Welles! Welles!

Keek op de week (37)

Roos heeft zich te pletter gewerkt aan eindscriptie. (Multimorbiditeit. Erg interessant onderwerp; kuch.) Is ingeleverd en als ze voldoende krijgt, heeft ze haar Bachelor gehaald. Drie jaar Erasmus zijn om gevlógen. Kind gaat vrolijk verder aan Master. Weer twee jaar onder de dakpannen.

Werd gebeld door Corrie, medewerkster van reumavereniging. Of ik gesprekken wilde met lotgenoten van cvs/fibromyagie?
Heb nimmer genoten van lot dus waarom delen met anderen? Zei beleefd: ‘Nee, dank u.’
Ze vond het “raar” dat ik niet bij “pijngroep” wilde horen.
Ik zie het juist als missie nérgens bij te horen. Wilde iets zeggen maar Corrie tolereerde geen interruptie en vervolgde stoïcijns: ‘Het is fijn als je kunt klagen en daarna samen kunt dragen.
Begon jeuk van vrouw te krijgen. Heb al last van onderrug, moet ik ook nog sjouwen met andermans last?
‘Vind vermoeidheid erger dan pijn,’ zei ik. ‘Laatste kan ik negeren. Meer dan drie mensen in één ruimte is voor mij een menigte die mijn energie opslurpt.’
Corry wordt waarschijnlijk per “cursist” betaald want wist van geen wijken. Wat een lastpak. Kreeg zin in scherp conflict. Adviseerde haar ervaringsdeskundigen in dienst te nemen. Heb haar daarna vriendelijk bedankt. Letterlijk en figuurlijk.

Stond bij diepvriesvakken in buurtsuper. Goede locatie wanneer buiten warme fohnwind waait. Twee dames leunden loom tegen winkelwagen.
‘Ik heb nieuwe vriendin van Jan-Thijs gezien,’ zei gezette vrouw in strakke legging, bloemetjes T-shirt en voeten met dikke eeltlaag. Ze zou voetbutter van Kr.uidvat eens moeten proberen; werkt als tierelier. (Oppassen dat dit geen streekroman wordt.)
‘O ja? Hoe is ze?’ vroeg vrouw die er uit zag alsof ze zojuist van receptie kwam.
‘Knappe meid om te zien. En ze studeert geneeskunde. Vierdejaars.’
‘Zo leuk voor hem! Goede partij.’
‘Ja, maar hij gaat haar toch dumpen.’
‘Waarom? Heeft hij daar wel goed over nagedacht?’
‘Weet ik veel. Het is een meid van niks.’
Gesprek viel stil.
Vrouw in mantelpak keek naar vriesvak waar ik stond en zei: ‘Oh ja, moet nog aardappelkroketten voor Herman meenemen.’
Flip flops en naaldhakken gingen ieder eigen weg.

Liep met Rosa langs speelveld met kleine kinderen op klimrek.
‘Jij moet later met Peter trouwen!’ riep jongen tegen meisje.
‘Nietes!’ gilde ze. ‘Van mijn moeder mag ik trouwen met wie ik wil. Ook met een meisje!’
‘Oh-hoh-hoh-hoh…dat mag niet van de Heere!’ riep ventje. ‘Meisjes mogen alléén met jongens trouwen. Anders kom jij niet in de hemel!’
Meisje begon te huilen.
Kreeg zin heel hard Welles! Welles! Welles! te roepen. Hield me in. Vond het kinderachtig.

Het Boze Oog

‘Lieverd, ogen dicht en handen open.’
Mathilde slaakt een kreet van verrassing en voelt goedkeurend hoe licht het cadeautje is dat haar man op haar handen legt. Ze opent haar ogen en het doosje, en laat de zilveren ketting door haar vingers glijden. Onderaan hangt een groot blauw oog in zilver gevat.
‘Hij is práchtig!’ zegt ze bewonderend.
‘Voor jou is alleen het beste goed genoeg,’ zegt Jonathan terwijl hij de ketting uit haar handen pakt. Hij hangt hem om haar nek en fluistert: ‘Dit is het Boze Oog. Het zal je overal tegen beschermen. Beloof me dat je hem altijd zult dragen.’

