Het hondenvrouwtje

Meteen de eerste dag was het al raak.
‘Zo, heb je een pup?’ vroeg de vrouw aan Kind. ‘Dat wordt een grote hond, die moet veel eten, hebben jullie daar erg in? Alle honden in dit dorp zijn gek op me. Ik geef ze altijd iets lekkers maar alleen als ze iets kunnen.’ De vrouw kijkt nog eens naar Rosa die erbij is gaan liggen, en sluit haar monoloog af met: ‘Ik ken geen hond die mij niet aardig vindt.’
Nou, Roos anders wel.

Het hondenvrouwtje is niet slecht maar net een kapotte grammofoonplaat. Haar stakerige benen steken dun af in haar grove wandelschoenen, en ze gebruikt haar fiets als steun bij het lopen. Haar hondje Max – een morsig hondje; gered uit de binnenlanden van Spanje – sjokt landerig naast haar voort.
De vrouw woont vlak bij ons in de buurt en haar ontlopen is een kunst.

En elke keer heeft ze wel wat. ‘Loop je nou alweer buiten met die hond? Hij moet ook leren alleen thuis te zijn! Alle honden in het dorp houden van me omdat ik ze iets lekkers geef. Maar alleen als ze zijn opgevoed. Jouw hond kan nog niets.’

Kind weet wel beter. Rosa is zindelijk en kan al:
zit!
stop!
wacht!
volg!
spring!
zoek!
eet smakelijk!
verstoppertje spelen en – heel belangrijk –
bellenblazen in de sloot.
In zeven weken tijd! Dat is geen kattenpis. Bovendien, als je goed in Rosa’s ogen kijkt, kan je haar zieltje zien en dat is rein.

Roos is het ge-bemoei zat. De vrouw heeft het wel over háár hond! Uit ervaring weet ze dat de vrouw nu spoedig over stukjes kaas en worst zal beginnen.
‘…Alle honden houden van me omdat ik ze stukjes kaas of worst geef. Jij moet die hond opvoeden, anders krijgt-ie niets van me!’
‘O, maar dat geeft niet,’ zegt Roos beleefd. ‘Wij leren onze hond geen eten van vreemden aan te pakken.’
Ze draait zich om en Rosa loopt vrolijk achter haar aan. Kind weet het niet zeker, maar ze zou zweren dat Rosa’s lolmeter harder zwaait dan ooit tevoren.

Liebster award

Van je blogvrienden moet je het hebben: Awards.
Harrij van Gedacht en Gedicht nomineerde mij een paar dagen geleden voor de Liebster Award. Met wel 11 vragen! Ik begrijp niet waar ik dat aan te danken heb. Mijn reactie was zo klaar als een klontje: “Oh my god: een lijstje… En ik ben genomineerd. Ik schrik me de zenuwen, want ik doe niet aan stokjes mee.”

Dezelfde dag kreeg ik van Trees van Iris Papilio The 3 things tag. Met 13 vragen nog al liefst! Ook fijn.
Meestal ontkom ik aan Awards door net te doen alsof ik gek ben (dat kost me totaal geen moeite) maar deze keer waag ik een poging.
Ik lap wel alle award-regels aan mijn laars en kies 11 vragen uit. Nummer 5 sla ik over; dat valt toch niemand op.

  1. Ben je trouw aan een partner of neem je het niet zo nauw?
    Ik ben zo monogaam als de neten.
  1. Waarom volg ik Harrijs blog?
    Hij heeft een scherpe punt aan zijn pen en ik houd wel van een eigen mening.
  1. Drie dingen in mijn tas.
    Portemonnee, een notitieboekje en een stapel pennen.

4. Drie favoriete fruitsoorten.
    Frambozen, ananas, en (Elstar) appels.

6. Waarom blog je?
    Schrijven en gelezen worden. Een dag niet geschreven, is een dag niet geleefd. Ik publiceer nog geen tiende van wat ik schrijf. Mijn schrijfschriften zijn een mengeling tussen een schatkist en een vuilnisvat.

7. Bespeel je een muziekinstrument of zing je?
Ik speel geen muziekinstrument meer. Ooit ga ik nog sax leren spelen. Zingen in huis is me door Man en Kind ten strengste verboden. Ik zing alleen nog tijdens solo-expedities in de auto.

8. Drie favoriete vakantiebestemmingen.
Noorwegen – Zweden – Corsica

9.Drie favoriete sporten.
    Wielrennen/Toerfietsen: als ik mijn fiets over zijn zadel aai, begint mijn hart meteen sneller te kloppen.
Hardlopen: het liefst samen met buufhond Billie, maar die is niet meer…
Zwemmen: ooit heb ik voor de triatlon getraind. Aan zwemmen heb ik een haat-liefde verhouding overgehouden.

