Fibro…eh…myal-dinges

Die dag begon zo goed totdat mijn wekker afliep.

Het waaide debiel hard. Vogels hingen zeeziek in de bomen en tijdens mijn rondje met Rosa overleed de stormparaplu. Meestal is het één balein die het begeeft, maar ditmaal waaide de ene helft van de plu volledig over de andere heen.
’s Avonds constateerde Man: ‘Vakkundig gesloopt, je moet het maar kunnen.’

Onderweg naar het ziekenhuis in Gouda stond ik stil bij een stoplicht. De auto voor me trok op, ik deed hetzelfde, tot m’n voorganger abrupt op de rem ging staan, ik een fractie te laat was en een zachte duw het resultaat was.
Een zijstraat verder stapten we uit onze auto.
‘U heeft me aangereden! U heeft me aangereden!’ krijste de bestuurster hysterisch.
Op haar achterbank ontwaarde ik een maxi cosi met baby en snapte haar doorgedraaide emotie.
Ik gunde me geen tijd het schadeformulier in te vullen en schreef mijn privégegevens op een kladje.

In de parkeergarage waren alle zes verdiepingen inclusief het dak bezet. De terugreis naar buiten duurde twintig minuten. Ik besloot m’n koekblik bij een hoog flat neer te prakken, holde naar het ziekenhuis en meldde me exact op tijd bij de balie.
Waar mag je tegenwoordig nog ongeremd zeuren en zaniken? Bij de internist.
Gewapend met mijn handtas liep ik zijn spreekkamer binnen. De arts straalde een serene rust uit.
Moe van het nietsdoen en krom van de spierpijn klaagde ik: ‘Als ik hier druk, doet het daar pijn, en als ik niet druk overal.’
‘Waar zit de pijn precies?’
‘Hoofd, schouders knie en teen, en overal ertussenin. Ik heb zo’n spierpijn, als deze neerwaartse spiraal doorzet, word ik nog hersendood.’
‘U ziet er niet depressief uit,’ sprak de arts welwillend. ‘De meeste mensen stappen hier naar binnen met hun hoofd naar beneden.’
‘Emotionele oprispingen reserveer ik voor thuis,’ bekende ik.

Hij keek somber alsof hij het antwoord op mijn klachten al wist.
Ik ook. Al een half jaar, maar ik wilde het van een expert horen.
‘Fibromyalgie, een pijnsyndroom zonder ontstekingen. Ook wel weke delen reuma genoemd.’
Het klonk geruststellend. Ik voelde me acuut een stuk beter. Zonder etiket ben je – waar ik vandaan kom – een aanstelster.
‘U gaat een traject in: naar de reumatoloog, fysiotherapeut en krijgt begeleiding hoe om te gaan met pijnklachten.’
Ik slikte alles voor ongezoete koek en kon weer gaan.

Terug bij de auto fladderde een wit vel papier uitdagend onder de ruitenwisser. Een parkeerboete van 61 euro 80. Ik voelde me genaaid  een hond die zijn vacht uitschudt na een lange wandeling in de regen.
Terwijl ik naar huis reed, scheen de waterig winterzon spookachtig door grillige wolken op de polderwegen. Met de wissers op de hoogste stand-  evenals de verwarming – besloot ik dat ik in ieder geval droog zat.
Mijn glas is nooit halfvol. Ik weet waar de kraan is.

En de winnaar is…

Tada…..

Gewonnen met 10 punten:
1. Marja gaf als eerste de antwoorden door en bleek qua score alleen te evenaren.
2. Wiebeltjes schreef dat ze “reteslecht” is maar sleept ondertussen de prijzen in de wacht.
3. Karin wist niet alleen dat ik saxofoon wil leren spelen, maar moedigde me meteen aan les te nemen.
4. Frederique zei – bescheiden als ze is – dat ze zeker één antwoord goed had; het bleken er tien!
5. Ekim vroeg zich af of hij me na jaren vriendschap nog een beetje kent. Dat blijkt een retorische vraag.

Vijf winnaars betekende dat er geloot moest worden. Ekim gaf aan geen prijs te willen (hij woont nogal klein) dus bleven er vier kandidaten over.

Roos vouwde briefjes met winnaars dicht. Deed ze in een emaillen vergiet, grabbelde erin rond en de winnares is….KLIK.
Lieve winnares, wil je me je adres mailen?

Er zijn geen verliezers, alle deelnemers krijgen eeuwige roem!

