De Noorderzon

Roos is me er eentje.
Volgende week vertrekt ze naar de Noorderzon.
Via het Erasmus doet ze mee aan een uitwisselingstraject met een universiteit in Finland en het is voor een periode van vier maanden.
Vier maanden! Ik kan amper geloven dat dat kleine, vrolijke meisje met rode vlechtjes volwassen geworden is en uitvliegt. Eerst naar Helsinki en daarna verder met een binnenlandse vlucht.

Het is ook nog eens mijn eigen schuld, dikke bult, want ik heb haar aangemoedigd te solliciteren: ‘Moet je doen! Grijp die kans!’ Het gevolg is verpletterend: ze is toegelaten, samen met zeven anderen van haar studie. Ze reizen afzonderlijk en weten (nog) niet of ze een kamer bij elkaar in de buurt hebben.

Met nog een aantal dagen te gaan, begint het ineens een onderneming te worden. Ondanks dat luiert Roos er lustig op los.
‘Vier maanden geen patat van Bram,’ zucht ze,’ waar ben ik aan begonnen? En wat nou als het  grondpersoneel op Schiphol staakt?’ vraagt ze gespannen.
‘Dan krijg je je koffers een dag later,’ zegt Man praktisch.
‘Je hebt in ieder geval eten bij je in je handbagage,’ troost ik.
Roos’ wenkbrauwen schieten omhoog. ’Oh ja?’
‘Het pak stroopwafels voor je tutor die je van het vliegtuig komt halen. En laat bij aankomst meteen een reservesleutel van je kamer maken!’ adviseer ik, want onze typisch verstrooide professor raakt nog steeds alles kwijt –  haar portemonnee, OV, pinpas, huissleutels – maar nooit haar vuile sokken: die liggen standaard onderaan haar bedladdertje.
‘Ma-ham!’ roept ze geïrriteerd.
Oké, oké, ik zeg al niets meer. Eén troost: haar hoofd zit vast aan haar romp.

Haar kamer/appartement is gehuurd; heeft een wc en keukenblok; een douche deelt ze met drie anderen. Ter plaatse moet ze keukengerei, dekbedhoezen en e.e.a. aanschaffen. Bij Ikeja, where else? Roos heeft een week de tijd om te wennen, dan begint de kennismakingsweek. Ze kijkt er met hypernieuwsgierigheid naar uit.

Dinsdag brengen we haar naar Schiphol, waar ik nog net niet wenend ter aarde zal storten. Speciaal voor de gelegenheid neem ik mijn zonnebril mee. Ik zal op het laatste moment vast nog iets doms roepen, zoals: ‘Wees voorzichtig!’ maar dat moet dan maar.

En dan voorlopig geen: ‘Wat eten we, mam? Macaroni, yes, je bent de beste!’ Geen: ‘Moet Rosa nu alweer plassen?’ Geen lege toiletrollen in de houder, en geen hink-stap-sprong omdat er weer een wervelstorm door haar kamer getrokken is.
Maar ook geen: ‘Mam, wil je m’n essay nakijken op spelfouten?‘ Geen hulp in de keuken. Geen knuffel als ze weggaat/thuiskomt/naar bed gaat, geen lieve briefjes en geen vorsende ogen die mijn stemming peilen.

Ik ga haar ontzettend missen. Ik mis haar nu al, terwijl ze nog thuis woont (-: Maar het gaat niet om mij, het gaat om Roos, en ben vooral blij dat ze deze kans krijgt.
We gaan mekaar bellen, appen, mailen, skypen, kaartjes sturen… en wanneer we elkaar missen, kijken we gewoon op hetzelfde tijdstip naar dezelfde maan…

Het model en het haasje

Keek op de week (6)

In een groen, groen, groen, groen knollen- knollenland
Daar zaten twee haasjes heel parmant…
Hazen zijn zó mooi. Joris en ik tellen ze altijd wanneer we op fiets zitten.
Helaas: jachtseizoen is begonnen. Hoor aldoor schoten; vooral ’s ochtends vroeg. Zou het liefst geweer afpakken en leegschieten op achterwerk van jager.
Zoek assistentie. Iemand? Die-hien!

Wat vliegt een week!
Weet nog reclameslogan die in sociëteit hing toen ik twintig was: “Het leven begint bij veertig.” Dacht toen: anmehoela! Ben dan dood óf theemuts met krulspelden.
En moet je zien wat er van ons geworden is: we hollen maar voort.
In 2013, ten tijden van het Boekenweekgeschenk van Kees van Kooten, vroeg verslaggever aan hem: ‘Hoe komt u tot rust?’
Kees antwoordde: ‘Door dood te gaan. Eerder heb ik geen tijd.’

