De Huskytocht

Keek op de week (22)

Roos had in Lapland tijd van haar leven. Bivakkeerde in Levi in huisje met zeven vriendinnen. Was dringen op toilet want dat was enige plaats waar wifi werkte.
Huskytocht bij -28 maakte meeste indruk. Startte om 11.30 uur en op datzelfde moment kwam zon op. Heel bijzonder – had begeleider gezegd – want die schijnt in december zelden.
‘We kregen per twee personen een slee met zes Husky’s. Moesten continu op rem trappen want ze wilden alsmaar harder, harder, harder… Zó gaaf,’ zuchtte Roos. ‘Na afloop mochten we ze aaien. Heb héél veel foto’s gemaakt! Oh…en heb nog cadeautje voor papa gekocht,’ riep ze opgewekt.
‘Voor papa?’ zei ik, ‘Had je écht niet hoeven doen.’

Heb iets doms gedaan, zo dom. Veel tijd in gestoken omdat ik moeilijk kon kiezen en tóen ik eenmaal gekozen had…nee…echt té dom voor woorden.

Saartje had prutoog. Kreeg oog zelfs niet meer open. Met gierende banden naar dierenarts.
Assistentes verwachtten klein hangoor konijn en waren verheugd toen ze Saars omvang zagen. Bleven complimenten roepen. Dierenarts niet.
Die riep: ‘Zoho, wat hoogstandje!’ want  Saar deed nogal opstandig. Ik zwol op van trots.
Zelfs met assistentes erbij was mevrouw Konijn nauwelijks te dresseren.
DA zei: ‘Ontsteking komt door stof in hooi en stro. Voortaan alleen kranten en handdoek in  hok leggen. Tweemaal daags oog schoonmaken en zalf erin doen. Wens u sterkte.’
Is niet nodig; doe het thuis in m’n eentje.
Saar is stikchagrijnig. Scheurt schone kranten onmiddellijk in repen. Lijkt wel puber.

Oké, gun mijn lezers pleziertje. Zal vertellen hóe dom ik ben. In- en intriest.
‘Heb afgelopen jaar levenswijsheid vergaard,’ vertelde ik Joris.
Zag Man aan kaneel denken, maar hij zweeg.
Dat waardeer ik zo in ‘m, hè? Ik zou het erin wrijven.
‘Zelfs vriendinnen valt het op,’ zei ik voldaan.
‘Oh ja?’ zei Man zonder van bord op te kijken.
Wachtte op vervolgreactie maar bleef uit. Wel vroeg hij: ‘Weet je wat nieuwe nummer één is?’
‘Nieuwe nummer één?’ echode ik.
‘Van de top 2000. Bohemian Rhapsody.’
Verslikte me in eten.
‘Zie je wit,’ zei Joris.
Wilde huilen, keihard schreeuwen, slaan en gooien met servies om zoveel onbenulligheid. Riep met gevoel voor drama en een snik: ‘Dan ben ik te la-ha-haat.’
‘Heb je je lijst niet ingestuurd?’ Man keek eerst onthuts maar begon daarna te lachen. Kon niet stoppen. Ging na eten Rosa uitlaten en hoorde hem op straat nóg lachen.

Vragen van Roos:
Nog 18 dagen: Als je kon dineren met een historisch figuur, met wie zou dat dan zijn en waarom?
17: Wat is je mooiste kledingstuk?
16: Waarin komen wij overeen?
15: Als er een feestdag naar je vernoemd zou worden, waar zou die dan voor staan?
14: Wat is het mooiste stukje songtekst en van wie?
13: Als je in een boek kon leven, welke zou dat dan zijn?
12: Ben je weleens enorm dronken geweest? Wanneer was dat?

Op verzoek van Melody doe ik een oproep voor haar Nieuwjaars Loghop.
Heb je zin in een onwijs leuke avond op 8 januari 2017 vanaf 19.00 uur?
Geef je dan hier op. Je hopt die avond vanuit je eigen luie stoel van blog naar
blog waar je in het reactieveld van een mede blogger met elkaar kletst.
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!

Raar talent

imageedit_1_6338865544

Keek op de week (21)

Hebben weer buren.
Zagen afgelopen week huisraad voorbij komen dus kennen de inrichting al.

Ik kookte. Doe dat wel vaker. Deed ipv nootmuskaat kaneel over Joris’ spruiten. Zette waterkoker aan, opnieuw water in pan, beetje spoelen, groente afgieten,  klontje roomboter en lading nootmuskaat erover.
Man snifte langdurig. ‘Ruikt vreemd.’
‘Spruitjes ruiken altijd vreemd.’
‘Ja, maar nu,’ snif snif ‘wel héél vreemd.’
Bekende schoorvoetend schuld.
Zijn teleurstelling droop van de wand.

