Een waar gebeurd verhaal.
‘Hallo Anna! Wat kom jij zo laat nog doen?’
‘Ik kreeg een opwelling om naar je toe te komen. Ik heb mijn nachtpon meegenomen, en blijf een nachtje slapen.’
‘Gezellig,’ zegt haar moeder verrast. ‘Is thuis alles goed?’
Anne knikt en vraagt: ‘Waar is pa?’
‘Hij heeft in de moestuin gewerkt en staat nu onder de douche. Daarna gaat-ie naar bed. ‘
Anne kijkt de vertrouwde huiskamer rond: de tafel gedekt voor het ontbijt; de pendule op de schouw; foto’s van de kleinkinderen op het dressoir.
Nieuw is dat haar moeder in het ziekenhuisbed voor het raam ligt. Te ver bij haar vader boven in het tweepersoonsbed vandaan om hem te roepen als ze hem nodig heeft.
Haar moeders gezondheid struikelt zich naar een eind, en het is Annes grootste angst dat haar moeder zal overlijden zonder dat er iemand dicht bij haar in de buurt is. Daar moet ze het zo snel mogelijk met haar broers en zus over hebben.
Samen bladeren ze hardop in hun gezamenlijk geheugen, tot het praten haar moeder teveel wordt. Zwijgend zitten ze naast elkaar. In het raam zeurt een bromvlieg.
Haar moeder hoest als een doorgewinterde roker. Het put haar niet alleen uit, maar weerhoudt haar er ook van in slaap te vallen.
‘Zal ik je een slaappil geven?’ vraagt Anne.
‘Ja, kind, doe maar.’
Anne houdt de hand van haar moeder vast tot de slaap het van haar overneemt.
De klok tikt de uren weg. Stijf van de stugge bank komt Anne overeind kijkt op de pendule: vijf voor zes. Ze staat op om theewater op te zetten en loopt daarna stilletjes naar het bed van haar moeder. Wat ligt ze daar stil. Anders is ze zo kortademig. Voorzichtig pakt ze haar moeders hand en schrikt: de hand is koud. Werktuigelijk zoekt ze een polsslag, maar vindt er geen, en ze realiseert zich wat er gebeurd is: haar moeder is vannacht in haar slaap overleden.