Cold turkey

‘Ikke is al vijf weken gestopt met roken. Cold turkey!’ zegt Vriendin glunderend.
Onverwacht staat ze voor m’n neus als ik buiten Rosa afspoel met de tuinslang. Als ik had geweten dat ze langs zou komen, had ik heel de week naar haar komst uitgezien.
‘Ik moest wel stoppen,’ vervolgt ze, ‘want als ik een sigaret opstak, ging ik bijna dood. Ik heb een luchtweginfectie.’ Dat laatste zegt ze op een toon alsof het een zeldzame aankoop betreft.
‘Slik je er pillen voor?’
‘Nee, tegen,’ zegt ze. ‘Chemische zooi. En ik heb ook bloedarmoede. Ik ben moe, joh! Weet ik ook eens wat dat is.’
‘Krijg je er iets tegen?’
‘Nee, voor. Staalpillen met ijzer.’
‘Van stoppen met roken en staalpillen slikken, kan je niet poepen.’
‘Dat is me opgevallen,’ bekent ze.
‘Ik krijg nog longonderzoeken. O, en de huisarts heeft me geadviseerd een afspraak met een coach te maken. Een coach!’ Ze trekt een gezicht alsof ze een dozijn levende insecten moet opeten.
‘Weet je wat zo fijn is aan adviezen?’ zeg ik.
‘Nou?’
‘Je kunt ze naast je neerleggen.’
Nu lacht ze. Het werd tijd.
Ze moet er helaas alweer vandoor. Het was een flitsbezoek: kort maar krachtig.
We omhelzen elkaar. ‘Zorg je goed voor jezelf, want daar ben je niet zo goed in?’
Ze wuift mijn opmerking weg.
‘Beterschap! En houd die koude turk erin, hè?’

Vriendins moeder staat op de stoep. Dat gebeurt vaker, want ze woont aan de overkant. We maken een praatje, grappen en grollen wat, tot ze vraagt: ‘Mag ik even binnenkomen? Ik heb slecht nieuws.’
Ik voel de glimlach in omgekeerde richting van mijn gezicht zakken.
Zodra onze billen de bank raken, zegt ze: ‘Carolien heeft gevraagd of ik het je wilde vertellen. Ze heeft longkanker. Uitgezaaid.’

Pas nadat ik drie vellen keukenpapier heb vol gesnotterd, besef ik dat het om háár dochter gaat.
Zo tactloos. ‘Sorry,’ zeg ik.
Het geeft niet, ze snapt het. Ze zegt: ‘Je moet maar – net als anders – kaartjes met gekke teksten naar haar sturen. Daar wordt ze blij van.’

Na twee chemokuren moet Vriendin wachten op de uitslag van een scan, die bepaalt of de behandeling effectief is.
Hemel en aarde zij geprezen: de tumoren zijn geslonken, sommige zelfs verdwenen.
‘Ik weet niet of ik zal lachen of huilen,’ app ik.
‘Doe het gewoon allebei. Maar wel tegelijk, hè?’ antwoordt ze.

Het gaat steeds beter; ze barst van de energie. Bestelt zelfs een nieuwe vloer voor haar huis.
Totdat ze na chemokuur vier maar niet opknapt en energie uitblijft. De scan is veelzeggend.

6 februari is ze overleden; 54 jaar oud.
Lieve Carolien, allerliefste vriendin.
Bedankt voor alles wat je me gaf en met me deelde. Maar vooral dat ik bij jou altijd mezelf mocht zijn.
Rust in vrede.

De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.

Klifhanger

Keek op de week (88)

*Tromgeroffel*
Hoop dat jullie nog nagels over hebben na dagen vol spanning. Want wat zat er in blije doos van Melody? Twee hippo’s!
Dit is ik op foto, met voeten op nijlpaard-voetensteun en (op voorgrond) nijlpaardknuffel. (Ontving later nog nijlpaard-deurstopper.)
Let wel: Rosa zat níet in doos.
Driewerf bedankt voor hippo’s! *smak* en ook eentje voor Karel, die duit in zakje deed!

