Staande ovaties en een omhelzing

Keek op de week (210)

Roos ging met Scala zes dagen ‘Op toer’ door Duitsland. Kostte vakantiedagen van haar werk maar die gaf ze grif.
Joris boekte overnachting, en scheurde naar Bremen om optreden te zien.
Werd uitwisseling van foto’s.
Joris een van Roos op podium.
Roos vanachter coulissen dat haar vader op rij drie zat.
En ik van Rosa die in orthopedisch verantwoorde hondenmand lat te snurken.
One ‘big’ happy family.

Wachtte wegens wegwerkzaamheden op fiets in berm. Rechts een weiland met trekker met roller erachter, en een paard. Boer en paard stonden in rechte lijn tegenover elkaar.
Tractor reed dichterbij…dichterbij…
Paard bewoon staart en oren maar verroerde geen hoef. Boer stapte uit, lachte, gaf paard kloppen flank en riep: ‘Nu wegwezen!’ Viervoeter liep twee meter naar rechts.
Boer zag mij kijken en zei: ‘Kan ik daar weer uitstappen, hè? In totaal vijf keer. Ze flikt het gewoon.’
‘Ze wil een contactmoment met u.’
‘Een contactmoment?’ schaterde boer. ‘Een contáctmoment!’ Hij kon niet over het woord uit. ‘Jahaha, zo’n type is het wel. Ik kan haar met een touw vastbinden aan het hek, maar ja…’
‘U vindt die contactmomenten ook fijn.’
Boer klapte voorover van het lachen. ‘Contactmomenten,’ snikte hij. ‘Dit is het woord van de dag.’ Hij kwam overeind en schudde met wijsvinger. ‘Ik hou net zoveel van dit paard als van mijn vrouw. Niet verder vertellen, hè?’
Schaterend stapte hij op trekker.
Het paard hinnikte.

Een man en ik keken elkaar aan. Vijf minuten later dronken we koffie in eetcafé.
‘Terug in de tijd,’ lachte Ernst. Op de havo in Rotterdam dronken we liters koffie tijdens tussenuren. ‘Weet je nog op werkweek? De meesten waren lam van de (stiekem meegenomen) drank en wij maakten een boswandeling. We wilden herten zien.’
We gierden het uit.
‘Score nul,’ zei ik. ‘Niet zo vreemd op Texel.’
Gemengd slapen was verboden maar na wandeling zat buitendeur op slot. Via openstaand raam belandden we in afgesloten rommelhok met troep en een stapelbed, dat zo krakkemikkig was dat we dachten dat het zou instorten.
Omdat we toch in eetcafé zaten, bestelden we lunch.
‘Ik ben getrouwd en heb drie kinderen,’ vertelde Ernst.
De dag dat hij  – 16 jaar – thuis vertelde dat hij homo was, riep zijn vader: ‘In mijn huis is geen plaats voor homo’s!’ Waarna zijn moeder zei: ‘Niemand wijst mijn kind de deur. Jij kunt je koffers pakken en vertrekken.’
‘Ik draag haar achternaam. Net als mijn man en kinderen,’ zei Ernst trots.
‘Jouw moeder gaf dikke plakken ontbijtkoek met roomboter bij de koffie.’
‘Jouw vader zette je ’s ochtends bij school af. Soms dronk hij een bakkie mee in café Henegouwen.’
We lachten bij herinnering en praatten over onze kinderen.
Dat die niet snappen hoe wij in een tijd konden leven zonder internet.
Ernsts moeder overleed in dezelfde maand als mijn vader.
Wat rouw met je doet.
Over hoeveel frikandellen je kunt eten in een uur. (klik)
Uitspraken van Lady Grantham uit Downton Abbey. (klik)
En overal en ergens alleen zijn met jezelf.
De omhelzing bij het afscheid voelde warm.

Oktober 2024 overleed mijn vader, maar op Google Maps wast hij nog steeds rustig zijn auto. Hij deed de meeste dingen rustig: onkruid wieden, dode bloemetjes plukken, straat vegen, kruiswoord puzzelen, koffiedrinken…
Op Google houdt hij het nog jaren vol.