Ging met Kind ondergoed kopen. Roos vroeg assistentie aan verkoopster. Die kwam naar kleedhokje. Zei: ‘Meid, wat een prachtfiguur heb je! En dat lange rode haar. Je kan model worden!’
Horen we vaker. H & M spotte haar in Koopgoot en nodigde haar uit. Roos bedankte en zei: ‘Ik maak liever school af.’
Lingerieverkoopster vroeg aan mij: ‘Zou ze niet dat niet leuk vinden, model?’
‘Daarvoor is ze te bescheiden,’ legde ik uit.
‘Dan moet ze het niet doen.’
Aardige vrouw. Al was dat niet advies waar we om vroegen.

Naar internist geweest.
‘Die dokters worden steeds jonger,’ zei ik tegen Man. ‘Hij had amper baard in de keel. Wel een leuk type.’
Man zei vals: ‘Internist zal wel denken: patiënten worden steeds ouder.’
‘Leuk type schóónzoon,’ bitste ik. Joris had geluk dat we niet in mijn auto naar ziekenhuis gereden waren. Had anders met OV naar huis gekund

Ben leuk zomerjurkje uit opruiming rijker.
Een getailleerd mode. Twijfelde: staat me wel, staat me niet, welles, nietes…
‘Mam,’ zei Roos thuis, ‘jij kunt echt álles hebben.’
Had ik al gezegd dat Roos een lekker ding is? Roos is een lekker ding.
Vraag is: wordt het ooit nog zomer?

Roos heeft granola gemaakt. Is gezonde versie van crueslie. Diverse noten, havermout, zonnebloempitten en honing. Even in oven: klaar! Erg lekker in Franse kwark met vers fruit. Eet m’n vingers er bij op. Heb er nog zeven.

De ijskoningin

Van korte afstand kijkt hij op haar neer. Er gaat een ontegenzeggelijke rust van haar uit. Een rust die Charles sinds lang niet meer gevoeld heeft.
Het was een proces geweest dat was gestart op het moment dat ze hem griefde dat pijn deed tot op zijn tandsteen aan toe. Het was alsof ze de bovenkant van zijn schedel had opgelicht, gevuld had met ijsblokjes en deze gaandeweg naar beneden gekropen waren en om zijn hart waren gaan zitten.
Was de situatie andersom geweest, dan had hij haar tot in den treure mentaal gesteund. Was het naïef geweest van haar hetzelfde te verwachten?

Met gemende gevoelens kijkt hij naar het attribuut in zijn handen. Dat was het tweede waarmee ze hem gekwetst had en het had maar een haartje gescheeld of hij had zijn knuisten op haar los gelaten.

Tijdens het laatste gesprek met de oncoloog had deze hem verteld dat Charles met dat lichaamsdeel alleen nog maar kon plassen. Dat had hij zelf allang geconstateerd maar het interesseerde hem geen zak. Hij wás er nog!
Thuis had zijn vrouw hem smalend aangekeken.  ‘Jij bent geen man meer,’ had ze gezegd, ‘Slaap voortaan maar op het logeerbed.’

Nadat de ergste ijs kou gezakt was en er levensdrift voor in de plaats was gekomen, had hij achter haar rug om een postbus gehuurd in de stad, contant geld opgenomen van hun spaarrekening, een nieuw bankrekeningnummer geopend en was hij op zoek gegaan naar nieuwe woonruimte.

Haar dood was compleet onverwacht gekomen. Een hartaanval.
Morgen zal Charles niet bij de rouwplechtigheid aanwezig zijn. Hij heeft zijn persoonlijke spullen verzameld en in een gehuurd busje gezet. Later zal hij een container huren, de rest van de inboedel van hun gezamenlijk appartement erin dumpen en de huissleutel inleveren bij de huismeester.

Hij kijkt van het attribuut in zijn handen naar haar gezicht. Tegen beter weten in zoekt hij naar zachte lijnen. De vastberadenheid die hij voelt om te doen wat hij wil doen, is volkomen.
Hij doet een stap dichter naar de kist toe en moet nog behoorlijk hannesen om het ding op de juiste plaats te krijgen.
‘Zo,’ zegt hij hardop als het gelukt is. Met iets van triomf bekijkt hij het resultaat.
Dat haar woorden tegen hem zoveel impact op haarzelf zouden krijgen, had ze nooit kunnen bedenken.
‘Geen gezicht,’ had ze gezegd toen hij terugkwam van de pruikenmaker. ‘Met dat ding op m’n kop zou ik nog niet dood gevonden willen worden.’

Discriminatie en een antiekliefhebber

Keek op de week (5)

Met Roos naar stad. Reden over vernieuwde brug en wat denk je? Ging weer open.
In metro zaten twee twee vriendjes naast elkaar. Helm op, skateboard aan voeten. Deelden broodje, krentenbol, mandarijn en zakje snoep. Lieten elkaar filmpjes op smartphone zien en hadden dikke pret. De een bruin, de ander wit. Wie heeft discriminatie uitgevonden? Domme actie.