Wilde bloggen maar werd afgeleid door vriendelijk verzoek van voorzitter van wielerclub waar ik sedert 1986 lid van ben. Jan-  dé routecoördinator-  stelt zich na 35 jaar niet langer verkiesbaar als routeman en bestuurslid. Voorzitter vraagt bijdrage in vorm van anekdotes en foto’s voor herinneringsboek. Heb tienduizenden kilometers met bovenste beste goedmoedige man gefietst. Behalve in Nederland, ook naar België, Luxemburg en Duitsland. Wil zijn afscheid recht doen. Heb zelfs foto’s gevonden…

Was bezig met scannen van boodschappen bij Appie.
Lijzige puber in jeans en hoody ijsbeerde tussen andere scan en klantenservice heen en weer. Steeds sneller. In z’n hand blikje energiedrank en afgeprijsd broodje.
Ik gluurde opzij: filevorming bij klantenservice.
Vroeg aan puber: ‘Wat is er?
‘Mijn pinpas doet het niet en straks mis ik de bus naar Rotterdam.’
Arme stakker…Zo’n verre reis zou Roos als puber met (eeuwige) knaag in haar maag óók niet hebben getrokken.
‘Wat kost het?’
‘1 euro 18.’
‘Scan maar bij mij; betaal ik het.’
Knaap keek naar me of ik wellicht mesjogge was, scande, stamelde iets wat klonk als ‘bdnkt’ en racete weg.
Bushalte lag er verlaten bij…

Heb gegniffeld toen ik las dat koning van België wel móest toegeven dat Delphine Boël zijn biologische dochter is.
Jarenlang hardnekkig ontkend en nu door zijn DNA getackeld. Geweldig.
Als ik Boël was, zou ik geen cent van hem willen erven/ontvangen. Geen ouderwetse Belgische frank, geen Hollandse florijn, geen euro, níets.

Dat je naar de tandarts gaat voor halfjaarlijkse controle.
Dat ik niet begrijp waarom tandarts altijd praatje maakt wanneer ik kaken stijf open moet houden.
Dat ze ook nog vragen stelt en je niets terug kunt zeggen.
‘Wat heb je een leuk vest aan! Zelf gebreid.’
‘Ggggg….’
‘Knap met die kabels. Heb je de wol in een winkel gekocht?’
‘Ggggg…’
‘Vroeger had je van die leuke wolwinkels, nu nergens meer.’
Toen ik klaar was, wist ik goed adres voor arts en assistente, die onmiddellijk internet op doken.
Vond thuis dat ik extra bonbon had verdiend.

Ken je dat? Jeuk hebben op een plek waar je niet bij kunt en dat iemand voor je krabbelt?
Ik niet.
Liep met Rosa in polder en verrekte van jeuk op rug. Probeerde jeuk te negeren; was echter hardnekkig. Keek naar lange ijzeren punt van doorzichtige paraplu (het was zowaar droog) en liet punt tussen jas en kleding glijden. Was dat ff lekker.
Thuis pak ik steevast vork van slacouvert.

Postcrossing:
Had kaart gestuurd (van eigen foto) van Krimpenerwaard. Terwijl wind tegen pannen blies en hagelstenen tegen ruiten roffelden, kreeg ik ontvangstbericht.
Your postcard NL-4555812 to n-yoshimi in Japan has arrived! It reached its destination in 9 days after traveling 9,321 km!

Postcrosser schreef:
“Thank you for the beautiful card. I want to walk in such a landscape. Have a nice day!”
Antwoordde:
“N-Yoshimi: Be my guest. Neem wel lieslaarzen, zuidwester en paraplu mee.”

Filmpje!
Waarom je nooit achter een nijlpaard moet gaan staan (duur: 37 seconden.)

Wil je een zwierig, gracieus en blij Nijlerig paard zien…klik (duur: 47 seconden.)