De kloeke kip

Keek op de week (209)

Foto: Pixabay

Joris gaf me maandag vierkant doosje met pure bonbons. ‘Alsjeblieft, schat, nog voor Dierendag,’ gniffelde hij.
Wat kan mij dat bommen? Voor mij part krijg ik ze voor Vaderdag of voor Dag Van Het Naakt Tuinieren. Ik heb ze fijn.

Wij hebben een tuinpad. Een bruine met bulten. Of de pad heeft ons, dat kan ook.
Beest zat klem tussen muur en houten vlonder. Zijn buik was te dik; zijn achterpootjes spartelden in lucht.
Joris haastte zich naar garage en kwam terug met drie soorten latjes. Leve de klussenier. Lat één was te dun. Met lat twee wrikte hij vlonder weg van muur, en pad verdween in diepte. Daar overwintert-ie. Tot in het voorjaar!
Joris zei: ‘Hij kan op drie verschillende plaatsen onder vlonder kruipen maar kiest onmogelijke manier.’
‘Padden hebben kleine hersentjes,’ verdedigde ik amfibie.
Man maakte gebaar met hand alsof hij vlieg wegving voor zijn voorhoofd.
Waarop ik zei: ‘Dan komt het omdat het een mannetje is.’
Joris schudde hoofd en murmelde iets over bonbons, parels en zwijnen.

Moeder kip – gevolgd door vier donzige kotertjes – stapte uit bosjes pardoes fietspad op.
Voor dieren rijd ik met liefde berm in.
‘Nu nog kindjes? Het is október,’ sprak ik overstekende kip bezorgd toe. ‘Waar moet dat heen met je kuikens als er vorst aan je kont komt?’
Kip keek me vinnig aan – Ik ben een vrije kip. Bemoei je met je eigen zaken! – en verdween aan overkant in gras.
Eind goed, al goed, dacht ik.
‘Piep, piep, piep,’ klonk het uit bosjes. Er verscheen eenzaam kuiken.
‘Je familie is rechtdoor gelopen,’ zei ik. Vroeg me af: zou ik kuiken in goede richting manoeuvreren of zou beest hartverzakking krijgen?
‘Piep, piep, piep,’ riep het weer.
Moeder kip stoof uit gras tevoorschijn. Haar oogjes waren klein maar hun boodschap helder: Sta jij hier nou nóg? Mijn opmerking: ‘Als ik was opgestapt, had je kuiken tussen mijn spaken kunnen komen,’ interesseerde haar geen lor. Ze zette veren op en pikte met snavel in mijn fietsschoen. Kuiken vluchtte onder verendek en piepte: Oh moeder, ik heb u zo gemist.
Kip voerde schijnaanval uit op zelfde schoen, bedacht zich, en wierp me boos kraaloog toe.
Kon onmogelijk niet onder de indruk zijn.

Droomde dat ik met Carolien op vakantie was in houten huis op wielen, getrokken door twee ezels, want: ‘Eén ezel is zielig.’
‘Hoe heten ze?’ vroeg ik.
‘George en Mildred,’ was het antwoord.
Landschap was van ongekende schoonheid. Bergen, bossen, en bloemen. Veel bloemen.
Langs wegkant stond houten bord: ‘Hof van Eden, 5 km.’
‘Daar gaan we heen!’ riep Carolien. ‘Alleen maar appels eten.’
Even later: ‘Weet jij de weg terug naar huis?’
Natuurlijk wist ik die niet. Er was niet eens een wegenkaart.
Midden in leegte stond trein. ‘Jij gaat naar huis,’ zei Carolien en gaf me mijn rode rugzak met opgestikte badges van Corsica, Zweden en Noorwegen. Had ik die meegenomen?
‘Ik heb nog iets voor je,’ zei Vriendin.
Een leeg slakkenhuis.
Werd wakker met dichtgeknepen hand.

