Shit!

Keek op de week (71)

Waren onderweg naar m’n moeder om prettige Moederdag te wensen. Rechts in de berm van de provinciale weg liep hardloper met tasje in hand.
‘Welke idioot doet dat nou?’ mopperde Joris. ‘Links ligt een vrijliggend fietspad.’
‘Hij is wel milieubewust,’ nam ik het voor vreemde kerel op, ‘want hij draagt linnen tasje.’
‘Jij altijd met je milieu,’ snoof Man.
Ikke wel!

Boodschappen gedaan. Kwam terug bij auto waarvan ik raampje expres 1 cm open had laten staan. Flatsen op auto, niet normaal! Een ware attack. M’n onderkaak viel op grond toen ik zag dat binnenkant van auto ook onder zat.
Is vast reiger met obstipatie van hele week geweest, die in één keer zijn darmkanaal leeg scheet. Stuur en richtingaanwijzer zaten onder, en méuren!

St. Tropez aan de Lek.
Joris en ik liepen op natuurgebied de Zaag. Wij tuurden over rivier de Lek. Er voeren veel dezelfde luxueuze plezierjachten voorbij.
‘Lijkt wel St. Tropez,’ grapte ik.
‘Mooie boten!’ riep Man bewonderend.
‘Die kosten wel een paar ton.’
‘Eerder een miljoen,’ Joris met stelligheid alsof-ie hedenochtend op internet naar “te koop plezierjachten” had zitten klikken.
‘Die zilvergrijze is mooi!’ riep-ie vol vuur.
Moest pret natuurlijk weer bederven. Zei: ‘Vind het net strijkijzers.’

Als thuis naam Charlotte valt, schieten twee bruine oren omhoog, gevolgd door staartgeroffel; ongeacht comateuze toestand waarin Rosa zich bevindt.
Charlotte is Rosa’s vriendin uit dierenwinkel. C. geeft altijd hondensnoepje maar vooral oprechte aandacht. Ondanks vreselijke verhalen die ik over hond aan C. vertel, blijft ze die-hard-fan.
Voornamelijk omdat Rosa’s opvoeding goed gelukt is, want hond “blijft zit” ondanks  lekkernijen binnen neusbereik.
Lopen we dierenwinkel binnen en heeft C. vrije dag, krijgt Rosa ook snoepje maar de lol – de échte lol – is weg.
Honden kijken de mensch aan, hè?

Grote trammelant in blogland! Op 25 mei 2018 treedt nieuwe Europese privacywet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking. Deze wet regelt dingen rondom persoonsgegevens. Zelfs voor saaie hobbyblogger zoals ik, schept wet verplichtingen.
Mijn eerste reactie was: AVG wég ermee. Gooi m’n tegen de krib en doe net of ik gek ben. Kan ik! Maar als ik interactie met lezers wil houden – en dat wil ik – komt toch AVG weer om hoek kijken.
Het staat inmiddels op m’n blog. Nog niet gelezen? Tip: níet doen!
Mel, ♥stikke bedankt voor je hulp *smak*

Lieve lezer,
Zou je alsjeblieft iets voor me willen doen? Roos is voor afstudeeronderzoek van haar master op zoek naar respondenten voor een vragenlijst. Je zou haar erg blij maken als je ‘m zou willen invullen. Het onderwerp is: het maken van keuzes in de zorg. Invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 10 tot 15 minuten en is volledig anoniem. Alvast bedankt!

Klapvee

Met mijn wagen volgeladen reed Roos naar Hilversum. Via het koor had ze een uitnodiging gekregen, aanwezig te zijn bij een muziekshow waar zij en drie kornuiten als klapvee mochten dienen. Onverwoestbaar goedgehumeurd zouden ze zich laten onderdompelen in een avondvullend programma.

‘Bij binnenkomst werd het publiek in tweeën verdeeld. Jonge mensen – van mijn leeftijd – vooraan. Ouderen verder naar achteren.’ Gniffelend vervolgt Roos: ‘Een mevrouw in prinsessenkleding werd achter een dikke pilaar gedirigeerd.’