10. Drie favoriete boeken:
– The deathly hallows – J.K. Rowling. alle afzonderlijke delen van Harry Potter     komen samen in dit laatste boek. Een ongelofelijke prestatie.
– Ik ben Pelgrim – Terry Hayes. Een vlijmscherpe thriller met talloze plots en wendingen. Ik zeg niet snel dat iemand iets moet lezen, maar deze mag je echt niet missen.
– Het evenwicht – Martin Bril. De meesterlijke observator en columnist die een persoonlijk verslag schrijft als hij voor de tweede keer getroffen wordt door kanker. Nederlands beste columnist van   zijn generatie. Hij overleed in 2009.
–  Simone van der Vlugt – Rode sneeuw in december. Een historische roman tegen de achtergrond van de Tachtigjarige Oorlog

11. Favoriete quotes:
– Don’t panic! The worst is yet to come.
– You can only be young once, but you can be immature forever.
– Never underestimate the power of an extremely pissed of woman.
– Eentje die je Donald Trump niet aan zijn verstand kan brengen: voor geld is alles    te koop, behalve het kwispelen van een hondenstaart.
– En de aller belangrijkste: Love is all you need!

Het is de bedoeling dat ik 8 medebloggers nomineer, maar daar zie ik vanaf. Ik houd ze namelijk graag te vriend. Wie het leuk vindt, mag zich uitleven!

Kleine wasjes, grote wasjes

Mijn moeders trots stond wegens plaatsgebrek niet in huis, maar tweehoog achter op ons balkon. Een enorme joekel van een wasautomaat, waar mijn vader een houten bekisting omheen timmerde, zodat het apparaat de echte Hollandse winters kon trotseren. Tevreden draaide mijn moeder kleine en grote wasjes in haar wasmachien.

In mijn kinderogen was dat apparaat maar een saaie doos. Nee, dan dat ding dat er naast stond: een handwringer! Je stopte een natte lap wasgoed tussen twee rollers, draaide aan een grote hendel en al het water stroomde eruit. Als je niet uitkeek, liep het water in een stroompje langs je arm naar beneden en via je benen zo je schoenen in. Maar ja, ik mocht er alleen maar naar kijken en aankomen niet. Je begrijpt: die droger móest en zou ik uitproberen.

Eindelijk: toen mijn moeder stond  te kletsen met een buurvrouw, glipte ik het balkon op. Nee hè, zag ik mijn kans schoon, viel er niets te wringen… Nergens wasgoed of een vieze, oude dweil te zien.
Oh, maar wacht eens, daar hingen mijn moeders rubberen sophandschoenen. Gretig graaide ik er eentje van de drooglijn en hield ‘m tegen de rollers van de wringer.
Het draaien viel nog best tegen; ik had allebei mijn handen nodig om dat ding op gang te krijgen.

Vreemd, wat zag die handschoen er raar uit. Opzwellen, niet normaal! Maar nu ik eenmaal aan het wringer was, zou ik blijven draaien ook. Steeds groter en boller werd de handschoen totdat hij PANG! uit elkaar knalde. Eén blauw stukje vinger bleef slap tussen de rollers hangen.
Van schrik zette ik het op een brullen. Mijn moeder gooide met een ruk de deur open en aanschouwde wat voor vreselijks ik had gedaan. Ik kreeg een pak voor mijn broek en moest voor straf op mijn ijskoude kamertje gaan zitten.
Ik mo-hocht ook nooi-hooit wat.

Wat me tevreden stemde, was dat mijn broertje, de arme stakker, ook niets mocht. Op een mooie dag deed hij zijn uiterste best op hetzelfde balkon onze zinken vuilnisemmer in de brand te steken. Hij was er na veel moeite eindelijk in geslaagd dat ding flink aan het walmen te krijgen, toen mijn moeder onraad rook en polshoogte kwam nemen.
Nou, de afdruk van mijn moeders pantoffel staat NU nog op mijn broer zijn billen. Terwijl die degelijke vuilnisbak amper wilde branden en alleen maar wat lullig rookte. Dat hoefde mijn moeder toch niet zo op te blazen? Maar mijn broer heeft het in ieder geval geprobeerd, dat pakt niemand hem meer af!

De minnares

‘Hij is een heel goede minnaar,’ zegt de vrouw.
Ik blaas bijna de cacao van mijn cappuccino.
Haar vriendin knikt alsof ze de uitspraak al te vaak heeft moeten aanhoren.
De twee vrouwen zitten links van me aan een tafeltje. Ik schat ze begin dertig. Hun mobiel onder duimbereik en hun tas op schoot. Leuke types, blond en goed in de verf. Toon Hermans zou zeggen: “En onder hun ogen de betere kringen.”
Met volle tevredenheid stoeien ze met een gebakje.

‘Weet je dat zijn moeder nog bij hem schoonmaakt?’ vraagt de minnares.
‘Waaat!’ zegt de vriendin. Ze is duidelijk blij dit nieuwtje te horen.
‘Uhuh. Elke week komt ze bij ‘m soppen. En ze neemt haar eigen stofzuiger mee want hij heeft er geen.’
‘Dat méén je niet!’ zegt de vriendin. ‘Hoe oud is die gozer eigenlijk?’
‘Nog steeds 24,’ klinkt het afgemeten.
‘Komt er eigenlijk nog iets van?’ vraagt de vriendin.
‘Waarvan?’
‘Nou…wordt het serieus? Ga je weg bij Mark?’
‘Nee, natuurlijk niet!,’ klinkt het bitst ze. ‘Teveel gedoe voor de kinderen. Ik houd Thijs gewoon voor erbij.’