Foto: Melody

Happy accidents

Roos en ik hebben ge-Bob-Rosst. Je-weet-wel, die Amerikaanse (kunst)schilder die iedereen aan het verven krijgt. Ik had van ‘m gehoord maar niets van zijn hand gezien.
Tijdens een dag onvervalst Hollands hondenweer liet Kind me een YouTube-filmpje zien en honderden afbeeldingen van te maken wandversieringen. We concludeerden dat we er niet dood naast gevonden willen worden. ‘Maar het gaat om het plezier tijdens het maken, mam,’ verzekerde Roos me.
Ik kreeg instant een zwak voor Bob toen ik ‘m hoorde zeggen: ‘Fouten bestaan niet, alleen happy accidents.’

Voor weinig schafte Roos veel aan: canvas, kwasten, spatels, olieverf… Het probleem was de geurloze terpentine. Bouwmarkten, drogisterijen, Kruidvat? Nee, nee, nee.
Dan maar met geur.
‘Ik bel papa, hij heeft ongetwijfeld liters,’ aldus Roos.
‘Jullie gaan toch niet mijn schilderskwasten gebruiken, hè?’ piepte Man.
‘Die liggen al op tafel uitgespreid,’ pestte Kind.
‘Nee, ik wil…’
‘Pah-hap, ik vraag om terpentine. Heeft die haren en een steel?’
Joris beerde ongetwijfeld op de werkgang heen en weer, buiten gehoor van collega’s.
‘We. Willen. Alleen. Maar. Je. Terpentine.’
Gerustgesteld deelde hij de vindplaats mee; Roos en ik draaiden de dop open en wendden met opgetrokken neus onze gezichten af. (Nee, dan wasbenzine…)

Ik startte het instructiefilmpje en Roos boorde haar creatief talent aan. Vanaf de zijlijn moedigde ik haar aan. Ze maakte vorderingen.
‘Nu jij!’ riep ze.
‘Nee, nee, ik kan dit alleen maar verpesten.’
‘We zouden het sámen doen.’
‘Ik meng de kleuren wel.’

Ineens vlogen twee penselen vol zwarte verf uit Roos’ handen en stuiterden op het vloerkleed.
‘We hadden er nog kranten op willen leggen,’ jammerde Kind.
‘Ik haal de vlekken weg met terpentine,’ zei ik, pakte een doek, een flinke dip bocht erop, en boenen maar. Idioot: de vlekken werden almaar groter.
Wanhoop ging met Roos aan de haal. Haar vader werd van dit accident allesbehalve happy.
‘Wat nu?’
‘Verder verven,’ zei ik. ‘Het kleed is toch al naar de gallemiezen. Er zit een winkelhaak in; vlekken die we er niet uitkrijgen: pies van Saartje; kots van Rosa. Tijd om dat ding onder tafel vandaan te rollen en in de kliko te smijten.’
Kind fleurde op.

Toen ons Roos’ kunstwerk af was, ruimden we alle troep op en stond Man voor de deur.
De woonkamer stonk uren in de wind…
Ik droeg zwarte sokken en bedekte met elke voet een vlek.
‘Ons kunstwerk!’ hield Roos haar vader voor.
‘Wouw!’ loog Man met verve.
‘Oma Kinderdijk had het zó aan de muur gehangen,’ sprak Roos liefdevol.
Dat was Joris ontroerend met haar eens.

Ik stapte opzij en wees naar beneden.
Waarna Roos en ik onszelf verwijtend de schuld gaven. En dat de verdwijntruc met terpentine een tragische uitwerking had gekregen.
Joris reageerde verbazend lenig. ‘Zullen we dat kleed meteen weggooien? Het heeft z’n beste tijd wel gehad.’

’s Avonds constateerden we dat de afwezigheid van het kleed absoluut een verbetering was.  Eensgezind happy.

