Afkoelen

Roos was oververhit. De stress van de overgang van de vijfde naar de zesde klas; het wegwerken van wat feestjes en een baantje in een restaurant, waren haar niet in de zomerkleren gaan zitten.

‘Vooruit!’ delegeerde Man, ‘haal je privézwembad, stop de pomp erin en blazen. Onverwacht borrelde bij Roos toch nog energie naar boven.
Eenmaal het bad opgepompt, bleek er een probleem: ons vakantiehuisje beschikte niet over een buitenkraan of tuinslang, en telde welgeteld één emmer. Zonder hengsel.
Lief kreeg een inval en pakte een koelbox, en lustig tapten hij en Kind ijskoud water in de badkamer.
Zittend met mijn voeten in het badje onder de appelboom, deed ik helemaal niets. Anderen zien sjouwen, werkt uitermate ontspannend.  

Het bad eindelijk gevuld, verscheen Roos in haar nieuwe bikini ten tonele. Heldhaftig stapte ze in het koude water en liet zich in één keer plat op de bodem vallen. Alleen haar billen staken nog boven het water uit. Man deed net of zijn wijsvinger een horzel was, maar daar zag Roos de lol niet van in.

Afgepeigerd van het sjouwen, zat Man ’s avonds bij te komen op een stoel, en tuurde door het raam naar buiten.
‘Oh….moet je kijken,’ fluisterde hij opgewonden tegen Roos, ‘…een hert!’ en gebaarde met zijn hand dat ze snel moest komen.
Roos schoot onmiddellijk overeind en wilde een sprintje trekken, totdat haar vader eraan toevoegde: ‘…en hij drinkt uit je zwembad.’ Gedesillusioneerd draaide ze een pirouette en liet ze zich op de bank vallen. Haar vader mocht zich dan een verzakking hebben gesjouwd bij het vullen van haar zwembad, verder heeft ze alleen maar last van ‘m.  

Lieve mam

Lieve mam,

Je hebt het vroeger met mij niet gemakkelijk gehad. 

Ik sleurde je aan je arm over straat. Met leed overmande blikken werd je aangegaapt, maar ik sleurde stevig door, bang om de bus naar ons werk te missen.

In de puberteit heb ik mezelf plechtig beloofd later niet op jou te gaan lijken. Uiterlijk als twee druppel water okeej, maar nooit zou ik me druk gaan maken om onbelangrijke dingen als een schoon huishouden, of te nimmer een net stelletje ondergoed voor het ziekenhuis apart houden. Sommige dingen zijn er tussen toen en nu toch ingeslopen.

Sorry dat ik mopperend de ramen voor je zeemde, en op jouw aandringen: “Neem je ook het houtwerk mee?” altijd hetzelfde antwoord “Waar naartoe dan?” paraat had. 

Je bent een voorbeeld voor onberispelijke klederdracht: nooit zit je in een uitgezakte joggingbroek en een t-shirt vol vlekken op de bank. Zingend en dansend ga je door het leven, en je  bent een bron van zegenrijke hulpvaardigheid.
Hoe oud ik ook ben, jij blijft altijd mijn moedertje. Als we op vakantie gaan, sta je krom van bezorgdheid, en nog steeds moet ik de bovenste knoop van mijn jas dichtdoen.

Zolang als ik fiets – en dat is al héél lang – kom ik langs bovenstaand hectometerpaaltje en dan denk ik altijd aan jou. 

JLieve mam, van harte met je 76-ste verjaardag! Je bent al best een beetje oud, maar overjarig ben je nog lang niet. Als ik naar jou kijk, weet ik hoe ik er over 25 jaar uitzie, en dat bevalt me prima. Je bent een fantástisch mens, en we hopen dat je gezond de 100 haalt. In plaats van een persoonlijke felicitatie een virtuele met je favoriete nummer van Tol en Tol. Tot na de vakantie!

Onthazen

Kun jij goed niks doen? Dus niet een boek lezen of naar de tv kijken of in je neus peuteren, maar echt stil zitten in een stoel? Ik niet, maar ik ben vastbesloten het te leren. De eerste stap voorwaarts om uit de greep van CVS te komen, is een goede balans vinden tussen lichaam en geest. Ik ga aan de slag met mediteren en onthazen. Een hele klus! En hoe begin ik?

Toeval bestaat niet, want bij de kringloopwinkel ligt een geschikt boek voor maar 75 cent. Ik krijg sterk de indruk dat alle dorpsbewoner het geheim reeds ontsluierd hebben, want het boek ziet er verfrommeld  uit. 

