Filmpje!

Keek op de week (34)

Roos moest maandagochtend naar Erasmus. Mopperde bij thuiskomst: ‘Kon amper metro in! Kreeg NL alert op telefoon om binnenstad te mijden. Alsof ik daar naartoe wilden. Stond opgehokt tussen Feyenoordfans met schalen van karton in hand.

Vergenoegd kwam Man thuis en zat met big smile aan tafel. Had op werk dag via laptop naar inhuldiging van Feyenoord op tv Rijnmond gekeken.
Keek thuis naar journaal, daarna naar samenvatting op mobiel. Zei gniffelend: ‘Altijd al gezegd dat Ajax een wandelvereniging is.’ Gaf licht van blijdschap. Glimlach was niet van z’n gezicht te slaan. Heb het ook niet geprobeerd.

Boodschappenzegels kopen en sparen vond ik voorheen zinloze, onbenullige bezigheid. Totdat ik me realiseerde dat AH 6% rente geeft. Dat is 5,85% rente meer dan op mijn bankrekening! Ga nu zegels sparen. Als boekje vol is, inleveren en met Roos lunchen bij Hotel New York. Wat heb je aan geld op de bank?

‘Shit!’ zei ik en staarde verbijsterd naar m’n hand. Hoofd vol vraagtekens: hoe kon dit gebeuren?
‘Wat izzer, mam?’ vroeg Roos en kwam naar keuken gesneld.
‘Heb ineens bovenkant van mengkraan in m’n hand.’
‘Hoe kan dat? Vlug!’ maande ze, ‘papa komt eraan!’
‘Moet ik doen dan?’
‘Duw ‘m er gewoon weer op!’
Frommelde met kraan…
Deur ging open.
‘Wat doen jullie?’ vroeg Joris toen hij Kind en mij naar gootsteen zag staren.
‘Oh niets,’ zeiden Roos en ik in koor en verlieten keuken. Kraan was net op tijd weer één geheel.

Ondanks Joris’ inspanningen vond hij dood mereljong onderaan boom. ‘Zonde,’ zei hij, ‘jong was al groot.’ Heeft beest met militaire eer begraven.

Weten jullie het nog? Dat Rosa in Koeienbos als razende naar mollen graaft? Aarde die alle windrichtingen opvliegt; haar snuit die dieper en dieper wroet? En het ineens op een janken zet.
Baas, net zat hier nog een mol en nu is-ie weg!
Dat argeloze voorbijgangers denken dat het beest wordt afgeranseld?
Een zeker bloglezeres – ik noem geen rugnummers, wel dat haar naam begin met een R en eindigt op oelien – geloofde niet dat “dat onschuldige hondje op de foto zo kan graven.”
Bij dezen het bewijs: filmpje! Met dank aan Roos en vooruit: ook een beetje aan Rosa (-:

 

Twintig miljoen!

Deze foto is van Dien

‘Sommige Finland-vragen heb je niet beantwoord,’ zegt Roos tijdens een lunch op een zonovergoten terras. ‘Bijvoorbeeld: als ik vijf namen zou hebben, hoe luiden dan de laatste drie?’
‘Eh…Lilly Aurora Isabel,’ verzin ik ter plekke.
Kind knikt tevree. ‘Waar word je blij van?’
‘Ik ben blij als jij blij bent. Een niet-opkruipende onderbroek is fijn. Een veld klaprozen. Stoplichten die op groen staan. Op houten klompen in de tuin  werken klossen…’
‘Laat maar,’ zegt Kind. ‘Het was de bedoeling dat je dingen opnoemt die je kunt kopen. De vraag is eigenlijk: wat zou je doen met twintig miljoen?’
‘Ik weet het! Ga ik de vulpen kopen!’
Roos rolt met haar ogen over zoveel domheid. ‘Die kost maar 1350 euro, mam.’
‘Oké dan. Een huis met luiken’ zeg ik. ‘Een aparte kamer voor mijn boeken. Een rustig schrijfplekje. En een Vlaamse reus in huis die ik Pim of Puck noem.’ Dit gezegd hebbende neem ik een hap bruinbrood met kroket.

