Hitsige hond

(Keek op de week 16)

Roos had fantastische tijd in Sint-Petersburg. Hotel was picobello, eten overvloedig en uitstapjes top. (Edoch, geen wifi aan boord van bus en boot. Arm wicht.) Kind stuurde foto’s. Wilde blauw paleis met riante tuin voor me kopen. Helaas: staat in achtertuin van schurk.

Jasses. Zag dode poes met halsband en kokertje liggen. Vliegen kwamen uit de neus; kreeg er rillingen van. Schroefde gegevens uit kokertje en toetste telefoonnummer in.
‘Met Sanne.’
‘Dag Sanne. Ben je je lapjespoes kwijt?’
‘Jaaaah…’ zei ze langzaam. ‘Is dat goed of slecht nieuws?’
‘Slecht. Ze ligt langs de weg.’
Stilte.
‘Waar? Ik wil haar begraven in de tuin.’
‘Het is een rare straatnaam, zonder bordjes en ik weet geen postcode.’
Sanne noteerde: ’t Smalle Kampje.
‘Een weg met weinig huizen. Ik bind blauwe boterhamzakjes om de paal waar ze ligt.’
‘Ze heet Minoes. Heette…Bedankt.’ Woorden gingen over in gesnik.

Ernstig ongeval gebeurd met souvenir dat Roos speciaal voor mij uit Estland meenam. Had verre reis gemaakt met boot, bus, vliegtuig en auto.
Lag stuk gebeten onder eettafel. Pakte wenend de stukjes op. Roos vergaarde het omdat het  “aan ons samen aan vroeger” deed denken.
Liet restanten zien en vroeg: ‘Wie heeft dit gedaan?’
Rosa en Saar deden wedstrijdje onschuldig kijken.
Snik. Had iets groots uit kleinood kunnen groeien: een Estlandse kastanjeboom.

Liet Rosa uit in polder. Achter me liep vrouw met herdershond. Hond holde naar mij en begon tegen m;n been te rijden. Riep: ‘Laag! Stop! Rot op!’ Nada.
‘Roep uw hond!’ riep ik naar eigenaar.
‘Waarom? Hij doet toch niets?’
Trof ik weer: vrouw met Oost-Indische vlek voor ogen.
Kreeg het lazarus van de hond. Duwde ‘m weg met voet. Noppes. Sloeg hard met m’n knokkels op z’n kop. Hebbes!
Beest bleef achter m’n kont lopen. Alsof er mergpijpen aan hingen.
Bij brug sloeg ik linksaf.
‘Wilt u mijn hond terugsturen?’ riep vrouw. Zij wilde kennelijk rechtsaf.
Riep: ‘Waarom? Hij doet toch niets?’
Vrouw moest hollen. Rook sloeg van haar af. Zei: ‘Ben niet over uw gedrag te spreken.’
Had zin olie op uitslaande brand te gooien door haar vieze, walgelijke, onopgevoede smerige keeshond te noemen, maar steek geen energie meer in negatieve mensen.
‘Dan zwijgt u er toch over?’ zei ik liefjes.
Mokkend begon vrouw aan terugtocht.

Man heeft eenzijdig geheugen voor cijfers. Bankrekeningnummers, bedragen, codes, rentepercentages…geen centje pijn.
Privédata? Ho maar.
Wilde heus bloemen voor trouwdag. Gaf veelzijdige steken. Is makkelijk want ik drink brandnetelthee. Was ik Joris, had ik geen bloem gekocht. Hoogstens stronk boerenkool.  Hij dus wel. Man is flexibel als elastiekje. Houd ‘m weer jaar langer.

Kaarten van Roos geven inkijkje over opvoeding. Heb volgens haar in categorie #mama-uitspraken alles minstens 100 x gezegd. Ben dus haperende grammofoonplaat.
Nog 111 dagen: ‘Doe je jas aan!’
98: ‘Omdat ik het zeg.’
88: ‘En mag Suzanne ook?’
84: ‘Heb je geen zin, dan maak je maar zin.’
78: ‘Dat doe je later maar als je op jezelf woont.’
73: ‘Kijken doe je met je ogen, niet met je handen.’
68: ‘En hoe staat het met je huiswerk?’
61: ‘Als je nu niet stopt met zeuren, krijg je morgen helemaal niets.’
Meest geuite zal nog komen: ‘Nee is nee.’

Kind heeft met vriendinnen herfstbladerengevecht gehouden.