In de studio was het héét, niet te harden, maar ja, gratis dus dit was niet het moment kieskeurig te zijn. Ze kregen lach- en klapinstructies. Bij een klein grapje, graag zacht lachen en kort klappen. Even oefenen: een, twee, drie, zo ja. Prima! Bij een écht goeie grap alles graag langer en enthousiaster. Een, twee, drie….niets meer aan doen!

Roos’ torenhoge verwachting werd getemperd toen bleek dat Jan Smit het programma presenteerde. Ze kreeg aandrang te vertrekken – ik maak meelevende geluiden – maar haar nieuwsgierigheid naar wat ging komen, was groter.
‘Het was wel tof dat het publiek kon deelnemen aan de muziekquiz want iedereen kreeg een stemkastje,’ aldus Kind.

Monter begon Roos aan de quiz. Helaas ging het uitsluitend om Nederlandstalige liedjes. En oud! Stuk voor stuk van vóór haar jaartelling.
Er traden meerdere artiesten op. Van de meesten had Roos nog nooit van gehoord, dus konden het ook geen BN’ers zijn.
Oké, Frans Duits zong een paar nummers maar ‘Zo iemand telt niet mee.’

Tussen de nummers door kregen ze versnaperingen in liquide vorm. Er was zelfs keus. Ongewild krijgt een mens toch bewondering voor de ganse happening.

‘Alleen, ja, alleen…’ zegt Roos met een verbeten trek om de mond, ‘had ik aan het eind van de avond maar drie punten gescoord via dat kastje.

Na afloop was het buiten stikmistig. Op de snelweg hield ik de meest rechtse baan aan en reed 70 km/uur want ik zag zelfs de belijning niet. Een lange sliert auto’s achtervolgde me, terwijl ik zo hoopte ingehaald te worden, zodat ik achter een ander aan kon rijden.’
Ellendiger kon het niet worden toen de Mac dicht bleek. Ze vergingen zowat van de honger.
Een wonder dat ze ondanks de mist en lege maag haar thuis heeft bereikt.
‘Maar,’ snoeft Roos, ‘ik heb altijd al een tv-opname willen meemaken en het is mijn persoonlijke verdienste dat ik dat voor elkaar heb gekregen.’
‘En de verdienste van mijn auto.’
‘Dat ook,’ zegt Roos genereus.

Nu is het wachten op de uitzending. Eén ding weet ze zeker. Roos komt op tv want ze zat helemaal vooraan.

Explosie

Keek op de week (65)

Krimpenerwaard knalt uit haar voegen. Grutto’s, kieviten, tureluurs, futen/eenden/ganzen met grut, buizerds, visdiefjes, koeien, kikkers en sinds twee weken gierzwaluwen. Mis nog veldleeuwerik.
Bloemen schieten als paddenstoelen uit grond: koolzaad, orchideeën, smeerwortel, ooievaarsbek, hondsdraf, fluitenkruid….En overal die lege horizon. Ik houd ervan.

Nog geen nieuws op pleisterfront. Alleen dat ik Man heb benoemd tot Hoofd geitenbreier Pleisterplakker.

Schele hoofdpijn. Daar wil je zo snel mogelijk van af. Man krijgt hoofdpijn door nekklachten. Vertikt het naar huisarts of fysio te gaan. Heeft wel 267 verschillende kussens uitgeprobeerd.
Joris zat op vaste thuiswerkdag met zijn trouwe hondenogen in bleek smoelwerk in elkaar gedoken achter laptop te werken. Met zo’n houding houd je klachten in stand.
Kreeg eruptie van idee.
‘Zet iets onder je laptop. Als-ie hoger staat, staat je nek recht en heb je minder last.’
Idee stond hem aan. ‘Een schoenendoos?’ opperde Man.
‘Wijnkistje,’ stelde ik voor en liep naar zolder.
Rest van dag werkte Joris met twee flessen rode wijn onder handbereik. Gelukkiger krijg je hem niet.

