De neandertaler en een reep chocola

Keek op de week (128)

Fietste door Vlist. Krappe bedoening daar.
Een echtpaar wandelde me met hun hoofden achterstevoren tegemoet. Ze bewonderden een van vele boerderijen langs schilderachtige route.
Schuin marcherend weken ze van hun lijn. Meest ideale oplossing – ruimte technisch gezien – was tussen hen door fietsen maar dan ben je de Geert W. onder de wegpiraten.
Heus. Beslist. Werkelijk. Echt. Serieus. Wilde bellen, maar schortte aan uitvoering. Mijn rechterhand en ogen zochten palletje van bel. Nu is recent triatlonstuur verwijderd en sindsdien zit palletje van bel aan linkerkant. Mijn denken stagneerde omdat ik rechts palletje miste. In mijn hersenen ontstond opstopping van gedachten. Ergens zat een krom voltje tussen immense rij zenuwimpulsen.
Wandelaars kwamen dichterbij.
Zat gevangen in moment. Tijd vertraagde. Een seconde duurde een schrikkeljaar.
Dichterbij…Moest iets doen. M’n mond opentrekken.
‘Ho!’ Meer kwam er niet uit.
Wandelaars draaiden hoofd om. Man keek gealarmeerd. Zijn ogen als die van een konijn gevangen in lamplicht. Vraag was: zou hij naar links of rechts bewegen?
Kerel verstijfde. Zijn vrouw sleurde hem aan zijn jas opzij.
Met m’n lijf gaf ik m’n fiets een zwieper naar rechts, de berm in, pal tussen man en knotwilg door. Daar viel ik stil.
Toen ik opkeek, stond het echtpaar veilig langs de kant.
Riep: ‘Sorry meneer, ik kon met m’n hand niet bij de bel.’
Het was waar maar klonk allesbehalve snugger. Voelde me neanderthaler die gestopt was met evolueren.
Alsof ik ze voor het eerst zag, trokken wandelaars en fietsers in beide richtingen als een gestaag stromende rivier voorbij.
Echtpaar riep ook sorry en stak hun hand op.
Heb tijdens terugtocht geoefend met links bellen. Dit was eens en nooit weer.

Haalde bestelling op bij bloemist.
‘Is je man vandaag jarig?’ vroeg eigenaresse.
‘Heel de dag.’
‘Hoe oud is hij geworden?’
’58 jaar.’
‘Dat geef ik ‘m niet.’
‘Zal compliment overbrengen.’
‘Wordt geen heftig feest vanavond,’ bemoeide winkeleigenaar zich ertegenaan.
‘Juist wel,’ zei ik, ‘Alle taart en drank voor onszelf.’
‘Dus morgen ben je niet aanspreekbaar?’
‘Nee. Volslagen laveloos.’
Zei het met ernstig gezicht, ze geloofden me echter niet.

Joris wilde voor verjaardag jachtlaarzen, dus kreeg hij jachtlaarzen.
Zijn jachtterrein? Achter de vrouwen aan!
Tut, tut, mocht ik niet zeggen.
Met zijn ogen jaagt hij op alles wat een hart, vacht en/of veren heeft. Vorige week zag hij vier verschillende ochtenden achtereen een ijsvogel. Vind dat zeer begerenswaardig.

Weet niet hoe jij laarzen past, maar ik trek ze aan, en loop rondje om maat en comfort te testen.
Joris niet. Hij maakte sprongen op plaats halt.
‘Je lijkt wel een kleuter die in een plas springt,’ merkte ik op.
‘Nogal wiedes dat mensen jou niet geloven,’ meende Joris. ‘Jij slaat wartaal uit.’

In één week van winter naar voorjaar! (Laatste is officieel want eerste kieviten zijn gearriveerd.) Wil dat voortaan ieder jaar. Ga hartig woordje spreken met weergoden.

Postcrossing:
Op deurmat viel kaart van Renate uit Germanië. Was overdonderd door moeite die afzender voor me had gedaan.
“Hello Mirjam. I’m 63 years old, married and retired. This is my first attempt of quilting a skyline. The skyline of my hometown.”

Rara, in welke stad woont Renate?
Het juiste antwoord levert een reep chocolade op. (Of chocolade pindarotsjes van de markt. Sla ze wel plat met hamer zodat ze door brievenbus passen.)
Bij meerdere goede antwoorden, wordt er geloot.
Roep (of mail) maar!

