Meneer Jonas

Keek op de week (144)

Kinderdijk

Zat om 03.45 uur aan ontbijt. Joekel van spin – zo’n zwarte met harige poten – rende over keukenvloer in mijn richting. Ik deed voeten omhoog en weer omlaag. Spin rende heen en weer. Heen en weer. Zenuwlijer. Pakte theedoek, arresteerde spin, opende tuindeur en wapperde doek uit. Door aanfloepen buitenlicht zag ik spin wegrennen. ‘Ga jij je moeder maar pesten,’ riep ik haar na.

Voer over naar Kinderdijk. Fietste in omgeving Schoonrewoerd berm in vanwege trekker met roterende bladen. Rechts in weiland stond oudere man gemaaid gras bijeen te harken.
Wij groetten elkaar.
‘Flinke klus!’ riep ik.
‘Ben hobbyboer en heb heel de dag de tijd,’ zei man. Hij had wijduitstaand wit haar en gulle lach. ‘Vanavond draagt het paard het naar de schuur. Voor haar is het te warm.’
‘Voor u niet?’
Hij maakte wegwerpgebaar en leunde met oksel op hark. ‘In voorjaar liep ze ineens kreupel. Een ontsteking. Nu gaat het weer. Ben zuinig op beest; ze is een ouwetje. Ik ben het werkpaard.’ Hij schaterde.
Hoorde links gehinnik.
‘Dat is ze!’ riep eigenaar. ‘Ze hoort mijn stem.’
Keek opzij. Zag geen paard, wel met zorg onderhouden boerderij met naam. ‘Heet u Jonas?’ informeerde ik vrijpostig.
‘Naar mijn vader. Boerderij was van hem. Mijn vrouw en ik kregen alleen dochters.’ Weer die lach. ‘Dus heb ik het paard maar Jonas genoemd.’
‘Ze is een merrie?’
‘Jahaha! En ze luistert beter naar me dan mijn vrouw.’

Dacht aan vakantie in Wallonië. Eerste nacht in den vreemde schoot ik rechtovereind in bed. Hoorde buiten hevig gekerm. Klonk als jammerend dier. Was het een aangereden hond? Arm, arm beest. Was in staat vakantiehuis te verlaten, dorpsbewoners te mobiliseren en dierenambulance te bellen. Detail: mijn Frans was in staat van ontbinding.
Onverwacht ging gejank over in gereutel en hoestgeluiden. Na een rochel volgde luid: Iii-aaa! Iii-aaa! Was dat niet…? Ja, het geluid van een ezel. Gebalk hield aan, en tweede ezel zette in als ware het een canon.
Nom de dinges! Had me in luren laten leggen door stel prehistorische rendieren van buren. Hadden ze ’s nachts niets beter te doen? Slapen of zo? Liet me gerustgesteld achterover vallen.

Man tilde boven deuren uit scharnieren om ze in garage te kunnen verven.
Kwam thuis van rondje Portengen fietsen en ging douchen. Zonder deur. Kreeg heel apart gevoel vanbinnen. Vooral toen tijdens poedelsessie Rosa op douchemat ging liggen en onbevangen naar me keek. Is dat nou wat Grote Baas je Adamskostuum noemt? Jemig Baas, jij bent kaal! Doe als ik, neem haar. Wat hebben we het gezellig, hè?
Verveling sloeg snel toe en hond ging dutten. Was alles in leven maar zo gemakkelijk oplosbaar.

Broer is treinmachinist goederenvervoer. Appt me regelmatig foto’s en filmpjes vanuit loc-cabine. Mag ik raden waar hij zich bevindt. Staar ik in nachtelijk duister op filmpje. Hoor wel maar zie geen fluit. Dorp tegen heuvelwand met lichtjes. Perron zonder plaatsnaambord.
Kan ik ook. Kom ik tijdens fietsrit tot stilstand bij gesloten spoorwegovergang – midden in polder – mag hij raden. Portengen? Harmelen? Zwammerdam? Arkel? Leerdam? Hij weet het niet, hè? Dan ook geen punt. Zijn keihard voor elkaar.
Maar ook – er zij licht! – filmpje rijdend over spoor Moerdijkbrug.
Appte Broer foto van mozaïekbank in Papekop. Papekop is drukst bereden stuk spoor van Nederland. Hoorde twee dagen later – was weer wakker, zat beneden – om 03.30 PING!
Broer: “Rijd langs je bankje. Ben onderweg naar Basel. Auf wiederschnitzel!”
We reizen wat af samen.