‘Ik wil een zwembad en een sauna!’ roept Roos met stuiterende geestdrift.
‘Ik gruwel van sauna’s,’ zeg ik met afgrijzen.
‘Blijf jij buiten,’ zegt ze luchtig. ‘Wat wil je nog meer?’
‘Een tuin waarover is nagedacht. Met een tuinman; ik ken een heel leuke. Verder ganzen, kippen, en  een bruine vriendin voor Rosa. Eentje uit het asiel,’ som ik op. Gul zeg ik: Jij krijgt een auto van me.’
Roos grinnikt terwijl ze een paar frietjes naar binnen werkt. ‘Zal ik een klein of een stoer model nemen?’
’Allebei. Wel een milieuvriendelijk soort.’
‘Wat voor auto neem jij?’ informeert ze.
‘Ik rijd m’n blauwe doos op. Ze heeft me nog nooit in de steek gelaten en kan nog makkelijk tien jaar mee.’

Ineens slaat Kind met haar hand op tafel. ‘Ik wil een paard!’
‘Ja, een paard. Gaan we samen rijden.’
‘Nemen we wel een stalknecht, hoor.’ Roos ziet zichzelf duidelijk geen stallen uitmesten.
‘Weet je wat ik écht graag wil hebben?’ roep ik. ‘Een toffe boomhut!’ Waarna ik er enigszins beschaamd aan toevoeg: ‘Ik lijk wel gek me zo mee te laten slepen door een geldprijs.’
‘Waarom?’ zegt Roos, ‘Je zit al heel de tijd te lachen.’

Omdat ik anderen ook graag zie lachen, ga ik (zogenaamd, red.) geld uitdelen aan m’n bloglezers met een maximum van 10.000 euro per persoon.
Roep maar wat jullie ermee gaan doen!

Douze points!

De landelijke examens moeten nog beginnen maar ik ben al geslaagd. Cum laude zelfs! Ik heb 16 van de 18 triggerpoints gescoord bij de reumatoloog voor de fibro-test. Waarbij handen niet worden meegerekend, terwijl ik die het meest gebruik. Rare jongens, die witjassen.
Na het lichamelijk onderzoek keek de arts met verbijstering naar mijn twee kromme pinken.
‘Zijn die gevoelig?’ vroeg ze.
‘Alleen als iemand er met een hamer op slaat,’ zei ik.
Onverstoorbaar vroeg ze: ‘Zit het bij u in de familie?’
Ik knikte; niet van harte want ik ben de enige “gelukkige.”
Voor de zekerheid moest ik een foto van mijn onderrug laten maken.
‘Checken of het geen artrose of slijtage is,’ legde de arts uit.
Nou, als ik een aanval krijg, heb ik eerder het gevoel dat m’n rug gebroken is, maar die informatie hield ik voor mezelf.

Als enige in de wachtruimte meldde me ik me bij de rontgenbalie. Direct werd ik op mijn plaats gezet: ‘Eerst een nummertje trekken!’
Toen wilde ik waar voor m’n geld. Samen met het stukje papier ging ik op een stoel zitten.
‘Dat hoeft nou óók weer niet, mevrouw,’ zuchtte de medewerkster.
Ik leverde de benodigde papieren in en kreeg de mededeling dat ik in “wachtkamer S van Simon” mocht gaan zitten.

Foto’s maken ging fantastisch. Ik hoefde immers niet te lachen. Dat was ook onmogelijk want ik werd met veel tegenzin begroet door een omvangrijke radiologe.
‘Al mijn collega’s zijn al naar huis,’ zei ze nors terwijl haar boezem nog na deinde.
Ter bemoediging zei ik: ‘Het is bijna weekend.’
Het lachen bleef haar vergaan want ze blafte: ‘Kleedt u hier uit. U mag uw slip en sokken aanhouden.’
Waarom mijn bh uit moest voor het maken van een foto van m’n onderrug beats me completely maar klagen of vragen zou nodeloos oponthoud opleveren en ik wilde dóór.

Daarna weer bloedprikken.
‘Ik hoop dat er nog wat in zit,’ grapte ik tegen de prikster.
‘Bent u bang?’ informeerde ze.
Bang? Welnee; mijn zenuwen in die arm zijn onderhand dood.

Volgende week krijg ik uitslag van de reumatoloog. Hopelijk niet in m’n gezicht of op een plaats waar ik zelf niet bij kan. Dan volgt een verwijzing naar de reumaverpleegkundige waarvoor ik een vragenlijst moet invullen:
“Hoe vaak heeft u op het politiebureau gezeten?
Bent u eerder geopereerd?
Heeft u al uw verstandskiezen nog?
Heeft u vroeger drugs gebruikt of gebruikt u ze nu?”
Wat heeft dat in hemelsnaam met fibro te maken? Ik heb er nog nooit een opgestoken, maar krijg ineens behoefte aan een joint. Wie weet ziet de wereld er dan weer wat rooskleuriger uit.

