in/uitgang en ik moest afstand houden.
Zelfde kerel – een krant in zijn vlezige handen – vroeg: ‘Mevrouw, wilt u een Telegraaf?’
‘Nee, dank je.’
‘Waarom niet?’ informeerde hij.
‘Nee is ook een antwoord.’
Hij stapte dichterbij.
‘Blijf. Uit. Mijn. Buurt!’ dreigde ik.

Na boodschappen, zelfde veertiger. ‘Mevrouw, waarom wilt u geen krant?’
In plaats van rot op te zeggen, zei ik coulant: ‘Omdat ik om mijn reputatie moet denken.’
‘Hééft u die dan?’ vroeg kerel.
‘Zolang ik niet met jou samen gezien wordt wel.’
‘Heel goed, mevrouw!’ hoorde ik achter me onbekende man in overbekend accent zeggen. Tegen krantenman: ‘Pleurt toch op, man! Ben je wel goed bij je harses? Als je die vraag aan m’n vrouw had gesteld, had ik je de tyfus geslagen. Ik wilde best een krantje, maar douw ‘m nou maar in je hol!’
Goedkeurend dacht ik: zoiets kan alleen een Rotterdammert zeggen.
Veertiger stak z’n middelvinger op.
‘Zeker de grootte van je lul. Pinkeltje!’
Liep gniffelend naar m’n fiets.

Twéé dagen lang speelde liedje in hoofd. Nummer dat ik – pak beet, laat los – dertig jaar niet op radio of elders heb gehoord.
Werd er beroerd van. Sloot ogen en concentreerde me. Haalde in gedachten CD uit speler, stopte CD in doosje, doosje dicht, in lade, lade dicht. Klaar.
Cecilia! You’re breaking my heart…galmde mijn binnenkamer. Wel verdraaid! Andere tactiek. Muziek opzetten. Beviel me goed tot ik stilte wenste.
Cecilia! You’re…
Wéér dat klerewijf. Wat een terreurdeuntje!
Wees verstandig, klik er niet op of zet je geluid uit!