‘Heb je zin nog een filmpje te pakken in de stad?’ vraagt hij na het avondeten.
‘Nee,’ zegt Mathilde, ‘ik geloof dat ik verkouden word. Ik ga vanavond vroeg naar bed.’
‘Wil je dat ik thuis blijf?’
‘Nee joh, ik red me wel. Geniet van je vrijdagavond.’

Eerst voelde Mathilde zich schuldig dat ze Jonathan weigerde te vergezellen maar dat gevoel verdwijnt snel. Nauwelijks ligt ze op bed of ze krijgt zware koortsaanvallen. Haar nachtkleding en lakens plakken klam aan haar lijf.  Ze kan nauwelijks helder denken. Het lijkt of haar hersenen levend gekookt worden.
‘Levend gekookt,’ hoort ze iemand zeggen. Of is ze het zelf?

Er fladdert een gedachte door haar hoofd. Een belangrijke gedachte; maar als ze hem wil overdenken is-ie weg.
Ik heb kou nodig! denkt ze.
Oververhit komt ze overeind. Haar longen maken het geluid van knisperende herfstbladeren. Elke beweging die ze maakt doet pijn.
Met moeite haalt ze de rand van het bad, laat zich erin vallen en draait de koudwaterkraan open.
Wat mankeer ik toch? denkt ze. Ik ga sneller achteruit dan toen ik in de vakantie malaria kreeg…

In cocktailbar de Roze Panter kust Jonathan begerig de nek van Jeanine.
‘Hoe gaat het met je vrouw?’
‘Toen ik wegging baadde ze al in het zweet,’ fluistert hij haar toe. ‘Ze gaat hard achteruit. Het kan ineens gebeurd zijn.’
Hij wenkt de ober en bestelt een fles champagne. ‘De beste die u heeft. Wij hebben iets te vieren!’

Mathilde houdt haar hoofd zo onder water dat alleen haar neus en mond erboven uitsteken. Door de kou kan ze beter nadenken.
Vanochtend voelde ik me uitstekend; zelfs nog toen ik thuis kwam uit m’n werk. En nu…
Het is alsof ik niet meer de baas ben over mijn eigen hoofd. Alsof iets of iemand me in zijn macht heeft.
‘Het is de ketting,’ fluistert ze hardop. ‘Het is de ketting!’

Kerkklokken strooien hun eerbiedige klanken over de begraafplaats. Een jonge vrouw in stemmig zwart huilt of haar leven ervan afhangt.
Mathilde legt troostend een hand op de arm van de haar onbekende vrouw. ‘Waar kende je mijn man van?’ vraagt ze vriendelijk.
‘Ik ben Jeanine. Ik ben…ik was…ik was de secretaresse van je man,’ snottert ze.
‘Ik kan het zelf ook nauwelijks bevatten,’ zegt Mathilde meelevend. ‘Hij ging zo hard achteruit. Het was ineens gebeurd.’

De bumperklever

Keek op de week (36)

Man is wanhoop nabij. Overbuurman M. heeft rondreis door Ierland geboekt en reist binnenkort af. Bij terugkomst kan Man de 8700 foto’s van Malta,  én Ierland bewonderen.
‘Hopen dat we hem héél lang niet zullen zien,’ probeerde ik Joris op te monteren. ‘Of stel buurman voor dat hij digitaal fotoboek aanmaakt.’
Man heeft hangogen van treurigheid. Wil verhuizen.

Auto weigerde te starten. Hoefde garage niet te bellen want wist euvel: startslot. Ik rukte, trok, rukte, trok…Zette allebei deuren open want temperatuur was des duivels. Begon weer te rukken maar stuur wilde blijkbaar snipperdag. Buurman F. kwam aanlopen. Vroeg naar bekende weg: ‘Heb jij soms spierballen?’
F. straalde als de zon. Kijken naar stuur was al voldoende.

Roos en ik hadden zin in test. Ken je kinderspelletje: “Ben je bang voor je vader en moeder?” Je zegt dat hardop en maakt daarna stompbeweging richting gezicht van vriendje/vriendinnetje. Als die schrikt is hij/zij “af,” en heb jij gewonnen.
Roos en ik gingen test met Rosa doen. Hond zat keurig op achterkant. Keek met zacht zeehondenogen nieuwsgierig van Kind naar mij.
‘Wie begint?’ vroeg Roos.
‘Ik,’ zei ik. Stelde vraag aan Rosa en maakte schopbeweging.
Damn! Rosa knipperde niet eens.
‘Nu ik!’ riep Roos. ‘Doe het beter dan jij,’ riep ze triomfantelijk.
Kind raffelde zin af en maakte stompbeweging tot vlak voor Rosa’s kop.
‘Ha, gezakt!’ riep ik smalend.
Rosa’s wraak was zoet; gaf snel liefdes-lik over Roos’ pas gewassen blote been.
‘Gadver, ranzige hond,’ schold Kind.