Op een gedeelde tweede plaats (met 9 punten) zijn geëindigd:
Marlou: vulde de lijst in met een uitstekend resultaat.
Minoesjka: zei dat ze veel moest gokken. Ga op paarden wedden; je bent een natuurtalent.
Mrs Williams: moest uren zoeken voor ze de antwoorden had.
Gwennie: we blijven beiden Martin Bril-fan!
A’tje: mijn complimenten: jij hebt als twee van de weinigen vraag 14 goed beantwoord: de tekst op mijn waarschuwingslabel.

Op een gedeelde derde plaats zijn geëigend:
Lutje: (8 punten) was zo inventief mijn juiste email-adres te vinden.
Petr@: wil vast net als ik dierenbeulen strenger straffen.
Dien: helaas, ik ben geen stoer wijf, maar we blijven partners in crime.
Anneke: dacht dat ze weinig antwoorden goed had, maar een score van acht is niet slecht.
Riet: (7 punten) Heel sportief! Ze deed mee maar hoefde geen prijs.
Karel: werd pffff moe van al die antwoorden invullen.
– Mrs T: dacht dat ik de tijd wilde stilzetten als ik kon toveren.
Frank: (6 punten) de originaliteitsprijs is voor jou! Om je eigen favoriete beroep (machinist) tussen mijn antwoorden te zetten was een meesterzet.
Di Mario: je antwoord op vraag 7 verbaast me niets, vredesactivist als je bent.
Fotorantje: dacht dat ik onzichtbaar wilde zijn. Typisch een wens van een fotografe.
Logbankje: (5 punten) nam als muziekkenner aan dat mijn ultieme liefdesliedje tóch van David Bowie was.

De antwoorden:
1.Mijn favoriete boek kon je lezen op de link naar Liebster Award. Het eerste antwoord is raak: The deathly hallows van J.K. Rowling. waarin alle afzonderlijke delen van Harry Potter samen komen. Een ongelofelijke prestatie.
2. Later als ik groot was, wilde ik dierenarts worden.
3. Als ik een slechterik kon zijn: Juf Bulstronk. Als enige met filmpje. De andere linken verwijzen naar Wikipedia.
4.Mijn favoriete zanger? David Bowie. Who else?
5. Als ik kon kiezen zou ik niet steenrijk willen zijn maar willen slapen, slapen, slapen. Een makkie voor de kenners.
6. De kekke laarsjes. Zie foto.
7. Toverspreuk. Een conflict met mezelf: vrede voor iedereen is een nobel streven maar ik blijk wraakzuchtiger dan gedacht en kies voor dierenbeulen strenger straffen.
8. Ik zou willen dineren met Aletta Jacobs. Sorry, sorry, sorry, ik stel velen teleur. Ipv voor een “stoer wijf” te kiezen, kies ik voor een feministe die studeren voor vrouwen op de kaart zette.
9. Het ondeugendste was Roos heeft gedaan? Ik weet het niet. Ze deed het alle vier! Elk antwoord is daarmee goed. Zie je dat ik meeval?
10. Mijn favoriete winkel is: O zo mooi. De enige link die naar een blog van mij doorverwijst. De overige linken verwijzen naar de betreffende winkels.
11.Mijn ultieme liefdesliedje is van Roberta Flack. In de link naar Marja staat mijn antwoord in haar reactieveld.
12. Ooit wil ik sax leren spelen. Staat in hetzelfde Award-blog als de boektitels (-:
13. Favoriete quotes: alle antwoorden zijn goed. Ik maakte een fout door vroegtijdig op “publiceren” te klikken. Mijn blog was nog niet af, waardoor er twee varianten in omloop waren.
14. Het waarschuwingslabel. Dit was dé instinker met afstand. Het is waar: ik wil vooral met rust gelaten worden. Voor het geval dát heb ik mijn mening paraat.
Slechts twee personen gaven het juiste antwoord: A’tje en Ekim.

Iedere deelnemer krijgt als hij/zij dat wenscht een persoonlijke kaart.

Geef me een seintje én je adres als je die kaart wil ontvangen! Mailen kun je naar pippi at freeweb punt nl.

Finland-prijsvraag

120 kaarten

Eindelijk: hier is-ie dan!

Korte uitleg voor nieuwkomers:
Roos ging in augustus 2016 voor vier maanden voor haar studie naar Finland.
Bij het afscheid op Schiphol gaf ze me een tasje met daarin 120 enveloppen: voor elke dag dat ze weg was één. Op iedere kaart stond een vraag die ik mocht beantwoorden. Roos zei: ‘Zodoende ben je toch een beetje bij mij.’

De vragen waren divers:
– Hoe vaak heb ik vroeger tegen Roos gezegd: ‘En wat zeg je dan?’
– Wat is mijn mooiste kledingstuk?
– Heb ik een raar talent?
– Als er een feestdag naar mij vernoemd zou worden, waar zou die dan voor staan…

Een aantal vragen heb ik er voor jullie tussenuit gepikt.

