Koolmonoxidevergiftiging

Keek op de week (19)

Daar is-ie dan: “Ik hou van je” in het Fins.

Heb vit D tekort. Kreeg gezond en 100% natuurlijk supplement voorgeschreven.
Zei: ‘Als het van levertraan uit walvis afkomstig is, hoef ik het niet.’
Gefronste wenkbrauwen. ‘Ook niet tbv gezondheid?’
‘Nee. Is tegen m’n principe.’
Geroffel op toetsenbord… ‘Google zegt dat het niet van walvis is.’
‘Kijken?’
Slik nu kabeljauw.

Roos ingeburgerd in Kuopio. Spreekt aardig woordje Fins (had 9 voor tentamen,) gaat naar sauna en eet rendiervlees tijdens lunch op uni. Kortom: geen allochtoon meer. Uitdaging té groot om woord niet te gebruiken.
‘Het is winter!’ joelt ze per app. ‘Bergen sneeuw en overdag -11. Vanmiddag sleeën.’
‘Nog geen code rood?’
‘Haha, doen ze hier niet aan! Kom niet meer fietsend heuvel op en is om 15.45 uur al donker,’ klaagt ze.
‘Niet aanstellen. Hollandse meid!’

Lag ’s nachts half vier wakker. Verveelde me te pletter. Zette slaap wakker-app uit op telefoon, sloop uit bed en keek naar NOS. Splendid nieuws: Hillary ruime voorsprong; Bill zou first gentleman worden.
Terug naar bed, dommelde weg, weer wakker, opstaan, ontbijten…nam hap en keek op telefoon. Verslikte me. Hersenen konden het niet verwerken.
Creep mag dan gewonnen hebben, blijft een loser.

Help Roos de winter door! Weer overlevingspakket gemaakt.
Bood het Joris aan. ‘Verstuur jij het deze keer via zaak of DHL?’ Wist al wat hij ging zeggen.
‘Voel eens aan je voorhoofd. Regel dat maar lekker zelf.’
‘Laat jij dan vanavond de hond uit?’ vroeg ik liefjes
Man knikte welwillend. Logisch: hij laat ’s avonds altijd hond uit.

Man liep bij nieuwe buren langs. Mocht ook binnen komen.
Buurman vertelde dat vrouw op zolder aan het klussen was en onwel werd. Snelde naar haar toe, werd zelf ook naar maar sleepte haar desondanks mee naar beneden. Liet meteen installatiebedrijf komen. Wat bleek? Ketel lekte koolmonoxide.
Joris zei: ‘Gaat gelukkig goed met allebei.’
‘Wat erg. Moet er niet aan denken dat ze alleen was.’
‘Ook typisch,’ zei Man. ‘Heb net twee O2-melders gekocht. Buurman zei: je moet ze laag hangen.’

Sint is weer in het land. Ga vanavond schoen zetten! Hoop dat Zwarte Piet er iets instopt. Vrees het ergste. Ben stout geweest volgens Joris.
‘Wees blij als schoen er volgende ochtend nog staat en Rosa ‘m niet heeft opgevreten,’ zei hij. Man lag slap van lach. Apart soort humor…

Nadeel van In.nerlijke Reis: borrelt van alles (van vroeger) omhoog. Alles wat ik deskundig diep heb weggestopt. Is kut. Opborrelen duurt meestal een jaar. Heb iets om naar uit te kijken.
Denk toch dat 2017 mijn jaar wordt.

Toeval bestaat niet. Had dip-dag en kreeg prompt kaart van Vriendin.
‘Als we later groot zijn, zullen we dan net doen als de meisjes op de voorkant van de kaart? schreef ze.
Zie ons al zitten.

 

Fien

Een man met de omvang van een binnenvaartschip komt ontspannen aanfietsen. Vlak bij Rosa en mij stopt hij, gespt de hondenriem los en zegt tegen zijn hond: ‘Zo Fien, ga maar lekker spelen.’
Zijn hond – een Briard – is een buitensporig opgetogen beest. Ze is blond, langharig, heeft aaibaarheidsfactor 80, en ze wervelt en bruist.
Helaas wil Rosa niet spelen. Ze heeft een bál, staat naast een slóót en daar komt alleen een eend tussen.

Teleurgesteld stapt de man weer op zijn kolossale fiets, maakt net vaart als Rosa haar bal laat vallen. Beide honden vliegen eropaf en wringen zich in bochten om bij de bal te komen. Ze rennen onbesuisd voor de fiets langs en om de dieren te ontwijken, geeft de bestuurder een ruk aan het stuur en rijdt recht op de sloot af.