Buufmoeder

‘Ha Mirjam!’
Dag Buurmoeder!’
‘Pffft, eerst liep ik te rennen bij de boodschappen. Nu is het een moment voor mezelf.’
‘Zullen we een bakkie doen? Haal ik de koffie, gaat u zitten.’
‘Maar dat staat zo gek.’
‘Nou en? Bedenk eens hoe trots C. op u zal zijn als ze het hoort. Zwart of met melk? Suiker?’
Ze zegt: ‘Je hebt gelijk. Alles erin, graag.’

We zitten. Het wiebelt enorm maar zolang we niet bewegen gaat het goed.
‘Ik zou niet zeggen dat u al 94 bent,’ zeg ik.
Buufmoeder krijgt een rolling van de lach.
‘Godfried van Bouillon! Je lijkt m’n dochter wel.’ Dan bekent ze: ‘Ik word zo moe van m’n man. Fijn dat-ie opknapt, maar heel de dag verpleegster spelen… bleh. Nou ja, ander onderwerp. Weet jij iets?’

‘C.’s blauwe keuken ligt op straat,’ zeg ik. ‘Mensen hebben vandaag de dag geen smaak meer, hè?’
‘Zijn de nieuwe buren aardig,’ informeert ze. Haar ogen dagen me uit: durf eens ja te zeggen.
‘Die vrouw is een giechel!’
‘Oh ja?’
‘Voila, de eerste roddel.’
We schateren.

‘Iedere keer als ik de voordeur hoor, denk ik dat Vriendin thuiskomt,’ klaag ik, ‘maar ja, voor het aanzien van de buurt is het beter dat C. verhuisd is.’
Buufmoeder schudt zo hard van het lachen dat ik haar koffiebeker noodgedwongen op de grond zet. ‘Wat ben jij slecht,’ zegt ze waarderend. Dan, zachter: ‘Ziet je het? Dat mensen een vreemde blik op ons werpen?’
‘Zolang het een leeg blik is, geeft het niet,’ stel ik haar gerust.

Snel stoot ze me aan. ‘Niks zeggen, daar heb je Thea.’
WTF is Thea? Buufmoeder kijkt naar links; ik naar rechts. Een vrouw duwt een winkelwagen voort terwijl haar lippen onophoudelijk murmelen. Met haar ogen op het schap gevulde koeken, loopt ze ons straal voorbij.
Naast me hoor ik een opgeluchte zucht. ‘Ze wil altijd het naadje van de kous weten. En maar kletsen…
We praten over hoe het C. en Roos vergaat.

‘Goh,’ zegt ze dan, ‘mijn man zal wel denken: waar blijft ze?’
‘Geef mij de schuld. Ik kwam Mirjam tegen en móest koffie drinken.
‘En dan zegt mijn man: C. is natuurlijk niet voor niets verhuisd.’

Als we zijn uit gegiecheld, vraagt ze: ‘Heb jij ergens een plant gezien die koffie lust?’
Ik denk na. Dat valt niet mee. ‘De tuinkruiden!’ weet ik ineens.
Buufmoeder geeft me haar handen en ik help haar overeind.
Koffie drinken in de kinderhoek bij Albert Heijn gaat je niet in je koude kleren zitten.

Ek het jou lief

Keek op de week (15)

Straat verderop woont stel geoefende geraniumstaarders. Ze bewaken gemeentegras met klein, zelf gemaakt bordje: hondenpoep(en) verboden. Bij elke passerende hond veert echtpaar overeind uit luie stoel.
Mijn reeds lang gekoesterde wens werd vervuld: Rosa poepte pal naast bordje.
Deed stap opzij zodat bewoners goed zicht had want Rosa verrichtte meesterwerk.
‘Wat deed je daarna?’ vroeg Joris.
‘Zoals altijd: drollen oprapen met plastic zakje en dichtbinden,’ zei ik. ‘En daarna bij geraniumstaarders door brievenbus gegooid.’
Man lachte hard terwijl hij nee schudde.
Gelooft me ook nooit.

Droomde vlak voor In.nerlijke Reis over herinnering aan feestavond van Tourclub de Waardrenner. Er trad hypnotiseur op die vrijwilligers vroeg. Wees mij aan.
Ging zitten op stoel in kring met zeven anderen. Moesten naar hypnotiseurs slingerende horloge kijken en naar zijn stem luisteren. Keek langs horloge, blokte stem en zei in mezelf: ik ga niet onder hypnose, ik ga niet…
Hypnose lukte niet. Mocht weer gaan zitten.
Werd blij wakker.

