Na vier jaar Oosterse vechtsport gaf Roos het na de Kerst op. Voor de jeugd was ze geen partij en voor de volwassenen niet sterk genoeg. Ze stopte ook maar meteen met hardlopen, dat ging in één moeite door.
‘Begin weer met hardlopen,’ zeg ik tegen haar, als ze weer met een geestelijk afwezige blik op de bank hangt.
Ik word bedankt.
‘Dan ga ik met je mee op de fiets,’ bied ik aan.
‘Ma-ham, doe normaal!’
Omdat ik niet weet hoe dat moet, doe ik er het zwijgen toe.
‘Ga mee naar Tae-Bo,’ spoort vriendin Suzanne aan. ‘Het is een mix van karate, kickbocksen en aerobics op coole muziek. Het is echt leuk!’
Roos raakt meteen buiten zichzelf van opwinding en gaat mee voor een proefles.
Met een hoofd als een tomaat valt Roos de huisdeur binnen. Hangend aan de deur houdt ze zich overeind. Met jas en schoenen aan strompelt ze naar binnen, negeert Saartje die aandacht wil, en laat zich stijl achterover op de bank vallen.
‘Godsamme,’ zegt ze naar adem happend, ‘Ik…ben…ka-pot. Het is… meer Taai-Dood…dan Tae-Bo.’
‘Het is goed dat die hersens van je eens wat extra zuurstof krijgen,’ roept Lief. Hij doet zijn best niet om te rollen van de lach.
Als Roos ziet hoeveel moeite hem dat kost, roept ze vol innige overtuiging: ‘Hierzo! Dat is zo…onrechtvaardig. Ik heb me full-time in het zweet gewerkt…Weet je wel wat ik allemaal…moest doen, hè?
Ik moest op de grond liggen… en me opdrukken met één hand. Dat hoort een mens niet te kunnen!… En bij dansen met gewichten zei Suus:“Je neemt géén gewichtjes van één kilo…want die gebruikt mijn oma ook.”’
Lief ligt krom.
Het liefst zou Roos bovenop zijn nek springen, maar ze heeft er de energie niet voor. Lamlendig zwaait ze met haar wijsvinger en belooft ze: ‘Morgen pak ik je.’
‘Poesie!’ jut Lief haar op.
Roos schopt haar schoenen uit, trekt haar jas uit, gooit ‘m in de richting van haar vader en besluit haar betoog met een voldaan: ‘Ik deed het anders best goed.’
Roos kan niet wachten tot Taai-dood, Taai-Fun wordt.