Alfredo!

Te midden van auto’s, fietsen, scooters en een tractor met oplegger, staat een camper met zeven kinderen. Plus nog een baby op moeders arm, maakt acht. De kinderen variëren in leeftijd van – zeg – drie tot acht jaar, en het zijn stuk voor stuk stuiterballen.
Moeder draagt een fleurig sjaaltje waar bruine krullen onder vandaan wippen. In onvermoeibaar Italiaans roept ze aanwijzingen naar haar koters. Om een mij onduidelijke reden moeten ze zelfstandig de pont op lopen.
Ik zou ze in de rijdende kubus smijten, maar ik heb slechts één kind en ben geen ervaringsdeskundige.
Langzaam stroomt de pont vol en vertrekt.

Als je tussen de trekker met oplegger door loert, kun je de Italiaantjes over de reling zien hangen. Allemaal keurig op een rijtje. Vader hangt uit het raam om de overtocht te betalen. Hij wijst naar de reling: zeven kinderen.
Zes, gebaart de kaartenverkoper.
Nee zeven, bemoeit moeder zich ermee.
Zes, houdt de pontmedewerker vol.

Moeder kijkt, telt, schrikt en roept: ‘Alfredo! Alfredo!’
Grote commotie alom. Nergens een jongetje dat reageert op deze naam.
Vader en moeder roepen nu tweestemmig.
De koele wind die zojuist nog over de Lek blies, is verdwenen.
Vader stapt uit en beert tussen de auto’s door. Hij komt terug bij zijn vrouw en schudt zijn hoofd.
Moeder zet het op een gillen. Geschrokken van het geschreeuw, begint de baby te huilen.

Omstanders die het tafereel gevolgd hebben, turen unaniem naar een eenzaam jongetje op de kade. Er staat echter alweer zoveel verkeer voor de volgende overtocht te wachten, dat een klein kind zo een, twee, drie niet opvalt.
De pont is aan de overkant en het verkeer komt weer tot leven.
Voor de Italiaanse familie zit er maar één ding op: mee terugvaren en Alfredo oppikken.

‘Is Alfredo nog herenigd met zijn familie?’ vraag ik op mijn terugtocht aan een pontmedewerkster.
Ze knikt. Haar collega heeft na de vermissing de schipper ingelicht en die heeft de kerk aan de overkant (pal naast de aanlegsteiger, red.) gebeld. Er is een vrijwilliger geronseld om Alfredo te zoeken, zijn hand vast te pakken en niet meer los te laten. Toen de vader zijn zoontje zag, verkocht-ie ‘m eerst een hijs en drukte hem daarna zo stijf tegen zijn harige borst dat het kind bijna gesmoord werd.
Het zal je kind maar wezen…

Gespikkelde beren

Keek op de Week (10)

‘Kom eens,’ gebaarde Man.
Voor verandering gehoorzaamde ik.
Hij wees blijmoedig naar laptop. ‘Wat vind je er van?’
Keek en zag fietsen waar degelijkheid vanaf druipt. Zei: ‘Nah.’
‘Een elektrische fiets dan?’
‘Voor mij pas elektrische ondersteuning als ik kunstgebit heb en met stok loop. Wil geen nieuwe, wil dat ouwe barrel wordt opgeknapt.’
‘Via zaak krijg ik 50% korting op deze fietsen!’ priemde Man met vinger.
‘Ja, op wát voor fietsen: gewoon stuur, dik frame en dikke banden.’
Man noemde tekortkomingen van barrel op.
‘Passen fiets en ik goed bij elkaar,’ vatte ik gesprek koeltjes samen.

Roos’ studie is begonnen. Was eerste half uur van eerste college alleen lichamelijk aanwezig. Moest prioriteit stellen: inschrijving voor reis naar Lapland startte (met o.a. huskytocht.)
Dag erna zelfde verhaal voor reis St. Petersburg. Beide plaats voor max. 50 personen. Roos zit erbij. Girls just wanna have fun!

‘Heb nieuwe buurman gezien,’ vertelde Man opgewekt.
Vroeg me af of blijdschap wederzijds  was maar hield wijselijk m’n mond.
‘Ze gaan niet rigoureus verbouwen, alleen de keuken gaat eruit.’
‘Wát! Vriendins blauwe hoogglanskeuken? Mijn natte droom!’
‘Niet iedereen houdt van blauw,’ zei Joris laconiek.
Buren en ik worden geen vrienden. Voel het aan m’n blauwe water.

Gingen stuk fietsen. Ik op ouwe barrel dus. Kwamen langs water waar boerin met tractor sloot aan uitbaggeren was. Joekels van vissen werden opgeslurpt en op weiland uitgespuugd. Meeuwen waren er als de kippen bij. Ooievaars ook.
Maakte foto en stapten weer op. Helaas stond – harde! – wind onze kant op. Welriekend en als gespikkelde beren kwamen we thuis. Mazzel dat Roos er niet was: hadden ons beslist moeten identificeren.