Wie kan er meedoen?
Iedereen die eerder gereageerd heeft op mijn blog. Sorry, lurkers!

Wat kun je winnen?
Een kruimeldief
Twee originele Finse sleutelhangers uit Lapland – een Finse euromunt van 20 cent – 50 Russische roebels – een kaart met rendier – een taartkleedje uit Talinn (Estland) –  een dagboek voor vijf jaar: elke dag een vraag (handig voor als je een blog-dip hebt.)
Succes iedereen!

  1. Wat is  mijn favoriete boek?
    a) Simone van der Vlugt – Rode sneeuw in december.
    b) Terry Hayes – Ik ben Pelgrim.
    c )Martin Bril – Het evenwicht.
    d) J.K. Rowling – HP and the deathly hallows.
  1. Wat wilde ik vroeger worden als ik groot was?
    a) Generaal in het leger
    b) Dierenarts
    c) Brandweervrouw
    d) Tandenfee
  1. Als ik een slechterik kon spelen in een film of serie, wie zou ik dan willen zijn?
    a) Bellatrix Lestrange uit Harry Potter
    b) Eucalypta uit Paulus de Boskabouter
    c) Juf Bulstronk uit Matilda
    d) Cruella de Vil uit 101 Dalmatiërs
  1. Wie is mijn favoriete zanger aller tijden?
    a) Bono (U2)
    b) Bob Dylan
    c) David Bowie
    d) Frank Boeijen
  1. Wat doe ik het liefst als ik kon kiezen:
    a) Eeuwig kunnen leven?
    b) Steenrijk zijn?
    c) Onzichtbaar zijn?
    d) Zorgeloos kunnen slapen?

  1. Wat is mijn laatste nieuwe aankoop?
    a) Eland laarsjes
    b) Slangenleren laarsjes
    c) Hagendis laarsjes
    d) Kekke cowboylaarsjes uit de uitverkoop
  1. Als ik één toverspreuk kon uitvoeren, welke zou dat dan zijn?
    a) Onzichtbaar zijn
    b) De tijd kunnen stilzetten
    c) Dierenbeulen straffen
    d) Vrede voor iedereen
  1. Als ik kon dineren met een historisch figuur, wie zou dat dan zijn?
    a) Jeanne d’Arc
    b) Winston Churhill
    c) Aletta Jacobs
    d) Margaret Thatcher

  1. Wat is het ondeugendste dat Roos als kind heeft gedaan?
    a) Een lange vinger achteloos weggooien. Ze wilde “die!’ (Taart.)
    b) Maandverband op haar gezicht en kleding plakken
    c) Behang van de muur boven haar ledikantje pulken.
    d) Een niveablik uit de douche gepakt en zich onder gesmeerd
  1. Wat is mijn favoriete winkel?
    a) De Bijenkorf
    b) Boekwinkel Donner
    c) O zo mooi kledingwinkel
    d) Wolwinkel de Schapekop
  1. Wat is mijn ultieme liefdesliedje? (let op: dit is een instinker!)   
    a) Ray Conniff – Love Story
    b) David Bowie – Lady Grinning Soul
    c) Roberta FlackThe first time ever I saw your face
    d) Shirley Bassey – Something in the way he moves
  1. Welk instrument zou ik graag goed kunnen spelen?
    a) Viool
    b) Saxofoon
    c) Carillon
    d) Gitaar
  1. Wat is mijn favoriete quote:
    a) Als ik wil, kan ik alles wat ik wil (Annie M.G. Schmidt)
    b) Don’t panic! The worst is yet to come
    c) You can only be young once, but you can be immature forever
    d) En ik schrijf nog lang en gelukkig
  1. Als iedereen een waarschuwingslabel zou krijgen, wat zou er dan op de mijne staan?
    a) Houd afstand!
    b) Mening paraat
    c) Slechterik met vechthond (Rosa)
    d) Handle with care.

Moeite met vraag 11? Marja weet raad.

Je kunt je antwoorden in het reactie-vak plaatsen of je oplossing mailen naar: pippi at freeweb.nl
Insturen tot maandag 30 januari 23.59 uur 2017.

Degene met de meest goede antwoorden heeft gewonnen. Bij meerdere winnaars wordt geloot; Roos verricht de trekking.
Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Haha (-:
Zet ‘m op!

Slaaponderzoek

In het slaapcentrum trek ik m’n pyjama aan ter voorbereiding van de polysomnografie. De laborante bevestigt zuignappen aan kabels, snoeren, stekkers en borstbanden aan me vast die mijn hersenactiviteit gaan meten.
Voel je vrij, lach gerust, dat deden twee personen hier in huis ook. De term “hersenactiviteit” moest ik vooral niet opvatten als een compliment.