Hansje Pansje kevertje

‘Wat is je vraag voor deze Innerlijke Reis?’ vraagt Tanja, de natuurgeneeskundig therapeute.
Ik zeg dat ik een bouwlamp wil richten op mijn chronische vermoeidheid.

Bij zo’n Reis pak je gebeurtenissen aan die op je harde schijf staan opgeslagen. Zoiets als een “reset.”
Ik word al ziek/zwak/misselijk bij de gedachte. Het liefst zou ik ‘m onder narcose ondergaan maar ik moet juist naar mijn gevóel toe. Een zware opgave. Ik zie het maar als een potje worstelen met mezelf.
Het is een soort geleide meditatie: ogen sluiten, lichaam ontspannen en een trap met tien treden afdalen. Ik mag zelf een vervoermiddel en een bestemming kiezen.

Ik parkeer mijn Mini Cooper op het strand en stap uit. Het is koud en bewolkt. Met mijn rug sta ik tegen het prikkeldraad van het duin. Voor me strekt zich het strand en de eindeloze zee uit. Er is geen levende ziel te bekennen.
‘Hoe voel je je?’ vraagt Tanja.
‘Opgesloten,’ zeg ik.
‘Waarom voel je je opgesloten?’
‘Door de vermoeidheid in mijn lichaam.’
‘Waar wordt die door veroorzaakt?’
Meteen voel ik een dreun van eenzaamheid en pak met twee handen de stoelleuning vast.
‘Wat gebeurt er?’ vraagt T.
‘Zo raar,’ zeg ik, ‘ik dacht dat ik viel.’
‘Waar wordt de vermoeidheid door veroorzaakt?’ herhaalt ze.
‘Eenzaamheid, verdriet en onveiligheid.’ Ik som het op alsof ik de antwoorden van een kaartje lees. ‘Ik voel me nog alleen-der-der op de wereld dan Remi,’ voeg ik eraan toe.
Dat boek moest ik vroeger lezen en herlezen. “Het is zó mooi,” vond m’n moeder, en ik maar janken.

Stuk voor stuk moet ik de gevoelens groter maken. Een deksels karwei.
Bij binnenkomst had ik de doos tissues al zien staan die Tanja voor me had neergezet voor het geval mijn traanbuizen gaan jeuken. Ik háát tissues.
Ik voel me zwaar; alsof de zwaartekracht me tegen het zand wil drukken. En zwart. Alles in mij is zwart.
‘Hoe krijg je dat eruit?’ vraagt T.
‘Door onweer,’ zeg ik. Zo langzamerhand kijk ik nergens meer van op.
‘Maak er een wervelende show van!’ moedigt de therapeute me aan.

Ik maak er apocalypserig rotweer van. Het knettert, het flits, het rommelt en dondert. Inktgrijze wolken laten roffelend hun lading vallen. Ademloos en zeiknat sta ik eronder en geniet. Dan laat ik repen blauw in de lucht langzaam dichterbij komen.
En daar is de zon. Ze schijnt op m’n gezicht en in een mum van tijd ben ik droog. Ik voel me net Hansje Pansje kevertje. Al het zwart in mij is in één keer weg; wat een feest! Ik voel me zo licht als een veertje.

Ineens ben ik weer omhuld door duisternis. Er dringt zich een groeiende berg irritatie in me op. Wat nou weer?
‘Waar ben je nu?’ vraagt T.
Goeie vraag…
Met duim en wijsvinger doe ik een aansteker na: het geeft een glimpje licht. Genoeg om te zien dat ik in de donkere kelder onder ons huis in Rotterdam sta. Waar het altijd donker en vochtig was en grote spinnen zaten. Een druk op de lichtknop leverde 20 seconden zicht op; daarna floepte het automatisch uit. Te weinig tijd om naar de trap naar boven te rennen. Doodeng vond ik dat als
kind. Maar ik ben geen kind meer, en niet meer bang voor spinnen of duisternis! Op de tast vind ik de deur naar de binnentuin. Ik trek ‘m open. Zonlicht prikt in mijn ogen en ik zie dat het goed is.

Eén-en-twintig!

31 maart 1996.
Zondag 23.00 uur breken mijn vliezen op de wc. Mijn tot barstens toe gezwollen buik heeft z’n langste tijd gehad. In bed heb ik direct weeën en blijf heel de nacht wakker. Man niet. Hij stapt in bed en valt acuut in coma; een enorme steun.

1 april 1996.
9 uur. Daar is de verloskundige. Ze vraagt om de hoeveel minuten ik weeën heb en rent weer weg. ‘Tot 12 uur.’
Tot 12 uur? Duurt het nog zo lang?

