Naughty Bella

 

Na een zomerse dag in de tuin, verschaft Bella zich op een slinkse wijze toegang tot de garage. Onbereikbaar voor onze lange armen ligt ze gestrekt onder een flinke stapel dakpannen onder de houten stelling. Kind probeert haar te lokken met lieve woordjes maar dat kreng geeft geen krimp. Tja, hoe krijgen we Bella op de garage uit? ‘Met de riek,’ zeg ik. ‘Met de watte?’ ‘Een grote vork met harde punten,’ leg ik Kind uit. Nee-hee, het moet op een diervriendelijke manier!

 

Volgens ons denkt mevrouw Konijn: wat schuift het? 

Maar met wat voor lekkers dan?

Peentjestaart? Nah, te min, blieft mevrouw niet.

Kruidnootjes? Helaas: op

Chocoladekaakjes? Ja, da-hag, vinden we zelf veel te lekker

Wat ‘t erg goed doet bij haar knaaggrage tandjes is spaghetti. Ongekookt, maar dat begreep je vast al. Daarbij trekt Bella altijd een gezicht van: niet met die stengel tegen mijn neusje prikken, he baasje? (Nee, onder je staartje, nou goed?) 

 

Niks werkt, dat kreng is totaal niet te vermurwen. Buiten gaat langzaam het licht uit, net als mijn geduld. Kind sputtert tegen, maar dan blijft mevrouw Konijn maar lekker in de garage vannacht.   

 

De volgende ochtend holt Kind met twee, drie treden tegelijk de trap af en linea recta naar de garage. Daar zit dat konijnenloeder ineengedoken in een hoekje. ‘Bel-la,’ roept Kind liefjes, ‘Bel-la Déa. Ahhh…je hebt wallen onder je ogen! Kom maar gauw bij het baasje…’ Ons knaagdier werpt zich ongeveer in Kinds armen, die haar zoete woordjes influistert.

 

Zo’n zware nacht in de garage gaat je niet in je konijnenvel zitten, en wat doet een brak konijn? Dutjes. Heel veel dutjes. En waar? Zo dicht mogelijk bij Kind. Bij voorkeur op haar voeten, als het in elk geval maar binnen handbereik is 😉

 

Een stille aanbidder

‘Hé, daar heb je dat konijn!’ roept een meneer op een fiets. Hij wijst naar iets in de tuin. Wel snotver…is Bella me weer sneeky achterna gelopen, dat geraffineerd stuk knaagdier. Als ze ergens een luchtgaatje ziet om het ouderlijk hok te ontvluchten zal ze ’t ook niet laten. Heel de benedenverdieping heeft mevrouw tot haar beschikking, evenals een royale achtertuin, maar ze wil aldoor méér. Net een generaal met expansiedrift. Ik jaag madam meteen weer terug naar binnen.

 

Dan pas dringen de woorden van de fietser tot me door. “Daar heb je dat konijn”? Dan moet Bella over de tong gegaan zijn. Maar deze meneer ken ik helemaal niet. Hebben wij wellicht een gemeenschappelijke kennis?      

 

De fietser stopt omdat hij liever niet geplet wil worden door twee elkaar passerende bussen. ‘Dat was toch Bella hè…die altijd op een kattenbak plast?’ KNAL! Dat was mijn kluts. Die viel op dek. Hoe wéét die man dat? Blijkbaar kan hij gedachten lezen want boven de busherrie uit, roept hij:‘Ik lees altijd je blog!’Er maakt zich een groot geluksgevoel van mij meester, gevolgd door een lichte verwarring. Waarom weet ik daar niks van? ‘Soms lig ik onder mijn bureau van het lachen,’roept hij vrolijk verder. 