Ezels en stenen

Keek op de week (87)

Man kwam volkomen verzenuwd thuis. Kwakte krat met boodschappen voor hele week op plavuizen, en luchtte hart. ‘Niet normaal! Januari en liggen paaseitjes al in winkel. Dacht dat het overgebleven kerstrommel was, maar nee, cho-co-la-de-ei-tjes voor Pa-sen!’
Had aandachtig geluisterd en geknikt. Zei: ‘Ontspan. En. Laaaaat. Los.’ Zegt Joris altijd tegen mij. Vind ik de hel. Vooral “ontspan” werkt als rode lap op stier.
Echtgenoot hoorde eigen woorden in verbijstering aan.
Ik glimlachte. Denk dat Joris roodkleurig textiel voortaan binnensmonds houdt.

Keek op wekker: 01.35 uur. Feliciteerde me met mezelf. Weer jaar ouder.
Kreeg inval: mocht cadeau van Melody openmaken! Sloop in donker op handen en voeten van trap. Naar keuken voor mes. Rosa dolblij alsof ze me vorig jaar voor laatst had gezien.
Afgelopen dagen had ik Mel al geappt en gevist naar inhoud.
ik: Nog VIJF dagen. Is het een geluidsbox?
M: Nee, ze zijn heeeelll stil.
ik: Meervoud!
M: En nooit, maar dan ook écht nooit…achter gaan staan.
ik: OMG wat ben jij erg.
Dag later wrijft ze erin: W88 duurt lang, hè?
ik: Nog DRIE dagen. Zijn het twee paarden?
M: Alléén bij de Germanen. Moeilijk, hè wachten?
Wordt vervolgd.
Ja, ik moest zes dagen wachten. Nu jullie.

In verband met rioolwerkzaamheden ligt kruising (groot woord) vlak bij ons huis open. Is uitvalsweg naar polder/elders. Moet he-le-maal omrijden door dorp. Die keren dat ik in auto zit en halverwege bedenk dat ik moet omkeren…Niet een, of twee, of drie keer, hè?
Rosa vindt omweg voor grote middag-uitlaatronde ook niks. Kop op m’n linkerschouder jankt ze zacht van ongeduld. Baas, waarom duurt het zolang? Rijd eens door, ik moet kakken!

Heb me iets voorgenomen! Ga vaker pure bonbons eten. Kreeg van Joris voor verjaardag doos vol en bedacht: two pieces a day keeps doctor and dentist away.
Niet pralines van Leonidas, maar van Berkhout. Is me raadsel waarom kaasboer bonbons verkoopt, maar krengen zijn van uitstekende kwaliteit en zo groot dat ze amper in één keer in waffel passen.
Heb kleine mond. Orthodontist constateerde dat tien jaar geleden. Als feit!
Man en alle bekenden weten uiteraard beter…
Kan zuinigjes twee happen nemen, maar ik wil propvol gebit. Chocolade lang-zaam laten smelten en dan ontploft inhoud tegen inwendig plafond. Ben voor vijf minuten volkomen analfabeet en onaanspreekbaar. Nu ik daaraan denk: Man is ongetwijfeld te porren voor goede voornemen.

De 102.000
Tot 27 januari worden in voormalig kamp Westerbork 102.000 namen voorgelezen van vanuit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joden, Sinti en Roma. Het lezen gebeurt bij de plek waar treinen naar vernietigingskampen vertrokken, en is live te volgen via NOS.
Dit gebeurt eens per vijf jaar; dit jaar is bijzonder omdat Holocaust 75 jaar geleden wordt herdacht.
Heb enkele malen geluisterd naar voorlezen van voornamen, achternamen en leeftijd van mensen. Grootouders, ouders, broers, zussen, kinderen, kleinkinderen…Hele families… Hoe dan? Hoe kónden mensen elkaar dit aandoen?