Echtgenoot van mijn poetsende kaboutervrouw weet niet precies zijn leeftijd: 38, 39 of 40? Heeft op nippertje hoofdharen ingeleverd want bijna kaal. Door DNA in zijn haar kan exacte leeftijd bepaald worden. Kan daarna uit 366 dagen zijn verjaardag kiezen.

Rondom bankje in Koeienbos was vuurwerk afgestoken. Vlak ernaast lag dode mol. Zullen nimmer weten of hij van schrik is bezweken. Wel mooi beestje. Kon geen foto maken: telefoon lag thuis aan infuus. Niet zo smart.

Zelfs in digitale tijdperk schrijf ik ouderwets met pen op papier. In huis ligt overal papier en schrijfgerei voor als ik ‘transpiratie’ krijg, zoals Man het noemt.
Kreeg onlangs aanval van koopzucht in Bijenkorf. Zag mooiste vulpen ever. Die prijs: niet normaal! Dacht: zou ik ‘m als schrijfster van belasting kunnen aftrekken? Kreeg na gedachte hevige hoestaanval.
Zie maar één oplossing:

vulpen

Lieve, lieve Sint,
Ben heel lieve meid geweest. Dát ik er nog ben is felicitatie waard. Ben verliefd op blauwe vulpen van Mont Blanc. Hij kost 1320 euro. (Tip: Zeg bedrag snel achter elkaar, dan valt het best mee.) Voor dat geld kunt u geiten en lespakketten bij Oxfam Novib kopen. Ik weet dat want ik vraag die altijd voor m’n verjaardag. Strijk alstublieft één keer over uw goedheilige hart en geef mij dit cadeau in m’n schoen. Zal u eeuwig en nog langer dankbaar zijn.

Dageraad breekt laat aan in Finland. Om 9.15 uur zonsopkomst en om 14.30 uur -ondergang.
‘Moet nog vitamine D kopen,’ zei Roos.
Wilde iets zeggen.
Zij was sneller: ‘Jaha, van kabeljauw!’

Roos is in Lapland aangekomen (halverwege bezocht ze woonplaats van Kerstman.)  Duimdik verdiend want alle noodzakelijke punten zijn binnen.
Ze gaat bekijken/doen: Reindeer Farm; boottocht over Arctic Ocean; Huskytocht en cross country skiën. Hoeveel ze zal ZIEN is onduidelijk. Per dag slechts 1 uur en 50 minuten daglicht want zon komt aantal dagen niet op. Wel hoge kans op Noorderlicht.

Aftellen is mu echt begonnen!
Vragen van Roos:
Nog 33 dagen: Heb je weleens in het bos gepoept?
30: Heb je ooit een koe gemolken?
29: Welk instrument zou je graag goed kunnen spelen?
24: Wat is het aardigste dat iemand ooit tegen je zei?
21: Denk je dat vissen ooit dorst hebben? (Een Willem-Wever momentje…)
19: Heb je een raar talent?

Hier woont de Kerstman!

Hier woont de Kerstman!

Aangerand in de tram #wijoverdrijvenniet

imageedit_4_6916265491

“27% EU-Europeanen vindt het oké (‘justifiable’) dat vrouwen in sommige situaties seksueel misbruikt worden. Als een vrouw bijvoorbeeld dronken is of zich uitdagend kleedt, als ze niet duidelijk ‘nee’ heeft gezegd en geen verzet geboden heeft, vindt minstens 1 op de 4 Europeanen het begrijpelijk als ze daardoor tot seks gedwongen wordt. ”
Dat meldde Europees Commissaris van Justitie Vera Jourova in een toespraak in Brussel, tijdens de opening van de campagne ‘Vrouwen tegen Seksueel Geweld’.

Ik las het hier en het was alsof ik een klap in m’n bek kreeg.
Sinds voorjaar 1989 is er niets veranderd….

***

Overdag is het Scheepvaartkwartier een statige buurt. Na kantoortijd – en zeker na overwerk – is de elegantie ver te zoeken: sexclubs openen hun deuren en schorriemorrie bevolkt de straten.

Op de hoek wacht ik op lijn vijf.
Altijd hetzelfde liedje. Alsof ik de eerste de beste stoephoer ben, roepen automobilisten door hun open raam: ‘Hoeveel kost pijpen, schatje?’
‘Schoonheid, wat kost het om jou een uur te verwennen?’
Dat ik ieder oogcontact mijd, ontgaat ze.

De tram is leeg op vijf mannen achterin na.
Ik ga in het midden bij de deuren zitten. Alsof ik de stroop en zij de vliegen zijn, komen de ze op me af. Eén gaat naast me zitten, twee voor me en twee achter me op een bank. Ik kan geen kant op en voel me gemangeld. In mijn hoofd gaat het alarm van de eerste maandag van de maand af.