Een bloementuin in de winter

Keek op de week (127)

“Ze” gaven sneeuw op; code Rood. Eerst zien, dan geloven.
Zondagochtend: Siberische toestanden. M’n auto was aan zicht onttrokken: ondergesneeuwd. Joris groef haar uit.
Leuk joh, oude auto! Driedeurs, alle sloten vastgevroren.
Laat me raden: slotontdooier in dashboardkastje, Kakel?
Nee, nooit gekocht.
Ging lopend met hond naar polder, waarbij wij Noordkaap passeerden.
Weer thuis, trok ik luxaflex omhoog zodat ik goed zicht had op Joris’ activiteiten.
Buurman kwam aandraven met illegaal gebrouwen lichtblauw goedje in spuitflacon.
Joris bedankte (ik had beslist slok genomen,) verwarmde autosleutel net zo vaak tot sloten openden en beloonde ze met kruipolie. Kleefdeuren voorzag hij van talkpoeder.
Hoezee, auto startte in een keer. Te vroeg gejuicht: banden slipten weg door bevroren sneeuw.
Man schraapte, groef, schepte…Aan z’n neus groeide een ijspegel.
Stapte uur later handenwrijvend binnen: weer maal gekookte spruitjes verdiend. Wie weet, als hij het handig aanpakte met gehaktbal (van duurzaam vlees.)
Van zo’n kerel ontdooi ik.

Droomde dat ik door sneeuw ploeterde, tegen sterke Oostenwind in, gevoelstemperatuur helemaal kwijt. Stond plotsklaps voor bloementuin. Houten hek stond uitnodigend open. Liep aarzelend tuin in. Alles bloeide tegelijk: kievitsbloemen, helleborussen, Zeeuwse knoopjes, astilbe, riddersporen, klaprozen, zandblauwtjes, dahlia’s, wilgenkatjes, herfstasters, wilde cichorei, papavers, vingerhoedskruid, viooltjes…overal bloemen. Zo mooi dat m’n hart een verliefde slag sloeg. Kwam ogen tekort.
Was me raadsel hoe bloemen in deze kou konden gedijen.
Wakker, wist ik het.
Vorige week was het precies een jaar geleden dat Vriendin overleed. Ik herlas quote van Iman: (weduwe van David Bowie) “If i had a flower for every time i thougt of you i could walk through my garden forever.”
Een jaar. Het voelt alsof ik Carolien tien jaar niet heb gezien en gesproken. Maar stel dat ik haar nooit had leren kennen, dat zou pas leegte zijn geweest…Haar bloementuin zal alleen maar groeien.

Naaide vanwege kou bijbehorend bontrandje (van echt zeehondenbont, haha) vast om capuchon winterjas. Drukkers waren lam geworden.
Tijdens zetten van overhandse steek, dacht ik aan toen ik nog bij m’n ouders woonde en m’n moeder thuiskwam met gekocht konijnenbontjasje.
Ongelovig keek ik haar aan. Ik was lid van Bont Voor Dieren en had zelf konijnen. Hóe kon ze? Dat mijn oude grootmoeder een vossenbontje droeg, oké, maar mijn moeder…
Ontplofte van woede.
‘Ze zijn toch al dood,’ wierp ze tegen.
‘Als jij die jas draagt,’ brieste ik, ‘loop ik niet naast jou over straat.’
Een vrouw, een vrouw, een woord, een woord.
Des ochtends liepen wij gescheiden naar de bushalte. Stapte zij voorin, dan ik achterin.
De jas bleek een kater in de zak.
‘Moet je zien!’ riep mijn moeder. Dotten tegelijk lieten los. Alsof jas in de rui was.
Met lede ogen zag ze mij grijnzen. Ze stortte niet in maar het scheelde weinig.
‘Ik draag nooit meer bont!’ riep ze.
‘Verstand komt met de jaren, ma.’

Postcrossing:
Ontving kaart van Nora uit Rusland.
“Dear Mirjam. I wish i speak Dutch because of your nice site. I have a look on it and saw so nice pictures, but i don’t understand. Rosa is a gorgeous dog.”
Thank you so much for your kind and friendly words, Nora. Stay safe!

Wat denk je? Ben ik over deze besneeuwde boomstammen gelopen of omgekeerd?