Post!
Op envelop: “Aan mevr. Kakel-Bont.”
Tssssk. Alsof ik het wel eens bont maak. Vond het getuigen van lef. Stempelautomaat van PostNL sloeg ervan op hol (zie zelf.)
Inhoud: twee blijmoedige kaarten, afkomstig van ons aller blogqueen.
Op achterkant van meest rechtse kaart staat geprint: “Kuise meisjes.”
Vergoelijkend schrijft Riet: “Je bent niet scheutig met foto’s – trek je van de titel niets aan! – maar ik stel me dan maar voor dat je er ongeveer zo uitziet.”
Nou Riet, die zonnebloemen komen aardig in de richting ♥

Lazarus

Keek op de week (86)

Roos en ik gingen naar Amsterdam.
’t Was een wonder, boven wonder, dat Roos in Joris’ auto mocht rijden. Daar is aardverschuiving aan vooraf gegaan. Je had haar ogen moeten zien. En die van Man toen auto weer ongeschonden voor deur stond.
Eerst naar parkeergarage RAI, dan twee haltes met metro, en tien minuten lopen.

In foyer van DeLaMar stonden twee travestieten. Kon ze op gemak bekijken. Heren hadden er werk van gemaakt: goed gelukte pruiken, gezichten als schilderijen door make-up, joekels van oorbellen, bloesje, rok, panty, en pumps maat kajak. Zagen er vrouwelijker uit dan ik, zij het aan grove kant. Leuk dat het kan.

Hadden plaatsen pal in midden, achterste rij van voorste ring. Had geen zin me voor zittende bezoekers langs te wurmen en zei impulsief: ‘‘We klimmen eroverheen.’
Roos gooide lange stelten over dichtgeklapte stoel en ik volgde. Zorgde voor enige consternatie en hilariteit maar daar voelden Kind en ik niets van.

Musical “Lazarus” begon: achter glas speelden zeven muzikanten openingsnummer van David Bowie’s laatste cd Blackstar. Ze speelden de hele voorstelling oorverdovend goed; echt de “Bowiesound.”
Hoofdrolspeler lag midden op vloer, en kwam overeind terwijl hij zong: “Look at me, I’m in heaven.” Alsof forse schare fans herinnerd moest worden aan verblijfplaats van schrijver/muzikant.
Vond het een verwarrend, chaotisch theaterstuk. Zelfs wanneer je voorgaand verhaal (The man who fell to earth) kent van boek of film. Roos en ik waren wel onder indruk van wat er op zowat leeg toneel kan worden neergezet (niet aan attributen.) Eerlijk is eerlijk: ik kwam voor geluid. Vermoeden werd bevestigd: Bowie’s stem is niet te evenaren. Had musical voor goud willen missen!

Omdat Roos reed, mocht zij kiezen waar we onderweg gingen eten. Zij had onbedwingbare hunkering naar Mc. Is tegen mijn principe (plofkip) maar kennelijk geef ik meer om Kind dan principes (-:
‘Zullen we Mc Drive nemen?’ grapte Roos. ‘Wordt papa hélemaal gek. ‘

Totaal afgemat kwam ik thuis. Moest “even” hele week bijkomen van inspanningen, prikkels, geluiden en hoeveelheid  mensen. Voel me nog brak.