De kerels zijn zonder douchen de deur uitgegaan, hebben tatoeages, dragen korte mutsen en spreken Zweeds. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van het Zeemanshuis.
Ik spreek mezelf moed in: het zijn maar twee haltes. Zo belangstellend mogelijk kijk ik uit het raam.
Ineens voel ik een hand op mijn rechterknie. Terwijl mijn hart tegen mijn huig springt, roep ik tegen de kerel naast me: ‘Blijf met je poten van me af!’ en kijk hem met intense doodsverachting aan.
De Zweden proberen me na te zeggen en er wordt gelachen. Dit belooft een leuke rit te worden en hij is nog maar net begonnen.

De gluiperd naast me grijnst onaangedaan en legt zijn hand een stukje hoger.
Paniek laait op; ik heb het allemaal al eens meegemaakt. Ik moet weg! Ik moet onmiddellijk weg!
Nadenken is uitgeschakeld; ik handel puur uit overlevingsdrang. Ik spring overeind en geef mijn buurman met mijn elleboog een hengst in zijn gezicht. Hij is even overrompeld, waardoor ik vliegensvlug op de bank kan klimmen en over de kerel heen kan springen.

Trillend over heel mijn lijf kijk ik naar de bestuurder.
Hij kijkt terug en negeert me.

Nu wil de zeeman verhaal halen. Terwijl de rest geamuseerd toekijkt, komt hij bij me staan. Hij loopt twee rondjes om me heen, grijpt me onverwacht van achteren beet en maakt wilde rijbewegingen waarbij zijn hand mijn kruis betast.
Tranen van onmacht springen in mijn ogen. Ik ben bang maar voel vooral woede. Tomeloze woede en die geeft me kracht. De tram staat stil voor het stoplicht en ik grijp mijn kans. Ik worstel me los, doe twee stappen vooruit en trap net zolang tegen de tramdeuren tot ze open gaan.

Bij het uitstappen struikel ik over mijn benen. Ik krabbel overeind en kijk achterom: de Zweden twijfelen maar besluiten de achtervolging in te zetten. Ik weet al waar ik naartoe wil en trek een sprint.
Vierhonderd meter verder trek ik de deur van een tijdelijke politiekeet op het Eendrachtsplein open. Rechts staat een prullenbak, ik buig voorover en gooi mijn avondeten er uit.

Met een papieren zakdoek veeg ik m’n mond af.
Blijkbaar gaan hier vaker mensen over hun nek want de agente achter de balie vraagt zonder blikken of blozen: ‘Wilt u een glas water?’
Ik knik.
Het glas drink ik in één keer leeg. Ik haal diep adem en wil iets zeggen maar breng alleen gestamel voort. Ik sla een hand voor m’n gezicht. Het laatste wat ik wil, is huilen.
Uiteindelijk mompel ik: ‘Mannen…ze vielen me lastig.’
‘Wilt u aangifte doen?’ vraagt de vrouw vriendelijk.
Ik schud nee. ‘Wilt u met me meelopen naar het metrostation?’ vraag ik.

Ze houdt de deur voor me open en we lopen naar buiten. Het plein is zo goed als verlaten.
We lopen de trappen af naar beneden en zien dat ook het perron leeg is. De metro komt er al aan.
De agente wacht tot ik ben ingestapt.

De volgende dag op m’n werk vraag ik of ik voortaan na overwerk een taxi naar de metro mag nemen, omdat ik ben “lastig gevallen.”
Voor het antwoord heeft de onderdirecteur geen bedenktijd nodig. ‘Ga lopen,’ zegt hij, ‘het zijn maar twee haltes.’
Ik had elk antwoord verwacht, maar niet dit. Prompt val ik stil en sta daar te staan.
Hij kijkt me geïrriteerd aan. Zijn blik zegt: wat doe je hier nog?
Mijn tong doet het weer. ‘Ik hoop dat uw dochters later een betere werkgever treffen,’ zeg ik en loop weg. Jammer dat de deur een dranger heeft, anders had ik ‘m achter me dicht gesmeten.

Huilend trek ik me terug op het damestoilet.

Deze blog staat ook gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.

Droomauto

imageedit_2_7048421978

Keek op de week (20)

Zijn er werkelijk nog mensen die denken dat chocoladeletter M van 200 gram meer chocola bevat dan J van 200 gram? Is een gemiste kans van overheid. Had ze postbus-51-spotje van kunnen maken.

Hoorde bij drogist gesprek tussen twee dames. Eentje met peroxide-blond haar had tandenborstel en pasta in hand. Andere dame was een kop kleiner. Ze stonden te bakkeleien maar ik kon helaas niet horen waarover.
Uiteindelijk riep korte vrouw: ‘Jij kan beter je tanden gaan poetsen. Houd je tenminste je mond!’
Blonde vrouw keek haar met mond vol tanden na. Had anders natuurlijk geen pasta en borstel hoeven kopen. 