Liep rondje met Rosa en zag in tuin kleine gevallen vrouw liggen. In impuls bukte ik en takelde kaboutervrouwtje overeind.
Hoorde getik op raam. Vrouw erachter schudde bestraffend met wijsvinger.
‘Ik zet alleen uw kabouter rechtop,’ riep ik.
Bewoonster was niet in staat van privilege te genieten en bleef zwaaien met vinger. Snapte vrouw niet: 24/7 met kaboutersnoet in zwarte aarde liggen is toch geen leven? Snapte mezelf ook niet. Bukte weer en duwde kaboutervrouw omver. Keek tel naar haar echtgenoot en gooide hem óók omver. Voelde goed.
Negeerde getik op vensterraam en liep weg.
Baas?
‘Ja, Rosa.’
Ik weet wat grote baas gaat zeggen als hij dit hoort.
‘Maar grote baas hoort het van niemand want wie geeft jouw tweemaal daags eten?’
Kon het me verbeelden maar Hond leek te knikken.

‘Mevrou-houw! Weet u hoe laat het is?’ Jongetje van jaar of zeven holde me tegemoet. Zijn viskoffer bonkte tegen z’n been. Met een schuin oog keek hij naar Rosa. Achter hem wachtten twee vriendjes – gewapend met vishengels – op antwoord.
‘Tien voor vijf,’ zei ik, en stopte mobiel terug in kontzak.
‘Tien voor vijf!’ klonk het uit drie kelen. Vrienden keken elkaar gealarmeerd aan.
‘Komen we te laat thuis. Mag ik vanavond niet buitenspelen,’ zuchtte blondste.
Kleinste zei op toon alsof doodstraf nabij was: ‘Kunnen we geen voetbal-diefie doen.’
Ik begreep: dit was volwassen leed in kleine dop. ‘Waar wonen jullie?’ vroeg ik.

Viskoffer noemde een straat.
‘Willen jullie meerijden? Mijn auto staat daar.’
Opgetogen over zoiets kleins begonnen jongens te springen. Hun avond was gered!
Bij mij sloeg ineens twijfel toe. ‘Wat vinden jullie moeders ervan als je met vreemde vrouw meerijdt?’
‘Nou ja!’ riep kleinste fel. ‘Ik ken die hond, hoor! Dat is Rosa! Die woont bij mij om de hoek!’
Viel zowat steil achterover van verbazing. Beslissing was snel gemaakt: ‘Voorwaarts mars, mannen! Zal ik helpen sjouwen met viskoffer?’
Dat liever niet.
Verstandig. Voor je het weet ligt voorraad dobbers en simmetjes op grond.

Hormoonheks

In mij woont een hormoonheks. Met haar valt alleen te leven als ze voldoende hormonen binnenkrijgt. Omdat ze een hebzuchtig kreng is, wil ze steeds meer pillen en dat was een gevaar voor mijn volksgezondheid.
De huisarts somde de bijwerkingen van de overdosering op: trombose, longembolie, borstkanker…
Oud nieuws want in een vlaag van verstandsverbijstering had ik de bijsluiter gelezen.

Wat ik kon krijgen, interesseerde me geen ruk, want zonder genoeg pillen slaap ik niet, krijg ik ’s nachts hallucinaties en hoor ik overdag geluiden die er niet zijn: rinkelende telefoons, kerkklokken, claxons, een waterfontein…
Echt, na drie dagen ben je je eigen grootste vijand en wil je dood. Waarom wachten als het toch een keer moet gebeuren?

Ik ben jarenlang gek verklaard door artsen omdat ze nog nooit van mijn probleem hadden gehoord. Hun advies was steevast: zoek een goeie psychiater.