Het feest begint pas goed als mijn hoofd aan de beurt is. Met behulp van een luchtdrukpomp waar menig fietsenmaker jaloers op is, plakt de laborante met klodders lijm de sensoren vast.
Als ik opper dat ze met Frits Wester sneller klaar is, spreekt ze dit ferm tegen: Frits mag jaloers zijn op mijn krullen want daar klit de lijm lekker in vast. De punaises op mijn hoofd zullen pas loslaten na hevig schrobben met deciliters aceton.
Tevreden met haar plakwerk brengt ze me naar de afdeling waar ik de nacht zal doorbrengen. Onderweg trek ik aardig wat bekijks; helaas niet vanwege mijn flamboyante verschijning.

‘U krijgt een rustige kamer aan het eind van de gang,’ verwelkomt een verpleegkundige me en wijst me een kamer tegenover twee gesloten gangdeuren.
Ik pak een stoel en mijn leesboek. Het blijkt een uitdaging een bladzijde zonder onderbreking te lezen, want iedereen die naar buiten wil, houdt halt voor de dichte deuren en leest de opgeplakte info: “Deuren openen? Toets de code in!” Een pijl naar rechts wijst naar een kastje aan de muur. Dat kastje zien ze wel maar waar vinden ze de code? Hulpeloos kijken ze rond.
‘U moet 1234 intoetsen,’ help ik ze op weg. ‘Dat staat op een sticker bovenop het kastje.’

22.30 uur ga ik naar bed.
In het donker doe ik een ontdekking: ik geef licht. Het kastje voor mijn borst verspreidt een blauwe gloed en na een snelle handbeweging zie ik een rode streep voor mijn ogen. Tsss, alsof ik daar een vingerhartslagmeter voor nodig heb…
Ik kruip in bed, leg me neder, haal 3x diep adem, sluit mijn ogen en wacht geduldig af.
Ja hoor, daar komen ze: alle schokkende ledematen die me thuis uit mijn slaap houden, worden stuk voor stuk geregistreerd. Ik val zelfs in slaap!

Midden in de nacht schudt iemand aan mijn schouder.
Ik stijg bijna op van schrik, raak verstrikt in allerlei kabels en weet direct weer waar ik ben. ‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Mevrouw, u ligt te dromen.’
‘Dat is juist goed; dan heb ik REM-slaap.’
‘Maar u gilt iedereen wakker.’
‘Oh…oh…sorry,’ stamel ik. ‘Ik zal het niet meer doen,’ zeg ik meer met pose dan innerlijke overtuiging.

Wegens gebrek aan talent val ik daarna niet meer in slaap. Met muziek verdrijf ik de nacht.

Nadat alle zuignappen op m’n hoofd door dezelfde laborante verwijderd zijn, staat Roos voor de ingang van het ziekenhuis al op me te wachten. Ik zie eruit als een heks en stel het op prijs dat ze me niet uitlacht. Ze durft zelfs met me te gaan ontbijten voor de “open haard” bij La Place!

De uitslag van het onderzoek hoor ik waarschijnlijk eind van de maand.

Johanna Jacoba

Het Algemeen Dagblad deed in november 2016 een oproep aan lezers om te schrijven over hun schoonmoeder. Het mocht onder eigen naam, pseudoniem of anoniem.
“Lucht uw hart. Over de vreselijke, die voor haar zoon geen vrouw goed genoeg vindt. Over de lieve, die drie keer per week op de kleinkinderen past. Over de hinderlijke, die alleen maar zeurt en zanikt. Over de bemoeial, de schat, de intrigant…”
Mijn bijdrage werd gepubliceerd in de weekendbijlage van zaterdag 24 december 2016:

‘Je mag pas van tafel als je al je spruiten hebt opgegeten.’
‘Dan moet u ook al die tijd aan tafel blijven zitten.’
‘Ik zou niet weten waarom.’
‘U mag pas van tafel als de gast klaar is met eten.’
Haar ogen boren zich als de loop van een kanon in de mijne en zo meteen gaat ze schieten.

Ze weet niet wat ze met me aan moet. Haar kledingadvies om op zondag lange rokken te dragen, heb ik ook al naast me neergelegd.
Tot groot genoegen van mijn man, overigens. Het eerste wat hij tegen me zei voordat ik bij hem thuis kwam, was: ‘Je mag van mij alles, behalve met m’n ouders mee naar de kerk.’
Ik mag dan niet van spruitjes houden, ik houd wel van haar jongste. Alleen krijg ik het zuur van haar Calvinistische regels en degelijkheid, en zij de hik van mijn “losbandige leven.”

