Feestje

Sommigen arriveren in een limousine, anderen per Ferrari, Volkswagenbusje, of zelfs per brandweerauto. Roos en vriendin Suzanne worden gewoon door Lief gebracht. Even lijkt het of de dames spijt hebben dat ze geen bijzonder voertuig hebben gehuurd, maar de rode loper voor de ingang van de school maakt veel goed. Ze zijn buiten zichzelf van opwinding, maar lopen er zo nonchalant mogelijk overheen. Een hele prestatie, want de vriendinnen worden achtervolgd door hun uitstapje van de vorige dag. In de Efteling hebben ze door de overvloedige regen de vellen van hun voeten gelopen. Maar al moeten ze kruipen, deze avond zullen ze van de partij zijn!

Fotografen doen waar ze voor gevraagd zijn. Alleen pech dat Roos & Suus een jas over hun cocktailjurkje dragen. En het was nog wel zo’n heikele onderneming een geschikt exemplaar te bemachtigen, om over bijpassende schoenen maar te zwijgen. Vróuwen. Een mazzel dat er binnen ook een fotograaf staat. Zie je er op je charmantst uit, zou je bijna niet vereeuwigd worden.

Binnen wordt de mededeling gedaan dat er om negen uur een speech gehouden zal worden. Enkele leerlingen krijgen de aanvechting meteen naar huis te rennen, maar ieders wachten wordt beloond: de aankondiging dient slechts om het geteisem wat op te jutten, en daarin zijn de leraren geslaagd. De speech zelf duurt niet langer dan de uitroep dat het eindexamenfeest officieel geopend is. Er worden smoothies uitgedeeld. Gruwelijk gezond en alleen daarom al niet lekker.

De dansvloer kan er nog zo verleidelijk uitzien: hij blijft leeg. Dat komt door de dj die enkel technomuziek draait. Leerlingen en leraren dienen verzoekjes voor top- 40 muziek in, maar de dj blijft bij zijn principes. Het resultaat is dat hij met zijn principes en zonder pardon kan vertrekken. Iemand neemt zijn taak over en dan barst het feest los.

De tijd vliegt, zelfs als je nog amper op je voeten kan staan.
Thuis legt Roos zich rond half drie tevreden in haar sponde. Dit was echt hèt hoogtepunt van het examenjaar. Op de diploma-uitreiking na hopen we 😉

Misselijk

Hij zou de broer van Ba.lkenende kunnen zijn: het gebrek aan uitstraling, het allesbehalve flamboyante kapsel, en de bekende Harry Potterbril. Als ik de man zie, zakt mijn broek al richting mijn hielen, en dan hebben hij en ik nog geen woord gewisseld. Volgens mij is onze mate van belangstelling wederzijds. Onbegrijpelijk; ik kan zo vriendelijk lachen en beleefd spreken.

Leve de vooruitgang!
Herhaalmedicijnen vul ik in op de website van de HuisArtsenPost en verzend ik met een muisklik. Een dag later krijg ik een mailtje terug met de mededeling dat het door mij bestelde medicijn niet verstrekt wordt vanwege de bijwerkingen.

De irritatie klotst door mijn aderen. Wat nou als de kwaal erger is dan het middel?
Domperidom eet ik tegen de misselijkheid, die een bijwerking is van mijn anti-trilpil. Als ik die trilpil niet eet, krijg ik in bed – net wanneer ik op het punt lig in slaap te vallen – elektrische schokken door mijn lijf. Zo erg, dat ik nooit meer naar bed wil.
De Dom-pil krijg ik ook nog eens op recept van de specialist, dus waar bemoeit de huisarts zich mee? Ik schrijf een beleefd mailtje met uitleg, en vraag om een mogelijkheid het gebruik mondeling toe te lichten. Geen reactie.

Gedreven door nood, bel ik na twee dagen de apotheek. De assistente – een wonder van zegenrijke hulpvaardigheid – zegt dat de Dom-pil niet meer verstrekt wordt, dat daar geen discussie met de huisarts over mogelijk is, en dat ik ook geen vervangend medicijn krijg. Ik hang op en bel de neuroloog. Nog dezelfde dag ratelt haar recept via de fax bij onze HAP binnen. Plus twee herhaalrecepten!

Verblijd fiets ik naar de HAP om de misselijke pillen op te halen. Aldaar noem ik mijn naam en vraag om de Domperidom, zonder er triomfantelijk bij te kijken. Balkje zit in het hok naast de apotheek en draait zich bij het horen van de naam van het medicijn om. Even maar. Ik knik beleefd. Hij beantwoordt mijn groet niet, maar geeft de deur een zetje, zodat ik uit zijn gezichtsveld verdwijn.
Deze uit graniet gehouwen huisarts is toch een gevaar voor de volksgezondheid? Ik heb ineens een tweede reden om de pil tegen braakneigingen te eten.

Wilde eend

In het hoge gras waggelt een eend. Het is een vrouwtjeseend, zo eentje die in het vogelboek “de wilde eend” wordt genoemd. Aan deze eend kan ik echter niets wilds ontdekken. Nog niet.

De eend maakt een eenzame indruk. Ik vind dat wel een beetje zielig, maar misschien heb je onder eenden ook kluizenaars. Ik wil mijn tocht alweer vervolgen, als ik iets vreemds zie. De eend loopt door het gras alsof-ie iets achterna zit. Zijn snavel maakt happende bewegingen en komt ineens omhoog met iets wat spartelt. Het is geen visje, maar iets groens, waarvan de pootjes druk heen en weer friemelen. Inderdaad: een kikker! Die past nooit door de eendenbek.