Het was een (z)ware zoektocht naar de juiste specialist en twee weken geleden kreeg ik eindelijk erkenning. Een gynaecoloog zei dat ik gewoon een vrouw ben die veel extra hormonen nodig heeft, en ze kwam met de oplossing: pleisters. Doordat de hormonen via de huid worden opgenomen kan de dosering twintig maal lager dan oraal.
‘Plak op elke bil een pleister,’ adviseerde ze. ‘Na drie dagen vervangen en rouleren van plaats.’ De arts keek nog eens kritisch naar mijn lengte en gewicht en zei dat het ook wel op m’n heupen mocht.

Thuis schrobde ik mijn achterkant, scheurde de verpakking open en haalde er een groot, ovaal en doorzichtig stuk plastic uit.
‘Waar zal ik ‘m plakken?’ vroeg Man gretig, want hem viel de eer te beurt.
‘Waar jij wil,’ antwoordde ik meegaand.
Joris koos een locatie en duwde de pleister stevig aan. Dat kun je wel aan hem overlaten. ‘Je ziet er niets van,’ zei hij. ‘Je kan er gerust naakt mee in de tuin werken,’ grapte hij en pakte pleister nummer twee.
Ja, nee, het hoefde niet meer. Een beetje geintjes maken ten koste van mijn derriere!

Nooit geweten dat pleisters op je kont zoveel impact hebben op je hoofd.
Als Joris me een corrigerende pets wil geven, roep ik: ‘Niet op mijn billen!’
Ga ik zitten, denk ik: pleisters! Zitten ze er nog? Oh ja. Adem uit.
Sta ik op denk ik aan de pleisters. Als ik buk, m’n opdrukoefeningen doe, naar de de wc ga…Mijn toch al nerveuze geest is 24/7 met die zuignappen bezig.

Een dag na het aanbrengen van de pleisters, stapte Joris uit de douche en ik erin.
Man keek aandachtig naar mijn achterwerk. ‘Goh,’ zei hij, ‘die pleisters krijgen rimpels, net als je gezicht.’
Wat was hij weer leuk! Dreigend antwoordde ik: ‘Als je nog één grap maakt, plak ik op jou ook een pleister. Driemaal raden waar.’

Tijdens de nacht zijn beide pleisters vroegtijdig overleden.
Vrouwmoedig plak ik door. Ik zal die toverkol krijgen!

Gajes

Stevig omklemt Willem de kom met twee handen. De inhoud is het predicaat soep onwaardig. Het is weinig meer dan bouillon met een sliertje verlepte groente maar het is in elk geval warm. Wie weet heeft een bewaker erin gepist of gespuugd – daar worden iedere dag grappen over gemaakt – maar dat zoeken ze in zijn buik maar uit.

Voor de zoveelste keer vraagt hij zich af hoe het zijn vrouw en kinderen vergaat. Het is een droefenis die zwaar op hem drukt. Hij wil Geertruida zeggen dat alles goedkomt. Eens, wanneer Nederland weer bevrijd is, in hun gezamenlijke toekomst. Alleen heeft hij geen toekomst want binnenkort wordt hij naar de D-gang gebracht.
Daar mag hij in zijn laatste uren contact met andere gevangenen hebben. Om te praten, zingen, huilen, bidden. Wie weet een brief schrijven naar familie, en dan wacht hen de  volgende ochtend de fusillering op de Waalsdorpervlakte. Ondanks de warme bouillon rilt Willem in zijn dunne gevangenishemd

Op de gang klinken zware voetstappen. Grendels van deuren worden verschoven en zo te horen van iedere cel in zijn blok. Wat is er zo belangrijk dat de bezetters tijdens schafttijd overgaan tot actie? Vertel hem niets over Duitse pünktlichkeit!
Willen hoort geschreeuw, drinkt snel de soep op en juist als hij de kom op de grond zet, zwaait zijn celdeur open.
‘Mitkommen!’

Op de gang schieten Willems ogen heen en weer. Samen met zeven andere gevangenen wordt hij gedwongen tussen bewakers met geweren door diverse gangen te lopen en tot hun verbazing worden ze buiten de gevangenismuur gebracht.