Papekop

De zuipschuit

Keek op de week (143)

Uit de categorie: #RarePlaatsnamen

Reed op fietspad. Echtpaar stond aan kant, en man gebaarde mij te stoppen. ‘Mevrouw, wij zijn verdwaald.’
Daar hoeft hij mij toch niet mee lastig te vallen?
‘Waar wilt u naar toe?’
‘Naar de Meije.’
‘U fietst rechtdoor, neemt de tweede weg rechts, en aan het eind gaat u weer rechts. En dan fietst u tegen de Meije aan.’
Man keek alsof ik leugendetector had bedrogen. Alsof Meije links lag en ik hem verkeerde kant opstuurde, net zoals Rotterdammers in vorige eeuw dat met Duitse toeristen deden.
‘Hoe veel kilometers is het?’ wilde man weten.
‘Sorry meneer, dat weet ik niet.’ Woon daar maar 60 km vandaan, hè?
‘Hendrik, laat gaan! We weten nu hoe we moeten fietsen,’ riep zijn verstandige vrouw.
‘Waar komen we precies uit?’ hield kerel vol.
‘Als u op de Meije paar honderd meter naar links rijdt bij eetcafé de Halve Maan. En dáár – wees ik naar rechts – staat Pietje Potlood (watertoren van Meije.)’
Opluchting droop van kerels gezicht.

Droeg vanwege tropische temperaturen nieuw luchtig zomerjurkje. Ging koken en vis bakken.
Doe schort voor, zei ik tegen mezelf. Niet luisteren, natuurlijk.
Daar had je het gelazer. Vis was klaar, prikte deze aan vork. Blijkbaar leefde vis nog en spartelde terug in pan naast soortgenoot. Vetspetters all over the place: op kookplaat, tegels, en vloer. En op zomerjurkje. Raar maar waar. Riep hard drieletterwoord.
Terwijl ik vlekken van vloer depte, kwam Man aangesneld en riep: ‘Wat nou weer?’
Joris aanschouwde vlekkeninvasie. ‘Het is ook altijd dezelfde, hè?’ wreef hij erin.
‘Jij bakt alleen kreukelfriet.’
Onaangedaan riep Joris: ‘En oliebollen!’
Daar had hij een punt.

Pakte tang uit schap, greep er broodje mee vast en stopte dat in wasbare zakje. Broodje nummer twee viel voor mijn voeten op de grond. Raapte broodje op en legde het op broodbalie.
Zei: ‘Heb deze per ongeluk op grond laten vallen.’
Jongeman – lang, bleek, acné – keek verveeld.
Snap dat puber er opwinding niet van afzag.
Hij graaide broodje weg en smeet het richting afvalbak. Naast! Keek weifelend naar mij.
‘Geef jezelf nog een kans!’ moedigde ik hem aan.
Raak!

Opende keukenla en daarna blauw doosje: leeg. Staarde in shock naar leegte. Mijn nachtbeugel pleite. Oh mijn godin! Heb vaak nachtelijke ruzie met onding. Droom dan dat ik mond vol drop heb en/of niet kan praten. Word ik ’s ochtends wakker, ligt beugel onder kussen of op de grond. Heb er ’s nachts eens opgestaan maar hondenreflex redde me: voel ik iets onder mijn voet, véér ik omhoog omdat ik denk dat het poot van Rosa is. Hond ligt aldoor achter me. Zou bijna denken dat het liefde is.
Rende naar boven. Voelde in donker onder kussen, tastte matras af. Voelde onder bed en nachtkastje.
‘Wat ís er?’ vroeg Joris op ergerlijke toon. Hij lag reeds op een oor.
‘Ben mijn beugel kwijt.’
‘Niet joh! Die ligt in een kopje in schoonmaakazijn op het aanrecht. O, vrouwtjes!’ zuchtte hij
op tóón.
Waarom was ik daar zelf niet opgekomen? Kopje op aanrecht stond nota bene voor mijn neus.