 

Zodra de bussen gepasseerd zijn, horen we vanachter de voordeur een luidruchtig: Pats! Boink! Pats! Boink! Dat is Bella die wil laat weten dat ze ‘t met de gang van zaken niet eens is, en dankbaar gebruik maakt van de holle ruimte van het luik onder haar achterpoten. ‘Doet Bella dat?’ vraagt de bloglezer verheugd. Ik knik, dat doet Bella,ja. Wat is daar zo leuk aan? Hij mag haar wel twee weken lenen als wij op vakantie zijn. ‘Wie bent u ?’vraag ik met een goed verborgen ochtendhumeur. Ineens krijgt de fietser haast. Plankgas gaat hij er vandoor. ‘U kent mij niet!’ roept hij tot mijn grote frustratie nog even achterom. Ik weersta de neiging om “sta stil of ik schiet!” te roepen. Helaas, een diepte interview zit er niet in.

 

Bella heeft dus een onbekende, stille aanbidder. Ik ben er helemaal infuus van. Het knelt als een steentje in mijn schoen. Maar ik weet er wel iets op: mevrouw Konijn krijgt geen eten totdat ik weet wie die onbekende bloglezer is. PATS! BOINK!

 

 

Graafdrang

 

Heeft Bella last van driftbuien, is het nestdrang of is zij gewoon een ongeleid projectiel? De godganse dag doet ze niets anders dan graven, graven en graven. In huis. Klauwt haar sanitaire kattenbak overhoop. Op het enige juiste moment: als ik net gestofzuigd en gedweild heb. Ze krabbelt in de hoeken van het keukenzeil en dat alles met de volharding van een terrier.

 

Dus, hoppa! de tuin in met dat loeder. Maar mevrouw vindt het buiten nog wat frisjes en krabbelt aan de tuindeur. Kom dan maar weer binnen, maar wel je hok in. Nee, gaat mevrouw daarin de krant zitten lezen.

 

Om bij die krant te komen, trapt ze met haar achterpoten al het hooi en stro eruit. Met busladingen tegelijk keilt ze de rotzooi tussen de spijlen van ‘t hok door. Ha! wat ziet haar konijnenoog? De krant! Het schuim staat reeds op haar lippen. Vol overgave scheurt ze het dagblad met haar tanden in stukken. Reep, na reep, na reep. Ik doe nog voor hoe ze er matjes van kan vlechten, maar Bella toont geen belangstelling.  

 

De bodem van haar hok komt tevoorschijn en daar gaat zij vandaag nog een gat in graven. Tussendoor pakt ze met haar tanden de knaagsteen vast en laat die alle hoeken van haar hok zien. Ohhh, dit is ’t moment waarop ik haar illegaal zou willen dumpen bij een kinderboerderij.

 

Volgens mij is Bella’s biologische klok aan het tikken en wil ze een hele rits kinderen baren. Waar zij dus bij voorbaat een diep hol voor graaft. Nu hebben wij de ‘beschikking’ over Sammie, het konijn van onze konijnenopvang. Sammie is een lekker ding en was tijdens Bella’s logeerpartij niet bij haar hok vandaan te slaan. Meneer sprong zelfs verliefd in Bella’s ruif om maar zo dicht mogelijk bij haar te zijn. Oh, oh, wat zag Sammie haar zitten, maar zelfs toen hij zich amechtig hijgend tussen de spijlen van de ruif probeerde te dringen, behaagde het Bella niet om ook maar één keertje met haar bevallige wimpers naar hem te knipperen. Misschien nu wel, vanwege de nestdrang?

 

Maar stel nou hè, dat Bella konijnenkinderen baart. Afgezien van de huisvesting hebben wij een nog veel groter probleem: als haar jongen hetzelfde grote ego en heethoofdige karakter van hun moeder erven… daar moet je toch niet aan dènken…?  

 

Alhoewel, zeg nou zelf: zijn Bobo en zijn broertje niet groots al zijn ze klein?

