BlonT

 

Het stoplicht springt op groen en meteen drukt Dirk op de claxon. Sinds hij in een sportauto rijdt, reageert en rijdt iedereen te langzaam.
De bestuurder in de auto voor hem kijkt hem via de achteruitkijkspiegel aan en wappert vrolijk met haar vingers.
Verrek…dat lijkt zijn ex Thea wel… Hoe komt zij aan zo’n dure auto? Hij heeft ervoor gezorgd dat haar na de scheiding niets restte dan een schamele fooi. Had ze maar niet zoveel stampei moeten maken toen ze erachter kwam dat hij diverse scharrels had. Ze was nog preuts geweest ook; hij had niet eens naaktfoto’s van haar mogen maken. Behalve dat was op haar niets aan te merken geweest en juist dat had hem zo geirriteerd.

Dirk zet de achtervolging in op de inmiddels rijdende auto voor hem en als deze halt houdt bij een tankstation, parkeert Dirk impulsief zijn auto erachter.
Bulkend van het zelfvertrouwen stapt hij uit en zijn merkzonnebril bovenop zijn hoofd.
Aan de passagierskant stapt de nieuwe vriend uit. Dirk ziet het meteen: een patser in een duur pak. En blond, net als Thea. Twee lichten die elkaar hebben gevonden! Hij ziet geen enkele reden de “goedenmiddag” te beantwoorden en hij focust zich op de bestuurderskant waar Thea uitstapt.

Eerst verschijnen twee pumps , dan een stel ranke, bruine benen, gevolgd door een elegante vrouw in een flatterend zomerjurkje. Wat ziet ze er goed uit! Koket, dát is het juiste woord.
Thea lacht uitdagend naar hem.
Dirk kan zijn ogen niet van haar afhouden. Met zijn aandacht op zijn ex, pakt hij een benzineslang uit de houder en hangt deze in zijn tank.
Terwijl Thea tankt, loopt de patser het tankstation binnen.

Thea zegt weinig. Niets eigenlijk. Ze glimlacht flauwtjes maar krijgt het gaandeweg steeds beter naar haar zin en lacht breeduit naar hem.
Té breeduit. Zou zijn haarlok verkeerd zitten? Dirk kan het zich nauwelijks voorstellen. Omdat hij in een cabrio rijdt, heeft hij er uit voorzorg een flinke berg haarlak opgespoten.

De patser komt alweer bij de auto met een kassabon in een hand. Thea maakt met haar hoofd een gebaar naar de pomp en geeft haar vriend een samenzweerderige knipoog. De patser werpt een snelle blik op de pomp en ook hij lacht.
Dan giert Thea het werkelijk uit.
Dirk realiseert zich dat zijn tank allang vol is, haalt de slang eruit en hangt ‘m terug aan de pomp.
Nog net niet hikkend van de lach wijst Thea er geamuseerd naar.
Dirk volgt haar handbeweging. De klap komt loeihard bij hem binnen. Hier kan zijn doortastende charme niets aan veranderen. Eén woord verandert alles.
Diesel.

Hij heeft het gevoel dat hij nooit meer zal kunnen bewegen. Hij begrijpt zelf niet waar hij zijn oplettendheid vandaan haalt, maar zijn oog valt op een regel tekst onder het nummerbord van de optrekkende auto: “Blond en intelligent. De schrik van elke vent.”

Is dit alles?

Eten is helemaal Rosa’s ding is.
Ze eet niet, ze vreet niet, ze schrokt, en ze boert met verve na iedere voeding.

Omdat wij geen hond met een Bourgondische buikomvang willen maar eentje met een taille, krijgt ze driemaal daags een gebalanceerde hoeveelheid brokjes. In no time schrokt ze die naar binnen alsof ze elke dag haar eigen PR probeert te verbeteren. Zijn de brokjes op dan kijkt ze je aan met de blik: is dit alles, oehoehoehoe, is dit alles, wat er is?