Ben tot ontdekking gekomen dat ik zuipschuit ben. Fietste in bloedhitte 120 km. Prima te doen, zolang je niet stopt. Goddank had ik op terugweg tegenwind, anders was ik gesmolten. Heb onderweg 2 ¾ liter alcoholvrij vocht gedronken. Nul keer gepiest. En thuis direct aan het kraanwater. Koel, delicaat kraanwater.

Arme koeien

Er zaten zeven kikkertjes…

KodW.142

De polder

Zijn naam is Oleg en hij komt uit Noorwegen.
Hij zag me bidon vullen bij Fort Everdingen en stopte. Een glimlach met pretogen en ongeschoren baard. Was op slag verliefd. Op zijn fiets: een knalblauwe Pinarello F5 105. Hij keek naar mijn eveneens Italiaanse racepaard, en zei: ‘We are family.’
Zo snel gaat dat niet, vriend.
Hij had afgelopen tien dagen 1400 km gefietst, maar “no hurry” en is onderweg naar Zuid-Frankrijk. Twee fietstassen achter (met tent, slaapzak en kookspullen.) Dat was alles. Mijdt steden en doorgaande wegen. Jaloersmakend.
‘No gps?’ vroeg ik hem.
‘You neither,’ lachte hij.
Zei dat ik daar te eigenwijs voor ben.
‘Me too. Planning is boring. I want to feel free.’
Een geestverwant!
Gesprek ging als pingpongballen alle kanten op. Fietsen, vakanties, allebei een dochter met rood haar, breedte fietsbanden, boeken, wel/geen schijfremmen, tandwielen, zelfde bouwjaar, muziek. Zijn moeder en grootouders waren Nederlands en “iek ken kienderliedjes.” Zo kwam het dat wij tijdens passeren van sluizen bij Hagestein ‘Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot zongen.’ Eerst beschroomd, later uit volle borsten want wie deed ons wat?
Over de Viaanse brug aten we wat op bankje.
Wat ik onder mijn helm droeg?
‘Een boerenzakdoek.’
‘When i was a kid my granddad used to have one.’
Toverde schoon exemplaar uit zakje wielershirt en gaf het hem.
Helm af, boerenzakdoek om zijn hoofd. Helm op. Niets meer aan doen.
Toch een beetje familie.

Ging naar Erasmus voor longfunctieonderzoeken. Moest cowboylaarsjes uitdoen en op weegschaal gaan staan: 65 kg. Daarna langs meetlat: 181 cm. Stapte naar voren, riep: ‘Au!’ en bukte.
‘Heeft u zich pijn gedaan?’ informeerde verpleegkundige.
‘Ja, mijn sok,’ zei ik bloedserieus, en riep ontsteld: ‘Er zit een gat in mijn David Bowie-sok!’
Draag ze zelden want vind dat zonde en nu zit er een gat in. Had ik vanochtend nou maar paar van Joris’ sokken aangetrokken.
Heb sok gehecht maar blijft litteken.

Klant voor me deed diepgravend onderzoek. Helft van wijsvinger verdween in haar reukorgaan, waarna opbrengst met aandacht werd bekeken.
Drogistmedewerkster Corry wisselde blik van afgrijzen met mij. Ze herstelde zich snel. ‘Wilt u een tissue?’ vroeg ze aan klant en haalde doos onder toonbank vandaan.
‘Nee, ik wil pinnen,’ zei klant op zeurtoon.
Aldus geschiedde.
Simultaan keken wij klant na.
‘Wat een smeerkezerij! Mensen schamen zich tegenwoordig nergens meer voor,’ zei Corry rillend. ‘Ik heb niets aangeraakt maar neem toch een druppel. U ook?’ Ze pakte flacon desinfecterend middel, deelde druppel uit en wij wreven ons in de handen.
Corry kon de neuspeuterende klant niet verwerken.
‘Neem een Valdispert van jezelf,’ wees ik naar haar eigen voorraad. ‘Het is niet te hopen dat ze je met die vinger een kaartje stuurt als ze boven is.’
Corry – slap van de lach – hield zich met twee handen vast aan toonbank.
‘Zal ik je de rollator brengen (een show-model, red.) dan kun je er bij gaan zitten?’
‘Hoeft niet,’ schaterde ze, ‘lachen is het beste medicijn. En leve de uitvinder van het contactloos pinnen!’
Daar namen we nog een druppel op.