Verveelde me bijkans bewusteloos in bed. Maakte beneden Rosa wakker. Moest haar van bank sleuren want ze wilde verder slapen. Buiten – om 04.12 – zong eerste merel. Weldra klonk antwoord en volgde een concert. Dauw en slaap hing over de weilanden. Het rook naar jasmijn en kamperfoelie. Rosa gaapte vermoeid. Pas op terugweg kreeg ze haast.

In m’n spiegel naderde auto met acceleratie van Porsche. Bij m’n bumper deed-ie zwaan-kleef-aan. Kaboem-kaboem trilde zijn bas.
Heb schurfthekel aan klevers. Auto is toch soort verlengstuk van je woonkamer en je laat niet zomaar iedereen binnen; zeker gluurders niet.
Plan A.
Trapte op rem, ging 30 km/u rijden en keek nadrukkelijk in spiegel.
Gast die net heeft leren fietsen zonder zijwielen grijnsde en had last van middelvinger.
Plan B.
Verleende iedereen voorrang.
Moedigde met royaal gebaar oude vrouw achter rollator aan weg over te steken bij zebra.
Achter me werd geclaxonneerd en met verstralers geknipperd. Auto bromde en gromde.
Mijne doet dat pas bij 130 km/u.
Oma was voorbij; ik trok weer op.
Gast deed weer zwaan-kleef-aan. Achter hem reed niemand. Hoopte voor hem dat z’n IQ hoger is dan leeftijd, anders zou tocht uiterste van hem gaan vergen.
Plan C.
Volgde tip van Roos op: zette watersproeier van voorruit langdurig aan. Door wind pletterde alles op ruit van achterligger.
Missie geslaagd.

Slettenbak

Keek op de week (35)

‘Suzanne en ik willen een week samen met auto op vakantie,’ zei Roos tijdens avondeten.
‘Goed plan,’ zei ik. ‘Heb je speciale auto in gedachten?’
Roos en ik wisselden doorgewinterde blikken. Joris vertoonde onverwacht bovenmatige interesse voor eten op bord.
Kind en ik zakten slap van lach tegen elkaar aan.
Er schuilt zoveel humor in Man, tenzij het om zijn heilige koe gaat.

Roos mag uiteraard mijn blauwe doos lenen.
‘Mag Suus ook in jouw auto rijden?’
‘Tuurlijk. Jan en alleman rijdt erin. Je vader ook als hij tuinplantjes koopt. Blijft zijn auto schoon. Soh-ho-hor-rie,’ gierde ik bij zien van Joris’ verveelde gezicht.
Man zei onverstoorbaar: ‘Je mag wel een koelbox kopen. Eentje die je kan aansluiten op sigarettenaansteker.’
Vond dat goed idee. ‘Kan bijrijdster haar benen erin stoppen ter afkoeling,’ zei ik. Herinner me Suus’ opmerking van vorig jaar toen ze samen in mijn auto naar strand geweest waren. Ze zei op terugweg tegen Roos: er zit meer vocht tussen m’n bilnaad dan toen ik in zee zwom.’

Bij bakker stond vrouw die roomboterkoekjes kocht.
‘3 jan hagel – nee, doe maar 2.
2 boterbiesjes – doe er nog maar eentje bij.
4 Weesper moppen – oei, oei, die zijn groot! Maak daar maar 2 van.
2 roze glacé koekjes – die zijn klein. Geef er 3.
2 bitterkoekjes… Geen bitterkoekjes? Oh jee, oh jee! Wat nu?’
Vrouw draalde eindeloos.
Verkoopster bleef geduldig en vriendelijk. Verdient standbeeld. Gaat binnenkort trouwen en krijgt dan ontslag. Ja mensen, dat bestaat nog: bakker is in woord en geschrift van zondagschool.