Foto: Pixabay

Oma Ank en de eigenheimers

Keek op de week (208)

Mijn fiets leunde tegen een hek. Ernaast klonk het ritmisch getik van een vlaggenmast.
In een weiland lagen ingepakte hooirollen.
‘Deze weg loopt dood,’ zei ik tegen middelbaar ANWB-setje op e-bikes. Ze reden door.
Even later verscheen oude dame.
‘Mevrouw, deze weg loopt dood.’
Ze stapte van haar fiets. Op haar gele jas zat button met kinderlijk schrift: Oma Ank.
‘Dank u wel, en eet smakelijk. Fietsen die mensen gewoon door?’ knikkend naar de verdwijnende ruggen.
‘Misschien geloofden ze me niet. Voorheen stond hier een bord maar dat is weggehaald door een gemeentewerker.’
‘Wereldverbeteraars werken zelden bij de gemeente,’ zei Oma Ank. ‘In ons dorp is een speeltuin weggehaald. Mijn vriendin – 84 jaar – is een petitie gestart voor een nieuwe. Van de 7500 inwoners hebben er 5600 getekend.’ Ze knikte: zo doe je dat.
‘Verhip, dat zijn mijn buren,’ zei Ank over het wederkerende setje. ‘Dat zijn eigenheimers! Zeggen geen gedag.’
We bekeken ze op ons gemak. Zelfde kleur fiets, jas, tassen en helm.
Toen ze dichterbij waren, riep Ank lachend: ‘Dag John en Cora. Lekker weer voor een fietstochtje, hè?’
Zwijgend passeerde het stel. Effen gezichten met neuzen in de lucht.
‘Zie eens hoeveel plezier ze hebben,’ zei Ank op bewonderende toon. ‘Wist je dat je met een glimlach mensen op stang kunt jagen?’
Ik had de slappe lach en verslikte me in mijn eten.
‘Gaat het?’ Op mijn ja-knik vervolgde ze: ‘Nou, ik ga naar huis. Theedrinken en de koektrommel leegeten. Dag, hoor!’

Had lunch gereserveerd in Stormpolder. Joris arriveerde op fiets. ‘Bij Brienenoordbrug stapten mensen in Waterbussen. Ik denk dat bij IHC een schip te water wordt gelaten.’
Onverwacht zaten wij op eerste rang.
Lunchroom zat tjokvol bootmensen. De zon weigerde op te komen maar iedereen had een goed humeur. Mensen wachtten op de kade; erlangs dreef een partyboot. Het scheepvaartverkeer werd stilgelegd maar op de rivier krioelde het van bedrijvigheid met bootjes van Rijkswaterstaat, waterpolitie en Port of Rotterdam. Aan overkant dreven  duwbootjes en in de lucht zoemde een drone.
Een motorbootje ter grootte van kano voer met twee personen in reflecterende kleding  naar het midden van rivier.
Gasten in lunchroom kregen zenuwverschijnselen: neuzen tegen het glas; telefoons in hand.
Daar klonk de scheepstoeter! Iedereen stopte met ademhalen om te zien hoe sleephopperzuiger Seaway uit immense scheepshal het water op gleed. Rondom werd geproost. Knap staal werk!
Een vrouw – die met vier anderen zat te eten – riep verbaasd:’ Oh kijk, er wordt een boot te water gelaten!’
Heel de lunchroom lachte.

Keek naar zwart-witte melkmeiden die tussen gespannen draadjes weg overstaken. ‘Dat is een flinke kudde,’ zei ik tegen boerin.
Ze stond met rubberlaarzen stevig in klei. ‘130 stuks. Op stal staan er nog drie. Die zijn zo oud. Kunnen geen lange afstanden meer lopen. Wij noemen ze de keizerinnen. We hebben een gedeelte van de stal omgebouwd tot rustplek, met een verwarmde vlonder en roterende massageborstels.’
Je zou jaloers op ze worden.