Ging drie-chocoladen-ijs kopen voor Roos.
Pakte ijs uit koeling bij buurtsuper, en reed met tassen vol boodschappen naar huis. Borg alles op en ging koken. Wilde ’s avonds Roos trakteren op lekkers maar kon ijs niet vinden. Trok alle diepvrieslades open-dicht, open-dicht.
Dacht na.
Had ik ijs afgerekend? Check.
Had ik ijs meegenomen? Che…Aha! Holde naar trapkast, en jawel, onderin boodschappentas zat plastic koeltas met ijs.
‘Wil je per se koud ijs of mag het ook milkshake zijn?’ vroeg ik Kind.
Man zat te schuddebuiken. Zal dit voorval nog héél vaak moeten horen.

Fietste door polder. Onderweg floot onbekende kerel naar me. Kan niet anders dan antiekliefhebber geweest zijn.

Zat in wachtkamer.
‘Ze is wel een leuk meisje, hoor,’ zei vrouw op zeurtoon. ‘Zij werkt bij drogist en ziet er…tja…zo  doorsnee uit terwijl Erik zoveel in zijn mars heeft! Hij heeft charisma, werkt aan zijn carrière…’
‘Wat doet Erik ook alweer?’ informeerde vrouw naast haar.
‘Hij is radioloog.’
Vriendin keek blijkbaar alsof kwartje bleef hangen.
‘Hij maakt rontgenfoto’s,’ verhelderde Zeur.
Vrouw dacht even na. Kwartje viel. Vrouw besefte zelf niet hóe goed kwartje viel. Ze zei: ‘Ja, je snapt niet wat hij in haar ziet, hè?’

Kind zat in wak en ging huilend naar bed. Ging even naast haar liggen. Beetje gepraat. Moesten ineens denken aan de eerste keer dat we gingen barbeknoeien. Man stak er vol vuur vakkundig de brand in met vreselijke rookontwikkeling tot gevolg. Buurvrouw haalde haastig was binnen. Alle omwonenden sloten ramen en deuren. Wij ook, bang dat rookmelders af zouden gaan. Joris haalde volgende ochtend deksel van bbq en ding vloog direct in de hens. Roos en ik konden amper praten van het lachen. Kind ging opgelucht slapen.

Nieuwe mand voor Rosa gekocht. En raad eens wie ‘m heerlijk vindt liggen?

Vakantiebaantje

Roos wilde een vakantiebaantje.
‘Zoek iets wat aansluit bij je studie,’ adviseerde Man. ‘Solliciteer bij een verzekeringskantoor, ziekenhuis of gemeente.’
Kind kijkt wel link uit. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ze wil niet lullen maar poetsen. Ze stuurde één sms’je naar haar vorige werkgever en werd prompt aangenomen.

Ze straalt niet dat het een aard heeft. Zo leuk is het nou ook weer niet om kamers van bewoners, huiskamers en wc’s in een zorgcentrum schoon te maken, maar gretig om iets te verdienen gaat ze ’s ochtends half zeven de deur uit.

Iedere dag komt ze thuis met verhalen.
‘Elke bewoner noemt mij zuster. Op de gesloten-afdeling lopen er standaard mensen achter me aan naar de uitgang en ze roepen dat ze naar huis willen omdat hun moeder daar op ze wacht. En dan moet ik nee zeggen,’ verzucht ze.

‘Het lijkt me niks om in zo’n verzorgingshuis te wonen. Vanochtend deed een verpleegster een steek onder een man zijn kont en riep: “Nu even poepen, meneer de Jong!” En dan – alsof ze het tegen een kleuter had – zei ze: “Héél goed.” Zo, een lucht!’ klaagt Roos terwijl ze de denkbeeldige lucht weg wappert met haar hand , ‘dan heb ik nog liever dat papa een scheet laat.’
‘Dan moet het wel erg zijn, ‘ knik ik begripvol.
Kan ik haar trouwens uitleggen waarom muisjes voor op de boterham in de douche liggen? En waarom die kleine kamers allemaal zo overvloedig gemeubileerd zijn?
Uiterlijk ben ik uiterst meelevend; inwendig schud ik van de pret.

‘Moet je zien, mam.’ Roos laat me een foto op haar telefoon zien.
Ik zie een standaard toilet: wc-pot, fonteintje en afvalemmertje.
‘Mag jij raden hoe lang ik erover moet doen om dit schoon te maken.’
‘Eh…tien minuten,’ gok ik.
‘Fout! Vijf-en-véér-tig minuten,’ zegt ze met een getergde blik. ‘Ik heb het op mijn aller- áller-langzaamst gedaan en had nog 25 minuten over. Ik vroeg of ik nog een wc mocht doen. Nee, die 45 minuten moest ik besteden aan dat ene toilet. Snap jij het?’
‘Misschien met een tandenborstel schoonmaken?’ opper ik.
Roos kijkt me aan alsof ik voor haar ogen in een vliegende schotel verander.

Vandaag had ze een voltreffer. Ze mocht “meals on wheels” doen: met de etenswagen langs de deuren. ‘Oh lekker, arepels met sjuu!’ juichten de bewoners. Kind werd helemaal gelukkig van al die blije mensen.