Tussendoor krijgt ze alleen een snoepje als ze gaat slapen in haar bench. Verder niets. Zielig, hè?
Dat vindt Rosa ook. Zie die blik:

Ter aanvulling op haar “dieet,” jat ze stukken winterpeen uit Saartjes etensbak en de uienschillen uit de afvalbak. Zodra Mevrouw Konijn haar hard brood in de keuken heeft opgevreten en haar hielen licht, snelt Rosa dichterbij om de kruimels op te likken. En maar aan die konijnenkont snuffelen in de hoop dat Saar net een keutel produceert.

Zo’n pup gun je toch een Fanta?

Omdat het vakantie was, het al drie dagen regende en we ergens overdekt mét hond wilden recreëren, besloten we naar een hondenwalhalla te gaan. (In wiens auto denk je? Tip: niet in die van Joris.) Dat was niet de ballenbak voor kleuters maar een tuincentrum waar het personeel “van-je-a-ja-jippie-jippie-jeeh” zingt.
We pakten een boodschappenwagentje, legden er een meegenomen mat in, zetten Rosa erbovenop, zetten koers naar de afdeling waar je zelf hondenbrokken mag scheppen, en maakten er een proeverij van.

Van elk soort mocht Rosa er eentje proeven. Er ging een wereld voor haar open: mini mergpijpjes, grote mergpijpen, kauwbrokken, ronde brokken, mini kluiven, grote kluiven, knoopbrokken, ordinaire hondenbrokken, dinerbrokken, beloningsbrokken…Zoiets durf je niet te hardop te zeggen  in landen waar mensen weinig te eten hebben.
Fatsoensrakkers zijnde hebben we voor de opgevreten brokken betaald.

Rosa had de middag van haar leven en ging met een kogelrond buikje naar huis. En buiten mocht ze doen wat ze het liefste doet:

Over de rooie

Het gebeurt in de vakantie.

De deur van het winkeltje gaat open en er stapt een mevrouw binnen.
Net op dat moment vis ik een jurkje uit een rek met kleding, en onderga een aanval van koopzucht. Het jurkje is zó hemelsblauw, het hier al die tijd op mij liggen wachten. Wat een juweeltje, en voor zó weinig!

Er ontstaat een gesprek in mijn hoofd.
Wat moet ik nou met een júrk? Die draag ik nooit, want een jurk tocht. En de laatste keer dat ik een jurk droeg, was dat niet meer dan twintig jaar geleden?
Maar dit is niet echt een jurk. Ik kan er toch zo’n geval onder dragen, een legging?
Zo’n broek die ze in de winkel een 7/8 model noemen, maar bij mij altijd net over de knie valt, omdat mijn benen zo’n eind doorlopen naar boven?
Ja maar, wat zal Lief dit leuk vinden!
Volgens mij schrikt-ie zich eerder te pletter.
Nou en? Ik wil ‘m, ik wil ‘m, ik wil ‘m! Punt.
Hopelijk is de maat goed, want hij hing eenzaam en verlaten tussen de rest van de jurkjes.

Een mevrouw met wel vier, vijf, zes jurkjes over haar arm, loopt naar me toe en zegt: ‘Pardon, waar heeft u dat jurkje vandaan?’
Althans ik vermoed dat ze dat vraagt, want zij spreekt Frans en ik minimaal.
‘Plus,’ zeg ik, met een handgebaar van: jammer, maar helaas, dit is de enige.
Zou ze het jurkje even mogen bekijken?
Kijken? Ja hoor. Maar met de ogen dan, hè, niet met de handjes.
Haar hand met duur gemanicuurde nagels, probeert het hangertje uit de mijn hand te trekken, maar ik houd het stevig vast.