12 uur. De VK komt, voelt en gaat weer weg. ‘Tot 15 uur!’
Tot 15 uur? Ik kan haar wel sláán.
Man zegt: ‘Ik ga eten. Wil je ook een boterham?’
Echt hè? Ik verkeer in barensnood en hij denkt aan eten.

13 uur. Mijn vader komt een extra pak kraamverband brengen.
Door de continue lekkage ben ik er doorheen.
‘Het valt niet mee, hè?’ zegt-ie.
En dat vertelt-ie me nu pas!

15.30 uur. De VK komt en blijft. De kraamhulp verschijnt ten tonelen.
Ik weet niet meer hoe ik de weeën moet opvangen. Tevergeefs probeer ik alle standjes uit.

17.00  uur. Ik ben kapot. Ik kap ermee! Ik stuur iedereen de deur uit. Ook Joris. Vooral Joris: ‘Het. Is. Jouw. Schuld!’
Ik kijk intimiderend maar iedereen blijft.
‘Nu moet het binnen een uur geboren worden anders moet je naar het ziekenhuis,’ dreigt de VK.

18.00 uur. Mijn gezicht en kleren zijn drijfnat. Ik pers alsof mijn leven ervan afhangt. Ik doe net of ik moet poepen, maar dan anders.
‘Wil je het geboren zien worden?’ vraagt de kraamhulp. ‘Dan pak ik de spiegel uit de badkamer.’
‘Alsjeblieft niet.’

18.40 uur. Ik beval op de grond in de slaapkamer. Er verschijnt een hoofdje met navelstreng om de nek.
‘Doe maar even rustig aan,’ adviseert de VK.
Net nu ik een lancering in gedachten had.

18.45 Ik ben moeder! Maar van wie?
Alle drie kijken ze met obsessieve interesse tussen mijn benen.
Ik hoor en zie niets, en word op zes verschillende manieren zenuwachtig.
‘Ze (!) krijgt zuurstof,’ zegt Joris geruststellend.

Dan een brul en er wordt iets op mijn buik gelegd.
Wat is dat? denk ik. Oh ja, een baby! Door de pijn was ik vergeten waar ik mee bezig was.
‘Ik doe het nóóit meer,’ zeg ik hartgrondig tegen de VK.
‘Dat zeggen ze allemaal,’ lacht ze.
‘Maar ik meen het,’ werp ik tegen. ‘Hecht mij maar met schrikdraad.’
‘Meid, je bent een wonder. Bevallen van een negenponder zonder knip of scheur.’

Ik kijk naar mijn levende kunstwerk: een meisje met rood haar en een verkreukeld gezicht. Ik heb het gevoel alsof een loc met 67 goederenwagons over me heen is gereden, maar ze is het waard.

Lieve Roos ♥ de wereld werd pas mooi met jou erbij.
Van harte gefeliciteerd met je éénentwintigste verjaardag !

Fibro…eh…myal-dinges

Die dag begon zo goed totdat mijn wekker afliep.

Het waaide debiel hard. Vogels hingen zeeziek in de bomen en tijdens mijn rondje met Rosa overleed de stormparaplu. Meestal is het één balein die het begeeft, maar ditmaal waaide de ene helft van de plu volledig over de andere heen.
’s Avonds constateerde Man: ‘Vakkundig gesloopt, je moet het maar kunnen.’

Onderweg naar het ziekenhuis in Gouda stond ik stil bij een stoplicht. De auto voor me trok op, ik deed hetzelfde, tot m’n voorganger abrupt op de rem ging staan, ik een fractie te laat was en een zachte duw het resultaat was.
Een zijstraat verder stapten we uit onze auto.
‘U heeft me aangereden! U heeft me aangereden!’ krijste de bestuurster hysterisch.
Op haar achterbank ontwaarde ik een maxi cosi met baby en snapte haar doorgedraaide emotie.
Ik gunde me geen tijd het schadeformulier in te vullen en schreef mijn privégegevens op een kladje.