Bella uit logeren

 

Kind legt de telefoon neer. ‘Bella was ontdeugend, zei Opa. Weet je wat ze deed?’ Man en ik kijken haar verwachtingsvol aan. ‘Nou, je weet wel, als ze haar hok uit wil, dan gaat ze je zo aan zitten kijken: Kind doet de uiterst smekende blik van Bella na, inclusief verleidelijk lonkende wimpers met een ietsje onderdanige houding, typisch Bella (NOT.) Man en ik zien het voor ons. ‘En toen?´

 

‘Toen ze er niet uit mocht, krabbelde ze met haar poten tegen het klepje, pakte het met haar tanden vast en begon er wild aan te rukken.´ Ja, het hele scenario trekt aan ons voorbij. Met enige trots blikken we elkaar aan: wat een beest,hè? ´Opa heeft Bella toch niet haar zin gegeven?’vraag ik, want dat beest ziet ons als haar personeel. Kind noemt haar niet voor niets “Bella Dea” (Bella de godin). Maar goed dat Bella dat niet weet, want ‘t zou haar nog behagen ook!

 

´Nou, omdat niemand Bella eruit liet, begon ze de krant te lezen…´ …´en deed oma het klepje open,´zeggen we in koor. Want de krant lezen, staat gelijk aan al het hooi en stro tussen de spijlen van het hok door naar buiten kiepen. Kind knikt. ‘Nu loopt Bella boven rondjes in het kamertje. Zodra Opa of Oma naar binnenstapt, wil ze gelijk aandacht. Als de kastdeur opengaat, springt Bella erin en gaat ze bovenop Oma’s schoenen liggen. Opa zei dat als Bella lief is, ze vanavond nog wat te eten krijgt.’ ‘Jammer voor Bella, maar dat wordt dan op een houtje bijten,’ zeg ik. Kind laat een meewarig lachje horen. ‘Nee hoor,’zegt ze, ‘Bella windt Opa zo om haar pluimstaartje.’

 

(H)Erkenning

 

Locatie: op school.

Vak: techniekles.

Wat? Beoordeling van de cadeaudoosjes.

Kindlief wacht geduldig op haar beurt. De leraar loopt de tafeltjes langs, bestudeert de  doosjes en deelt de punten uit. ‘Hier gaat een ½ punt af, want je bent vergeten de vouwlijntjes te tekenen.’ Oeps, Kind ook! Snel tekent ze alsnog de lijntjes in haar doosje.

‘Jij hebt iets in het doosje gedaan, daarvoor krijg je een ½ puntje extra.’ Joepie, bij haar zitten er pepermuntjes in zij heeft de eerste punt reeds binnen! De leraar komt dichterbij. Als laatste is Kind aan de beurt. ‘Waarom heb jij je doosje niet gemaakt van het blauwe karton?’ vraagt de leraar.  ‘Nou… eh.. wij hebben een huiskonijn en die heeft er een hap uitgenomen.’

De hele klas hangt kromgebogen van het lachen over de tafeltjes. Zo’n geweldige smoes horen ze zelden.  ‘Nee, het is geen smoes!’ zegt Kind (hierbij trekt ze hoogstwaarschijnlijk een pruillip.) ‘Het is waar,’ zegt ze, ‘Bella is soms een loeder.’ Voor ’t gemak is ze  even vergeten dat ze haar konijn meestal een poepie, drollo, of liefie noemt. Is ook niet cool natuurlijk.

‘Als Bella d’r hok in moet, gaat ze altijd onder het lage tafelfje zitten, en als je d’r wilt pakken, begint ze te grommen.’ Nu is het feest helemaal compleet in de klas. Een grommend konijn, whoeaaa!

Maar dan… De leraar gaat er eens goed voor staan, kucht en zegt: ‘Zo’n konijn heb ik ook… Ja! En bij ons duikt ie grommend achter de kast en niemand die ‘m nog te pakken krijgt. Echt! Je cadeaudoosje ziet er prima uit, …vouwlijntjes, pepermuntjes erin… Ik geef je een 9.” De klas houdt stomverbaasd zijn mond. Glunderend neemt Kind het cijfer in ontvangst: het hoogste van de klas! Onbegrijpelijk…  

Ondanks of dankzij Bella?