Er is geen bedenktijd.

Ik laat m’n jas en werpstok vallen, grijp de bagagedrager en ga er met mijn volle gewicht aan hangen. Het voorwiel belandt in de sloot; daarna blijft de fiets op een trapper in de berm hangen. De man maait tevergeefs met zijn voeten naar houvast en valt uiteindelijk met fiets en al schuin op de grond. Terwijl hij overeind krabbelt, kleuren zijn witte wangen vuurrood en stamelt hij: ‘Dat scheelde maar weinig. Ik ga er maar eens vandoor.’
Fien zet de achtervolging in.

Rosa kijkt me aan: Baas, komt er nog wat van? Ik zit hier al anderhalf uur met die bal in m’n bek. Zeg “los” en geef dat ding een loeier.
Ik ken mijn plaats, voldoe aan haar wens en de bal patst in de sloot.
Alsof het een startschot is, draait Fien zich om, holt richting Rosa en springt achter haar aan de plomp in.
Onder het kroos en de drek klauteren ze allebei weer op de kant.
Uit Fiens lange haren druipt van alle kanten kroos en modder. En ze ziet zwárt…
Het is erg, het is vreselijk, maar ik kan mijn lach niet beheersen.

Aan de blik op het gezicht van de eigenaar zie ik wat hij zal gaan zeggen. Zijn stem slaat erbij over: ‘O. Mijn. God. Hoe krijg ik dat beest schoon?’
‘Eerst schoonspoelen in de grote sloot naast het voetbalveld,’ tip ik hem, ‘en daarna met de tuinslang en groene zeep.’
‘Groene zeep?’ herhaalt de man.
‘Ja. Driehoek groene vloeibare zeep.’
De man knikt en herhaalt als een mantra: ‘Driehoek groene vloeibare zeep. Driehoek groene vloei…’

Terwijl haar baas vertrekt, blijft Fien nog even staan. Haar ogen fonkelen van hartstocht, alsof haar intuïtie zegt dat het goed was.

Toveren

‘Wat is je vraag voor deze In.nerlijke Reis?’ vraagt Tanja, de natuurgeneeskundig therapeute.
‘Waarom ik bij het inslapen hevige stuipen heb,’ zeg ik. ‘De medicijnen van de neuroloog helpen niet meer; ik ben ten einde raad…’ 

(Voor de niet-ingewijden. Uit mei 2016: Drama)

‘Voel je je onveilig in huis? Ben je bang ik het donker?’ wil ze weten.
Ik schud nee.
‘Ik denk dat het met weerstand te maken heeft,’ zegt ze. ‘Jouw hoofd is te sterk. Je zit erg in je mentale weerbaarheid.
Nou, daar is geen woord Spaans bij.
‘Wil je nog koffie of thee?’
Nee, ik wil korte metten. Deze solo-expeditie in het arctisch gebied knelt als een kei in mijn schoen, dus kom maar op met die in.nerlijke geit.

Tanja zet een doos tissues bij me neer voor het geval mijn traanbuizen gaan jeuken.
Ik háát tissues.

De Reis is een soort geleide meditatie: ogen sluiten, lichaam ontspannen en een trap met tien treden afdalen.
‘Waar sta je?’
‘Ik sta buiten.’ Logisch, daar ben ik het liefst.
‘Kies maar een vervoermiddel en een bestemming.’
Een zijspan lijkt me wel leuk en ik wil graag naar het strand.

‘Waarom wil je naar het strand?’ vraagt Tanja.
‘Ik wil mijn tranen naar de zee dragen.’ Ik hoor het mezelf zeggen en schrik ervan. Mijn tweede gedachte is: daar zit een verhaal in (-:
‘Probeer niet te denken,’ adviseert ze, ‘blijf bij je gevoel.’
Ik loop over het strand tot ik met mijn voeten in het water sta.
‘Wat wil je doen in zee?’
Dat is me een raadsel.
‘Als de zee kon praten, wat zou-ie dan zeggen?’
‘Kom maar,’ zeg ik. Hoe weet ik dat nou weer?
Dat “kom maar” klonk anders best vriendelijk. Als die grote, machtige zee mijn vriend is, wie is dan tegen mij? De kust is – zeg maar – veilig.