Werd midden in nacht wakker. Ging rechtop zitten en vroeg zei tegen Man: ‘Wil je met me trouwen?’
Geen antwoord.
‘Wil. Je. Met. Me. Trouwen?’
‘Zijn al getrouwd,’ mompelde Joris geïrriteerd.
Dacht: o ja. Ging weer liggen en sliep verder.
Vreemde slaappil van neuroloog.

Roos weet wel vragen te verzinnen. Als ik alles beantwoord heb, zou psycholoog daar aardig profiel van kunnen maken.
Van leukste en moeilijkste vragen maak ik apart blog. Prijs: verrassingspakket met o.a. souvenir uit Finland. Nee, geen rendier. Die mag niet mee in vliegtuig.
Wist antwoord op vraag 113 (zie foto) onmiddellijk.

Een vleugje lavendel

Keek op de Week (9)

Kreeg waanzinnig cadeau per post van Marlou. Fotoboek van Gijsbert Hanekroot van “David Bowie – The seventies.” Nog aan mij opgedragen en gsigneerd ook!
“Ik denk dat je er wel blij mee bent,” schrijft Blogvriendin op kaartje. Véél te bescheiden. Voel me euforisch!

Man rooide lavendelstruik. Is al zo oud. Lavendel bedoel ik; niet Man. Alhoewel…
Hij knipte alle toppen er uit en deed ze in potje.
‘Speciaal voor jou, schat. Omdat het zo lekker ruikt.’
Zette potje op tafeltje. Eind van de dag zaten er nog twee sprietjes in. Rest heeft Saar verorberd. Zou fijn zijn als haar kattenbak ook naar lavendel ruikt.

Roos heeft een familieblog en schrijft:
“Voor de taalfanaten onder ons:
Fins is wel een dingetje. Zelfs het Zweeds is beter te begrijpen en die taal spreek ik ook niet. Op verpakkingen lijkt het Zweeds nog het meest op het Nederlands. Op mijn shampoofles staat bijvoorbeeld in het Fins: “kaikille hiustyypeille päiviitäiseen pesuun”. Uhm wat? Alsof een kleuter op een toetsenbord een verhaal probeert te typen: echt geen touw aan vast te knopen!
In het Zweeds staat er wel iets begrijpelijks: “för alla hårtyper och daglig tvätt”. Daar kun je vrij gemakkelijk uithalen dat het voor alle haartypen is en dat je het dagelijks kunt gebruiken.
Kind heeft zich opgegeven voor taalcursus Fins. ‘Nou zal ik het leren ook!’ appte ze. ‘Ik krijg wel huiswerk )-: maar na afloop certificaat.’

Stond op pont naast onbekende vrouw.
‘Als mijn man zo’n T-shirt droeg, ging ik niet naast ‘m lopen,’ zei ze tegen me.
Ik volgde haar blik. Zag leuke blondine naast kinderwagen staan. Vrouw streek liefkozend kindje over hoofd. Man naast haar had stekeltjeskapsel en droeg zwart T-shirt met witte letters dat bierpens omspande. Tekst zei: “s.eks, f.ucks and rock & roll.”
‘Ga ik ook niet naast lopen,’ was ik met haar eens.
‘En als die man dat shirt nou al aan hep?’ bemoeide zeker heerschap zich ermee.
‘Binnenstebuiten aantrekken,’ antwoordde ik.
‘Meneer, dit is ongevraagde bemoeienis,’ zei vrouw naast me streng.
Man liep sociaal blauwtje en droop af. Mompelde iets over “vrouwen” en “laatste woord.”

Kwam nieuwe buurman tegen tijdens Rosa uitlaten. Des ochtends om zes uur.
(Man was vorige eigenaar van schoenenwinkel in dorp en blijkt eigenaar van twee honden.)
Heb heel goede eerste indruk gemaakt. Liep in huisbroek en T-shirt, ongetemd krulhaar en op flip flops.
Stelde me voor als toekomstige buurvrouw.
Man begon van schrik te stotteren. ‘U u u be be bedoelt aan de de de Fffffaunastraat?’
Ik knikte bevestigend. Had echt te doen met kerel.
Hij zei: ‘Keek erg naar verhuizing uit.’
Keek als in verleden tijd van: voordat ik jou tegen lijf liep.
Zal bij thuiskomst tegen vrouw gezegd hebben: ‘Wat een Tokkie. Wel opvoeding gehad maar er niets mee gedaan.’
Wijze man.

Ben aangenomen als gastblogster bij HoeVrouwenDenken. Liep heel de dag naast schoenen, wat zeer onpraktisch was bij Rosa uitlaten. Eerste column was nog niet geplaatst of had al onkostenpost gemaakt, kijk:

Wegwezen!

De dag begon stralend met vliegtuigstrepen in de lucht. Werd ik gisteren nog wakker met een donkerbruin gevoel, vanochtend vond ik het tijd Roos naar Schiphol te brengen. Ik had zó vaak het woord “Finland” gehoord…nu, hup, het land uit!