 

Uit angst voor wraak liep Bella heel de week incognito door ons haar huis…

Flutcadeaudoosje

Kind komt uit school: of ik haar met het cadeaudoosje wil helpen. Een opdracht voor het vak Techniek en morgen moet het af. Lekker ding! Drie weken geleden is ze eraan begonnen en nu laat ze het op de laatste dag aankomen. Maar dit is niet het uitgelezen moment om het daarover te hebben. Haar papieren ontwerp moet op het meegekregen blauwe karton getekend worden en daarna uitgeknipt en versierd. Zij gaat aan de slag en ik de deur uit. Bij terugkomst zit Kind zwaar in de stress: de kartonnen mal is hartstikke scheef en het blauwe karton is op. In sneltreinvaart ziet ze een mooi cijfer verdampen. Wat kan het leven toch hard zijn…

‘Ik heb nog karton,’zeg ik, ‘‘t is alleen lila.’ Oh, maar das niet erg. Samen tekenen wij de “uitleg” op het karton. Pietje Precies als ze is, rekent ze alles op de millimeter nauwkeurig  uit en ik zet de streepjes. Na ruim een uur, kan het doosje uitgeknipt worden en daarna hebben wij wel pauze met wat lekkers verdiend. Hé, hoort Bella ergens een zakje kraken? Vanuit de keuken komt ze verheugd aangesprint, neemt een  snoekduik op het doosje en… HAP!… zet haar tanden erin. Een blauw stukje karton wordt kleiner en kleiner, en verdwijnt tenslotte in z’n geheel tussen haar tanden naar binnen. ‘Nee!’roept Kind onthutst, ‘nee!’

Je hebt geen snorharen nodig om de stemming in huis te peilen en Bella verdwijnt geraffineerd onder het lage tafeltje. Oww, als Kind dat konijn in haar hánden krijgt… Maar als ze nu één vinger onder het tafeltje steekt , wordt meteen haar vingernagel geknipt. Van onmacht rollen tranen over Kinds wang.

Vooruit, geen getalm: overnieuw. Zij tekent, ik knip, weer een uur later: klaar. Oh sjit, is ze vergeten de lijmstrookjes aan het ontwerp te tekenen. Ter plekke rol ik bijna van de bank. Dan het allerlaatste restje karton. Het is nú of nooit. We nemen korte metten, niks millimeterwerk. Zucht, ein-de-lijk is onze missie volbracht. Terwijl ik het eten in de pan gooi, versiert zij het doosje. ‘Oh wee,’ roep ik vanuit de keuken, ‘als die leraar je morgen niet minimaal een eh… 8 geeft,dan ga ik ‘m bellen!’

Voor de verandering is Kind het helemaal met me eens.

 

Hier zet Bella haar tanden in de Allerhande (er staan ook zulke lekkere recepten in…)

Een nat pak

Is me dat boffen: de buufhond is niet thuis. Hoef ik ook niet bang te zijn voor zijn luidruchtige blaf. Dat beest bezorgt me altijd de bibbers. Nu kan ik – Bella – eens fijn de baas van de buurt zijn! Katten, vreemden: aan de kant want hier komt Bella uit Kakelland. Oh, kijk toch eens, wat een rijkdom: lampionnetjes. Hap, hap, weg, zó lekker! Wat zal ik nu eens gaan doen?

 

Hé, het vogelbadje staat er weer. Snap je nou waar zo’n ding goed voor is? Al die aandacht voor die vliegbeesten. Hier telt maar één beest en dat is ikke, Bella! Is het baasje nergens te zien? Dan kan ik ongezien dat badje eens omduwen. Even flink met mijn welgevormde billen ertegenaan duwen. Duwen…duwen… ja hoor!