Familie Kakelbont is wereldberoemd in ons dorp. Bij PostNL.
Roos zocht vorig jaar zomer vakantiewerk.
‘Zoek iets wat bij je niveau past,’ tipte Man. ‘Bij gemeente, overheid, accountantskan…’
Kind deed oogrol en onderbrak Man: ‘Ik wil iets dichtbij. Iets waar ik mijn hersens niet voor hoef te gebruiken, want die hebben rust nodig.’
‘Wat wil je dan? Vakken vullen?’ snoefde Joris. ‘Daarvoor ben je te oud en je verdient er niets mee. Dat geld kan je zo van mij krijgen.’
‘Ik wil het verdíenen,’ zei Roos opstandig (van wie hééft ze dat? Red.) Ze keek haar vader strak aan en zei: ‘Ik heb al gesolliciteerd en ben aangenomen. Bij Kruidvat.’
‘Ga je vakken vullen?’
‘Oók!’ riep Roos. ‘Ik mag winkel openen en sluiten, en achter kassa. Vroeger had ik een speelgoedkassa. Met nepspullen: muntjes, papiergeld, een creditcard die bliepte, kartonnen boodschappen…en nu mag ik achter een echte kassa. Dat is toch lachen?’ riep ze blij.
Ik gaf Kind pakkerd en feliciteerde haar met vakantiebaan.
‘Het is maar voor 18 uur per week, hè? Ik wil ook nog vrij in mijn vakantie.’
Samenwerking beviel zo goed dat contract t/m eind maart dit jaar is verlengd.
Zo kwam het dat medewerker van Post.Nl pakketten afleverde bij Kruidvat en naar Roos keek. ‘Jij bent toch die Kakelbont die in de Van Dik Hout Zaagt Men Plankenstraat nummer 24 woont?’
Roos knikte en kreeg pakket in handen geduwd.
‘Scheelt mij weer ritje,’ riep bezorger verheugd.
En dat pakket, lieve lezer, is voor mij! Voor verjaardag. Van Melody. Ik mag het pas openen op verjaardag. Zes dagen later!
‘Vind jij zeker leuk?’ appte ik haar.
‘Hihihi. Beetje plagen mag toch wel?’
Nog één dag te gaan…

Heb eerste kerstkaart dit jaar ontvangen. Op 15 januari viel kaart in brievenbus; was gepost op 13/12/2019. Knap staaltje, PostNL.

Meneer Aart is overleden. Zo’n gigant van een dwarse acteur en televisiemaker. Ben groot gegroeid met  Stratemakeropzeeshow. Soms had ik rode oortjes maar wat heb ik gelachen. Net als om zijn rol als postbode Hein Gatje in J.J. De Bom Voorheen De Kindervriend. Hij speelde in Sesamstraat, tot vermaak van Roosje-in-de-knop.
Dankuwel meneer Staartjes. U staat in mijn geheugen gebeiteld. Rust zacht.

Heb post ontvangen! Zie dan hoe leuk:

Annelies in winterland

Maandag
Gehaast zet Annelies de boodschappentas op het aanrechtblad.
‘Schiet op met koken!’ roept haar man ter begroeting. ‘Ik wil 7 uur voetbal kijken, ja!’
Annelies opent de koelkast en pakt een flesje bier. Ze weet al wat ze in de woonkamer zal aantreffen: een onderuitgezakte vent voor de tv.
‘Wat ben je laat!’ Een lawine van scheldwoorden daalt op haar neer. ‘Zeker weer zitten borrelen na het werk?’ roept Joop minachtend.
Hád ze maar geborreld. Haar leven is ingesteld op de kost verdienen en haar man behagen.
Nog vier dagen, murmelt Annelies terwijl ze eten kookt. Vier dagen en dan…

Ze rilt en trekt haar vest aan dat over een keukenstoel hangt. Ondanks het late tijdstip van de dag straalt de zon naar binnen maar het is alsof haar stralen en warmte afketsen tegen de royale ramen in huis. Wat wil je met zo’n diepvrieskist van een man?

Dinsdag
‘Weet jij waar LHC-328 uit sectie 6 gebleven is? Hij zit niet in z’n hok.’ Monica kijkt Annelies vragend aan.
‘Eh…nee, nee, geen idee,’ liegt Annelies. Haar vingers plukken aan haar mondkapje in de hoop dat die haar roze blossen verbergen.

‘Annelies-de-pies! Je bent wéér te laat!’ brult haar man thuis.
‘File,’ fluistert ze terwijl ze hem zijn verkoelende bier brengt.
‘WAT! Altijd met twee woorden praten!’
‘Sssorry. File, Joop,’ verontschuldigt ze zich.
‘Donderdagavond komen de jongens hier eten. Ik heb de auto nodig voor boodschappen.’
‘Maar…maar…ik moet toch naar m’n werk?’
‘Moet ik je het gofferredomme nog een keer uitleggen?’
Annelies kruipt in elkaar als ze ziet dat Joop overeind komt. ‘Ik ga met het OV,’ zegt ze snel.
‘Dat is je geraden! En donderdag overwerken! We willen geen vrouw in of rond het huis!’ davert zijn stem. ‘En neem dat lelijke kolere ding mee! Wacht, ik zal het naar je harses gooien!’