De mevrouw draait zich om naar de verkoopster, en vraagt iets.
Op dat moment ben ik afgeleid, de madam rukt het jurkje uit mijn handen, en verdwijnt er mee in het pashokje. Met een ruk trekt ze het gordijn dicht.
Wat een lef, zeg! Is ze nou helemaal van de pot gerukt? Ik loop naar het gordijn en ruk het met dezelfde snelheid weer open. De madam slaakt een gil.
‘Stel je eigen niet zo aan,’ zeg ik, ruk de blauwe jurk van het haakje en loop naar de verkoopster. Die jurk zal ik hebben. Al is de maat niet goed en moet ik er thuis de glazen mee afdrogen, hij is van mij!
Ik pak mijn pinpas uit m’n portemonnee.

Nee, zegt de verkoopster, ik kan hier niet pinnen, alleen contant betalen. Daar aan de overkant, wijst ze, kan ik geld opnemen.
Oké, dan doe ik dat.
De verkoopster stopt de jurk in een plastic tasje en legt het onder de toonbank.

Ik loop naar de betaalautomaat, neem geld op, steek weer over en word bijna ondersteboven  gereden door een rode auto. Een Ferrari. Ik ben totaal niet autogevoelig, maar deze auto herken ik. De persoon achter het stuur heeft iets vaag bekends, maar wat?

Terug in de winkel loop ik naar de verkoopster achter de toonbank en geef haar het biljet.
‘Plus,’ zegt ze.
Plu? Hoezo plu? Oh…plus? Heeft ze het jurkje niet meer?
Non.
Hoe kan dat dan? Wát! Verkocht? Echt waar?

Aan die… ah…nu valt het kwartje… Aan die bekakte badmuts in de Ferrari, natuurlijk. Ik moet me beheersen om niet te gaan schreeuwen. Verkocht aan die kakmadam, omdat ik maar een luizig toeristje ben.

De verkoopster zegt dat ze nog wel genoeg andere leuke jurkjes heeft.
Veeg daar maar je mond aan af.
Ik wens haar een afzichtelijke bult van hard werken toe en verlaat de winkel.

Stel, dat jij nu in België bent, en je ziet een blonde troela in een hemelsblauw jurkje voorbij scheuren in een vreselijk lelijke, rooie Ferrari, dan weet je dat ze mijn jurkje aan heeft. Het inhalige, achterbakse, grofstoffelijke, verwende pestloeder. Zo, lekker, dat is eruit.

Barcelona

 

Roos staat weer met beide voeten op Nederlandse bodem.

‘Het was heerlijk,‘ zucht ze, ‘zó heerlijk.’
In tegenstelling tot de blijmoedige opmerking heeft ze een gezicht als een oorwurm, want nu zit ze met haar digitale foto’s in de regen hier.

‘Alles was leuk,’ vervolgt ze. ‘Het strand was mooi; de zee schoon en helder en leek net een golfslagbad, maar dan een echte. En ik heb nergens beestjes gezien. Nou ja, één wesp,’ zegt ze.
Vliegende beestjes zijn nogal een dingetje bij Kind.

Ze roert met ferme halen door haar koffie en vertelt dat ze ’s ochtends van 9 tot 11 uur naar het strand gingen. Daarna douchen, omkleden en de hoteldeur uit naar een bezienswaardigheid.

De vakantie in Barcelona was vooral een cultureel uitstapje. Als eerste hebben de dames de Sagrada Familia bezocht. Van de buitenkant vonden ze het “een lelijk ding met al die bogen en frutsels,” maar de binnenkant maakte alles goed: modern en heel kleurrijk. Roos is er vol van.
Andere hoogtepunten waren het Park Guell; Castel Montjuic en Parc del Ciutadelle.
Regelmatig trokken de vriendinnen een sprintje naar bankjes in de schaduw, want wat was het warm! Ze zweetten zich een hoedje in die zinderende hitte.

Voor de lunch kochten ze verse broodjes, beleg en fruit bij de Spaanse Lidl. Suzanne had duidelijk een positieve invloed op Roos’ vitamine-inname want Kind WhatsAppte een foto van zichzelf met een reusachtig stuk fruit wat ze daarna uit eigen beweging en geheel vrijwillig heeft opgegeten.
’s Avonds uit eten. Het smaakte prima en kostte geen drol: een driegangen diner voor 16 euro. Zeg nou zelf, voor tomatensoep, pasta met zalm en een toetje?
Daarna nog een drankje op een terrasje, waarna ze naar hun hotel hólden voor de airco en de Wifi.