Heb acupunctuurbehandeling gehad en mag gedurende 24 uur geen metaal aanraken. Niet: de knoop en rits van spijkerbroek – haarspeldjes – autosleutel-  handvatten van deuren, ramen en kasten –doorspoelknop van wc – hondenriem… Moet eten met plastic bestek en dat alles om balans in lichaam te herstellen. Typ dit met latex handschoenen.

Straat opgebroken! Hadden ze geen bord kunnen plaatsen?
Wilde keren, stond ineens vrachtwagen oud papier van ijsclub achter me. We konden elkaar niet passeren.
Zag gaatje naast auto op woonerf. Moest daarvoor wel achteruit inparkeren; mijn favoriete manier. NOT.
Eigenaar van auto kwam uit huis om te kijken of alles goed ging. Vuilnismannen keken toe. Hartslag schoot als bliksemschicht omhoog.
Riep mezelf tot orde. Ik kan dit! Ik ga dit doen! En in één keer!
Gas geven…Meneer, houd uw bierbuik in want ik rijd ‘m er zó af…(Kerel hield vooral zijn adem in)…sturen…
Gelukt.
Heren keken ietwat teleurgesteld.

Reed op rotonde. Auto van rechts minderde vaart om vervolgens turbo aan te zetten. Moest vol in remmen, voelde achterkant van auto slippen maar liep goed af.
Hoorde achter me hevig getoeter. Automobilist maakte wilde armgebaren en besloot  zwaaisessie met getik op voorhoofd.
Alsof ik iets aan bijna-botsing kon doen! Zag tot verbijstering dat kerel uitstapte ondanks dat z’n vrouw ‘m probeerde tegen te houden.
Deed snel autoportier op slot, wachtte tot-ie vlakbij was, en gaf gas. Toeterde iedereen naar hem!

Zaterdag kwam in Finland bij Kind de Kerstman aan. Op slee getrokken door rendier.
‘Vieren jullie nog Sinterklaas?’ vroeg Roos door telefoon.
Riep: ‘Tuurlijk! Hoef cadeaus nu niet met jou te delen, krijg dus véél meer.’
Het zal kind jeuken. Zij bivakkeert dan fijn een week in Lapland.
‘Mam, heb de stroopwafels uit pakket gedeeld met vriendinnen. Vind je dat niet erg?
‘Is juist lief! Alles wat je deelt smaakt beter.’
‘Ze konden “stroopwafel” niet uitspreken. Maakten er “stroepwefel” van.’

Nog 36 dagen. Vraag van Roos: Wat is je droomauto?
Speel ik door naar jullie. Roept u maar!

imageedit_9_9067068170

pief paf Boef

imageedit_1_4886313542

Just another day at the office.
Zo begon de dag. Tot ik wegreed bij de kPNI-dokter en stil kwam te staan voor het stoplicht bij Capelse Brug. Het licht sprong op groen, rood, groen en er gebeurde niets. Nieuwsgierig helde ik naar rechts. Het uitzicht viel tegen: in de verte zag ik alleen wat hoofddeksels van de Koninklijke Marechaussee bewegen. Het was wel genoeg om de filestress te doorbreken.

Verschillende automobilisten stapten uit.
Links achter me stond een M.ercedesbusje waarvan de eigenaar buiten in strakke lijn recht voor zich uitkeek.
‘Ziet u iets?’ vroeg ik door het open raam.
De man was zo vriendelijk niet om te rollen van de lach en knikte geanimeerd: ‘Ze staan met getrokken pistolen.’
Wát! En dat ging aan mij voorbij?
‘Ze hebben hem!’ sprak de Busjesman vol vuur. ‘Als u hier komt staan, kunt u het zien,’ moedigde hij me aan.
Nou, niet te dichtbij dan. Zo nonchalant mogelijk ging ik op het grastalud en op mijn tenen naast de man staan. Hij was een tikkeltje aan de ronde kant, had een vriendelijk gezicht en droeg een Mart Smeets-trui. Het betere zicht kwam net te laat. De show was over; het begon alweer te rijden.

En ik had zoveel vragen. Waar brachten ze de verdachte naartoe? Hadden auto’s van de KM zijn auto geblokkeerd? Rechts naast me reden twee vrachtwagens en ik verfoeide ze: het was hun schuld dat ik niets zag. Enfin, weer een crimineel minder op vrije voeten. Gans het land kon opgelucht ademhalen.

Thuis hield ik de persberichten in de gaten. Had de aanhouding iets te maken met de terreurdreiging op Rotterdam Airport? Nergens las ik wat.

‘Heb jij nog wat beleefd?’ vroeg Man door de autotelefoon.
‘Jaha!’ riep ik enthousiast. Ik deed mijn verhaal en rondde af met: ‘Als ik na mijn plas mijn handen niet had gewassen, had ik vooraan gestaan bij de stoplichten.’
‘Dan heb je geluk gehad dat ze niet hoefden te schieten,’ antwoordde Joris.
Typisch weer het commentaar van een risicomanager…

Kakmadam

imageedit_1_7399429865

De herfstbladeren dansen door de straat van de nieuwe wijk. Rosa hurkt in het gras en doet een plas. Ik kijk naar spreeuwen die zich verzameld hebben in de bomen wanneer ik een gebiedende stem hoor vragen: ‘Dat ruimt u toch wel op, hè?’
Ik draai me om. Joh toch! Een een auto van de gemeentehandhaving.