Joris heeft korte vakantie.
‘Ga je doen?’ informeerde ik.
‘Heel de dag achter mijn vrouw aanlopen.’
‘Koop dan maar een scooter, want ik ga fietsen.’

Erasmus MC

Een fortuin

KodW (141)

Kaart Postcrossing

Bij een laag toerental maakte mijn auto een knarsend en ratelend geluid. Alsof je met je nagels over een schoolbord ging, maar dan harder. Leverde veel bekijks op in dorp. Gaf ik op provinciale weg gas op plank, hoorde je haar niet.
Man reed rondje door buurt. ‘Ik hoor niks.’
Roos stapte in, en zei toen ze terugkwam: ‘Nou Pati, laat je gehoor maar nakijken. Niet normaal. Iedereen keek om. Bij elk dotje gas dat je geeft, krijst die auto het uit.’
Man zei praktisch: ‘Over maand is APK.’
Riep ontsteld: ‘Straks valt mijn auto onder het rijden uit elkaar!’
Joris lachte zo hard, moest zich staande houden aan deurpost om niet om te vallen.

At en sliep vorige eeuw regelmatig bij collega/vriendin in Rotterdam. Zij 30, ik 25.
Keek naar haar tweepersoonsbed.
Ze schaterde: ‘Heb je nog nooit zwart satijnen beddengoed gezien?’
Stapten in bed. En maar kletsen. Zeiden uiteindelijk welterusten.
Peggy liet scheet.
Zei: ‘Snap wel waarom jij voor zwart hebt gekozen.’
Allebei slappe lach. Vertelden moppen. Weer welterusten. Stilte.
Vroeg – fluisterend – na kwartier: ‘Slaap jij al?’
‘Nee, natuurlijk niet. Hé Mir, weet jij of Arie (van de boekhouding, red.) een vrijgezelle broer heeft? Dan wil ik die een keer proberen.’
Proestte het uit.
Enthousiast: ‘Als ze Arie overplaatsen naar onze afdeling, hebben we ’s ochtends iets om naar uit te kijken!’
Kwam niet meer bij.
Waren klaarwakker. Eruit. Weer aan de drank.
Zei: ‘Straks zitten we lazarus op de zaak.’
Peg: ‘Aan jou merken ze het verschil niet. Jij doet altijd raar.’
‘Als jij niet weet wat je moet aantrekken, kan je altijd nog je dekbedhoes omslaan.’
‘Dat ding glijdt bij het opstaan steeds omlaag.’
‘Blijf je zitten. Jij bent toch te lui om koffie te halen.’
‘Ik ben wel je collega, hè?’
‘Alleen onder werktijd. Daarbuiten praat ik niet tegen je.’
Hingen gillend van lach tegen elkaar aan op de bank.
Terug naar bed. Omstreeks half vijf sliepen we. Werden vijf uur gewekt door aanhoudend getoeter van VW-busje.
‘Die buurman aan de overkant kan nooit uit zijn nest komen. Ik hang nog eens een ont-nieter aan zijn bovenlip.’ Geïrriteerd sprong Peggy uit bed. ‘Ik open het raam en scheld hem verrot.’
‘Niet doen! Denk aan je reputatie!’ riep ik. Daarna: ‘Ach, laat maar, het is al te laat.’
Twee uur later zaten we in de tram. Peg: ‘Knap dat die bestuurder rechtuit kan rijden, ik zou het niet kunnen.’
Liepen gearmd en licht zwalkend over straat naar Engelse bank aan Veerhaven.
Koffie drinken. Hadden tijdens werk bij overboeken van bedragen moeite met tellen van aantal nullen. Elke nieuwe telex werd met argwaan onthaald.
We hadden een fortuin maar beseften het niet.

Om mij plezier te doen vervroegde Joris APK. Geluid bleek storm in een plas water.
Monteur zei: ‘Fluitje van cent. Het lag aan het hitteschild. Dat lag los.’
Zei stralend tegen Joris: ‘Dacht dat alleen raketten hitteschild hadden maar nu blijk ik er ook mee rond te rijden.’
Man barstte van het lachen uit zijn voegen.
Overhandigde hem rekening en zei: ‘Jammer, hoor. Had willen zeggen: Ben je eeuwig dankbaar, maar vind bij nader inzien één keer thee zetten wel genoeg.’