Halverwege de week herinnerde ik Roos er tactvol aan dat ik een souvenirtje wenste. Ik moest bijna gereanimeerd worden toen ze antwoordde dat ze de cadeautjes al gekocht had. Voor zichzelf had ze twee flesjes nagellak gekocht. Logisch, daar heeft ze er pas 27 van.

Haar vader was even in paniek was omdat er na vijf dagen nog steeds geen geld van Roos’ rekening was afgeschreven. Waarom, waarom had ze nog niets gepind? Het verlies van haar pinpas lag nog vers in zijn geheugen.
Het antwoord was simpel: het meegekregen zakgeld was nog niet op.

Ze is niet dronken of stoned geweest; en het belangrijkste: niet verliefd geworden op een Spanjaard.
Roos mocht dan al meerderjarig zijn, ze is met grote stappen volwassen aan het worden: gedurende vakantie is ze he-le-maal niets kwijtgeraakt!
Nou ja, toch wel: haar witte kleurtje.

Voorraad

De beste raad is voorraad.
Deze spreuk is Joris op het lijf geschreven en je kunt welhaast zeggen dat ik getrouwd ben met een grootgrutter.
Hij maakt zijn eigen boodschappenbriefjes, doet alle inkopen, let op de uiterste verkoopdata en ruimt thuis alles op. Waar ik moet stouwen en proppen, rangschikt hij alle etenswaren netjes in alle de kasten.
Geheel met de verwachting mee heeft hij een zwak voor hamsteren. Aanbiedingen drie halen twee betalen, zijn een lust voor zijn oog en portemonnee.

Ondanks dat er ergens in hem een zuinige Zeeuw schuilt, is zijn devies dat geld moet rollen.
Gewillig betaalt hij voor Kind de schoonheidsspecialiste; de nieuwe wintercollectie met bijbehorende schoenen; leesboeken; concertkaartjes…
Slechts met grote inspanning heb ik hem ervan kunnen weerhouden voor Kind een auto te kopen nadat ze haar rijbewijs gehaald had.
Zijn gulheid is net het Verdrag van Schengen: het kent geen grenzen.

Sinds kort heeft hij een webshop van dierenvoer ontdekt waarop het goed winkelen is. ‘Kijk dan, schat! Het scheelt 12 euro op een grote zak konijnenvoer Selective senior. Hoef ik niet meer te sjouwen en jouw konijn geen honger te lijden.’
‘Waar gaan we dat in bewaren? We hebben muizen in de garage,’ zeg ik. Soms sta ik versteld van mijn eigen scherpzinnigheid.
Joris denkt even na, roffelt op zijn schermpje en roept geanimeerd: ‘In emmers met deksels. Verkopen ze ook!’

Klap op de vuurpijl is Rosa’s lievelingseten: Renske. Daar is ze zo ernstig verrukt van dat wij spijt hebben haar niet zo genoemd te hebben.
Het is voer voor pups dat volgens de verpakking bestaat uit vers vlees met moestuingroenten. Ja, je leest het goed: móestuingroenten.

Lief slaat aan het rekenen. In zijn vakantie! Als hij ergens gelukkig van wordt, is het wel van mij cijfers.
‘Wanneer we dertig pakjes kopen, scheelt het 50 cent per stuk.’
Hij controleert de inhoud van zijn winkelwagen en klikt op “bestellen.”
Glunderend zegt hij: ‘Als Rosa weet hoeveel Renskes we straks op voorraad hebben, wordt ze gek.’ Hij neemt een slok rode wijn, checkt op zijn telefoon of er nog voldoende saldo op Roos’ rekening staat, en laat zich voldaan achterover vallen in de tuinstoel.

Wanneer ik het een beetje handig aanpak, verrast hij me binnenkort met pure chocola. Een reep of vijf.