Gek, hoe de liefde voor een gezamenlijk mens je dichter naar elkaar toe kan brengen. De bitterkoekjes die ze voor me koopt, vind ik om op te vreten; zij vindt mijn eten best te pruimen. En haar hart loopt over voor ons roodharige bruistablet, haar vierde kleinkind. Als je maar lang genoeg zoekt, vind je meer overeenkomsten dan verschillen.

De laatste weken van haar leven zijn een verschrikking. Ze is minder dan een zuchtje van de vrouw die ze is geweest. Terwijl de kanker langzaam haar lichaam verteert en haar lijf verandert in een zak met botjes, blijft haar geest ijzersterk. Ze wil thuis sterven en zo zal het gaan. Om de beurt waken we bij haar; dichter kun je bij een mens niet komen. Als het eindelijk gebeurt, voelt het als een verlossing.
In haar huis vol spullen sta ik met lege handen. Of toch niet: in elke hand ligt een helft van mijn hart.

*****

Hoe is/was jouw relatie met je schoonmoeder?

Een goed begin

Keek op de week (23)

Nogal wiedes dat Roos’ koffers overbelast waren: ze had een vracht aan souvenirs bij haar. Zelfs voor Rosa, en prijsvraag voor mijn blog heeft ze geschenk meegenomen.
Ik kreeg o.a. blauwe fles uit kringloopwinkel van Kuopio. Een meesterzet!

AD had in weekendbijlage speciale editie over schoonmoeders waarvoor lezers verhaal konden insturen. Schreef en verzond bijdrage onder pseudoniem.
Kreeg email van redactie of het onder echte naam mocht; ze vonden het zo’n lieve brief.
Alleen als het zonder woonplaatsvermelding mocht, stelde ik voor.
Ze gingen akkoord. Mijn verhaal staat in bijlage.

Roos wilde een ukelele. Ik probeerde muziekstuk buiten de deur te houden, maar Roos’ wens is Joris’ command.
‘Je zingt in een koor, hebt al een keyboard en een gitaar.’
Dovemansoren.
‘Ga er een middag voor strijken,’ opperde ik.
‘Schat, wil jij soms ook een ukelele?’ vroeg Lief.
Weet niet wat Roos in roodharige hoofd haalt. Misschien wil ze singer-songwriter worden. Mocht ze concert gaan geven, dan verloot ik 100 gratis toegangskaarten onder mijn lezers.

Traditiegetrouw bakken Joris en Roos op oudejaarsdag oliebollen en appelflappen. Ze nemen bestelling van m’n ouders op en bezorgen ze ’s middags vers van de pers.
Vond het dit jaar tijd voor breuk in traditie. ‘Kom ’s middags bakkie koffie drinken en oliebol happen,’ riep ik tegen m’n moeder door telefoon.
Ze had duidelijk oren naar uitnodiging, en vroeg: ‘Kan ik nog iets voor je meenemen?’
‘Je portemonnee. Dan rekenen we je bestelling af als je de deur uitgaat,’ grapte ik.

2016 struikelt naar een eind. Prima, ben er klaar mee.
Op naar 2017: een nieuw jaar met nieuwe kansen!
Doe niet aan goede voornemens maar op valreep schoot me iets te binnen: met jaarwisseling een glas champagne achterover klokken. Daarna nog halfje voor de smaak, aangeschoten naar bed en slapen binnen vijf minuten. Dá’s nog eens een goed begin van het nieuw jaar!

Lieve lezers
Bedankt voor jullie trouwe bezoekjes, aanmoedigingen in tijden van nood en warme reacties op mijn blog.
De aller- állerbeste wensen voor 2017! 

Retourtje Finland

Nauwlettend houden Man en ik de schuifdeuren in de gaten. Waar we in augustus op Schiphol haar laatste glimp vasthielden, is onze blik wederom gefocust op een lang vrouwspersoon met vlammend rood haar.
Het is de hoogste tijd dat Roos terugkomt, want mijn teennagels zijn aan een opknapbeurt toe.

De vier maanden dat ze weg was, zijn omgevlogen, maar het wachten in de Aankomsthal duurt eeuwen.
Eindelijk, daar is ze!
Roos had beloofd á la “All you need is love” met grote passen en wijd gespreide armen in een vertraagd tempo naar ons toe te komen lopen. Aan de praktische uitvoering ervan – het meezeulen van twee koffers, een tas en rugzak – heeft ze geen rekening gehouden. De ontvangst is daarom ouderwets, desondanks straalt ze alsof ze het Noorderlicht heeft meegenomen.