In de parkeergarage waren alle zes verdiepingen inclusief het dak bezet. De terugreis naar buiten duurde twintig minuten. Ik besloot m’n koekblik bij een hoog flat neer te prakken, holde naar het ziekenhuis en meldde me exact op tijd bij de balie.
Waar mag je tegenwoordig nog ongeremd zeuren en zaniken? Bij de internist.
Gewapend met mijn handtas liep ik zijn spreekkamer binnen. De arts straalde een serene rust uit.
Moe van het nietsdoen en krom van de spierpijn klaagde ik: ‘Als ik hier druk, doet het daar pijn, en als ik niet druk overal.’
‘Waar zit de pijn precies?’
‘Hoofd, schouders knie en teen, en overal ertussenin. Ik heb zo’n spierpijn, als deze neerwaartse spiraal doorzet, word ik nog hersendood.’
‘U ziet er niet depressief uit,’ sprak de arts welwillend. ‘De meeste mensen stappen hier naar binnen met hun hoofd naar beneden.’
‘Emotionele oprispingen reserveer ik voor thuis,’ bekende ik.

Hij keek somber alsof hij het antwoord op mijn klachten al wist.
Ik ook. Al een half jaar, maar ik wilde het van een expert horen.
‘Fibromyalgie, een pijnsyndroom zonder ontstekingen. Ook wel weke delen reuma genoemd.’
Het klonk geruststellend. Ik voelde me acuut een stuk beter. Zonder etiket ben je – waar ik vandaan kom – een aanstelster.
‘U gaat een traject in: naar de reumatoloog, fysiotherapeut en krijgt begeleiding hoe om te gaan met pijnklachten.’
Ik slikte alles voor ongezoete koek en kon weer gaan.

Terug bij de auto fladderde een wit vel papier uitdagend onder de ruitenwisser. Een parkeerboete van 61 euro 80. Ik voelde me genaaid  een hond die zijn vacht uitschudt na een lange wandeling in de regen.
Terwijl ik naar huis reed, scheen de waterig winterzon spookachtig door grillige wolken op de polderwegen. Met de wissers op de hoogste stand-  evenals de verwarming – besloot ik dat ik in ieder geval droog zat.
Mijn glas is nooit halfvol. Ik weet waar de kraan is.

En de winnaar is…

Tada…..

Gewonnen met 10 punten:
1. Marja gaf als eerste de antwoorden door en bleek qua score alleen te evenaren.
2. Wiebeltjes schreef dat ze “reteslecht” is maar sleept ondertussen de prijzen in de wacht.
3. Karin wist niet alleen dat ik saxofoon wil leren spelen, maar moedigde me meteen aan les te nemen.
4. Frederique zei – bescheiden als ze is – dat ze zeker één antwoord goed had; het bleken er tien!
5. Ekim vroeg zich af of hij me na jaren vriendschap nog een beetje kent. Dat blijkt een retorische vraag.

Vijf winnaars betekende dat er geloot moest worden. Ekim gaf aan geen prijs te willen (hij woont nogal klein) dus bleven er vier kandidaten over.

Roos vouwde briefjes met winnaars dicht. Deed ze in een emaillen vergiet, grabbelde erin rond en de winnares is….KLIK.
Lieve winnares, wil je me je adres mailen?

Er zijn geen verliezers, alle deelnemers krijgen eeuwige roem!

Op een gedeelde tweede plaats (met 9 punten) zijn geëindigd:
Marlou: vulde de lijst in met een uitstekend resultaat.
Minoesjka: zei dat ze veel moest gokken. Ga op paarden wedden; je bent een natuurtalent.
Mrs Williams: moest uren zoeken voor ze de antwoorden had.
Gwennie: we blijven beiden Martin Bril-fan!
A’tje: mijn complimenten: jij hebt als twee van de weinigen vraag 14 goed beantwoord: de tekst op mijn waarschuwingslabel.

Op een gedeelde derde plaats zijn geëigend:
Lutje: (8 punten) was zo inventief mijn juiste email-adres te vinden.
Petr@: wil vast net als ik dierenbeulen strenger straffen.
Dien: helaas, ik ben geen stoer wijf, maar we blijven partners in crime.
Anneke: dacht dat ze weinig antwoorden goed had, maar een score van acht is niet slecht.
Riet: (7 punten) Heel sportief! Ze deed mee maar hoefde geen prijs.
Karel: werd pffff moe van al die antwoorden invullen.
– Mrs T: dacht dat ik de tijd wilde stilzetten als ik kon toveren.
Frank: (6 punten) de originaliteitsprijs is voor jou! Om je eigen favoriete beroep (machinist) tussen mijn antwoorden te zetten was een meesterzet.
Di Mario: je antwoord op vraag 7 verbaast me niets, vredesactivist als je bent.
Fotorantje: dacht dat ik onzichtbaar wilde zijn. Typisch een wens van een fotografe.
Logbankje: (5 punten) nam als muziekkenner aan dat mijn ultieme liefdesliedje tóch van David Bowie was.