Ik kijk in het gezicht van een kleurloze vrouw met praktisch haar en een beginnende maagzweer.
Zou ze mij niet eerst fatsoenlijk kunnen aanspreken? Ik zou beginnen met goedemorgen.
‘Mevrouw, een plas opruimen lijkt me nogal lastig.’
‘Dat is geen plas, uw hond zit te poepen!’
‘Nee. Mijn hond is een vrouwtje en plast gehurkt.’ Voor mijn doen en op dit vroege tijdstip klink ik best vriendelijk
De vrouw houdt vol dat het om een grote boodschap gaat.

‘Kom maar kijken!’ nodig ik haar uit. Mijn wijsvinger gebaart spontaan mee.
Huh, moet zij zich laten commanderen door een burger? Haar bril beslaat ervan.
Zwijgend stapt ze uit, zet haar bril recht en gaat gebogen boven het gras staan.
O, o, o, de teleurstelling. Het is alsof alle natuurkrachten uit het universum tegen haar samenspannen.

‘Wat is dat daar?’ wijst ze een halve meter verder.
Ik bekijk de drol die al een tijd ligt te vergaan en naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van een juffershondje.
‘Die drol is niet van mijn hond. Als Rosa heeft zitten kleien, hoeft niemand z’n bril recht te zetten om het eindresultaat te bewonderen. Die van haar zijn zo,’ zeg ik trots. Mijn handen geven het formaat van een frikandel aan.

De vrouw staat mijn argument zichtbaar te overdenken. Met gestaag afnemend enthousiasme over de hoop, hunkert ze naar haar warme stoel in de auto.
Ze wilde wilde vast bij de Koninklijke landmacht maar werd afgekeurd. Zal ik roepen: Voorrrrwaarts mars?

‘Wat doet u als uw hond heeft zitten kakken?’ vraagt ze streng.
Gedienstig antwoord ik: ‘Dan raap ik het op met een plastic zakje,’ en denk erachteraan: en smeer de brownie uit over je ganse voorruit.
‘Zo niet, dan krijgt u een boete!’ doceert ze streng. ‘Oók wanneer u niet in het bezit bent van een poepzakje.’
‘Wat koste het beledigen van een ambtenaar in functie?’ informeer ik.
‘130 euro. Hoezo? Gaat u schelden?’
Nee…ik was met mijn gedachten nog bij de brownie.
‘Ik ga weer verder,’ zeg ik. ‘Kijken of ze nog meer moet doen.’ Ik hoop dat de twinkeling in mijn ogen de vrouw niet ontgaat.

De volgende dag.
Joris komt terug van een rondje met Rosa. ‘Die vrouw van de overkant…met die twee hondjes…?’
‘Ja…’
‘Die zegt dat ze in de wijk vijf bekeuringen hebben uitgedeeld. Drie aan mensen die met hun hond liepen te ballen; de andere twee omdat de eigenaren de drol van hun hond niet wilden opruimen omdat ze alleen hadden zitten plassen. Jij hebt geluk gehad!’
‘Geluk?’ snuif ik. ‘Ik had een dna-test geëist. Wat denk je?’ vraag ik aan Joris, ‘die functie van die kakmadam…zou dat een baan zijn of een taakstraf ?’

Koolmonoxidevergiftiging

imageedit_3_2194258850

Keek op de week (19)

Daar is-ie dan: “Ik hou van je” in het Fins.

Heb vit D tekort. Kreeg gezond en 100% natuurlijk supplement voorgeschreven.
Zei: ‘Als het van levertraan uit walvis afkomstig is, hoef ik het niet.’
Gefronste wenkbrauwen. ‘Ook niet tbv gezondheid?’
‘Nee. Is tegen m’n principe.’
Geroffel op toetsenbord… ‘Google zegt dat het niet van walvis is.’
‘Kijken?’
Slik nu kabeljauw.

Roos ingeburgerd in Kuopio. Spreekt aardig woordje Fins (had 9 voor tentamen,) gaat naar sauna en eet rendiervlees tijdens lunch op uni. Kortom: geen allochtoon meer. Uitdaging té groot om woord niet te gebruiken.
‘Het is winter!’ joelt ze per app. ‘Bergen sneeuw en overdag -11. Vanmiddag sleeën.’
‘Nog geen code rood?’
‘Haha, doen ze hier niet aan! Kom niet meer fietsend heuvel op en is om 15.45 uur al donker,’ klaagt ze.
‘Niet aanstellen. Hollandse meid!’