Mensen, rolkoffers, mobiele telefoons, muziek…alles valt naar de achtergrond. Even zijn we met z’n drieën alleen op de wereld. We lachen tot onze gezichten er pijn van doen.
‘Wat is je haar lang geworden!’ valt me als eerste op, en speur haar gezicht af: is ze volwassener geworden? Zelfverzekerder? ‘Je bent helemaal niet veranderd,’ constateer ik verbaasd.
‘Nee suffie, we hebben hartstikke vaak geskypt!’ zegt Roos.

Haar mond staat geen ogenblik stil. ‘Haha, mijn koffer was te zwaar. 22,6 en 27,3 kg. Vroeg die man bij de balie in Kuopio of ik iets kon verplaatsen of weggooien.  Ik zei: nee, dat gaat niet lukken. Toen moest ik 30 euro bijbetalen, maar blijkbaar kan dat alleen met een credit card, en die heb ik niet, dus mocht het gratis.’

‘Hoe rijdt de nieuwe auto? vervolgt ze in rap tempo. ‘Wanneer mag ik erin rijden, pap? En vind je het niet zonde dat Rosa in de vakantie op de boot naar Noorwegen of Zweden de nacht erin moet doorbrengen?’ wrijft ze er nog wat verder in.
Joris zucht. Amper een halfuur staat z’n dochter op Nederlandse bodem en ze probeert ‘m al op de kast te jagen.
Roos en ik klampen ons aan elkaar vast van de lach.
‘Kom maar hier met die koffers want dat gaat zo niet werken,’ zegt Man getergd.
‘Ach pati – een kreet overgehouden van Latijns les – je weet toch dat ik je gemist heb?’ Om dat te bewijzen, geeft ze hem een dikke zoen.
Joris kijkt meteen blijer.

Onderweg – hand in hand op de achterbank – vraag ik wat het meeste indruk heeft gemaakt.
‘Alles. Echt alles, maar het Noorderlicht en de husky-tocht het meest. Zo’n sleehondentocht  vind jij ook tof, mam! Maar niet halverwege van die slee vallen, hè? Vind ik echt iets voor jou.’

‘Ik heb Elstar appels voor je gekocht,’ zeg ik.
En ik latte macchiato!’ roept haar vader.
‘Lékker,’ zegt Kind en ze zucht van welbehagen.
‘Je mag wel vaker lang en ver weg, hoor,’ zeg ik, ‘maar niet meer dit jaar.’

 

Lapland: Een Winter Wonderland

De reis van Roos van Kuopio (Finland) naar Lapland ging per bus en duurde ruim tien uur.

In Rovaniemi – de woonplaats van de Kerstman – maakten ze een tussenstop voor een bezoek aan een museum over de geschiedenis en cultuur van Lapland.
Het dorp heeft ook een eigen postkantoor dat dagelijks ongeveer 32.000 (!) brieven voor Santa Claus ontvangt. 

Welkom op de Poolcirkel!
Lapland staat bekend om haar extreme temperaturen. Hoewel de koudste periode nog moet aanbreken (januari-februari), schommelde de temperatuur rond de -18 en -26 graden. Roos droeg drie broeken en vier shirts en vond het zelfs toen nog fris. Wat wil je als je wimpers en sjaal in rap tempo bevriezen? 

Het huisje “Vip Rakka” waar Kind met zeven kornuiten verbleef.   

Spectaculaire uitzichten tijdens de Arctic Ocean Tour per boot naar het topje van Lapland.

Geen Lapland zonder rendieren, dus een bezoek aan een rendierenboerderij hoorde erbij. 

In Lapland wonen 200.000 rendieren en slechts 150.000 mensen. Alle rendieren in Finland hebben een eigenaar waardoor ze redelijk tam zijn.

Qua grootte kun je ze vergelijken met een hert. 

Uiteraard werd er een rendiertocht gemaakt.

Ondanks dat de zon niet opkwam, zorgde het licht voor sprookjesachtige taferelen. 

Dé top attractie was de Husky-safari.
Verborgen in het bos lag het erfgoed van de husky’s en op grote afstand hoorden ze de honden al blaffen en huilen. 

Bij aankomst stonden de sleeën al klaar. Elke slee wordt door zes husky’s voortgetrokken. Om een slee te mogen trekken moet een hond drie jaar getraind worden. Het onderhoud en trainen van de dieren is dan ook een fulltime baan voor de eigenaar.
De sleeën waren goed vastgezet want de honden stonden te stuiteren om te mogen trekken.