De antwoorden:
1.Mijn favoriete boek kon je lezen op de link naar Liebster Award. Het eerste antwoord is raak: The deathly hallows van J.K. Rowling. waarin alle afzonderlijke delen van Harry Potter samen komen. Een ongelofelijke prestatie.
2. Later als ik groot was, wilde ik dierenarts worden.
3. Als ik een slechterik kon zijn: Juf Bulstronk. Als enige met filmpje. De andere linken verwijzen naar Wikipedia.
4.Mijn favoriete zanger? David Bowie. Who else?
5. Als ik kon kiezen zou ik niet steenrijk willen zijn maar willen slapen, slapen, slapen. Een makkie voor de kenners.
6. De kekke laarsjes. Zie foto.
7. Toverspreuk. Een conflict met mezelf: vrede voor iedereen is een nobel streven maar ik blijk wraakzuchtiger dan gedacht en kies voor dierenbeulen strenger straffen.
8. Ik zou willen dineren met Aletta Jacobs. Sorry, sorry, sorry, ik stel velen teleur. Ipv voor een “stoer wijf” te kiezen, kies ik voor een feministe die studeren voor vrouwen op de kaart zette.
9. Het ondeugendste was Roos heeft gedaan? Ik weet het niet. Ze deed het alle vier! Elk antwoord is daarmee goed. Zie je dat ik meeval?
10. Mijn favoriete winkel is: O zo mooi. De enige link die naar een blog van mij doorverwijst. De overige linken verwijzen naar de betreffende winkels.
11.Mijn ultieme liefdesliedje is van Roberta Flack. In de link naar Marja staat mijn antwoord in haar reactieveld.
12. Ooit wil ik sax leren spelen. Staat in hetzelfde Award-blog als de boektitels (-:
13. Favoriete quotes: alle antwoorden zijn goed. Ik maakte een fout door vroegtijdig op “publiceren” te klikken. Mijn blog was nog niet af, waardoor er twee varianten in omloop waren.
14. Het waarschuwingslabel. Dit was dé instinker met afstand. Het is waar: ik wil vooral met rust gelaten worden. Voor het geval dát heb ik mijn mening paraat.
Slechts twee personen gaven het juiste antwoord: A’tje en Ekim.

Iedere deelnemer krijgt als hij/zij dat wenscht een persoonlijke kaart.

Geef me een seintje én je adres als je die kaart wil ontvangen! Mailen kun je naar pippi at freeweb punt nl.

Finland-prijsvraag

120 kaarten

Eindelijk: hier is-ie dan!

Korte uitleg voor nieuwkomers:
Roos ging in augustus 2016 voor vier maanden voor haar studie naar Finland.
Bij het afscheid op Schiphol gaf ze me een tasje met daarin 120 enveloppen: voor elke dag dat ze weg was één. Op iedere kaart stond een vraag die ik mocht beantwoorden. Roos zei: ‘Zodoende ben je toch een beetje bij mij.’

De vragen waren divers:
– Hoe vaak heb ik vroeger tegen Roos gezegd: ‘En wat zeg je dan?’
– Wat is mijn mooiste kledingstuk?
– Heb ik een raar talent?
– Als er een feestdag naar mij vernoemd zou worden, waar zou die dan voor staan…

Een aantal vragen heb ik er voor jullie tussenuit gepikt.

Wie kan er meedoen?
Iedereen die eerder gereageerd heeft op mijn blog. Sorry, lurkers!

Wat kun je winnen?
Een kruimeldief
Twee originele Finse sleutelhangers uit Lapland – een Finse euromunt van 20 cent – 50 Russische roebels – een kaart met rendier – een taartkleedje uit Talinn (Estland) –  een dagboek voor vijf jaar: elke dag een vraag (handig voor als je een blog-dip hebt.)
Succes iedereen!

  1. Wat is  mijn favoriete boek?
    a) Simone van der Vlugt – Rode sneeuw in december.
    b) Terry Hayes – Ik ben Pelgrim.
    c )Martin Bril – Het evenwicht.
    d) J.K. Rowling – HP and the deathly hallows.
  1. Wat wilde ik vroeger worden als ik groot was?
    a) Generaal in het leger
    b) Dierenarts
    c) Brandweervrouw
    d) Tandenfee
  1. Als ik een slechterik kon spelen in een film of serie, wie zou ik dan willen zijn?
    a) Bellatrix Lestrange uit Harry Potter
    b) Eucalypta uit Paulus de Boskabouter
    c) Juf Bulstronk uit Matilda
    d) Cruella de Vil uit 101 Dalmatiërs
  1. Wie is mijn favoriete zanger aller tijden?
    a) Bono (U2)
    b) Bob Dylan
    c) David Bowie
    d) Frank Boeijen
  1. Wat doe ik het liefst als ik kon kiezen:
    a) Eeuwig kunnen leven?
    b) Steenrijk zijn?
    c) Onzichtbaar zijn?
    d) Zorgeloos kunnen slapen?