Ons dorp is nieuw nog in te wijden Cultuurhuis rijker. Vrijdag maakte drone erboven opnamen. Van woonboerderij met landgoed, moestuin en zwemvijver in Drenthe, dat snap ik, maar waarom van lomp, log en lelijk gebouw?
Ging ’s middags naar kapper. Toeval bestaat niet.
‘Kijk,’ zei bazin die in bestuurscommissie zit, ’een flyer van line-dancegroep in nieuw kostuum. Hebben Maxima gevraagd Cultuurhuis te openen.’
Bestudeerde flyer. Onderkaak viel op schoot. Zei daarna: ‘Hmmm.’ Durfde kapster niet aan te kijken. Hield het toen niet meer. Hing slap van lach in stoel. Hikte: ‘Dansen zo te zien drama.’

Lag ’s nachts wakker. Kreeg inval: was ik maar een hond! Wanneer Rosa bal in bek heeft en ik ‘Los!’ zeg, laat ze bal onmiddellijk vallen. Zó zou ik willen loslaten.’
‘Maar zou jij dat doen op commando?’ vroeg therapeut aan wie ik gedachte meedeelde.
Was retorische vraag.

Vertelde Joris kort hoe Reis ging.
‘Ik zat te veel in mijn hoofd. Ze zei: “Ga naar je gevoel.” Maar kan moeilijk bij gevoel. Voel dingen waar ik verdrietig van word, en van moet huilen, en heb hekel aan huilen want is controleverlies… Voel dus liever niets, maar wil toch leren voelen.’
‘Jij zit vreemd in elkaar,’ concludeerde Man.
‘Dat wist je toen we trouwden,’ protesteerde ik.
‘Is waar,’ beaamde hij. ‘Ben blij dat je niet-normale vrouw bent. Zou saai zijn.’
Knikte heftig ja.

Roos maakt dit weekend uitstapje naar Sint-Petersburg. Gaat naar museum, Hermitage, balletvoorstelling… Arme, arme student (kuch.)
Kreeg zowaar zonder vragen info over vordering studie: één vak is binnen met maximaal aantal punten. Hoezee!

Kaarten van Roos: #♥ I L Y:
Nog 115 dagen: Ik houd van je.
108: Ich liebe dich (Duits.)
97: Je t’aime (Frans.)
77: Ek het jou lief (Z-Afrikaans.)
67: Dir elkser jeg (Deens.)

Gelikt

‘Bent u bekend met de nieuwe kleuren van onze herfstlijn?’ Terwijl de vrouw me de vraag stelt, slaat ze een geroutineerde blik op mijn handen.
Ze ziet mijn kale nagels, en zegt: ‘Een beetje kleur doet wonderen, mevrouw.’
Ik bedank haar vriendelijk en wil doorlopen.
‘Ik verkoop overal een passende kleur lipstick bij,’ vervolgt de dame.
De laatste keer dat ik lipstick droeg, is bijna 24 jaar geleden. ‘Nee, dank u,’ zeg ik beleef.
‘Ik kan bijvoorbeeld alleen uw pink lakken?’ stelt ze voor.
Is ze onbekend met de betekenis van het woord nee? Stotter ik of zo? Zwijgend kijk ik de vrouw aan.
‘Ik zie het,’ zegt ze met een zuinig mondje, ‘u houdt niet van nagellak.’

Onmiddellijk trek  ik m’n korte laars en sok uit en houd m’n voet ter bezichtiging omhoog. De vrouw boft, ik heb ‘m met Goede Vrijdag nog gewassen.
Uit beleefdheid permitteert de vrouw zich een zijdelingse blik op m’n teennagels te werpen edoch haar ogen blijven er gefascineerd aan hangen. Ze lijkt te overwegen of ze zal flauwvallen.
‘Zo,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Heeft u dat zelf gedaan?’ De intonatie van haar stem verraadt dat ze mij daartoe niet in staat acht. In plaats van me gegriefd te voelen, bloei ik op.
‘Heeft mijn dochter gedaan,’ zeg ik.
Ze aarzelt, kijkt van mijn teennagels weer naar mij, en vraagt dan: ‘Hoe maakt ze die mooie ronde stippen?’
‘Het geheim van de smid,’ lach ik.