Gretig vullen Willems longen zich met frisse lucht.
Verbluft door de onverwachte wending kijken de gevangenen elkaar aan. Ze zijn allemaal gearresteerd vanwege illegale activiteiten in het verzet. Van de verspreiding van illegale kranten, het drukken van extra voedselbonnen tot het vernietiging van gemeentearchieven aan toe.

Ze worden niet lang in spanning gehouden.
Een onbekende die door een Duitser onder schot wordt gehouden, roept na enig aandringen: ‘Handen achter het hoofd! Opstellen in een lange rij en meelopen!’
De gevangenen doen wat ze gesommeerd wordt. Het is een hele optocht die langs de gevangenismuur voort stapt.
Met tegenzin roept man: ‘Halt houden en met de rug tegen de muur gaan staan!’
Onderling wisselen verzetsstrijders nerveuze blikken. Wat staat ze te wachten? Worden ze hier ter plekke gefusilleerd?

Een aantal Duitsers komt van de tegenovergestelde richting aanlopen. Ze hebben een verbeten trek om de mond; ze zijn niet bij het leger gegaan om emmers te sjouwen.
In de gaten gehouden door zwaarbewapende moffen, krijgt iedere gevangene een emmer sop en een boenborstel aangereikt.
‘Omdraaien en schoonmaken!’
De verzetsstrijders draaien om. Even staan ze daar onbeweeglijk. Er valt een korte betekenisvolle stilte, die overgaat in instemmend gemompel en daarna in een luid gejuich. Op de muur van de Scheveningse gevangenis staat met grote letters gekalkt: “In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie!”

Hun gejuich wordt onmiddellijk afgestraft – ook Willem krijgt klappen – maar het is het waard. Na het schoonmaken zal de tekst verdwenen zijn maar als een fluisterend vuurtje alle gevangen bereiken en extra kracht geven. OZO!

(Oranje Zal Overwinnen!)

Driewerf hoera!

Keek op de week (64)

Had echt nul komma nul energie. Nu zeker nul komma twee dus hele vooruitgang.
Zit allesbehalve in comfortzone maar niets doen is des duivel dus gooi er weer een blog tegenaan. Vangen!

Zon scheen. Was minstens halfjaar geleden, dus werd beetje jolig. Bij kassa van drogist, legde ik alle aan te schaffen waren op toonbank: cbd-olie, vaseline, en twee oogpotloden.
Drogist is uitermate keurig persoon. Praat correct en beschaafd Nederlands, steevast in (zwart) pak, is degelijk, vroom, intens serieus, rust en vriendelijkheid zelve, en schuchter. Krijg je een beeld?
‘Mevrouw, we hebben vandaag 50% korting op alle make-up,’ zei drogist.
‘Nou,’ sprak ik verheugd, ‘pak ik mooi even mee.’
‘Ja mevrouw, inderdaad.’
‘Jammer dat u geen make-up gebruikt.’
‘Hoe bedoelt…oh…eh… (kucht)…daar ben ik maar mee gestopt,’ lachte man ongemakkelijk.
‘U kreeg zeker te veel last van Axe-effect,’ complimenteerde ik drogist.
Hij schrok; zijn witte wangen kleurden lichtroze.
Was allesbehalve mijn bedoeling man voor schut te zetten. Floepte er gewoon uit. Zal proberen het niet meer te doen. Beloof niets.

Heb me geërgerd. Wat is gaande in NL? Een ware minderheid-terreur. Geen cowboy-en-indiaantje spelen; Kolonisten van Catan; paasvuren… En geen dikke mensen meer bij erewacht van jaarlijkse dodenherdenking op Waalsdorpervlakte.
De Vereniging Erepeloton Waalsdorp heeft daartoe besloten “omdat het afleidt, terwijl ze respect moeten uitstralen.”
Sinds wanneer nemen wij mensen de maat?
Beschamend. En uitgerekend bij 4-mei herdenking.

Koningsdag: woord begint na vijf jaar te wennen.