  1. Wat is mijn laatste nieuwe aankoop?
    a) Eland laarsjes
    b) Slangenleren laarsjes
    c) Hagendis laarsjes
    d) Kekke cowboylaarsjes uit de uitverkoop
  1. Als ik één toverspreuk kon uitvoeren, welke zou dat dan zijn?
    a) Onzichtbaar zijn
    b) De tijd kunnen stilzetten
    c) Dierenbeulen straffen
    d) Vrede voor iedereen
  1. Als ik kon dineren met een historisch figuur, wie zou dat dan zijn?
    a) Jeanne d’Arc
    b) Winston Churhill
    c) Aletta Jacobs
    d) Margaret Thatcher

  1. Wat is het ondeugendste dat Roos als kind heeft gedaan?
    a) Een lange vinger achteloos weggooien. Ze wilde “die!’ (Taart.)
    b) Maandverband op haar gezicht en kleding plakken
    c) Behang van de muur boven haar ledikantje pulken.
    d) Een niveablik uit de douche gepakt en zich onder gesmeerd
  1. Wat is mijn favoriete winkel?
    a) De Bijenkorf
    b) Boekwinkel Donner
    c) O zo mooi kledingwinkel
    d) Wolwinkel de Schapekop
  1. Wat is mijn ultieme liefdesliedje? (let op: dit is een instinker!)   
    a) Ray Conniff – Love Story
    b) David Bowie – Lady Grinning Soul
    c) Roberta FlackThe first time ever I saw your face
    d) Shirley Bassey – Something in the way he moves
  1. Welk instrument zou ik graag goed kunnen spelen?
    a) Viool
    b) Saxofoon
    c) Carillon
    d) Gitaar
  1. Wat is mijn favoriete quote:
    a) Als ik wil, kan ik alles wat ik wil (Annie M.G. Schmidt)
    b) Don’t panic! The worst is yet to come
    c) You can only be young once, but you can be immature forever
    d) En ik schrijf nog lang en gelukkig
  1. Als iedereen een waarschuwingslabel zou krijgen, wat zou er dan op de mijne staan?
    a) Houd afstand!
    b) Mening paraat
    c) Slechterik met vechthond (Rosa)
    d) Handle with care.

Moeite met vraag 11? Marja weet raad.

Je kunt je antwoorden in het reactie-vak plaatsen of je oplossing mailen naar: pippi at freeweb.nl
Insturen tot maandag 30 januari 23.59 uur 2017.

Degene met de meest goede antwoorden heeft gewonnen. Bij meerdere winnaars wordt geloot; Roos verricht de trekking.
Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Haha (-:
Zet ‘m op!

Slaaponderzoek

In het slaapcentrum trek ik m’n pyjama aan ter voorbereiding van de polysomnografie. De laborante bevestigt zuignappen aan kabels, snoeren, stekkers en borstbanden aan me vast die mijn hersenactiviteit gaan meten.
Voel je vrij, lach gerust, dat deden twee personen hier in huis ook. De term “hersenactiviteit” moest ik vooral niet opvatten als een compliment.

Het feest begint pas goed als mijn hoofd aan de beurt is. Met behulp van een luchtdrukpomp waar menig fietsenmaker jaloers op is, plakt de laborante met klodders lijm de sensoren vast.
Als ik opper dat ze met Frits Wester sneller klaar is, spreekt ze dit ferm tegen: Frits mag jaloers zijn op mijn krullen want daar klit de lijm lekker in vast. De punaises op mijn hoofd zullen pas loslaten na hevig schrobben met deciliters aceton.
Tevreden met haar plakwerk brengt ze me naar de afdeling waar ik de nacht zal doorbrengen. Onderweg trek ik aardig wat bekijks; helaas niet vanwege mijn flamboyante verschijning.

‘U krijgt een rustige kamer aan het eind van de gang,’ verwelkomt een verpleegkundige me en wijst me een kamer tegenover twee gesloten gangdeuren.
Ik pak een stoel en mijn leesboek. Het blijkt een uitdaging een bladzijde zonder onderbreking te lezen, want iedereen die naar buiten wil, houdt halt voor de dichte deuren en leest de opgeplakte info: “Deuren openen? Toets de code in!” Een pijl naar rechts wijst naar een kastje aan de muur. Dat kastje zien ze wel maar waar vinden ze de code? Hulpeloos kijken ze rond.
‘U moet 1234 intoetsen,’ help ik ze op weg. ‘Dat staat op een sticker bovenop het kastje.’