Ze mochten zelf de slee besturen, wat super gaaf was maar ook eng. Per slee was er een bestuurder en een berijder, en halverwege de rit werd gewisseld. Door het verplaatsen van hun gewicht veranderde slee van richting, wat een stuk gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Ze kregen ook instructies wat de bijrijder moest doen als deze de bestuurder verloor, maar dat hebben ze maar niet uitgeprobeerd
De honden haalden ongeveer een snelheid van 25 tot 35 kilometer per uur. Daarbij moest wel stevig de hand op de rem van de slee gehouden worden, want de husky’s wilden alsmaar harder, harder, harder.   

De tocht was adembenemend; alleen al omdat de husky’s de slee hard blaffend voorttrokken.  

Pas na afloop mochten de honden geaaid worden, omdat ze anders zo dol-enthousiast zouden worden dat ze er uit zichzelf met de slee vandoor gingen.  

Als kers op de taart was de zon opgekomen toen om 11.30 uur de husky-tocht begon en tegelijkertijd met de terugkomst van de slee – anderhalf uur later – ging ze weer onder. Het was een dag om nooit te vergeten!

Aangerand in de tram #wijoverdrijvenniet

imageedit_4_6916265491

“27% EU-Europeanen vindt het oké (‘justifiable’) dat vrouwen in sommige situaties seksueel misbruikt worden. Als een vrouw bijvoorbeeld dronken is of zich uitdagend kleedt, als ze niet duidelijk ‘nee’ heeft gezegd en geen verzet geboden heeft, vindt minstens 1 op de 4 Europeanen het begrijpelijk als ze daardoor tot seks gedwongen wordt. ”
Dat meldde Europees Commissaris van Justitie Vera Jourova in een toespraak in Brussel, tijdens de opening van de campagne ‘Vrouwen tegen Seksueel Geweld’.

Ik las het hier en het was alsof ik een klap in m’n bek kreeg.
Sinds voorjaar 1989 is er niets veranderd….

***

Overdag is het Scheepvaartkwartier een statige buurt. Na kantoortijd – en zeker na overwerk – is de elegantie ver te zoeken: sexclubs openen hun deuren en schorriemorrie bevolkt de straten.

Op de hoek wacht ik op lijn vijf.
Altijd hetzelfde liedje. Alsof ik de eerste de beste stoephoer ben, roepen automobilisten door hun open raam: ‘Hoeveel kost pijpen, schatje?’
‘Schoonheid, wat kost het om jou een uur te verwennen?’
Dat ik ieder oogcontact mijd, ontgaat ze.

De tram is leeg op vijf mannen achterin na.
Ik ga in het midden bij de deuren zitten. Alsof ik de stroop en zij de vliegen zijn, komen de ze op me af. Eén gaat naast me zitten, twee voor me en twee achter me op een bank. Ik kan geen kant op en voel me gemangeld. In mijn hoofd gaat het alarm van de eerste maandag van de maand af.

De kerels zijn zonder douchen de deur uitgegaan, hebben tatoeages, dragen korte mutsen en spreken Zweeds. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van het Zeemanshuis.
Ik spreek mezelf moed in: het zijn maar twee haltes. Zo belangstellend mogelijk kijk ik uit het raam.
Ineens voel ik een hand op mijn rechterknie. Terwijl mijn hart tegen mijn huig springt, roep ik tegen de kerel naast me: ‘Blijf met je poten van me af!’ en kijk hem met intense doodsverachting aan.
De Zweden proberen me na te zeggen en er wordt gelachen. Dit belooft een leuke rit te worden en hij is nog maar net begonnen.

De gluiperd naast me grijnst onaangedaan en legt zijn hand een stukje hoger.
Paniek laait op; ik heb het allemaal al eens meegemaakt. Ik moet weg! Ik moet onmiddellijk weg!
Nadenken is uitgeschakeld; ik handel puur uit overlevingsdrang. Ik spring overeind en geef mijn buurman met mijn elleboog een hengst in zijn gezicht. Hij is even overrompeld, waardoor ik vliegensvlug op de bank kan klimmen en over de kerel heen kan springen.

Trillend over heel mijn lijf kijk ik naar de bestuurder.
Hij kijkt terug en negeert me.

Nu wil de zeeman verhaal halen. Terwijl de rest geamuseerd toekijkt, komt hij bij me staan. Hij loopt twee rondjes om me heen, grijpt me onverwacht van achteren beet en maakt wilde rijbewegingen waarbij zijn hand mijn kruis betast.
Tranen van onmacht springen in mijn ogen. Ik ben bang maar voel vooral woede. Tomeloze woede en die geeft me kracht. De tram staat stil voor het stoplicht en ik grijp mijn kans. Ik worstel me los, doe twee stappen vooruit en trap net zolang tegen de tramdeuren tot ze open gaan.