Veerhaven – Rotterdam

Poepen op een bankje

Keek op de week (140)

Hart van Dien

Het behaagde Tante Post envelop van Dien te bezorgen. Zaten schoonheden van aquarellen in, zoals een haas. En ik houd zo van hazen! Alleen…alleen…ik was ontzéttend dom. Er zat een opgevouwen servet in met rondom touwtje en briefje gewikkeld: “Vouw me voorzichtig open.” Durf bijna niet te vertellen wat gebeurde. Maakte cadeautje héél voorzichtig open. Echt waar. Dacht dat het vlaggetjes waren. Eenmaal opgeslagen, was het ineens een servet. Had Diens kunstwerk geruïneerd. Tuurde hoe terug te vouwen in originele vorm. Kansloze missie.
Appte verontschuldigingen.
‘Weet je wel hoe ik daar op heb zitten zwoegen, hè?’ reageerde Dien.
‘Sorry, sorry. Wat moest het worden?’
‘Een hart.’ Dien appte foto (zie boven.)
Had ik mijn hersens gebruikt, had ik het kunnen weten, want net zoals Rietepietz Blogqueen is, is Dien Hartenvrouw.
Oh oh, hoe kon ik het goedmaken? Nou, Roos was thuis (-: Zij loerde op Pinterest, pakte servet. Ik een vel keukenpapier en aapte Kind na. Appte eindresultaat naar Dien.
Zijn nog vriendinnen.

Was in Hema op zoek naar soepkommen. Wit. Zonder tiere en zonder lantijnen. Vond ze voor 4,99 per stuk. Draaide kom om: made in China. Zette kom terug. Heb nieuw principe: zo min mogelijk uit China, want meest vervuilende land ter wereld. Man lacht zich gans kapot. Ikea. Leve Ikea! Daar verkopen ze witte degelijke kommen. Riep triomfantelijk naar Man: ‘1,99 per stuk, made in Sweden!’ Does it spark joy? Yes, yes, yes!

Tot voor kort hadden wij een beeldbuis: tv met daarachter bult van minstens 50 cm diep. ‘Die heeft niemand meer,’ sprak Man zuchtend.
Ik was daar trots op.
Joris bestelde grootbeeldscherm met soundbar en kreeg daarbij twee afstandsbedieningen.
Door onvoorstelbare samenloop van omstandigheden stopte na enkele weken de soundbar. Ergo: tv produceerde ook geen geluid.
Joris drukte op diverse knoppen, startte wifi opnieuw, hanneste met verlengsnoeren en prutste aan kabels.
Nul resultaat.
‘Vroeger,’ wreef ik erin, ‘hadden we een tv, je drukte op een knop en alles deed het.’
Joris bromde onverstaanbare lettergrepen.
‘Heb je de stekker al eens uit en weer in het stopcontact gedaan?’ vroeg ik. Tot zover rijkt mijn apparatenkennis.
Man zuchtte en rukte geïrriteerd stekker er uit.
Dat was dat. Want daarna deed hij stekker er weer in en knalde geluid uit soundbar.
Voor nog meer tips van huishoudelijke aard: volg deze blog.

Kwam thuis na fietstocht. Zweet gutste langs mijn wenkbrauwen na lange, warme zomerdag. Dacht na natste julimaand dat dergelijke dagen waren uitgestorven.
Trof Man aan bij voordeur. Zijn blik straalde mij tegemoet. Hij gaf bijna licht. Zo blij had ik hem in jaren niet gezien. Wat bofte ik toch!
Vreugde duurde kort. Wat bleek? Joris dacht huissleutels in broekzak te hebben gestopt, maar dat waren autosleutels. Hij stond net te overpeinzen wat te doen, doch er was slechts één optie: lijdzaam wachten. Stond amper vijf minuten te wachten.
Had ik nou maar extra lusje van 25 km gefietst.
Is grapje!

Waar gaat het naar toe in deze wereld als je hond niet eens meer mag poepen op een bankje?