Aangereden hond

Nou, ik ga maar gewoon verder bij waar ik gebleven was: de vakantie.

De eerste nacht in den vreemde schoot ik rechtovereind in bed. Buiten – ergens dichtbij – hoorde ik een hevig gekerm. Het klonk als een jammerend dier. Het kon niet anders zijn dan het gehuil van een aangereden hond. Niet dat ik een dergelijk geluid eerder heb gehoord, maar zo zou een aangereden hond ongetwijfeld klinken.

Het gejank klonk hartverscheurend en sneed door mijn merg en mijn been. Arm, arm beest… Zou zich iemand om hem bekommeren? Ik was in staat het vakantiehuis te verlaten, de dorpsbewoners te mobiliseren en het nummer van de plaatselijke dierenambulance te bellen, maar aangezien ik daar geen hond kende, en minimaal Frans spreek, sloeg dat nergens op. Gedesillusioneerd bleef ik zitten in bed.

Onverwacht ging het gejank over in een raspend gereutel en zware hoestgeluiden, die me deden denken aan oude mannetjes. Ik vond het allemaal een beetje ingewikkeld worden in mijn slaaphoofd. Totdat een zware rochel gevolgd werd door een luid en duidelijk: iii-aaa! iiiI-aaa! iii-aaa!
Was dat niet…? Ja, dat was het geluid van een ezel. Het gebalk hield aan, en een tweede ezel zette in, als ware het een canon.

Nom de dinges! Had ik me in de luren laten leggen door dat stelletje prehistorische rendieren van de buren. Hadden die ezels ’s nachts niets beters te doen? Slapen of zo? De korstjes brood konden ze wat mij betreft op hun harige buik schrijven.
Ik liet mezelf weer achterover vallen. Gerustgesteld, maar vooral klaarwakker…