Vakantiebaantje

Roos wilde een vakantiebaantje.
‘Zoek iets wat aansluit bij je studie,’ adviseerde Man. ‘Solliciteer bij een verzekeringskantoor, ziekenhuis of gemeente.’
Kind kijkt wel link uit. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ze wil niet lullen maar poetsen. Ze stuurde één sms’je naar haar vorige werkgever en werd prompt aangenomen.

Ze straalt niet dat het een aard heeft. Zo leuk is het nou ook weer niet om kamers van bewoners, huiskamers en wc’s in een zorgcentrum schoon te maken, maar gretig om iets te verdienen gaat ze ’s ochtends half zeven de deur uit.

Iedere dag komt ze thuis met verhalen.
‘Elke bewoner noemt mij zuster. Op de gesloten-afdeling lopen er standaard mensen achter me aan naar de uitgang en ze roepen dat ze naar huis willen omdat hun moeder daar op ze wacht. En dan moet ik nee zeggen,’ verzucht ze.

‘Het lijkt me niks om in zo’n verzorgingshuis te wonen. Vanochtend deed een verpleegster een steek onder een man zijn kont en riep: “Nu even poepen, meneer de Jong!” En dan – alsof ze het tegen een kleuter had – zei ze: “Héél goed.” Zo, een lucht!’ klaagt Roos terwijl ze de denkbeeldige lucht weg wappert met haar hand , ‘dan heb ik nog liever dat papa een scheet laat.’
‘Dan moet het wel erg zijn, ‘ knik ik begripvol.
Kan ik haar trouwens uitleggen waarom muisjes voor op de boterham in de douche liggen? En waarom die kleine kamers allemaal zo overvloedig gemeubileerd zijn?
Uiterlijk ben ik uiterst meelevend; inwendig schud ik van de pret.

‘Moet je zien, mam.’ Roos laat me een foto op haar telefoon zien.
Ik zie een standaard toilet: wc-pot, fonteintje en afvalemmertje.
‘Mag jij raden hoe lang ik erover moet doen om dit schoon te maken.’
‘Eh…tien minuten,’ gok ik.
‘Fout! Vijf-en-véér-tig minuten,’ zegt ze met een getergde blik. ‘Ik heb het op mijn aller- áller-langzaamst gedaan en had nog 25 minuten over. Ik vroeg of ik nog een wc mocht doen. Nee, die 45 minuten moest ik besteden aan dat ene toilet. Snap jij het?’
‘Misschien met een tandenborstel schoonmaken?’ opper ik.
Roos kijkt me aan alsof ik voor haar ogen in een vliegende schotel verander.

Vandaag had ze een voltreffer. Ze mocht “meals on wheels” doen: met de etenswagen langs de deuren. ‘Oh lekker, arepels met sjuu!’ juichten de bewoners. Kind werd helemaal gelukkig van al die blije mensen.