Lag ’s nachts half vier wakker. Verveelde me te pletter. Zette slaap wakker-app uit op telefoon, sloop uit bed en keek naar NOS. Splendid nieuws: Hillary ruime voorsprong; Bill zou first gentleman worden.
Terug naar bed, dommelde weg, weer wakker, opstaan, ontbijten…nam hap en keek op telefoon. Verslikte me. Hersenen konden het niet verwerken.
Creep mag dan gewonnen hebben, blijft een loser.

Help Roos de winter door! Weer overlevingspakket gemaakt.
Bood het Joris aan. ‘Verstuur jij het deze keer via zaak of DHL?’ Wist al wat hij ging zeggen.
‘Voel eens aan je voorhoofd. Regel dat maar lekker zelf.’
‘Laat jij dan vanavond de hond uit?’ vroeg ik liefjes
Man knikte welwillend. Logisch: hij laat ’s avonds altijd hond uit.

Man liep bij nieuwe buren langs. Mocht ook binnen komen.
Buurman vertelde dat vrouw op zolder aan het klussen was en onwel werd. Snelde naar haar toe, werd zelf ook naar maar sleepte haar desondanks mee naar beneden. Liet meteen installatiebedrijf komen. Wat bleek? Ketel lekte koolmonoxide.
Joris zei: ‘Gaat gelukkig goed met allebei.’
‘Wat erg. Moet er niet aan denken dat ze alleen was.’
‘Ook typisch,’ zei Man. ‘Heb net twee O2-melders gekocht. Buurman zei: je moet ze laag hangen.’

imageedit_1_7931194078

Sint is weer in het land. Ga vanavond schoen zetten! Hoop dat Zwarte Piet er iets instopt. Vrees het ergste. Ben stout geweest volgens Joris.
‘Wees blij als schoen er volgende ochtend nog staat en Rosa ‘m niet heeft opgevreten,’ zei hij. Man lag slap van lach. Apart soort humor…

Nadeel van In.nerlijke Reis: borrelt van alles (van vroeger) omhoog. Alles wat ik deskundig diep heb weggestopt. Is kut. Opborrelen duurt meestal een jaar. Heb iets om naar uit te kijken.
Denk toch dat 2017 mijn jaar wordt.

Toeval bestaat niet. Had dip-dag en kreeg prompt kaart van Vriendin.
‘Als we later groot zijn, zullen we dan net doen als de meisjes op de voorkant van de kaart? schreef ze.
Zie ons al zitten.

 

Fien

imageedit_5_2014460097

Een man met de omvang van een binnenvaartschip komt ontspannen aanfietsen. Vlak bij Rosa en mij stopt hij, gespt de hondenriem los en zegt tegen zijn hond: ‘Zo Fien, ga maar lekker spelen.’
Zijn hond – een Briard – is een buitensporig opgetogen beest. Ze is blond, langharig, heeft aaibaarheidsfactor 80, en ze wervelt en bruist.
Helaas wil Rosa niet spelen. Ze heeft een bál, staat naast een slóót en daar komt alleen een eend tussen.

Teleurgesteld stapt de man weer op zijn kolossale fiets, maakt net vaart als Rosa haar bal laat vallen. Beide honden vliegen eropaf en wringen zich in bochten om bij de bal te komen. Ze rennen onbesuisd voor de fiets langs en om de dieren te ontwijken, geeft de bestuurder een ruk aan het stuur en rijdt recht op de sloot af.

Er is geen bedenktijd.

Ik laat m’n jas en werpstok vallen, grijp de bagagedrager en ga er met mijn volle gewicht aan hangen. Het voorwiel belandt in de sloot; daarna blijft de fiets op een trapper in de berm hangen. De man maait tevergeefs met zijn voeten naar houvast en valt uiteindelijk met fiets en al schuin op de grond. Terwijl hij overeind krabbelt, kleuren zijn witte wangen vuurrood en stamelt hij: ‘Dat scheelde maar weinig. Ik ga er maar eens vandoor.’
Fien zet de achtervolging in.

Rosa kijkt me aan: Baas, komt er nog wat van? Ik zit hier al anderhalf uur met die bal in m’n bek. Zeg “los” en geef dat ding een loeier.
Ik ken mijn plaats, voldoe aan haar wens en de bal patst in de sloot.
Alsof het een startschot is, draait Fien zich om, holt richting Rosa en springt achter haar aan de plomp in.
Onder het kroos en de drek klauteren ze allebei weer op de kant.
Uit Fiens lange haren druipt van alle kanten kroos en modder. En ze ziet zwárt…
Het is erg, het is vreselijk, maar ik kan mijn lach niet beheersen.