Niet gestoord door mijn kennis – of gebrek daaraan – doet de eend geen poging de kikker los te laten. Integendeel. Wild – dus toch – schudt hij z’n kop met kikker heen en weer, alsof-ie een hond is die ergens zijn tanden in heeft gezet.

Een foto, denk ik, een foto! Dit geloof ik zelf niet, laat staan een ander aan wie ik het vertel. Ik rommel in mijn tas op zoek naar het toestel. Ik moet opschieten want de kikker is een aardig eind onderweg om verschalkt te worden.
Ik heb ruzie met het hoesje van het fototoestel, en ben zo afgeleid, dat ik nauwelijks opmerk dat de eend alleen nog moeite heeft met de kikkerbilletjes. Wanneer ik m’n fototoestel eindelijk paraat heb, is de kikker verslonden. Ongelofelijk.

In gedachten zie ik de kikker door de eendennek naar beneden glijden. Kon ik van die gedachte maar een foto maken, dan had ik tenminste nog wát. Bij nader inzien toch maar beter van niet; wie weet aan welke dingen ik nog meer denk.

Bij thuiskomst google ik: “eend eet kikker,” en…voila:

 

Missie volbracht

Terwijl de vogels buiten het voorjaar vierden, stonden op Roos’ gezicht zware moeilijkheden af te lezen. Ze had zich voorgenomen het deze keer verstandig aan te pakken, maar leren zonder enige vorm van strategie beviel haar toch het best.

Leren deed ze overal: op de bank met de tv aan, op ons bed (lekker breeduit), in haar eigen bed, in de tuin onder de luifel… Haar boeken slingerden logischerwijs in en om het huis, en alle vragen van Manlief en mij, over hoe een eindexamen gegaan was, beantwoordde ze met lauwe belangstelling, of vol chagrijn. Ja, ook als ouders moet je er wat voor over hebben.

De spreekwoordelijke laatste loodjes wogen het zwaarst. Voor Latijn heeft ze – op twee uurtjes na – heel de nacht doorgeleerd. Als je vanochtend de kringen onder haar ogen telde, zou je niet zeggen dat Roos in de bloei van haar leven is.

Twaalf juni weten we of ze geslaagd is. Tot die dag rommelen we ons een weg door het leven, maar de uitslagdag zal er eentje van enorme zenuwaanvallen worden.
In de tussentijd vermaakt Roos zich met de dingen waar ze het best in is: uitslapen, feestjes vieren, shoppen met vriendinnen, filmpjes kijken… Dat zij nu al vrij heeft en “de rest” nog minstens een maand school heeft, vindt ze een verdiende, vervroegde vrijlating. Als ze geslaagd is, hoopt ze dat er een magnetische storm over haar interne harde schijf trekt, die alle verworven kennis van saaie vakken wist.

Binnenkort wordt haar op één na liefst wens vervuld en gaat ze met Lief een weekje naar Euro Disney in Parijs. Roos telt de dagen af. Man en ik zijn al tevreden wanneer de vermoeidheid van haar afgedropen is, en Roos haar opgeruimde natuur weer terug heeft. Alleen dát is al een reden tot een feestje!

Vlooienbunker

‘Waar ga jij met die leverworst naartoe, jongedame?’ Jolijns hand was snel, maar haar moeders ogen net iets sneller. ‘Zeker voor die vieze vlooienbunker buiten?’ laat ze erop volgen. Zó oneerlijk om dat te zeggen. Het beest heeft alleen een was- en knipbeurt nodig, een soort honden-APK. Als Jolijn in de ogen van de straatschooier kijkt, voelt ze kriebels in haar buik.

Met twee kilo lood in allebei haar schoenen loopt ze naar de dierenwinkel.
Dit is haar enige kans.

‘Hoeveel kost het om…mijn…eh…deze hond te wassen en knippen?’ De bazin ruikt meteen hoe laat het is. ‘Te duur voor jou, liefie, 45 euro.’ Jolijn slikt en bestudeert haar schoenen. Weifelend vraagt ze: ‘Mag het ook voor de helft, en dat ik na schooltijd in de winkel kom werken?’

Uiterlijk houdt de bazin haar gezicht in de plooi, vanbinnen vindt ze het meisje  een toonbeeld van doorzettingsvermogen.

‘Weet je moeder het al?’ wil ze weten.
‘Nou…’ zegt Jolijn geruststellend, ‘als het maar een dameshond wordt die een beetje naar wc-reiniger ruikt, zal mijn moeder geen bezwaar meer hebben.’ De oude vrouw lacht, en zegt dat het goed is. Jolijn weet niet wat ze het eerst zal doen: lachen, zingen of springen. Ze begint maar met het legen van haar spaarpot.

‘Kom maar,’ wenkt de bazin wanneer ze het meisje weer ziet. ‘Ik heb nog een verrassing voor je.’
Zodra Jolijn haar hoofd om de hoek van de trimsalon steekt, slaat ze verrast haar hand voor haar open mond. Ze herkent alleen de kop van het dier nog! Het lijf is anderhalf keer zo klein, en ze giechelt als ze naar de poten kijkt. ‘Wat is ze mooi geworden!’ zegt Jolijn trots. Ze legt haar spaargeld op de toonbank en verlaat opgewekt de dierenwinkel. Op de voet gevolgd door Doortje met twintig gelakte nageltjes.