 

Aaaahh bah, water, iewk! Daar krijg ik natte pootjes van. Gauw naar binnen toe. Nee zeg, is de deur dicht. Baasje! Baasje! Waar zijn ze als je ze nodig hebt, denk ik altijd maar. Ik ga hard krabbelen aan de deur. Baasje! Ik wil er iiiiinn. Voel die koude wind nou toch waaien over mijn pootjes en natte buik. Ik zit hier een zware verkoudheid op te doen. BAASJE! Hè hè, eindelijk…

 

“Bella, wat heb jij nou weer uitgevreten? Je bent helemaal nat…”

Dat komt door dat flutvogelbadje, denk je dat ik voor de lol zo verzopen ben? Gauw een plekje zoeken bij de kachel met het vlammetje.

“Nee, Bella, ga maar naar de keuken, viespeuk!”

Zie je nou, wat voor leven ik heb? Het is konijnonterend.

PATS!

 

Als we één ding van Bella hebben geleerd, is het wel om van haar achterpoten af te blijven. Hoe groot de verleiding ook is, niet aaien, niet vastpakken, niet eronder kietelen, want ze verdwijnt gegarandeerd PATS! PATS! stampvoetend uit zicht. Slechts als ze iets ruikt wat haar konijnenneusje behaagt, zet ze haar arrogantie opzij, maar zodra het lekkers op is, is de nijd terug en gaat mevrouw er wederom brommend vandoor. Wij trappen er nog in ook, en ontzien haar achterpoten als ware het Heilige Koeien.

 

Tijd voor revanche.

 

Met een onverwacht snelle beweging, tilt Kind Bella op aan haar royale nekvel, en zet haar in een kartonnen doos. Snel, de kleppen dichtdoen, want voor je ’t weet, springt ze eruit. Ja hoor, mevrouw heeft het in de gaten en gedraagt zich als een wildebeest. Hihih, te laat!  Ik help Kind bij het instappen in de auto. Eerst de gordel om, en daarna de gevaarlijk wiebelende doos op schoot. Bella probeert tevergeefs haar tanden in een stuk karton te zetten. Geniepig lachend kijken Kind en ik elkaar aan, en vol verwachting rijden we naar het dorp.

 

“Kom maar, dan nemen we haar mee naar achteren,” zegt de mevrouw waar we de afspraak mee hebben gemaakt. Zij gaat Kind en mij voor naar een klein kamertje, waar ze zelf op een bank gaat zitten met allebei haar benen op een stoel. “Ik ben er klaar voor!” zegt ze opgewekt.

 

Dit is het sein.

 

Kind maakt de doos open, haalt Bella er met een welgemikte greep uit en plant haar bij de mevrouw op schoot. Wild kronkelend beweegt Bella zich in de meest onmogelijke bochten. Mens, blijf met je handen van mijn poten!  lijkt ze te willen zeggen.

De mevrouw echter is totaal niet onder de indruk en houdt Bella’s poten stevig in bedwang. Er kan er maar één de baas zijn en dat is NIET Bella. Het wachten is op het moment dat Bella het ook weet.  Eindelijk staakt ze haar wilde geworstel en blijft ze stil op haar rug liggen. Zwaar hijgend ondergaat Bella de behandeling. Boven haar witte buikje, staan haar twee voorpootjes rechtovereind van stress en schrik. Die hebben zojuist een beurt gehad.

 

Kind en ik stoten elkaar aan: nu komt het!

 

De pedicure pakt beide achterpoten van Bella in één hand en zet er de schaar in. Knip, knip, doet het tangetje. Tik, tik, doen de nageltjes op de grond. Bella doet niets. Helemaal niets. Amechtig hijgend laat ze alles over zich heenkomen. Als de klus geklaard is, laat ze zich gewillig in de doos tillen.

 

Zodra ze thuis uit de doos mag, zet ze er meteen de sokken in, want geen minuut langer wil ze in onze nabijheid zijn. Wild met haar achterpoten in de lucht trappend, zet ze koers naar de tuindeur. Getergd verschanst ze zich in de tuin onder de lavendelstruik.  Als het later begint te regenen, komt ze mokkend naar binnen en gaat in haar hok liggen. Met haar rug naar ons toe. Dat wel.