Bij het uitstappen struikel ik over mijn benen. Ik krabbel overeind en kijk achterom: de Zweden twijfelen maar besluiten de achtervolging in te zetten. Ik weet al waar ik naartoe wil en trek een sprint.
Vierhonderd meter verder trek ik de deur van een tijdelijke politiekeet op het Eendrachtsplein open. Rechts staat een prullenbak, ik buig voorover en gooi mijn avondeten er uit.

Met een papieren zakdoek veeg ik m’n mond af.
Blijkbaar gaan hier vaker mensen over hun nek want de agente achter de balie vraagt zonder blikken of blozen: ‘Wilt u een glas water?’
Ik knik.
Het glas drink ik in één keer leeg. Ik haal diep adem en wil iets zeggen maar breng alleen gestamel voort. Ik sla een hand voor m’n gezicht. Het laatste wat ik wil, is huilen.
Uiteindelijk mompel ik: ‘Mannen…ze vielen me lastig.’
‘Wilt u aangifte doen?’ vraagt de vrouw vriendelijk.
Ik schud nee. ‘Wilt u met me meelopen naar het metrostation?’ vraag ik.

Ze houdt de deur voor me open en we lopen naar buiten. Het plein is zo goed als verlaten.
We lopen de trappen af naar beneden en zien dat ook het perron leeg is. De metro komt er al aan.
De agente wacht tot ik ben ingestapt.

De volgende dag op m’n werk vraag ik of ik voortaan na overwerk een taxi naar de metro mag nemen, omdat ik ben “lastig gevallen.”
Voor het antwoord heeft de onderdirecteur geen bedenktijd nodig. ‘Ga lopen,’ zegt hij, ‘het zijn maar twee haltes.’
Ik had elk antwoord verwacht, maar niet dit. Prompt val ik stil en sta daar te staan.
Hij kijkt me geïrriteerd aan. Zijn blik zegt: wat doe je hier nog?
Mijn tong doet het weer. ‘Ik hoop dat uw dochters later een betere werkgever treffen,’ zeg ik en loop weg. Jammer dat de deur een dranger heeft, anders had ik ‘m achter me dicht gesmeten.

Huilend trek ik me terug op het damestoilet.

Deze blog staat ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

pief paf Boef

imageedit_1_4886313542

Just another day at the office.
Zo begon de dag. Tot ik wegreed bij de kPNI-dokter en stil kwam te staan voor het stoplicht bij Capelse Brug. Het licht sprong op groen, rood, groen en er gebeurde niets. Nieuwsgierig helde ik naar rechts. Het uitzicht viel tegen: in de verte zag ik alleen wat hoofddeksels van de Koninklijke Marechaussee bewegen. Het was wel genoeg om de filestress te doorbreken.

Verschillende automobilisten stapten uit.
Links achter me stond een M.ercedesbusje waarvan de eigenaar buiten in strakke lijn recht voor zich uitkeek.
‘Ziet u iets?’ vroeg ik door het open raam.
De man was zo vriendelijk niet om te rollen van de lach en knikte geanimeerd: ‘Ze staan met getrokken pistolen.’
Wát! En dat ging aan mij voorbij?
‘Ze hebben hem!’ sprak de Busjesman vol vuur. ‘Als u hier komt staan, kunt u het zien,’ moedigde hij me aan.
Nou, niet te dichtbij dan. Zo nonchalant mogelijk ging ik op het grastalud en op mijn tenen naast de man staan. Hij was een tikkeltje aan de ronde kant, had een vriendelijk gezicht en droeg een Mart Smeets-trui. Het betere zicht kwam net te laat. De show was over; het begon alweer te rijden.

En ik had zoveel vragen. Waar brachten ze de verdachte naartoe? Hadden auto’s van de KM zijn auto geblokkeerd? Rechts naast me reden twee vrachtwagens en ik verfoeide ze: het was hun schuld dat ik niets zag. Enfin, weer een crimineel minder op vrije voeten. Gans het land kon opgelucht ademhalen.

Thuis hield ik de persberichten in de gaten. Had de aanhouding iets te maken met de terreurdreiging op Rotterdam Airport? Nergens las ik wat.

‘Heb jij nog wat beleefd?’ vroeg Man door de autotelefoon.
‘Jaha!’ riep ik enthousiast. Ik deed mijn verhaal en rondde af met: ‘Als ik na mijn plas mijn handen niet had gewassen, had ik vooraan gestaan bij de stoplichten.’
‘Dan heb je geluk gehad dat ze niet hoefden te schieten,’ antwoordde Joris.
Typisch weer het commentaar van een risicomanager…