Ik ga steeds dieper de zee in, totdat ik koppeltje duikel en me naar beneden laat zakken. Het water is helder en glad. Horizontaal dobber ik boven de bodem. Er breekt een koortsachtig verlangen naar rust in me uit en hier is het! Mijn schedel stroomt leeg. Complete stilte, nergens ruis in mijn hoofd; een ultieme rust.
‘Is het fijn daar beneden?’ vraagt de therapeute.
O ja, zij is er ook nog.
‘Ik wil hier wel blijven,’ zeg ik.
‘Denk je dat je daar kunt slapen?’
‘Ja, dat denk ik wel.’

Terug op het strand sta ik op een harde, zwarte steen. Ik probeer op het zachte zand te stappen maar dat lukt niet.
‘Wat is die steen?’ vraagt Tanja.
‘Weerstand,’ zeg ik. Zo langzamerhand kijk ik nergens meer van op.
‘Waarom zit die weerstand daar?’
‘Omdat-ie m’n vriend was. Ik had ‘m nodig om te overleven.’
‘Heb je ‘m nu nog nodig?’
Ik schud m’n hoofd.
‘Bedank de weerstand dat hij je vriend was en zeg dat hij kan ophoepelen.’

Zonlicht schijnt door mijn kruin naar binnen en vult mijn lijf.
Ineens komen er tranen als een vloedgolf over me heen.
‘Maak het groter,’ zegt Tanja en frommelt tissues in mijn handen.
Huilen doe ik altijd als ik alleen ben en het liefst met de stofzuiger aan; vandaag laat het zich niet regisseren. Tanja blijft me tissues geven.
‘Laat de regie los,’ moedigt ze me aan. ‘Geef je over, dan komt er ruimte voor in de plaats.’
Ze kleedt het leuk in. Het verdriet komt en gaat in golven. ‘Geef me heel de doos maar,’ zeg ik. Wat maat het uit? Mijn gezicht ziet er toch al uit als een afdruiprek.

Het laatste restje zwart verdwijnt. Ik word rustiger en haal onbeschaamd mijn neus op.
‘Hoe voelt het?’ vraagt Tanja.
‘Opgeruimd,’ zeg ik naar waarheid. En dan mag ik mijn ogen weer open doen.

Sinds de Reis heb ik voor het inslapen geen heftige schokken meer gehad. Geen als in: nul komma nul. Het voelt als toveren: slapen is niet langer een onmogelijke droom.
Stel dat ze na het slaaponderzoek in het ziekenhuis nog iets aan het gebrek aan een fatsoenlijke REM-slaap kunnen doen, den ben ik een gelukkig mens.

Allemaal beestjes

Keek op de week (17)

Koud drie dagen na onze trouwdag leek huwelijkscrisis nabij.
Sinds ik gestopt ben met consumeren van suiker haal ik menig koolhydraat uit groente/salade. Joris observeerde hoe ik spinazie at en zei: ‘Je lijkt wel een geit!’
Je. Lijkt. Wel. Een. Geit!
Dat zeg je toch niet tegen je vrouw?
Zie – na enig denkwerk – voordeel van opmerking in: kan ‘m tegen hem gebruiken.

Het sneeuwt!
In Finland.
En flink ook. ‘Leven gaat door alsof er niets aan de hand is,’ appt Roos.
Lijkt me heerlijk: wonen in land zonder codes geel/oranje/rood of bemoeienis van overheid  hoe sukkelige burger moet omgaan met “tegenslag.”

Kind heeft warm gevoel want is geslaagd voor tentamen Fins. Wéér een taal(tje) erbij. Nummer zeven. Voel me als ouder wel steeds dommer worden.

Kwam onderweg egeltje tegen. Beest was levensmoe want slingerde sloom langs provinciale weg. Zette auto in berm en pakte het voorzichtig (au!) op. Legde het een eind aan de overkant van een sloot in de bosjes. Egel rolde zich op tot balletje, daarna op de zij en toen op rug. Kon z’n koppie zien. Maakte vliegensvlug foto en rolde ‘m terug.
’s Avonds wezen kijken: egel was weg. Had anders kattenvoer gekocht en ‘m naar opvang gebracht.

Las waargebeurd grapje op internet.
Moeder vertelt: “De deurbel gaat, ik zit in bad. Mijn zoon rent naar de gang (hij mag de voordeur niet openmaken i.v.m. de hond). Ik hoor hem door de brievenbus naar buiten gillen: ‘Mijn moeder zit te poepen, over een halfuur is ze klaar!’ Even later rent hij de badkamer in en zegt op een fluistertoon: ‘Ik heb maar niet gezegd dat je in je blootje in bad zat.”