De gevallen vrouw

Keek op de week (126)

Liet pasfoto’s – werkelijk de hel – maken in nauw hok op krukje bij drogist.
Frommelde jas omlaag. Kreeg vreemde inval. Zou in nakie pasfoto’s kunnen laten maken. Geen kip die er op gemeentehuis naar zou kakelen. Idee beviel me; uitvoering stond me tegen.
‘Mevrouw, wilt u uw mondkapje afdoen?’ vroeg medewerkster.
Vooruit dan maar. Had ‘m eigenlijk op willen houden. Mazzel dat ik niet mocht lachen want foto’s waren voor verlengen rijbewijs (een metertje of twee.)
‘Ik maak drie foto’s met en drie foto’s zonder bril,’ waarschuwde jongedame.
Bril af. Bril op.
‘Foto’s zijn geslaagd.’
Hoe bestond het? Kreeg ze uitgereikt in klein, wit mapje. Vermeed erin te kijken.
Bij kassa rekende ik af. ‘Wat sta je er leuk op!’ zei Corrie.
‘Is dat-ie met of zonder bril?’ vroeg ik.
‘Zonder. Met ook, hoor. Heb je ze zelf nog niet bekeken?’ schaterde ze.
‘Zoiets verwerk ik liever in stilte thuis,’ vertrouwde ik haar toe.
‘Ik herken het! Ik mag het niet zeggen, maar sommige pasfoto’s…’
Wij gierden gezamenlijk gescheiden door het spatscherm.
Toog met zweempje optimisme de winkel uit.

Heb ergere dingen meegemaakt dan voor gek lopen langs twee pubermeiden.
Ergens in jaren ’80. Ik moest rennen voor de bus naar mijn werk.
Als een hijgend hert trok ik sprint en koos kortste weg. Niet over stoeptegels maar door gemeenteplantsoen. Bleef met mijn schoen achter prikkeldraad ertussen haken en viel plat voorover in het doorweekte struikgewas. Ik krabbelde overeind. Was met bladeren besmeurd, had een bult op m’n knie en een gat ter grootte van kanonskogel in m’n  panty.
Wat buschauffeurs nooit doen, deed deze ene: hij wachtte. Hij gunde me alle tijd om voorin in te stappen. Ie-der-een keek. Echt hoofdpijnverwekkend. Sommige passagiers zaten te schuddebuiken op een bank. Mijn onfortuinlijke val interessanter dan de ochtendkrant.

‘Rosa, néé!’
Hond stopte tijdig bij waterkant.
Hengelaar ernaast vroeg – tikkeltje argwanend – ‘Wat wil die hond?’
Man stond te snoeken en had zojuist hengel met nepvis in water gesmeten.
‘Ze denkt: die meneer heeft iets laten vallen, dat zal ik voor hem apporteren.’
Visser zag er de humor van in. ‘Zou hij de vis opeten?’
‘Krijgt ze de kans niet voor,’ antwoordde ik. ‘Desnoods werp ik me boven op haar.’
‘Dat zou leuk zijn! Heb ik thuis wat te vertellen,’ grapte man.
Kerel moest het helaas met z’n fantasie doen.

Fietste in Moordrecht langs woonboten richting Gouda. Dwars op fietspad stond hekwerk met verbodsbord. Die dingen smijten ze lukraak neer, hè? Onder bord tekst: over 1 km.
Daar lag wit bruggetje naar rechts waar ik over wilde. Reed door.
Kon bruggetje bijna aanraken, doch, twee meter ervoor lag opgeworpen barricade van aarde. Twee mannen stonden in zwart gat. Een bezig met brander; ander zwaaide naar mij.
‘Ik zie het al, ik ga weer,’ zei ik.
‘Alleen eigenwijze wielrenners fietsen door!’ riep kerel.
Riep: ‘Dank u!’ want vond dat compliment. ‘Zal kijken of ik oudje op elektrische fiets kan motiveren door te rijden,’ beloofde ik.
We lachten; ik zwaaide en reed weg.
Terug bij bord, stopte oude man naast fiets. Aardappelneus, dikke jas, pet op, sjaal om. Dacht: hem kan ik hebben.
‘Mevrouw, kan ik daar over het bruggetje?’ Zijn ingepakte wollen hand wees in verte.
‘Nee, meneer, ik ben omgekeerd.’