‘Dat is zeker nog jonge hond?’ vragen hondenmensen wanneer ze Rosa zien. Komt door haar slanke taille. Meeste Labradors zijn dikke worsten op korte poten. Onze ADHD-hond met altijd goed humeur blikt dagelijks vol vertrouwen de wereld in.
We hadden reden voor feestje en versierden Hond. Is diepdroevig portret geworden. Lijkt wel of huisdier zwaar onder de dope zit. Vanwege brokje dat Roos voor het maken van de foto boven telefoon hield, liep kwijl uit Rosa’s bakkes. Hebben haar rijkelijk beloond. Hiep, hiep, DRIEwerf hoera! Hond is volwassen maar zal het nooit worden.

29 april! Nationale Ontlurkdag, bedacht door Kliefje (die helaas met bloggen is gestopt.)
Het is een oproep aan lezers zichzelf te ontlurken.
Net als veel andere bloggers heb ik gapend gat tussen aantal lezers en reacties. Ik klaag niet want heb heel lieve, meelevende reageerders. Ben alleen stiknieuwsgierig naar mijn onbekende lurkers.
Lees je mij vanwege mijn stommiteiten?
Keek op de week?
Is je man/vrouw?
Hoe lang lees je hier?
Tegen tijd dat ik dit post is Ontlurkdag voorbij. Jammer, maar wie eenmalig onder steen vandaan wil komen…be my guest!

Schreef al dat ik lieve lezers heb. Kreeg WhatsApps, mailtjes en kaarten. En behalve échte bloemen ook een lading via Postcrossing. Van Lars uit Duitsland. Duitsers sturen als enigen kaarten uit landen waar ze op vakantie zijn geweest. Een beetje vreemd…

Op lemen voeten

In de zon en uit de wind was het heerlijk toeven.
Mensen schoten als paddenstoelen uit hun huizen. Ook Joris en ik. We reden naar natuurgebied de Za.ag waar het wel de vierdaagse leek. Dat krijg je wanneer iets gepromoot wordt.

Een echtpaar parkeerde hun Auwdi naast onze auto en stapte uit. Allebei gehuld in zondagse kledij en akelig dure schoenen.
Joris stootte me aan en fluisterde: ‘Wedden dat die straks omkeren?’
Even later wurmden we ons door het ijzeren toegangshek. Het onverharde pad erachter lag er minder dras dan anders bij.
Desondanks schudde de Auwdi-vrouw zorgelijk haar speciaal voor rampen gereserveerde blik. ‘Hank, dit gaat ‘m niet wurden,’ zei ze tegen haar echtgenoot.

Tot onze verrassing stond er bij de splitsing naar links een bordje met “Verboden toegang.”

Iedereen liep braaf naar rechts behalve Man en ik.
Het bordje zei: “Geen wandelpad.”
Klopte helemaal! Het was een glibber- en glijpad.

Wij baggerden voort. Dan weer links, rechts, of het midden van het pad kiezend. Passeerden de autosloperij en het waterzuiveringsbedrijf. In de griend werd duidelijk waarom het geen-wandelpad-bordje was geplaatst: er werden driftig wilgen geknot. Op de achtergrond uitzicht op de Lekdijk.

Voorbij de roestige Beverbrug wrongen we ons tussen de houten palen het natuurgebied in.
De lucht blauw; knoppen aan de bomen: hier waren we voor gekomen.

Rosa – die aan een ernstige vorm van zelfoverschatting lijdt- probeerde een hele boomstam mee te sjouwen. Goed dat er geen andere wandelaars waren want die had ze van het pad gemaaid.

Joris zag het met zijn haviksogen als eerst: een zelfgemaakte hut. Wie droomt er niet van?