Joris! Wil! Zonnebloemen!
Is jaarlijkse strijd tegen slakken weer aangegaan. Heeft ze gezaaid in theekas(t)je in tuin, besproeid en verpot.
Willen zonnebloemen hoogte van 2,5 meter halen, is vernuft geboden. Joris heeft bodem uit melkpakken gesneden, gedeeltelijk ingegraven in vaste grond en zonnebloemen erin gezet.

Kwam van markt. Had Rosa kort aan riem en aan binnenkant lopen. Stak weg over, stapte stoep op, brullende SUV kwam hoek om scheuren en reed me finaal van sokken. Sprong net op tijd voor wielen vandaan achteruit het wegdek op. Had Rosa links gelopen, was ze haar achterkant kwijt geweest.
Automobilist parkeerde auto bij pizzabakkerbus.
Zag nergens gordijnen hangen maar ging kerel er toch in jagen.
Ik schreed voorbij en zweeg. Mijn ogen spraken encyclopedie-delen.
‘U hoeft niet zo te kij…’
‘Telefoneren en sturen gaat niet tegelijk, hè?’ onderbrak ik kerel pissig.
‘U gaat me toch niet vertellen dat het mijn schuld…’
‘Mag u jokken? Natuurlijk is het uw schuld!’
‘Kijk dan uit waar u loopt!’ blafte man me toe.
‘Schei toch uit. U reed over de stoep! Twee overtredingen binnen bebouwde kom.’
‘U verbeeldt zich nogal wat.’
‘Nee hoor, ik heb gelijk. Is iets totáál anders. Alleen moet je een vent zijn om dat toe te durven geven.’
Verscheen een -breek-me-de-bek-niet-open trek om man z’n mond.
Besefte hij maar dat hij geluk had: ik had m’n elektriciteitspijp en erwten thuis laten liggen.

Leven als godinnen in Vlaanderen

Met Roosje-in-de-knop fiets ik de pont op. Aan de overkant wacht oma haar op, krijg ik m’n fietshelm terug en zet ik koers richting de Biesbosch. Eenmaal over de Moerdijkbrug fiets ik binnendoor naar Oudenbosch waar ik tegenover de basiliek mijn lunch gebruik. Via Rucphen rijd ik over de Kalmthoutse heide het Vlaamse land in. De voorjaarszon schijnt uitbundig. Ik fiets over smalle wegen, door boerengehuchten, langs kapelletjes en velden met beginnende maïs. Ik fiets van de kaart, verdwaal heerlijk en verlies zelfs de tijd.
Na Botermelk, Schoten, Wijnegem en Wommelgem beland ik in Ranst.

Daar moet ik dringend op zoek naar een overnachtingsadres. Over een half uur gaat het schemeren; ik heb trek en krijg het koud. Een bord langs de kant van de weg belooft een hotel. Aan een scheve gevel kleven de letters: H…el Rembrandt.

Ik stap naar binnen. Alles ziet er grauw en groezelig uit. De eigenaar zit vadsig op een stoel, krabt afwisselend aan zijn kruis en baard, en heeft een gebit als een afgebrand kerkhof.
Ik twijfel. Heeft deze man van schone lakens gehoord of moet ik mijn bed delen met wantsen en  mijten?
Ja, hij heeft een kamer, zegt hij, maar mijn fiets moet in de hal naast de ingang blijven staan.
Ik ren weer naar buiten.
Wat nu? Onder een brug slapen of stennis schoppen bij Rembrandt en overnachten op een politiebureau?

Aan de overkant gaat een deur open. Een gezette vrouw in een gebloemd jasschort loopt naar me toe. ‘Zoekt u een gerief voor de nacht?’  vraagt ze. ‘Ik heb een kamer. Ik woon alleen en uw fiets kan in de schuur op mijn binnenplaats staan. Alleen moet de schuurdeur openblijven want er nestelen boerenzwaluwen in.’
De vrouw heeft een lief, rond gezicht en ik kan haar wel zoenen.

Met haar Rottweiler raak ik snel bevriend. Ik zet mijn fiets in de schuur en tel zeven zwaluwnesten. Binnen wijst ze me een kamer en waar ik kan douchen. Alles is even proper.
Schoongewassen, zet ze me een Vlaams stoofpotje voor en een kriek. Wat een voorrecht!