Aan de blik op het gezicht van de eigenaar zie ik wat hij zal gaan zeggen. Zijn stem slaat erbij over: ‘O. Mijn. God. Hoe krijg ik dat beest schoon?’
‘Eerst schoonspoelen in de grote sloot naast het voetbalveld,’ tip ik hem, ‘en daarna met de tuinslang en groene zeep.’
‘Groene zeep?’ herhaalt de man.
‘Ja. Driehoek groene vloeibare zeep.’
De man knikt en herhaalt als een mantra: ‘Driehoek groene vloeibare zeep. Driehoek groene vloei…’

Terwijl haar baas vertrekt, blijft Fien nog even staan. Haar ogen fonkelen van hartstocht, alsof haar intuïtie zegt dat het goed was.

Enteren!

imageedit_1_5838458348

Keek op de week (18)

Denk meestal: Halloween: mij niet gezien maar wilder er deze keer bij zijn. In favoriete dorpswinkel was reptielenshow met “vasthoudgarantie.”
Het was er ouderwets knus als in huiskamer van m’n oma.
Vroeg aan frisse jongedame met vogelspin: ‘Krijgt-ie geen stress van al die handen?’
‘Nee, hij vindt lichaamswarmte fijn. Hier…’
Wilde zeggen: ‘Ik ben een ijskonijn,’ maar stak toch hand uit. Maakte er kommetje van, andere hand er bovenop en draaide hand om, zoals ik dame had zien doen.
Beest lag ineengevouwen op z’n rug. Zag puntige uitsteeksels.
‘Wat zijn dat?’ vroeg ik.
“Oh, z’n tanden.’
Vond het meteen welletjes.
Dame maakte sussende geluiden: ‘We doen ook kinderfeestjes, hoor.’
Hield toch liever hagedis vast.

Buiten stond man met schorpioenen, gekko, reuzenslang en bultige pad. Werd meteen verliefd. Op pad, niet op man. Kreeg neiging pad te zoenen. Maar wat als-ie veranderde in prins? Heb er thuis al een.
‘Wat eet-ie?’ vroeg ik later aan de eigenaar die dikke slang vasthield die ik aaide.
‘Een levend konijn vindt-ie beestachtig lekker, mevrouw. Vasthouden?’
Dacht aan Saartje. Zei: ‘Nee, ik heul niet met vijand.’
‘Wilt u een schorpioen beethouden? Hij doet niets, maar zijn staart is wel dodelijk.’
‘Mijn blik ook,’ verzekerde ik kerel.

Man kreeg tweejaarlijks nieuwe speeltje van werk. Als een ware homo digitalis zat hij voorovergebogen op scherm te turen.
‘Is toch wel exemplaar zonder exploderende batterij?’ vroeg ik.
Lief zweeg. Was te verdiept in instellen van telefoon. Zit gebruiksaanwijzing ter grootte van ouderwetse Gele-gids bij.

Ben al jaren fan van Zeepiraten Sea Shepherd, de radicale broer van Greenpeace. Ze varen uit tegen walvisjagers en voorkomen doodknuppelen van zeehondenbaby’s bij Canada. Eindelijk is goededoelenloterij verstandig geworden: hebben 8,4 miljoenen euro in nieuw “oorlogsschip” geïnvesteerd. Enteren!

Roos heeft laptop laten vallen. Zat in hoes in leren tas en viel onderweg van bagagedrager de heuvel af. Klep ontwricht. Er rammelde iets.
Op uni verwijderde Kind met pincet twee losse schroeven.
‘Hij doet het nog!’ schreef ze in groepsapp. ‘Moet ik nu doen? Ben verzekerd…’
‘Mij overkomt zoiets niet!’ riep Joris getergd.
Nee, toen hij voor het ’t laatst op de fiets naar z’n werk ging, bestonden laptops nog niet. En hij liet als schildersknecht in grote-vakantie verfblik uit kladden vallen. Dát heeft Roos nog nooit gedaan.
Man maakte afgepeigerde indruk, dus hield mening voor me.

‘Papa reageert niet!’ appte Roos volgende dag verontrust naar mij.
‘Komt wel goed, schatje.’
Kreeg boos duivelshoofd retour.

‘Alles gaat gewoon door!’ fulmineerde Joris. E-mails, telefoontjes, nieuwe afspraken, conference-calls en meetings. Krijg nieuwe contacten niet ingevoerd via laptop. Wat een kolereding!’
Was oprecht verbaasd over laatste woord. Man maakt qua taalgebruik duidelijk vorderingen.
‘Zal best,’ zei ik, ‘maar Roos wacht op antwoord. Ze heeft stress.’
‘Huh! Weet amper wat stress is.’
Vroeg: ‘Is dat nou aardig? Doe eens lief en zoek polisnummer verzekering eens op.’
Man keek me geagiteerd aan.

Hoorde uur later: ding-dong! van Nederlandse Spoorwegen. Joris had zich nog geen tijd gegund ander signaal in te stellen. Tegelijkertijd klonk ping! van mijn telefoon.
Ding-dong!
Ping!
Ding-dong!
Ping!