Onze ogen puilden uit toen we de verzamelde hoeveelheid (bouw)materialen aanschouwden. Hardop speculeerde Man – gek op getallen – hoeveel keer opa en oma heen en weer waren gelopen. In het gunstigste geval konden ze de spullen in een zeepkist over het baggerpad gesleurd hebben, waarna alles over het houten hek van het natuurgebied getild moest worden en dan nog een kilometer over hobbelig gras.
Op het bruine bord naast de ingang stond met witte verf de naam van de eigenaren en bouwers van de hut geschreven.
We leerden vooral één ding: dat opa en oma héél veel van Ferry, Sjouke, Noor, Ralf, Wies en Kim houden. En dat ze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in bed liggen met een hernia.

Hoerigan

Keek op de week (63)

Ondanks dat Saartje je-weet-wel-konijn is, krijgt ze het in voorjaar zet en strijk op haar smalle konijnenheupen want wil graag nestje bouwen.
Trapt handdoek uit hok en verscheurt kranten tot snippers. Probeert daarna vruchteloos gat in bodem te graven.
Als dat almaar niet lukt, vertaalt ze haar broedsheid in vandalisme wat haar naam hooligan bezorgt. Roos placht haar zelfs Hoerigan te noemen.
Hoerigan sprong afgelopen week op fauteuil waar mijn leren tas op stond. Vrat hengsel kapot en jumpte daarna – hup! – van stoel op kastje. Smulde verlekkerd van blauwe druifjes en kiepte restant met pot en al op grond.
Bleef in woede hangen en raasde als Roeland het stro uit haar kattenbak. Blind paard in porseleinkast was er niets bij.
Roos kwam beneden, aanschouwde ellende, maakte foto’s en ruimde rommel op.
Deed ’s avonds uitgebreid reportage van ramp en illustreerde geheel met foto’s.
‘Wáár-om hebben wij loslopend konijn als huisdier?’ riep Man. Gooide daarbij handen en hoofd theatraal in lucht en bleef zo staan. Alsof hij antwoord van boven verwachtte. Dat bleef uit.
Waarop ik maar zei: ‘Omdat ze zo lief is wanneer ze slaapt.’

Woensdag: gemeenteraadsverkiezingen en referendum.
Man werkte thuis, met nadruk op werkte.
Ik mocht zijn stem uitbrengen. ‘Voor of tegen sleepwet?’
‘Voor.’
‘Wat! Ben jij voor?’ riep Kind. ‘Alleen oude mensen stemmen voor, hoor. Omdat die “niets te verbergen hebben.”’
‘Heb je het filmpje van Lubach niet gezien?’ bemoeide ik me ermee.
‘Oké, oké, dan ben ik tegen,’ zei Man. Zijn ogen kleefden als zuignappen aan scherm met cijfers.
‘Op welke partij wil je stemmen? Ik stem op deez plaatselijke. Mooie verkiezingsposter, hè?’ gebaarde ik naar ooievaar met twee jongen op nest.
Geen contact.
Draaide poster om en hing ‘m voor beeldscherm met getallen: ‘Dit zijn hun standpunten.’
‘Joris keek een hele seconde en zei: ‘Doe mij die ook maar.’
‘Man of vrouw?’
Joris sprak toonloos: ‘Wat jij wil.’
‘Het is jouw stem, hè? Je kan ook zelf gaan.’
‘Een man,’ haastte Man zich te zeggen.
Done!

‘Had ik weer,’ mopperde Roos tijdens avondeten. ‘Stond bij bushalte rauwkost te eten. Een vrouw keek me nijdig aan en begon me partij te zuchten. Daarna stopte ze wijsvingers in haar oren. Dan ben je toch niet lekker in je hoofd? Mensen zitten vaak naast me te roken of broodje Donner te eten. Zeg ik nooit iets van. Maar ja,’ nuanceerde Kind, ‘misschien vertelt die vrouw nu thuis: stond jonge griet bij bushalte met malend smoelwerk peen te knagen. Een herrie dat dat maakte. Niet normaal!’
Ik relativeerde: ‘Als mensen zich dáár druk om maken, hebben ze geen zorgen.’

Tante Roos paste onverwacht dag op neefje.
Was wederzijds succes.

Erken ME!