22.30 uur ga ik naar bed.
In het donker doe ik een ontdekking: ik geef licht. Het kastje voor mijn borst verspreidt een blauwe gloed en na een snelle handbeweging zie ik een rode streep voor mijn ogen. Tsss, alsof ik daar een vingerhartslagmeter voor nodig heb…
Ik kruip in bed, leg me neder, haal 3x diep adem, sluit mijn ogen en wacht geduldig af.
Ja hoor, daar komen ze: alle schokkende ledematen die me thuis uit mijn slaap houden, worden stuk voor stuk geregistreerd. Ik val zelfs in slaap!

Midden in de nacht schudt iemand aan mijn schouder.
Ik stijg bijna op van schrik, raak verstrikt in allerlei kabels en weet direct weer waar ik ben. ‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Mevrouw, u ligt te dromen.’
‘Dat is juist goed; dan heb ik REM-slaap.’
‘Maar u gilt iedereen wakker.’
‘Oh…oh…sorry,’ stamel ik. ‘Ik zal het niet meer doen,’ zeg ik meer met pose dan innerlijke overtuiging.

Wegens gebrek aan talent val ik daarna niet meer in slaap. Met muziek verdrijf ik de nacht.

Nadat alle zuignappen op m’n hoofd door dezelfde laborante verwijderd zijn, staat Roos voor de ingang van het ziekenhuis al op me te wachten. Ik zie eruit als een heks en stel het op prijs dat ze me niet uitlacht. Ze durft zelfs met me te gaan ontbijten voor de “open haard” bij La Place!

De uitslag van het onderzoek hoor ik waarschijnlijk eind van de maand.

Johanna Jacoba

Het Algemeen Dagblad deed in november 2016 een oproep aan lezers om te schrijven over hun schoonmoeder. Het mocht onder eigen naam, pseudoniem of anoniem.
“Lucht uw hart. Over de vreselijke, die voor haar zoon geen vrouw goed genoeg vindt. Over de lieve, die drie keer per week op de kleinkinderen past. Over de hinderlijke, die alleen maar zeurt en zanikt. Over de bemoeial, de schat, de intrigant…”
Mijn bijdrage werd gepubliceerd in de weekendbijlage van zaterdag 24 december 2016:

‘Je mag pas van tafel als je al je spruiten hebt opgegeten.’
‘Dan moet u ook al die tijd aan tafel blijven zitten.’
‘Ik zou niet weten waarom.’
‘U mag pas van tafel als de gast klaar is met eten.’
Haar ogen boren zich als de loop van een kanon in de mijne en zo meteen gaat ze schieten.

Ze weet niet wat ze met me aan moet. Haar kledingadvies om op zondag lange rokken te dragen, heb ik ook al naast me neergelegd.
Tot groot genoegen van mijn man, overigens. Het eerste wat hij tegen me zei voordat ik bij hem thuis kwam, was: ‘Je mag van mij alles, behalve met m’n ouders mee naar de kerk.’
Ik mag dan niet van spruitjes houden, ik houd wel van haar jongste. Alleen krijg ik het zuur van haar Calvinistische regels en degelijkheid, en zij de hik van mijn “losbandige leven.”

Gek, hoe de liefde voor een gezamenlijk mens je dichter naar elkaar toe kan brengen. De bitterkoekjes die ze voor me koopt, vind ik om op te vreten; zij vindt mijn eten best te pruimen. En haar hart loopt over voor ons roodharige bruistablet, haar vierde kleinkind. Als je maar lang genoeg zoekt, vind je meer overeenkomsten dan verschillen.

De laatste weken van haar leven zijn een verschrikking. Ze is minder dan een zuchtje van de vrouw die ze is geweest. Terwijl de kanker langzaam haar lichaam verteert en haar lijf verandert in een zak met botjes, blijft haar geest ijzersterk. Ze wil thuis sterven en zo zal het gaan. Om de beurt waken we bij haar; dichter kun je bij een mens niet komen. Als het eindelijk gebeurt, voelt het als een verlossing.
In haar huis vol spullen sta ik met lege handen. Of toch niet: in elke hand ligt een helft van mijn hart.

*****

Hoe is/was jouw relatie met je schoonmoeder?