De bevlogen man

Keek op de week (207)

Kinderdijk

Voer met pont naar Kinderdijk en fietst naar Schoonrewoerd. In Everdingen wachtte ik in berm tot trekker met dorsmachine langs was geraasd. Wilde opstappen toen boerin met kruiwagen vol appels weg over stak.
‘Krijgt u vanavond eters?’ liet ik uit mijn mond vallen.
Vrouw schaterde met dikke, rollende lach. ‘Hou op! Ik heb appelmoes, compote, stroop, limonade, appeltaart, chutney en appelstoofschotels gemaakt.’ Ze had appelblossen,  glinsterogen en straalde gemoedelijkheid uit.
‘Ik ben graag in de keuken; een beetje rommelen,’ voegde ze eraan toe.
Op de hoeve stond: Rust Roest. ‘U zult niet roesten,’ zei ik, wat een beetje klonk als het elfde gebod.
Weer die lach. ‘De boerderij was van de ouders van mijn man. Mijn schoonvader zat nooit stil. Die man had een worm in zijn kont.’
Voila, een roddel.
‘Nu zijn de appels op en gaan we peren plukken. Wil je een zak appels meenemen?’
Dat was lief. Kon ze alleen op racefiets niet meenemen. ‘Bedankt dat u het vraagt. Eén appel is genoeg, hoor.’
Vrouw koos appel uit en poetste ‘m glanzend aan haar mouw.
Een appel voor de dorst.

Deed inkopen voor Schuifeloudje bij Kruitvat. Liep winkel uit en werd op stoep zowat omver gereden door vrouw op e-bike. Vrouw stopte en zei klagend: ‘Het is droog en ik kreeg net vijf grote regendruppels op mijn hoofd!’
Nou, dan heb je wel wat meegemaakt.
Liet kassabon vallen (zwaar, hè?) en bukte om ‘m op te rapen. Zag in waterplas een  spartelend lievevrouwebeestje liggen. Met vier stippen. Viste haar eruit en zette kevertje op metalen kar met ingepakte keukenrollen.
En óp kwam het zonnetje!

Oudere man in AH bekeek inhoud van blik en pot rodekool. ‘Er zit teveel in voor mij alleen,’ zei hij, ‘en na twee dagen loopt het restant uit de koelkast.’
‘U kunt rodekool uit de diepvries nemen,’ opperde ik.
Kerel keek alsof ik relativiteitstheorie had ontdekt. Terwijl iedereen weet dat Einsteins eerste vrouw dat heeft gedaan. Zijn vrouw, ja. Vrouwelijke wetenschappers doen ontdekkingen en die worden aan mannen toegeschreven. Dat heet het Mathilda-effect. Check.
We wandelden samen naar iglo’s. Onderwijl vertelde hij: ‘Mijn vrouw was piloot en vloog in iedere kist. Passagiersvliegtuigen, F16’s en helikopters maar haar passie was zweefvliegen. Dan voelde ze zich een vogel tussen de vogels.’
‘Ging u weleens met haar mee?’
‘Zelden. Vliegen was haar wereld. Ik luisterde wel altijd gretig naar haar verhalen. Ze is thuis overleden in haar slaap.’
Er viel een stilte.
‘Had uw vrouw een mooie uitvaart?’
‘Ja. Mijn zoons beschilderden de kist met haar zweefvliegtuig. Tijdens de dienst zei de oudste: ‘We tillen het achterste gedeelte van de kist omhoog, dan is het net of mama een duikvlucht maakt.’ Hij lachte bij de herinnering. ’Het was zo’n mooie dienst.’
‘Wilt u met of zonder appeltjes?’ vroeg ik.
‘Met,’ klonk het resoluut.

Was mijn sokken kwijt. Geen reden tot harikiri want heb meer sokken, maar waar waren ze? Sinds wanneer deponeert meelevende huisgenoot míjn vuile sokken in wasmand?
Vond ze terug tussen Rosa’s speeltjes. Ze had genoeglijk op sokken liggen kauwen terwijl ze uitkeek over straat waarop zij alleenheerschappij bedingt.
Joris sprak lovende woorden: ‘Dat dat beest niet in coma is geraakt…’
Dat terwijl er maar een persoon in dit huishouden zweetvoeten heeft en deze van het mannelijk geslacht is.

