Schrijfuitdaging WE-300 van Plato met als thema: lezen.
Met de broekspijpen avontuurlijk opgerold, stappen zijn voeten over het schelpenpaadje. Af en toe maakt het pad een flauwe bocht. Dan pakt zijn kleine broertje zijn hand vast en wriemelt zijn zusje haar hand in de zijne, waarbij het emmertje in zijn hand onhandig tegen hun benen bonkt.
Hij heeft kriebels in zijn buik want papa heeft hem een verrassing beloofd. Een verrassing die hij gisteren bij toeval op het strand ontdekte. Hij kan ‘m niet meenemen naar huis, maar zal hem wel iets leren over de baan van de aarde om de zon. Alles wat met planeten te maken heeft, vindt hij super, helemaal omdat deze maand ’s nachts in Zweden de zon blijft schijnen. Hij zou dat zó graag eens willen zien! Het liefst zou hij hard gaan hollen.
Het pad gaat over in rul zand. Helmgras kietelt tegen zijn benen. ‘Kom,’ moedigt papa hem aan, ‘je bent er bijna!’
Opgetogen pakt zijn vader zijn handen vast en legt ze tegen een warme, ruwe rots. ‘Dit is een rotstekening van het zonnestelsel in het jaar 2000, en hier in het midden – waar je een bobbel voelt – is de zon.’
Terwijl hij nog hijgt van de inspanning, volgen zijn vingertoppen aandachtig de zon en de groeven in de rots. Zijn hart gaat er sneller van kloppen. Deze groeven maken voor hem een hemelsbreed verschil. Niet alleen leren ze hem iets over de baan van de planeten om de zon, maar ze leren hem ook iets over hemzelf.
Van opluchting slaakt hij een diepe zucht. Met zijn hoofd omhoog naar de warmte van de zon, en de zoute zeelucht in zijn neus, lacht hij een stralende lach. Ineens ziet hij niet meer op tegen zijn nieuwe school met dat hele moeilijke vak. Nee, hij kan alleen nog maar uitkijken naar de lessen in dat o zo ingewikkelde geheimschrift dat braille heet.