Zigzaggen als een dronken lor

 Keek op de week (125)

Ruimde trapkast op. Ding schreeuwde moord en brand. Kwam vervuild, wit, vierkant apparaat met snoer tegen. Een vervaagde afbeelding van Jip en Janneke op bovenkant.
Maakte foto en appte die naar Roos: “Herken je deze nog?”
“JA! Je gooit ‘m toch niet weg? Mag ik ‘m hebben?”
Ik wist het!
Met ijzer bakte ik honderden tosti’s. De kaas droop er altijd naast. Op tosti’s stond afdruk van bekendste kinderkopjes van Nederland. Elke week zaten Roosje en vriendin Suusje onder eettafel. Stoelen naar achteren, kleden over tafel en smikkelen in de tent. Bruine snor van de chocomel. En maar kletsen. Het gebod: niet praten met volle mond? Nooit van gehoord. 

Mans heilige hybride weigerde dienst. Gaf enkele digitale meldingen die langzaam doofden, inclusief gemoed van eigenaar. Joris kwam weer binnen. Zijn gezicht een open zenuw.
‘Accu leeg?’ vroeg ik.
‘Geen idee. Zou kunnen.’
‘Geen lampje?’
‘Nee.’
Geen lampje? Kun je net zo goed in een door paarden getrokken kar gaan rijden. Zei stellig: ‘Dan heb je je licht laten branden.’ Moest dat zeggen want dat is Mans mantra wanneer Roos of ik startproblemen hebben. In de psychologie noemen ze dat spiegelen.
Hoe ik het in mijn hoofd haalde dat te zeggen?
Wilde het best nog eens doen, maar vroeg: ‘Ga je de garage bellen?’
‘Als ik terug kom. Kan ik jouw auto lenen?’
Vanzelf! Als ik nee zei, kon ík wekelijkse boodschappen halen.
Kreeg te doen met brave borst. Hij ging toch maar weer en onlangs had ik nog flitsend fietspompje cadeau gekregen. Nam me voor komende week spruitjes voor hem te koken.
Auto werd opgehaald door garage. Accu bleek leeg; hoefde niet vervangen te worden. Onsamenhangend verhaal van garage over oorzaak en hoe te voorkomen.
Ik – met mijn technische dyslexie – wist het wel: ‘Zes kilometer rijden per week is gewoon te weinig.’
Vroemvroem.

Wilde weten hoe nauwkeurig GPS op fitbit is. Was alleen met hond en liep over polderweg zoals wielrenners in haarspeldbochten de Stelvio op fietsen. Ging helemaal op in experiment. Neuriënd en fanatiek zigzaggend bedwong ik modderige pad. Mijn blik neerwaarts gericht. Werd er draaierig van. Alsof ik liter jenever achterover had gekieperd. Werd nog erger toen ik roep van buizerd hoorde, omhoog keek en als naaimachine doorliep. Wankelend hield ik net op tijd halt. Zag buizerd, keek weer omlaag en onderweg naar beneden keek ik midden in gezicht van twee pubermeiden die naast elkaar op bankje zaten. In plaats dat ze op mobiel in hun handen staarden, keken ze naar mij. Hoe lang zaten ze daar al? Lang genoeg, wist ik.
Alsof het een slechte film was, liep Rosa eensklaps voor m’n voeten. Half voorover struikelend, hield ik mezelf met moeite op de been. Toen ik recht stond, liet ik ballenwerper vallen. Bukte, raapte ‘m op, waarna paraplu uit m’n handen viel.
Wenste voor het eerst dat ik mondkapje droeg. Liep zo waardig mogelijk – hetgeen miniem was – langs pubermeiden en vermeed oogcontact. Was ze amper gepasseerd toen ze uitbarstten in hard gelach. Ze proestten, nee, gílden.
Thuis zag ik bibberlijntje op gewandelde route op mobiel. Kan ook zenuwtrek van mijn oog zijn geweest.
Heb in elk geval twee mensen leuke dag bezorgd.

Kom dat zien, kom dat zien: handgemaakte aquarelkaarten van Dien! Reeds 101 verschillende uitvoeringen en voel aan m’n water dat er meer op komst zijn. Voor een zacht prijsje ook nog. Ik kan het weten want ik heb ze besteld en ontvangen. Nieuwsgierig? KLIK!