Man schreef in groeps-app. Ik wist het!

imageedit_3_7188038937

Toveren

imageedit_3_5237522248

‘Wat is je vraag voor deze In.nerlijke Reis?’ vraagt Tanja, de natuurgeneeskundig therapeute.
‘Waarom ik bij het inslapen hevige stuipen heb,’ zeg ik. ‘De medicijnen van de neuroloog helpen niet meer; ik ben ten einde raad…’ 

(Voor de niet-ingewijden. Uit mei 2016: Drama)

‘Voel je je onveilig in huis? Ben je bang ik het donker?’ wil ze weten.
Ik schud nee.
‘Ik denk dat het met weerstand te maken heeft,’ zegt ze. ‘Jouw hoofd is te sterk. Je zit erg in je mentale weerbaarheid.
Nou, daar is geen woord Spaans bij.
‘Wil je nog koffie of thee?’
Nee, ik wil korte metten. Deze solo-expeditie in het arctisch gebied knelt als een kei in mijn schoen, dus kom maar op met die in.nerlijke geit.

Tanja zet een doos tissues bij me neer voor het geval mijn traanbuizen gaan jeuken.
Ik háát tissues.

De Reis is een soort geleide meditatie: ogen sluiten, lichaam ontspannen en een trap met tien treden afdalen.
‘Waar sta je?’
‘Ik sta buiten.’ Logisch, daar ben ik het liefst.
‘Kies maar een vervoermiddel en een bestemming.’
Een zijspan lijkt me wel leuk en ik wil graag naar het strand.

‘Waarom wil je naar het strand?’ vraagt Tanja.
‘Ik wil mijn tranen naar de zee dragen.’ Ik hoor het mezelf zeggen en schrik ervan. Mijn tweede gedachte is: daar zit een verhaal in (-:
‘Probeer niet te denken,’ adviseert ze, ‘blijf bij je gevoel.’
Ik loop over het strand tot ik met mijn voeten in het water sta.
‘Wat wil je doen in zee?’
Dat is me een raadsel.
‘Als de zee kon praten, wat zou-ie dan zeggen?’
‘Kom maar,’ zeg ik. Hoe weet ik dat nou weer?
Dat “kom maar” klonk anders best vriendelijk. Als die grote, machtige zee mijn vriend is, wie is dan tegen mij? De kust is – zeg maar – veilig.

Ik ga steeds dieper de zee in, totdat ik koppeltje duikel en me naar beneden laat zakken. Het water is helder en glad. Horizontaal dobber ik boven de bodem. Er breekt een koortsachtig verlangen naar rust in me uit en hier is het! Mijn schedel stroomt leeg. Complete stilte, nergens ruis in mijn hoofd; een ultieme rust.
‘Is het fijn daar beneden?’ vraagt de therapeute.
O ja, zij is er ook nog.
‘Ik wil hier wel blijven,’ zeg ik.
‘Denk je dat je daar kunt slapen?’
‘Ja, dat denk ik wel.’

Terug op het strand sta ik op een harde, zwarte steen. Ik probeer op het zachte zand te stappen maar dat lukt niet.
‘Wat is die steen?’ vraagt Tanja.
‘Weerstand,’ zeg ik. Zo langzamerhand kijk ik nergens meer van op.
‘Waarom zit die weerstand daar?’
‘Omdat-ie m’n vriend was. Ik had ‘m nodig om te overleven.’
‘Heb je ‘m nu nog nodig?’
Ik schud m’n hoofd.
‘Bedank de weerstand dat hij je vriend was en zeg dat hij kan ophoepelen.’

Zonlicht schijnt door mijn kruin naar binnen en vult mijn lijf.
Ineens komen er tranen als een vloedgolf over me heen.
‘Maak het groter,’ zegt Tanja en frommelt tissues in mijn handen.
Huilen doe ik altijd als ik alleen ben en het liefst met de stofzuiger aan; vandaag laat het zich niet regisseren. Tanja blijft me tissues geven.
‘Laat de regie los,’ moedigt ze me aan. ‘Geef je over, dan komt er ruimte voor in de plaats.’
Ze kleedt het leuk in. Het verdriet komt en gaat in golven. ‘Geef me heel de doos maar,’ zeg ik. Wat maat het uit? Mijn gezicht ziet er toch al uit als een afdruiprek.

Het laatste restje zwart verdwijnt. Ik word rustiger en haal onbeschaamd mijn neus op.
‘Hoe voelt het?’ vraagt Tanja.
‘Opgeruimd,’ zeg ik naar waarheid. En dan mag ik mijn ogen weer open doen.

Sinds de Reis heb ik voor het inslapen geen heftige schokken meer gehad. Geen als in: nul komma nul. Het voelt als toveren: slapen is niet langer een onmogelijke droom.
Stel dat ze na het slaaponderzoek in het ziekenhuis nog iets aan het gebrek aan een fatsoenlijke REM-slaap kunnen doen, den ben ik een gelukkig mens.

imageedit_5_8371545061