Jeanne vertelt. Behalve de hond, heeft ze een varken dat elk voorjaar haar moestuin omspit; kippen en twee Vlaamse reuzen. Haar man Jules is overleden in de oorlog. Hij zat in het verzet en is gefusilleerd nadat hij een voorraaddepot van de Duitsers had opgeblazen. Iemand heeft hem verraden. Haar zoon – hun enig kind – is omgekomen bij een verkeersongeluk.
Ik vind haar een bijzondere vrouw. Ondanks haar gemis bruist ze van levenslust en is ze jong van geest.
We praten tot diep in de nacht. Het is alsof ik een lang verloren familielid heb teruggevonden.

Ik slaap een gat in de ochtend.
Het ontbijt is net zo weelderig als Jeannes boezem en na de koffie nemen we afscheid. We zuchten er beiden van. Het doet een beetje pijn maar we hebben mooie herinneringen gehamsterd.

Dakloze met zonder hond

Keek op de week (34)

Heb me bedacht. Wanneer ik twintig miljoen win, rijd ik niet m’n blauwe doos op maar koop nieuwe. Mét airco!

Een vriendin kennis klaagde: ‘Mijn man werkt zóveel over. Doet die van jou dat ook?’
Schudde ontkennend.
Vroeg me onderweg naar huis af: wat doe ik verkeerd? Wil ook wel eens avond voor mezelf.
Zag in verte overbuurman aankomen. Vrijgezel, leuke man (geen bochel), immer verlegen om praatje, lang van stof en monotoon van stem. Ongeacht waar hij me ziet sjokken, ben ik de sigaar.
Hij stapte van fiets en begon gesprek.
Sociaal als ik ben, verleende ik een oor. Snifte met neus want rook ook kans. Joris had buurman beloofd ’s avonds eens naar zijn 8700 foto’s van georganiseerde trektocht op Malta te komen kijken. Of Joris nog kwam?
‘Reken maar!’ zei ik geestdriftig, ‘wat Joris belooft komt hij na. Ga hem aan afspraak herinneren!’
Al moet ik Lief persoonlijk naar voordeur van overbuurman begeleiden, hij zál die foto’s gaan zien!

Wilde met trein naar Breda.
Liep met air van: ik doe dit dagelijks, ik ben forens, naar incheckpoortjes op Rotterdam CS. Hield ov-kaart bij poortje. Poortje piepte: toegang geblokkeerd.
Ander poortje: toegang geblokkeerd.
Was dit oefening in geduld of iets persoonlijks tussen NS en mij?
Liep naar kaartautomaat. Toetste wat knoppen in. Ging grote gloeilamp boven m’n hoofd branden: of ik 1e of 2e klas wilde reizen. Logisch: poortje weet anders niet welk bedrag het van saldo moet afschrijven.
Was kort, krachtig en keilgezellig bezoek aan Breda.
Viel bijna van m’n stok: automobilisten stoppen nog voor voetgangers bij zebrapad.

‘Er is een gast die zich jou nog herinnert van peuterspeelzaal,’ vertelde Roos.
Kneep ogen tot spleetjes. Dacht diep, diep na.
‘Hij heet Jeffrey,’ gaf Kind als hint.
Had werkelijk geen idee.
‘Je hebt ‘m héél boos aangekeken en dat weet hij nu nog.’
Sakkerju, wist het opeens. ‘Is dat dat ventje dat jou met houten trein op je hoofd timmerde? Alsof jij kop van Jut was?’
Roos knikte.
‘Mijn gemeenste gezicht heeft indruk gemaakt, hè?’ gniffelde ik.

‘Waar is uw hond?’ flapte ik eruit.
Man aan wie ik vraag stelde bukte zich voorover en mompelde iets.
‘Wat zegt u?’
‘Ze is dood!’
‘Oh…oké,’ zei ik. Realiseerde me dat er weinig oké is aan dode hond. ‘Sorry,’ zei ik snel. ‘Is het al lang geleden?’
‘Elf dagen,’ antwoordde man. Hij ontweek m’n ogen, keek naar de grond, naar de lucht of over me heen.
Wist dat hij praatje waardeert want eens had deze dakloze dat in interview in Straatkrant gezegd. Samen op de foto met z’n onafscheidelijke hond van onbestemd merk. Hond had altijd genoeg eten. Mensen gaven man behalve geld ook blikken hondenvoer. Iemand een blikopener.
‘Wat zult u haar missen,’ zei ik. ‘Sterkte meneer.’
Dat was woensdag.  Maak me nu nog zorgen om man.