Kwam oude zwart-wit foto’s tegen van toen we nog in Rotterdam woonden. Ging vaak met favoriete nicht naar Diergaarde Blijdorp. Daar kon je overdag het donkere verblijf van vleermuizen in die omgekeerd aan een stok hingen, of los rondvlogen. Dames die dat niet wisten, renden hysterisch naar buiten. Bewaar daar goede herinneringen aan.

Was prachtig zonnige herfstweer. Man, Rosa en ik reden met auto naar nabijgelegen natuurgebied. Vrijbuiterden rond in de zon. Onze billen raakten net een bankje of we werden belaagd door zwermen lieveheersbeestjes. Zaten in mum van tijd overal: achter brillenglazen, op onze broek, trui, schoen, haar, wang…En je wilt ze niet pletten, hè?
Stapten snel op.
Hádden we maar wat langer gezeten.
Deelden flesje water.
Waren we maar zuiniger geweest.
Terug bij auto: schoenen omwisselen, jas uit en achterklep dicht.
En toen…naar huis lopen want autosleutel zat in jaszak.
Zon scheen. Koeien liepen buiten. Hoorden en zagen buizerds. Ganzen verzamelden zich voor reis naar zuiden. Prijs je rijk!

Hooligan

Vergeleken met Saar is de doorsnee rebelse voetbalsupporter een watje. Ons Franse hangoorkonijn heeft het formaat van een uit de kluiten gewassen kat en beschikt van nature over asociale vaardigheden. Ze loopt los en is zindelijk, en daar houdt elk compliment op.

Heeft ze weer een dag dat ze zwanger is van irritatie, dan springt ze op de lage tafel. Alles wat erop staat, moet het ontgelden. Met haar tanden sleurt ze de onderzetters uit de houder en smijt ze achteloos rond, en sodemietert de houder erachteraan. Met haar achterpoten.
Bloemen neerzetten? Kansloze missie. Ze verorbert de bloemen en laat de stelen staan.

Planten in de vensterbank? Ze vreet ze kaal, of trekt ze er af en gaat er bovenop zitten.

Bij het stofzuigen moet ze in haar hok anders hangt ze in het snoer. De klep van haar hok wel met extra ijzerdraad vastzetten anders bevrijdt ze zich in een oogwenk.

Slecht gedrag afleren door middel van een douchebeurt met de plantenspuit doorstaat ze met verve. Met een volstrekt stoïcijns smoelwerk kijkt ze me verwijtende aan: baas, is dat je dank omdat ik zoveel van je houd?

Ook bij konijnen gaat de liefde door de maag.
Open ik de koelkast, gaat Saartje op haar achterpoten staan en probeert in de groentelade te springen. Een achtenswaardige prestatie want onder de koelkast staat een vriezer met drie laden.
Ze bedelt om droog brood dat op de keukenkachel ligt.
’s Ochtends ben ik haar gedienstige lakei die groente op een schoteltje presenteert. Is alles op? Dan krijgt het serviesstuk een jetser met haar achterpoten.

Is haar etensbak leeg dan wil madam nu, meteen, direct, onmiddellijk op de wenkbrauwen bediend worden anders laat ze haar etensbak alle plinten van de kamer zien.
Water drinken doet ze bij voorkeur tijdens het journaal waarbij ze meer herrie produceert dan een laag overvliegende JSF.
Ze komt in volle galop aansnellen zodra de kastdeur opengaat want dáár staat de voorraad knaagdierpatatjes.
Zijn de wekelijkse boodschappen gehaald, nog voor de kratten de grond raken, zit ze er bovenop in de hoop een versnapering aan te treffen.

Wil ik haar gelukkig zien, geef ik haar een klokhuis. Op een stil plekje vreet ze ‘m op – ook de steel en pitjes – waarbij het kwijl uit haar bakkes druipt. Haar goede manieren compenseren het: ze likt de gemorste druppels op en veegt de vloer schoon met haar bef. Per ongeluk, omdat ze er bovenop gaat liggen, maar toch…

Maar roep ik Saartje en behaagt het hare majesteit, dan komt ze, duwt haar koppie in mijn hand en maakt knabbelgeluidjes van welbehagen.

Wat zou het leven zonder onze vandaal saai zijn!  

Heb jij een huisdier?