Foto: Pixabay

Schuitje varen, thee-tje drinken

Keek op de week (206)

Langs de Vecht

Twee mannen – ribbroeken onder tweetjasjes – stonden in bieb.
‘Mijn mancave is eindelijk af. Gisteren heb ik de tv aangesloten,’ sprak een van hen verguld. De wereld lag aan zijn voeten. ‘Mijn vrouw vindt het vreselijk,’ gniffelde  Grotbewoner.
Ik trok een boek van Samuel Bjørk uit de kast.
‘Mevrouw, heeft uw man een mancave?’ vroeg kerel.
‘Jazeker,’ zei ik. Alhoewel Joris het zijn werkkamer noemt waar ook strijkplank, -bout en naaidoos een verblijfstatus hebben. Mijn man maakt zich niet sappel.
‘Wat vindt u daarvan?’
Zei:’ Prima geregeld, want de rest van het huis is van mij.’
Grotbewoner – die tot dan toe in opperbeste stemming verkeerde – trok zijn mond in een streep.

Huurhuis van schuifeloudje – in verzorgingstehuis – is leeg. Had foto’s gemaakt van kleding, schoenen, tassen, schilderijen, cd’s, boeken enzovoort. Na 20 keer zelfde foto’s laten zien en zelfde vraag stellen, was het antwoord 20 keer: ‘Ik hoef niks, gooi die troep maar weg.’
En toen.
‘Waar is mijn stoel? Ik wil mijn blauwe schoenen hebben. Neem mijn stola mee! Heb je alles weggegooid? Zeker omdat dat voor jou het gemakkelijkst was? Alle mensen op deze afdeling zijn dement, behalve ik.’
Vijf minuten later: ‘Waar is mijn stoel? Neem cd’s voor me mee!’
‘Die zijn weg.’
‘Ik wil cd’s hebben!’
Scoorde bij kringloop The Cats en Nederlandstalige cd van 50 cent per stuk. Wervels uit mijn lijf. Gaf ze mee aan Joris.
Na bezoek aan verpleeghuis, zei hij: ‘Heb gezegd dat het haar eigen cd’s zijn.’
Had hij gezegd dat ik ze bij kringloop had gekocht, waren ze gediskwalificeerd. Liegen. We gaan het vaker doen.

Fietste ein-de-lijk weer eens langs de Vecht. Moest er wat voor over hebben: uit en thuis 150 km. Langs de Vinkeveense Plas naar Baambrugge. Landhuizen met statige lanen. Vecht vol varende bootjes. Een blauw theehuis. In gedachten richtte ik dat in tot lees- en schrijfhuis. Met koffie want van thee krijg ik luizen.
Stopte bij Kasteel Loenersloot en at op wiebelbankje onder walnotenboom.
Bijna thuis na rondje Vecht, liep vrouw midden op fietspad. Paar meter voor haar snuffelde zwarte bouvier aan berg paardenvijgen.
Slalomde tussen vrouw, hond en stront door. Ineens schreeuwde vrouw: ‘En place! En place!’ Waren ze samen op Franse les geweest? Ze hadden beter naar gehoorzaamheidstraining kunnen gaan, want zag ik iets zwarts aan komen hollen. In mijn spiegeltje kwam hond steeds dichterbij. Moest ik na 145 km fietsen nog sprintje trekken. Hond was een volhouder, maar dan kent-ie mij nog niet. Zag bij thuiskomst op Strava dat ik op die weg dankzij hond mijn PR had verbeterd (-:

‘Ben jij gevallen?’ vroeg een jongetje. Hij stond naast zijn fiets op de stoep en keek naar mijn bebloede arm. Blond haar, ronde brillenglazen op een wipneus met sproetjes.
Bloedspoor zag er indrukwekkend uit. Waaierde van mijn bovenarm uit tot mijn pols. ‘Ik heb me opengehaald aan een braamstruik. Het doet geen pijn, hoor.’
‘O gelukkig,’ zei hij. Het klonk welgemeend. ‘Waarom maak jij je fiets schoon?’
‘Dat doe ik na elke fietsrit en daarna zet ik ‘m in de woonkamer.’
‘Dat doet mijn vader ook,’ zei het jongetje. Op samenzweerderige toon vervolgde hij: ‘Zijn fiets staat vreselijk in de weg. Staat jouw fiets ook in de weg?’
‘Ik vind van niet,’ zei ik.
Prachtig. Kon het ongeloof van zijn gezicht schrapen.

Kasteel Loenersloot