Och, och, wat was ik moe. Niet een béétje moe of gewoon moe, nee, hóndsmoe. De afgelopen weken heb ik nauwelijks geslapen; elke ochtend kwam ik versleten uit bed. Normaal gesproken kan ik mijn eigen gedachten nauwelijks bijhouden, maar nu hing er een dikke mist in mijn hoofd. Al mijn energie was op en mijn batterijen leeg. Nogal wiedes dat het leven zwaar op me drukte.
’s Ochtends wilde ik met beide benen tegelijk uit bed stappen (dus vooral niet met het verkéérde), en meteen voelde ik nattigheid. Wat lag daar nou op mijn bed? Water? Maar Lief en ik hebben toch geen waterbed? Waar kwam de lekkage dan vandaan? Toen begreep ik het: het waren druppels. Ze rolden uit mijn ogen.
In de douche was ik zo stom om in de spiegel. Jemig, een lijk in de maneschijn heeft nog meer kleur dan ik. Toen ik Kind wakker maakte, probeerde ik enig positief enthousiasme aan de dag te leggen, maar zij doorzag mij. Ze gaf me een knuffel, en nog één. Vanaf de fiets zwaaide ze me een kushand toe. Het afscheid viel zwaar, ook al was het maar voor één schooldag lang.
Binnen voelde ik iets warms en zachts tegen mijn benen. Ik bukte en voelde een koppie met twee lange flappers tegen mijn hand duwen. Bella! Liefje toch, wat voel ik? Je vachtje is een beetje nat. Heb je in de regen gelopen? Maar nee, buiten was het droog. Oh, het kwam door mij! Ja, stom hè? Ach, het was gewoon een dag van overtrekkende huilbuien, neerslachtige gedachten en een binnenshuis hangende depressie. Had ik maar een huisje op mijn rug. Dan rolde ik me daarin op en deed ik het deurtje dicht. Een winterslaap? Ik dróóm ervan.
En ik vond nix leuk. Helemaal niks. En da’s weinig hoor! Lezen vond ik niet leuk, bladeren in een tijdschrift niet, internetten en Bolpuntcommen niet, schrijven niet, en let op, hou je vast: fietsen ook niet!
Maar kon ik dan niet probéren iets leuk te vinden? Nee, dat ging niet. Ik wilde wel flink zijn, maar de dip was sterker. Omdat ik zo moe was. Ik wilde slapen, maar ik kón niet slapen. Janken deed ik wel, ook al wilde ik dat nou net weer niet. Ik was gewoon geen baas over mezelf en ik wil altijd, overal, onbetwist de baas zijn. Minimaal over mijzelf.