‘Je ziet er minder verlopen uit dan de vorige keer,’ zegt Vriendin C.
Dankbaar neem ik haar compliment in ontvangst.
Want eerlijk = heerlijk.
Ik loop achter haar aan naar binnen, want vandaag doe ik een bakkie bij haar. Vriendin woont wel/niet in ons dorp. Geen van beiden houden we van vaste afspraken, dus zien we elkaar soms drie keer per week (‘your place or mine?’) en daarna drie maanden niet.
Want vrij = blij.
In de kamer plof ik neer in een stoel.
Vriendin loopt naar de keuken voor koffie. Handig: de trommel met suikervrije boterkoekblokjes staat hapklaar op tafel. Zonder deksel. Veel te vermoeiend om die er steeds op en af te doen; we eten toch door tot de trommel leeg is.
‘Je eet toch niet al stiekem van de blokjes, hè?’ informeert Vriendin vanuit de keuken.
Ik zeg niets want mijn opvoeding heeft me geleerd niet te praten met volle mond.
In de keuken klinkt een hoop lawaai, gerinkel, gemopper en het geluid van vallend serviesgoed op de plavuizenvloer.
‘Wattizzer stuk?’ vraag ik.
‘Oh…een mok.’
‘Zal ik ff veger en bl…’
‘Nee, jij blijft zitten!’
‘Oké.’ (Ik doe altijd precies wat zij zegt.)
‘Wil je wat in je koffie?’
Niet te geloven! Zij declameert uit het hoofd in het Engels met gemak tien minuten de voice-over van Discovery Chanel (beroepsdeformatie), maar onthouden wat ik in mijn koffie wil, is er niet bij.
‘Melk graag!’ roep ik, in de hoop dat het deze keer blijft hangen.
Billie de Border rekt zich uit en legt zijn hondenkop op mijn knieën. Ik kriebel ‘m zachtjes achter z’n oren. Hij me hemels aan; zijn ogen halfdicht (halfopen voor de optimisten onder ons).
Hè hè, daar is Vriendin met de koffie. Het werd tijd! Billie zijgt neer op mijn voeten en reken maar dat hij daar bovenop in slaap valt.
Vriendin grabbelt een blokje boterkoek uit de trommel, gooit ‘m omhoog en vangt ‘m met open mond op.
Zo, daar heb ik niet van terug. Zelfs pannenkoeken flikkeren bij mij op de grond als ik ze in de lucht probeer om te keren. Lenigheid baart kunst, dus ik onderneem wel een poging. Mond open, gooien, opvangen… mis.
Het blokje valt op de grond en Billie springt overeind en hapt het koekje naar binnen. Op!
‘Billie lay down!’ roept Vriendin. Mopperend springt Billie op de bank, legt zijn kop op het kussentje, laat een boer en valt in slaap.
Waarom voel ik me bij Vriendin altijd zo thuis?