De president en de schaftkeet

Keek op de week (124)

Liep eind van middag met Rosa dorp uit. Wilgen langs smalle pad waren net geknot. Oude man schuifelde ons achter rollator tegemoet. Pluizig wit haar; ingevallen wangen; zijn jas slobberde.
Maakte plaats door in berm te gaan staan en zei: ‘Goedemiddag.’
Man knikte vriendelijk. ‘U bent de eerste die vandaag iets tegen me zegt,’ zei hij.
‘Heeft u behoefte aan een praatje?’
‘Dit beetje aandacht is genoeg. Dank, hoor.’
Had te doen met man.

Echt idioot dat ik om de klipscheet jarig ben!

Had gejokt tegen Roos over verlanglijst: die was leeg. Kwam Kind naar huis om speciaal voor mij appeltaart te bakken. Sprakeloos was ik.
Kreeg wel nieuwe president op verjaardag. Hello Joe!
Lieve mensen, bedankt voor jullie goede gaven. Voor het sturen van appjes, mails, felicitaties op feestboek, kaarten, cadeaus en geschilderde kunstwerken. Het was fantastisch ♥

Staatsbosbeheer is in Krimpenerwaard bezig met kaalslag. Een wandelpad was versperd met rood/wit hekwerk, verbodsbord en wapperend lint. Vroeg me af of Rosa en ik wellicht niet welkom waren? Zag nergens activiteit. Geen grote machines, gillende elektrische zagen, of werklui. Slechts uitnodigende stilte. Ravage was reeds verricht. Stapte over lint. Had pad voor mij alleen; een verrukking.
Kwam na ruim uur wandelen langs zelfde verboden pad. Een vrouw keek peinzend naar versperring.
‘U kunt er lopen, hoor,’ zei ik. ‘Ze hebben de werkzaamheden verplaatst naar pad verderop.’
Vrouw zei aarzelend: ‘Er staat wel een verbodsbord.’ Ze besloot: ‘Ik doe het toch maar niet.’
Prompt zei Man thuis: ‘Aan die brave burgervrouw zou je voorbeeld moeten nemen.’
‘Waarom? Er zijn genoeg makke schapen op de wereld.’
‘Altijd die anarchie,’ mokte Joris.
Rijkte hem appelpunt aan. Hij werd direct een stuk zoeter.

Haalde fiets op na winterbeurt bij wielerspecialist. Vleide racepaard tegen auto, opende achterklep en passagiersdeur. Zag plots dat auto op uitgekiende plek stond: recht tegenover schaftkeet van schilders. Twee lurkten aan een sigaret uit opengeslagen raam. Ze deden me denken aan Stan Laurel en Oliver Hardy maar dan met coronakapsel.
‘Moet die fiets in dat autootje?’ schaterde Dikke. Hierbij stak hij zijn collega aan.
Weer eens wat anders dan een virus, dacht ik goed geluimd. Draaide voorwiel uit frame, zette dat tegen autoband, en liep met frame naar auto.
Schilders zaten eerste rang. Normaal moet je daar voor betalen.
Tilde fiets zo ver mogelijk auto in.
Geschater ging over in mager gelach.
Liep naar voordeur om voorvork over neergeklapte achterbank te trekken. Drapeerde achterin kleed over rijwiel, legde voorwiel ertussenin en gooide deur en achterklep dicht.
Barste in lachen uit toen ik beteuterde gezichten van schilders zag.  ‘Wat zijn jullie stil!’ schaterde ik.
‘Tja…’ zei Dikke.
‘…wat valt er nog te zeggen?’ zei Dunne.
Vond dat fideel.
Dikke stelde voor: ‘Als u hier een rondje om de kerk rijdt, zwaaien wij.’
‘Doe ik niet. Ik rijd meteen de dijk op.’

Buitenlucht was knisperend fris. Nieuwe zadel zat picobello. Had weer buitenbanden met profiel. 67 km non-stop gefietst zonder lekke band. Een dag om te zoenen.
Zette binnen nepkoffie. Legde stuk appeltaart op schoteltje; klodder slagroom ernaast. Wilde foto maken en naar Roos appen maar nam eerst hap. Ineens was punt op.

Het is langer licht! Kijk dagelijks Helleborussen verder uit tuingrond. Zag bloeiende hazelaar. Oké, toevalstreffer omdat ik moest piesen, maar toch…Zonder vergrootglas en dat op m’n oude dag.
Resultaat foto is niet hosanna maar gun foto-bloggers lachmomentje.