Hemeltergend

‘Welkom. Het is gebruikelijk overledenen hun lichaam te tonen als bewijs dat ze zijn overgegaan. In uw geval zou het vergaren van alle stukjes tijdverspilling zijn,’ zegt een man in een lichtblauwe mantel ter begroeting.
Manc-zwart-247 wil vragen: wat doe ik in deze naargeestige omgeving, maar kan slechts dociel knikken. Hij wijt het aan de spanning van de afgelopen tijd.

Wanneer hij wakker wordt, is het nog steeds donker en is de man in het gewaad er weer.
‘Noem me Elias,’ zegt laatstgenoemde, terwijl hij Manc een schaal water aanbiedt.
‘Breng me wat fatsoenlijks te drinken!’ roept Manc verontwaardigd en wil de schaal uit de handen van de oude man slaan, doch de schaal verdwijnt raadselachtig in het niets. ‘Ik wil met respect behandeld worden!’ vervolgt hij snauwend. ‘Daar heb ik recht op na mijn zelfopoffering. U bent een nachtmerrie voor mijn ogen: een baardloze man in een lichtblauwe jurk. Ga weg!’
Elias verdwijnt onmiddellijk. Het licht dat hij uitstraalt neemt hij met zich mee; zijn voeten zweven boven de grond.

Alleen, in het schemerduister begrijpt Manc-zwart-247 er niets van. Alles is anders dan voorspeld. Geen grazige weiden, geen oase in een woestijn, hij wordt niet op zijn wenken bediend en geen zeven maagden. Hij heeft het koud en het tocht als de hel. De hel… Als hij niet in de hemel is waarom is hij dan niet in de hel? Daar is het tenminste warm.
Als hij door de donkerte verpletterd dreigt te worden, verschijnt Elias weer.
‘Schijnt hier nooit de zon?’ vraagt Manc terwijl hij uit de aangeboden schaal water drinkt.
‘U bevindt zich in het schemergebied tussen Aarde en Hemel, overeenkomstig uw daden. God heeft u gewogen en te zwaar bevonden.’

‘Weet u wel wie ik ben?’ gromt Manc.
‘U bent Manc-zwart-247.’
‘Zo heet ik niet!’
‘Hier wel. Beseft u wat u gedaan heeft?’ vraagt Elias. ‘Overdenk uw daden en kom tot inkeer.’
‘Waarom ben ik niet in de hel?’
‘Te gemakkelijk. Door proeven te doorstaan en liefdevol werk te verrichten, kunt u uiteindelijk in het Licht komen.

In het duister heeft hij geen benul van de tijd. Is hij hier weken? Maanden? Er overvalt hem een enorm gebrek aan levenslust.
Als geroepen verschijnt Elias. Manc-zwart-247 bespeurt een verandering in de houding van de man. Achter de invoelende ogen gaat een standvastigheid schuil die Manc een mengeling van irritatie en bewondering bezorgt.
‘Sta op en volg mij,’ gebiedt de oude man.

Zou hij eindelijk naar zijn beloofde zeven maagden gebracht worden?
Elias – die aldoor zijn gedachten schijnt te kunnen lezen – antwoordt: ‘Ze zijn inderdaad met zeven. Ze worden Vrouwentongen genoemd. U mag de ruimte pas verlaten als u bij allen een glimlach teweeg hebt gebracht. Neem de tijd voor uw eerste opdracht. Onze schatting is dat u er 247 jaar voor nodig heeft.  Sterkte. U zult het nodig hebben.’
Na een hoofdknik van Elias zwaait een deur open, een inktzwarte duisternis in.

Filmpje!

Keek op de week (34)

Roos moest maandagochtend naar Erasmus. Mopperde bij thuiskomst: ‘Kon amper metro in! Kreeg NL alert op telefoon om binnenstad te mijden. Alsof ik daar naartoe wilden. Stond opgehokt tussen Feyenoordfans met schalen van karton in hand.