Ik moet mijmeren, lees ik. Ik dacht dat dat woord was uitgestorven, maar het blijkt weer in de mode.

“Mijmeren is goed voor een mens. Je raakt er ontspannen van, en leert je in het “nu” te leven. NU-tijd moet je uitbreiden, zodat ie langer wordt, want in het “nu” is geen stress.”  

Ik zeg hardop: ‘Nu,’ en het moment is voorbij. De stress is er nog, want mijn hartje kleppert als de Radetzky mars. Zie je nou hoe moeilijk het is? Maar alles voor de geestelijke verdieping. Ik maak een beker nepkoffie, en ga buiten op het bankje zitten.

Meteen gaat de zon weg.
Ligt de zak koekkruimels nog binnen!
Maar ik heb met mezelf afgesproken pas na een half uur overeind te komen, en dat ga ik doen ook! Ik adem 3x diep in en uit, en dan gaat mijn NU-tijd in. 

Eigenlijk zit ik best lekker. Toch zéker tien  minuten. Waar een beetje CVS al niet goed voor is! Ik geniet van het moment, en complimenteer mezelf dat ik alles onder controle heb.
Tot mijn oog op de gezaaide zonnebloemen valt. Willen zij de avond halen, dan hebben ze dringend water nodig. Het liefst meteen.
De tortels bedelden koerend om een lekker hapje…Sorry guys, nou ff niet.
Logisch dat het “nu” wordt uitgebreid, denk ik. Als je je te pletter verveelt, duurt de tijd tweemaal zo lang. Dat is uiteraard niet  de strekking van het boek, waaruit maar weer blijkt dat ik een absolute beginner ben. Nóg wel. Ik neem een slok koffie en haal nog een keer diep adem.

Ineens knalt met een enorm kabaal de rolhordeur open en stormt mevrouw Konijn het terras op. Eindelijk afleiding!

Snottebel


In de Loet zit een meneer op een bankje. Zijn fiets staat een beetje schuin geparkeerd. Het hoofd van de man hangt voorover op zijn borst. Zo zeg, wat een bofferd! Die man doet lekker een middagdut, terwijl ik iemand ken die in bed ’s nachts nog geen oog dichtdoet.

Ik fiets door. Een paar meter verderop denk ik: stel nou dat ie géén dut doet, maar dat hem iets is overkomen? Een hartaanval ofzo? Moet ik straks in de krant lezen: “meneer overleden na hartaanval, doordat argeloze voorbijgangers hem voor middag duttende man aanzien”.

Ik fiets terug. Eerst maar eens kijken of ie slaapt.
Ik kuch. Geen reactie.
KUCHE UCHE!! Geen reactie.
Een stapje dichterbij dan maar. ‘Meneer, is alles goed met u?’ Stilte.
‘MENEER  IS  ALLES  GOED  MET  U?!’ Zijn hoofd schiet met een ruk overeind. Even kijkt hij mij gedesoriënteerd aan, dan geïrriteerd, en roept: ‘Rot op, idioot. Krijg de vinkentering. Laat me met rust!’ Ja, da’s ook een vorm van communiceren. Onaardige mensen; hoe ga je ermee om? En hem had ik willen (laten) reanimeren? Ik ga maar weer. 

Hé, kijk daar eens! Zijn fiets staat niet op slot… Oh, wat een buitenkans! Deze gelegenheid kan ik toch niet onbenut laten? Ik kijk naar de vinkenman; hij slaapt alweer. Ik aarzel. De verleiding is enórm om het fietssleuteltje uit het slot te halen, en achteloos in een braamstruik te gooien. Zijn verdiende loon… Zal ik…?
Nee, ik doe het niet, toch niet mijn stijl. Dankzij mijn rechtvaardigheidsgevoel  kan de man straks op zijn eigen fiets naar huis rijden. Besefte hij maar, welk noodlot hem net nog boven zijn hoofd hing. 

Wacht eens even, zegt een zacht sadistisch stemmetje in me. Wat ik óók kan doen is snot aan zijn fietsbel smeren! Haha, ik vind dit zo’n origineel idee van mezelf dat ik er helemaal vrolijk van word. Mijn irritatie is opslag verdwenen. Laat de snotteBEL dan ook maar zitten.
Terwijl ik naar huis fiets, vraag ik me af of ik de volgende keer weer een ‘hulpbehoevende’ man zal helpen? Misschien als zijn fiets niet op slot staat en er een bel op zit? Aan de andere kant: wie mij onnodig wakker maakt, zoekt óók ruzie!