Onze ogen taxeren elkaar.
Ik zal haar niet langer in spanning houden.
‘Ze prikt een kopspeld op een kurk, doet wat druppels nagellak op een stukje aluminiumfolie en dipt daar de speld in.’
Gebiologeerd blijft ze maar naar mijn tenen kijken. Dat heeft mijn man in jaren niet meer gedaan.

Terwijl ik m’n attributen weer aantrek, schiet me een artikel uit een tijdschrift te binnen.
‘Heeft u weleens van eetbare nagellak gehoord?’ vraag ik.
‘Ja,’ zegt ze met een gezicht van: gekker moet het niet worden.
Zijn we het zowaar eens! Ik vind haar plots een stuk aardiger, schiet in de lach en de vrouw lacht terug. De lach staat haar goed.

‘U mag mijn nagels wel lakken,’ flap ik eruit, ‘maar dan wel elke vinger een andere kleur.’ Terwijl ik het voorstel, hoor ik hoe achterlijk het klinkt.
Ze verrast me met haar schaterlach. ‘Welke kleuren wilt u?’
‘Maakt niet uit, als ze maar vloeken.’

Vijf minuten later loop ik gelikt de deur uit.

Innerlijke geit

Keek op de week (14)

Stond in dierenwinkel en was onderweg naar uitgaan. Stapten zes personen binnen. Eén man graaide meteen met hand in bak met cavia’s.
‘Meneer, wilt u onmiddellijk uw hand uit de kooi halen!’ riep verkoopster streng.
‘Magge IK dat niet?’ vroeg man ongelovig. Hij mopperde in andere taal tegen familie.
‘Zou ik er even langs mogen?’ vroeg ik beleefd. Man keek me recht aan en bleef staan.
‘Mag ik er langs!’ dronk ik aan. Kerel verzette geen stap.
‘Oppassen,’ wees ik dreigend met vinger naar Rosa, ‘deze hond bijt.’
Hopla, heel de familie stoof opzij.
Sorry Rosa, dat ik je reputatie bezoedeld heb. En nog wel op Dierendag.

Man was lyrisch over bezoek Finland, en Roos sprong recht in z’n armen toen ze ‘m zag. Stookten samen fikkie in bos, dwaalden door stad en haven, en lachten hard om elkaars flauwe grappen. Zondagochtend fietste Roos naar Joris’ hotel om samen te ontbijten. Weekend had best paar dagen langer mogen duren.
Joris heeft niet het Noorderlicht gezien, maar wel hét licht. Stuurde mij kaart. Met tekst! Ben verrassing nog niet te boven.

Vriendin speelt mondharmonica. Ze blaast in- en uitademend op dezelfde plaats.
‘Klinkt erbarmelijk,’ is mijn commentaar.
‘Mag jij vinden,’ zegt ze tolerant. ‘Kan jij het beter dan?’
Ik neem blaasinstrument van haar over en speel wijsje. Klinkt loepzuiver. Ineens begint ze tegen mijn schouder te duwen. Ik schud haar hand weg, maar duwen gaat door.
‘Wordt eens wakker!’ roept Man.
‘Wat? Waarom?’
‘Je ligt weer te dromen. Je klonk als balkende ezel.’
‘En dat mag niet?’
‘Liever niet ’s nachts.’ Man draaide zich met zucht van me af.

Via de app “Aurora” kan Roos zien hoe groot kans is om Noorderlicht in haar omgeving te zien. Als app hoog percentage aangeeft, raken alle uitwisselingsstudenten in rep en roer en lopen massaal naar uitkijktoren achter in wijk om spektakel te zien.

Ga komende week In.nerlijke Reis maken bij natuurgeneeskundig therapeute. Daarbij “reset” je gebeurtenissen die op je harde schijf staan opgeslagen. Zoiets. Word al ziek/zwak/misselijk bij gedachte.
Eerste sessie mislukte omdat ik controle niet kon loslaten. Is geen dingetje maar DING.
‘Kan het ook onder narcose?’ vroeg ik aan therapeute bij tweede Reis.
Deze domme vraag had ze nog niet eerder gehoord.
‘Het gaat juist om je gevóel,’ legde ze uit.
Heb hekel aan voelen…
Reis hoort bij behandelplan van kPNI. Sinds ik dat volg, ga ik langzaam vooruit. Heb wat meer energie. Dus vooruit met die innerlijke geit!