Vergenoegd kwam Man thuis en zat met big smile aan tafel. Had op werk dag via laptop naar inhuldiging van Feyenoord op tv Rijnmond gekeken.
Keek thuis naar journaal, daarna naar samenvatting op mobiel. Zei gniffelend: ‘Altijd al gezegd dat Ajax een wandelvereniging is.’ Gaf licht van blijdschap. Glimlach was niet van z’n gezicht te slaan. Heb het ook niet geprobeerd.

Boodschappenzegels kopen en sparen vond ik voorheen zinloze, onbenullige bezigheid. Totdat ik me realiseerde dat AH 6% rente geeft. Dat is 5,85% rente meer dan op mijn bankrekening! Ga nu zegels sparen. Als boekje vol is, inleveren en met Roos lunchen bij Hotel New York. Wat heb je aan geld op de bank?

‘Shit!’ zei ik en staarde verbijsterd naar m’n hand. Hoofd vol vraagtekens: hoe kon dit gebeuren?
‘Wat izzer, mam?’ vroeg Roos en kwam naar keuken gesneld.
‘Heb ineens bovenkant van mengkraan in m’n hand.’
‘Hoe kan dat? Vlug!’ maande ze, ‘papa komt eraan!’
‘Moet ik doen dan?’
‘Duw ‘m er gewoon weer op!’
Frommelde met kraan…
Deur ging open.
‘Wat doen jullie?’ vroeg Joris toen hij Kind en mij naar gootsteen zag staren.
‘Oh niets,’ zeiden Roos en ik in koor en verlieten keuken. Kraan was net op tijd weer één geheel.

Ondanks Joris’ inspanningen vond hij dood mereljong onderaan boom. ‘Zonde,’ zei hij, ‘jong was al groot.’ Heeft beest met militaire eer begraven.

Weten jullie het nog? Dat Rosa in Koeienbos als razende naar mollen graaft? Aarde die alle windrichtingen opvliegt; haar snuit die dieper en dieper wroet? En het ineens op een janken zet.
Baas, net zat hier nog een mol en nu is-ie weg!
Dat argeloze voorbijgangers denken dat het beest wordt afgeranseld?
Een zeker bloglezeres – ik noem geen rugnummers, wel dat haar naam begin met een R en eindigt op oelien – geloofde niet dat “dat onschuldige hondje op de foto zo kan graven.”
Bij dezen het bewijs: filmpje! Met dank aan Roos en vooruit: ook een beetje aan Rosa (-:

 

Twintig miljoen!

Deze foto is van Dien

‘Sommige Finland-vragen heb je niet beantwoord,’ zegt Roos tijdens een lunch op een zonovergoten terras. ‘Bijvoorbeeld: als ik vijf namen zou hebben, hoe luiden dan de laatste drie?’
‘Eh…Lilly Aurora Isabel,’ verzin ik ter plekke.
Kind knikt tevree. ‘Waar word je blij van?’
‘Ik ben blij als jij blij bent. Een niet-opkruipende onderbroek is fijn. Een veld klaprozen. Stoplichten die op groen staan. Op houten klompen in de tuin  werken klossen…’
‘Laat maar,’ zegt Kind. ‘Het was de bedoeling dat je dingen opnoemt die je kunt kopen. De vraag is eigenlijk: wat zou je doen met twintig miljoen?’
‘Ik weet het! Ga ik de vulpen kopen!’
Roos rolt met haar ogen over zoveel domheid. ‘Die kost maar 1350 euro, mam.’
‘Oké dan. Een huis met luiken’ zeg ik. ‘Een aparte kamer voor mijn boeken. Een rustig schrijfplekje. En een Vlaamse reus in huis die ik Pim of Puck noem.’ Dit gezegd hebbende neem ik een hap bruinbrood met kroket.

‘Ik wil een zwembad en een sauna!’ roept Roos met stuiterende geestdrift.
‘Ik gruwel van sauna’s,’ zeg ik met afgrijzen.
‘Blijf jij buiten,’ zegt ze luchtig. ‘Wat wil je nog meer?’
‘Een tuin waarover is nagedacht. Met een tuinman; ik ken een heel leuke. Verder ganzen, kippen, en  een bruine vriendin voor Rosa. Eentje uit het asiel,’ som ik op. Gul zeg ik: Jij krijgt een auto van me.’
Roos grinnikt terwijl ze een paar frietjes naar binnen werkt. ‘Zal ik een klein of een stoer model nemen?’
’Allebei. Wel een milieuvriendelijk soort.’
‘Wat voor auto neem jij?’ informeert ze.
‘Ik rijd m’n blauwe doos op. Ze heeft me nog nooit in de steek gelaten en kan nog makkelijk tien jaar mee.’