IJzingwekkend

Keek op de week (123)

Nieuw jaar, nieuwe boeken- alias leeslijst. Roos heeft ‘m voor me getekend in schrift.
Bij de weg: vissenkom en schudbol zijn grapjes. Rest getekende attributen staan in woonkamer. Houten kist is schatkist van Vriendin.

Roos is verhuisd. Woont alweer tijdje samen met vriend Dirk. Nog steeds in Brabant maar halfuur dichter bij ons! Kind zei afgelopen weekend voor het eerst thuis, waarmee ze Brabant bedoelde. Ben ik blij mee. Eindelijk is ze gewend.

Juist op moment dat ik werkkamerdeur van Man opende, riep hij monter: ‘Hi guys!’
Op computerscherm zag ik drie onbekende mannenhoofden.
Daar stond ik met thee en chocolade.
Hoofden amuseerden zich.
Zei: – blij kijkend – ‘Roomservice!’ en draaide me razend en ook snel om.
Razend want Man had gezegd dat hij ging bellen zónder beeld erbij.
Blufte naderhand: ‘Volgende keer wanneer je videobelt, serveer ik ijsthee in Pippi-Langkousschort met niets eronder. Voor camera prop ik al jouw chocolaadjes in míjn mond, en voor ik wegloop, laat ik een scheet.’
Man kreeg ademnood. Na enkele minuten, vroeg hij: ‘Wil je hahaha! wil je dat ah-hah-hals-je-blie-hieft doen? Ma-ha-haak hahaha! ik een filmpje.’
‘Je speelt met je leven,’ waarschuwde ik. ‘Om te beginnen zet ik beneden cv uit. Roest je in je werkkamer vast aan je stoel.’
Joris snikte.
Was me raadsel of dat van pret of ellende was.

‘Krijg ik nou nog je verlanglijstje?’ appte Roos voor zoveelste keer.
‘Wordt aanslag op je spaarrekening,’ waarschuwde ik.
‘Koóóóóm maar,’ antwoordde ze.
Lastig als je eigen gebroed jouw vocabulaire adopteert.

Speelde ontvangstcomité.
‘Weet je wat ik zag?’ vroeg Man met rode neus en oren. Onderwijl trok hij jas, sjaal en schoenen uit. ‘Een man in zwemshort en badmuts haalde bij surfplas ijs langs de kant weg en stapte in het water.’
‘Bij deze temperatuur? In verregande staat van ontkleding?’ vroeg ik. ‘AfgrIJSelijk!’
Joris knikte en zweeg zodat ik er goed beeld bij kreeg. Voldaan vertelde hij verder.
‘Hij dook onder en kwam tien meter verder met z’n hoofd door het ijs omhoog. Zijn dochtertje op de kant filmde het. Ik liep door, keek steeds achterom, kerel zwom gewoon door!’
‘Wat je gewoon noemt,’ rilde ik.
Heb advies gezocht voor wie ook ijzingwekkende toer wil uithalen. Begin met ’s avonds emmer koud water buiten zetten, en gooi dat volgende ochtend over je heen. Water is tien graden kouder dan douche. Wie durft?

Treurig nieuws dan. Favoriete horeca van Roos en mij is verkocht. Lunchten daar; ook scheepje varen theetje drinken. Stond aan rand van natuurgebied en ideale locatie voor wandelaars en fietsers. Royaal terras, hond mocht mee (ook naar binnen). Vriendelijk personeel. Toen ik bierkaart in Roos’ mayonaise liet vallen, waren ze begripvol. Het voelde als een gezellige kroeg. Wat kon er fout gaan? Precies. Alles.
Pand wordt gesloopt en ze gaan daar appartementen bouwen. Appartementen! Begrijp keuze van eigenaars maar jammer blijft het.

“Doe mee aan vitalitietsactie!” schreeuwde spaarkaart. “10 zegels van kiwi’s plakken en maak kans op 1 van 500 decathlonbonnen.”
Man en ik vreten groene krengen bij het leven en ik WIL zo’n bon winnen. Vraag is: op wiens naam zetten we spaarkaart? Opperde mijn naam. We winnen – zeg maar gerust- nooit iets.
‘Jij zeker niet,’ zei ik tegen Man, ‘want jij hebt geluk in liefde.’
Na urenlang debat waren Joris en ik eruit: zetten vier spaarkaarten op Rosa’s naam. Als dat geen geluk brengt…