‘Bella is geen gewoon konijn dat buiten in een hok woont,’ verklaart Kind onze bedrukte stemming aan de dierenarts. ‘Ze loopt altijd los in huis, ons achterna.’
‘Maar het is Bella niet meer,’ vervolg ik. ‘Ze stribbelt niet meer tegen bij dwangmatig voeren, ze laat alles gewoon uit haar bek lopen. Ligt stil in een hoekje, wil niks meer…alleen nog geaaid worden.’ Over Kinds wang rolt een traan. Het is moeilijk afscheid nemen van een konijn dat geliefkoosd wordt en wil worden. Toch is dat waar we voor gekomen zijn.
We verhuizen naar de inslaapkamer. Na de eerste prik wordt Bella al snel loom, maar suffig als ze is, weet ze toch nog vooruit te kruipen en haar koppie onder mijn arm te duwen. Kind fluistert onafgebroken lieve woordjes in haar oor. Snel volgt de tweede prik die het kloppen van het hart stopt.
Thuis aaien we Bella. Haar lijfje is nog warm en zacht.
‘Ze is dood,’ zegt Roos zachtjes. Nu pas dringt het definitieve ervan tot haar door. ‘Als ik verdriet had, nam ik Bella mee naar mijn kamer,’ snikt ze, ‘en gingen we samen op de zitzak zitten. Ik met thee en Bella met de rol kaakjes. En nu zie ik haar no-ho-hooit meer.’ Roos is ontroostbaar en huilt met lange uithalen. Zelf houd ik het ook niet droog.
Met het laatste restje daglicht begraven we Bella in de tuin. Op een toplocatie. Haar bedje bekleedt met mos. Joris komt net op tijd thuis om het kuiltje dicht te gooien. Jammer dat we nog geen vergeet-me-nietjes kunnen planten, maar het maakt niet uit, Bella vergeten we nooit. Nooit en nog veel langer niet.
Het is goed zo. We hebben zes jaar lang om Bella’s streken gelachen; daar kan verdriet het niet van winnen. De tijd moet er alleen nog een beetje overheen.
Tot die tijd kijken we maar veel naar Bella’s filmpje.