De vriendin twijfelt. Zal ze iets zeggen of haar laatste hap gebak naar binnen schuiven? Ze stopt toch maar het vorkje in haar mond en trekt het stukje taart er met haar tanden af. Zo beschadigt ze haar lippenstift niet. Ze kauwt, en als haar mond leeg is, zwijgt ze.
‘Wat,’ vraagt de minnares geirriteerd, ‘jij hebt er ook twee tegelijk gehad.’
‘Dat was in de vakantie!’ neemt de vriendin het voor zichzelf op, ‘En toen wist ik nog niet dat ik in verwachting van Jasmijn was,’ giechelt ze er achteraan. Terwijl ze het zegt, kijkt ze schichtig om zich heen.
Ik bestudeer net op tijd de menukaart.
‘Ben je niet bang dat Mark erachter komt?’
‘Jij bent de enige die het weet,’ zegt de minnares veelbetekenend.
De vriendin zegt op beschuldigende toon: ‘Je hebt wel drie kinderen, Mar.’
’Zodra ze het gekwetst gezicht van haar vriendin ziet, zegt ze ‘Sorry,’ maar ze meent het niet.

De mond van de minnares beweegt maar ik hoor niet wat ze zegt. Iemand heeft waarschijnlijk een ijs-koffie besteld want een machine hakt ijsblokjes in stukken. Als het apparaat stilvalt, staat de minnares op, en zegt: ‘Ik wil het er niet meer over hebben. Ik ga Mirre van het dagverblijf halen.’ Ze zet haar mok en gebaksschoteltje op het dienblad, pakt haar tas en mobiel, en loopt op hoge hakken naar buiten, de Hema-restauratie uit.

Haar vriendin gaat het allemaal te snel. Ze veert op en beweegt haar handen nerveus boven het  gebruikte serviesgoed. Ze kijkt waar de kast staat om het dienblad in te schuiven maar ziet er van af.  Ze smijt haar telefoon in haar tas en wringt zich haastig tussen tafeltjes door in de richting van de uitgang. Haar vriendin achterna.

Een bejaarde vrouw rechts van me, die het geheel net als ik van een afstand heeft zitten volgen, zegt glimlachend tegen mij: ‘Wat een leuke meiden, hè? En zo keurig!’
Ik knik welwillend. Ze moest eens weten!

Postcrossing

Ik ontvang graag post. (Mits het geen rekeningen of blauwe enveloppen zijn.)
Daarom ben ik gaan meedoen met Postcrossing.
In bijna twee jaar tijd heb ik iets meer dan driehonderd kaarten ontvangen en verstuurd. Het is leuk en relatief goedkoop, maar vooral heel nostalgisch om via de post ansichtkaarten met onbekenden van over heel de wereld uit te wisselen.

Elke keer als de brievenbus kleppert en er een ansichtkaart in de bus valt, is het of ik een cadeautje krijg. De ene keer uit Belarus, de andere keer uit Finland of Japan.
Postcrossing combineert oude en nieuwe media met elkaar. De registratie en de aanmaak gaat via de website; de kaarten worden bezorgd via de post.

In je profiel kan je je voorkeur voor een bepaald thema aangeven. Ik vraag om kaarten met fietsen, oude gebouwen, Scandinavische huizen, vuurtorens, iets blauws of David Bowie. Van de laatste heb ik er helaas nog geen ontvangen. Ik vraag of mensen iets persoonlijks over zichzelf willen schrijven, of hun favoriete quote, gedicht of muziek.

Wat me is opgevallen aan al die kaarten is dat:
* Taiwanezen en Chinezen uitermate trots zijn op hun land en de ontvanger proberen over te halen tot een bezoek. Ze schrijven een wervende propaganda in uiterst secuur geschreven regels met een zwarte inktpen.

* Duitsers sturen graag kaarten uit landen waar ze op vakantie zijn geweest. Krijg ik een kaart uit IJsland – leuk, mijn eerste! denk ik dan – blijkt hij afkomstig van onze oosterbuur. Het minst leuk vind ik hun kaarten met een postzegel met: “Deutschland fussball weltmaister 2014.” 🙂

* Russen sturen veel kaarten met een foto van een fruitcorporatie uit lang vervlogen tijden. Velen kennen geen Engels en krabbelen iets in het Russisch.
De dames heten óf Olga óf Anastacia.

* Sommige afzenders hebben zo’n slordig handschrift dat hun hanenpoten in het Engels nog grotere hiërogliefen zijn dan de Russische groeten.

Roos en ik hebben van een foto van molens in Kinderdijk ansichtkaarten laten drukken. Duizend stuks. Kunnen we even vooruit.
Ongeacht naar wie ik een kaart stuur: ik plak de postzegel op zijn kop. Een vleugje anarchie in de geordende postwereld!