Ineens slaat Kind met haar hand op tafel. ‘Ik wil een paard!’
‘Ja, een paard. Gaan we samen rijden.’
‘Nemen we wel een stalknecht, hoor.’ Roos ziet zichzelf duidelijk geen stallen uitmesten.
‘Weet je wat ik écht graag wil hebben?’ roep ik. ‘Een toffe boomhut!’ Waarna ik er enigszins beschaamd aan toevoeg: ‘Ik lijk wel gek me zo mee te laten slepen door een geldprijs.’
‘Waarom?’ zegt Roos, ‘Je zit al heel de tijd te lachen.’

Omdat ik anderen ook graag zie lachen, ga ik (zogenaamd, red.) geld uitdelen aan m’n bloglezers met een maximum van 10.000 euro per persoon.
Roep maar wat jullie ermee gaan doen!

Dik, mooi en gelukkig

Keek op de week (33)

Roos en ik keken naar Lin.da magazine met thema: obese. Staarden naar foto van vrouw van 165 kg die zegt dat ze dik, mooi en gelukkig is.
‘Ongelofelijk,’ zei Kind, ‘wij samen wegen minder dan zij.’
Lieten het even op ons inwerken.
‘Moet je voorstellen dat wij met haar op de wip moeten zitten!’ riep Roos. ‘Zij aan één kant; wij aan de andere, en dan nóg krijgen we haar niet omhoog…’
‘Misschien als Rosa op schoot spring,’ opperde ik.
Zagen het voor ons en tuimelden van bank van het lachen.

Liep van ziekenhuis terug naar parkeergarage.
Mevrouw in rolstoel zat bij uitgang op grasveldje in de zon.
‘Jammer dat hier geen bediening is,’ grapte ik.
Vrouw begon hard te lachen.
‘Zal ik uw bestelling opnemen? Koffie met appelgebak’ stelde ik voor.
‘Met slag-hag-room,’ zei vrouw hikkend van lach.
‘Komt eraan!’
‘Ik voel me net Opa Flodder,’ bekende vrouw schuddebuikend.
‘Alleen het bordje ontbreekt,’ constateerde ik.
Vrouw kwam niet meer bij. Haalde gierend adem, alsof zij spoedig door verstikking zou sterven.
Overleefde het zonder tussenkomst van medische verzorging.

Man fungeert als levende vogelverschrikker. In grote conifeer huizen drie nesten: één van tortelduiven en twee van merels. Wanneer Joris alarmerend geluid van merel hoort, springt hij overeind, rent naar buiten, slaat zijn handen tegen elkaar en maakt angstaanjagende geluiden tegen eksters of kat.
‘Pap, ze schrikken toch wel van je! Hoef je geen kabaal bij te maken!’
Beste stuurlui zitten altijd op de bank.
Ik vind: zoveel dierenliefde verdient schouderklop. Gaf Joris mep zoals Bea iemand tot ridder sloeg: arm recht omhoog en BAM! Ik deed andere schouder ook anders loopt Man scheef.

‘Wout, ik heb drie varkens gekocht! Gele varkens. Ze lopen bij mij achter in het land.’
Interesse van onze dorpsslager was gewekt. Hij kwam dichterbij en maakte hoofdbeweging van: hierzo, zij wel.
‘Ze zijn nog jong, het zijn biggen,’ vervolgde voormalige eigenaresse van plaatselijk tuincentrum. ‘En ze zijn léuk! Dragen geen oor-labels maar hebben chip.’
Ik hing aan vrouws lippen. Als ik te zwaar werd, moest ze het maar zeggen.
Gezicht van slager stond op standje jaloers. ‘Weet je wel aan hoeveel regels je je moet houden?’ informeerde hij.
‘Valt mee want het zijn hobbyvarkens. Kom eens een keer kijken!’
‘Waarom zeg je dat wel tegen Wout maar niet tegen mij?’ vroeg ik vrouw.
Ze keek me aan en zei tolerant: ‘Kom jij toch?’
Binnenkort op deze blog: een diepte-interview met drie biggen.
De foto is van Dien!