Het is toeval – puur goddelijk toeval – dat Annelies de sneeuwbol met winterlandschap opvangt. Ze beschouwt het als een gunstig voorteken dat haar project zal slagen.

In de keuken denkt ze: nog drie dagen. Drie dagen zijn te doen. Ze trekt haar vest aan waarbij haar gedachten naar de zoekgeraakte langharige cavia 327 gaan. Voor de eerste keer vandaag lacht ze.

Donderdag
Het lijkt maar geen vrijdag te worden, wanhoopt Annelies in de nachtbus. Moe na de lange werkdag stapt ze thuis in bed. Joop is nog wakker.
Haar wekker knippert. De stroom zal eraf geweest zijn. ‘Hoe laat is het?’ vraagt ze.
‘Het is Joop’s tijd!’ gromt haar echtgenoot en spreidt zijn vadsige armen naar haar uit.

Vrijdag
‘Je bent zowaar op tijd!’ schreeuwt Joop vanaf zijn vaste plek voor de tv.
Nu komt het eropaan, denkt Annelies: concentratie en zelfbeheersing.
Uit een keukenkastje pakte ze de sneeuwbol, en uit haar tas een flesje druppels.
Ze heeft lang – heel lang – aan de formule gewerkt en dankzij de cavia en talloze ongeregistreerde ratten weet ze dat ze geslaagd is.
In het lab heeft ze de juiste hoeveelheid druppels in het flesje gedaan en leegt dat in het pijpje bier.
‘Schiet eens op!’ brult Joop. Hij slaat met zijn vuist op de houten leuning van de stoel.
Handenwringend kijkt Annelies toe hoe Joop het flesje aan zijn lippen wil zetten.
‘Wat sta je te staan! Vrouwenhanden moeten blijven gaan!’ roept hij en dirigeert haar met een handbeweging naar de keuken. Annelies verlaat op een holletje de kamer.

In de keuken trekt ze haar lab-jas aan. Die geeft haar altijd het gevoel dat ze iemand is. Iemand die een opleiding heeft gedaan. Iemand die een vak heeft geleerd. Iemand die onderdeel uitmaakt van een team. Een team dat haar op waarde schat.

Ze wacht tot de vijf langste minuten van haar leven voorbij zijn. Dan loopt ze met korte, snelle passen naar de stoel en buigt zich voorover. Hij is leeg. Herstel: hij is zo goed als leeg. Door Annelies’ lichaam trekt een golf van euforie. Het is alsof haar borst van intense vreugde uit elkaar scheurt. Met victorie kijkt ze neer op een driftig millimeter-mannetje dat met twee gebalde vuistjes boven zijn hoofd ongetwijfeld iets lelijks roept.
Annelies lacht alle spanning eruit, gaat op haar knieën zitten en opent de sneeuwbol. Met een pincet pakt ze het mannetje vast, propt ‘m in de bol, schroeft die weer dicht, en zet de bol op de vensterbank.

Tevreden ziet ze hoe de kleine Joop naar boven zwemt om adem te halen. Als hem dat is gelukt, schudt Annelies het sneeuwlandschap heen en weer. Alle opgekropte woede laat ze los op de bol. Ze zet ‘m weer neer en ziet hoe schuim en vlokken zachtjes neerdalen. Joopje heeft zich geprobeerd vast te klampen aan de top van een  dennenboom maar die is geknakt.
Annelies steekt haar tong uit en houdt ‘m pal voor de bol. Het zal het laatste zijn wat Joop ziet voordat hij door gebrek aan zuurstof wordt overmand.
Het is alsof Annelies de winterse kou langzaam in zich voelt ontdooien.