Poeh! Goed dat ik op een stoel zat toen Dien me de NOS-link appte, anders was ik gestrekt op het keukenzeil beland:

“ME-patiënten die altijd weggezet zijn als aanstellers, krijgen eindelijk erkenning. CVS/ME
is een ernstige chronische ziekte die voorheen door artsen werd afgedaan als een psychische aandoening.”

Lezers die me langer kennen, weten dat het over het Chronisch Vermoeidheid Syndroom of Myalgische Encefalomyelitis gaat.

Tot halverwege 2010 deed ik zeven dingen tegelijk. Deed als zzp’er inkopen op de bloemenveiling en gaf ’s avonds les. Hielp op Roos’ school. Rommelde in het  huishouden. Ik racefietste wekelijks 450 km, liep 20km hard en ging naar karate, en ineens was het: BOEM! Mijn lijf zei: flikker op, ik doe niet meer mee!

Ik deed hele dagen niets en toch werd de vermoeidheid en ik kreeg griepklachten die bleven.
“U heeft een depressie,” zei m’n huisarts.
M’n grootje. Die kreeg ik er gratis bij omdat ik van stilzitten ging janken. Ik hoopte dat ik iets van voorbijgaande aard had zoals de ziekte van Pfeiffer, maar bleek een gezonde zieke: alle te prikken bloedwaardes waren oké.
Bleef er maar een ding over: “Het zit tussen uw oren.”
Ik voelde me een zandkorrel in de wind.

Wat qut is, is dat je aan de buitenkant niets ziet. Voor een activiteit eet ik pijnstillers en doe gezellig. Niemand ziet hoe ik naderhand thuis op een stoel hang en de dag erna tol moet betalen.

Bij CVS is heel je systeem uitgeput. Vergelijk het met een zware griep met spierpijn en een algeheel gevoel van slapte. Sinds ik die ziekte heb, ben ik allergisch voor licht, geluid en drukte. Meer dan drie mensen is al een menigte.

Geroezemoes, een sociaal gesprek voeren tussen tien personen…het kan me gestolen worden. Net als achtergrondmuziek want die klinkt bij mij op de voorgrond. Uit eten met een gezelschap is een straf; ik krijg al wallen als zitzakken als ik eraan dénk.

In den beginne probeerde ik uit te leggen dat dat lamlendige griepgevoel en die allesoverheersende moeheid niet tussen mijn oren zat, maar daar ben ik mee gestopt nadat een geliefd familielid zei: “Ik heb precies hetzelfde als jij maar ik ga morgen gewoon naar mijn werk.” Had ik mogen kiezen, had ik liever een mes in m’n rug gekregen.

Wees eerlijk: als jij griep hebt, heb je zin in een verjaardag van iemand waar je veel van houdt? In boodschappen doen in een dichtbevolkt winkelcentrum? Wachten op Schiphol voor een lange vlucht naar weetikveel?
Want dat vergeten mensen: leuke dingen kan ik ook niet meer.

Ik ben alleen ’s middags het vrouwtje. Zit de middag tegen dan voel ik me een eendagsvlieg die haar dag niet heeft.
Het enige continue actieve aan mij zijn mijn gedachten en tongspier.

Nog steeds zit ik liever op een zadel dan op een stoel. Sport was de rode draad in mijn leven. Ik ben zowel de draad als mijn leven kwijt.
Ik ben een dubbel gezegend mensch want ik heb ook nog fibromyalgie. Doe braaf driemaal daags opdrukoefeningen. En triceps! Je zou ze moeten zien!

Kind, ach ja, Kind…één brok zonneschijn. Ze geeft me schouderklopjes, omhelzingen, verse dé-cappuccino’s en pakt een doekje wanneer ik geestelijk incontinent ben.

Ik blog zelden over m’n CVS. Ik ben meer dan die ziekte, ben niet zielig, heb een hekel aan zeiken en zie het als geestelijke fysiotherapie om de krenten in het leven te zien.

Maar toch, hè? Tegenwind gaat ook liggen. Kan iemand me misschien vertellen wanneer…?