Roos had last van stress. Ze vreesde dat haar koffers te zwaar waren. ‘Zullen we ze nog  wegen?’ vroeg ze benauwd
‘Te laat,’ zei Joris. ‘Wilde je alles anders herpakken?’
Kind zweeg met een misprijzende frons.

Op Schiphol bleek het een hele klus om met een beladen kar mensen met een storende motoriek te ontwijken
Feilloos liep Roos naar de juiste incheckbalie. Had ze stiekem geoefend?
En wat liep ze toch te sjouwen met een klein papieren tasjes vol met…ja, met wat?…enveloppen? Ik wierp steelse blikken. Kind weerstond ze moeiteloos.

Daarna: koffie! We zagen joekels van appelpunten met echte slagroom. Kwijl liep over onze kin. Met plezier werkten we de versnapering weg. Speciaal voor ons klonk op de radio Madonna met “The power of goodbye.”
Af en toe vielen we stil, verzonken in gepeins. Nog een paar laatste foto’s…
Hierna kwam de aap uit de mouw: het tasje was voor mij.
‘120 enveloppen. Voor elke dag dat ik weg ben één,’ zei Roos. ‘Op iedere kaart staat een vraag en die mag jij beantwoorden. Dan ben ik toch een beetje bij.’ Streng vervolgde ze: ‘De eerste pas thuis openmaken!’
Ik viel stil. Waar héb ik het aan verdiend?

Toen was het zaak karakter te tonen. Ik had me voorgenomen mijn emoties neer te knuppelen, doch werd prompt overvallen door een droefenis met aanzwellende violen in d-mineur. Joris keek glazig en slikte. Ik haalde flink mijn neus op – very charming – nog een laatste blik op haar oogverblindende snoetje…en wég was ze.

Een paar honderd meter verder kon ik alweer voorzichtig lachen. Goddank: een spelfout.

Meer lichtpunten kon ik op dat moment niet bedenken.
Later wel. Man zei: ‘Ik heb een geruststellend bericht,’ en las hardop van zijn telefoon voor: ‘Op Lowland zijn 200 pinpassen gevonden plus diverse OV’s, portemonnees, sleutels en identiteitsbewijzen.’
Een fijne gedachte: waar Roos ook is, ze is in goed gezelschap.

Geluk

Keek op de week (7)

Roos wilde feestje.
‘Hebben m’n verjaardag niet gevierd,’ begon ze.
(Mijn schuld, vanwege drama.)
‘Ben met acht gemiddeld over naar derde leerjaar, en heb Honourclass gehaald.’
‘Jij verzint gewoon smoesjes,’ zei ik.
Kind keek zuur.
(Moet enig kinderen niet te snel hun zin geven. Doe deze zware taak uit liefde voor haar.)
‘Toch geef ik een feest. Maak ik toevallig zelf wel uit,’ zei ze brutaal.
Weet niet van wie ze dit heeft; ik heb het nog.
Stelde voor: ‘Een feestje dan omdat je naar Finland gaat.’
Roos begon acuut te stralen.
Familiefeest was mieters. Moest dag erna tol betalen, maar was het waard.

Koffers inpakken met kleding voor drie seizoenen is terroristische aanslag op je incasseringsvermogen en zenuwen. Klus zo goed als geklaard.

Kon bijna niet mee Kind naar Schiphol brengen. Kreeg na lekkere lunch samen in Markthal bijna hartstilstand. Had ter uitzondering kijk op juiste lichtinval voor foto, stond daar precies Babbelbox van Man bijt hond.
‘O leuk, moeder en dochter!’ riep vrouw verheugd en vroeg – microfoon voor m’n neus duwend – ‘Waar wordt u moe van?’
Dacht: breek me de bek niet open, en vluchtte half struikelend chocoladewinkel binnen. Was m’n redding.

Mag tweemaal per week nieuwe pil van neuroloog innemen.
‘Maakt enorm slaperig,’ waarschuwde ze. ‘Pas innemen als je in bed bent.’
Klonk als muziek van David Bowie in m’n oren.
Was heel de nacht klinisch dood. Droomde dat ik aan het hardlopen was. Wat kan leven ’s nachts toch fijn zijn.
Weet nu: geluk bestaat. Zit in kleine, ronde, witte dingen.

Rosa is gesteriliseerd met kijkoperatie. Sneetje van 4 cm. Wilde wel nest met 10 puppy’s maar moeten dan verhuizen. Oudere teefjes krijgen vaak kanker aan geslachtsorganen. Voorkomen is beter.
Ze was echt zielig. Piepte als ze alleen werd gelaten. Voelden ons schuldig. Kind wierp zich op als gezelschapsdame.
Gaat weer prima met hond. Mag tien dagen niet springen, spelen en zwemmen. Dát is pas zwaar.

Kreeg vriendschapsverzoek op feesboek van iemand die ik van harde schijf heb gewist. Heb zo lang mogelijk uitgesteld op “weigeren” te drukken. Wilde maximaal van daad genieten.
Was alles in leven maar met druk op knop op te lossen.