40

De doodstraf

Posted by Mirjam on april 16, 2014 in Kort verhaal |

Geen sliertje zonlicht doordringt het grauw van haar cel.
De eenzame opsluiting heeft haar alle tijd gegeven haar leven te observeren. Ze heeft nergens spijt van, hoe bewogen de jaren ook waren. Aan de ene kant lijkt het alsof het gisteren was, aan de andere kant is er zoveel gebeurd dat het eeuwen geleden lijkt.

Wat zou ze graag nog eens met haar vader en moeder praten. Ze zou ze moed inspreken, en zeggen dat ze om haar niet te lang moeten treuren, dat ze degenen moeten tellen die het overleefd hebben. Ze denkt aan hoe ze ’s avonds met elkaar de warme maaltijd aten; over politiek praatten; koekjes bij de koffie; boterhammen mee naar de universiteit. Nu zit ze hier…Ze schudt de herinneringen van zich af.

Zware laarzen klinken op de gang. Ze rilt, maar niet van de kou. Voor haal celdeur houden de laarzen halt en de grendels van de deur worden verschoven. De gewapende soldaat in de deuropening kijkt haar met een kille blik aan.
‘Meekomen!’ blaft hij.
Ze wordt geblinddoekt en ruw in een auto geduwd. Zou de laatste blik op het landschap onderweg haar goed doen of juist verdriet? Ze weet het niet; ze heeft ook geen keuze.
De omgevingsgeluiden worden allengs stiller. Het zal niet lang meer duren voor ze in de duinen zijn. Zou ze de zee kunnen horen? Ruiken misschien wel.

De auto stopt.
Half struikelend over de treeplank wordt ze overeind gesleurd, en krijgt ze een laatste wens: wil ze de blinddoek ophouden of niet?
‘Af,’ zegt ze resoluut.
Knipperend tegen het felle licht kijkt ze omhoog en ziet stukken blauw; de zon is niet ver weg. Ze hoort het ruisen van de zee. Een meeuw krijst tijdens het maken van een duikvlucht… Dit is geen dag om te sterven. Ze zucht onhoorbaar.
Moedig kijkt ze in de ogen van de soldaat die haar zal fusilleren.
Hij schiet. Een schampschot slechts.
‘Ik schiet beter,’ zegt ze koelbloedig. Waarna een hoofdofficier en NSB’er zijn machinepistool op haar leeg schiet.

Op 17 april 1945 – drie weken voor het einde van de oorlog – werd Hannie Schaft doodgeschoten in de duinen bij Bloemendaal. Eind november van datzelfde jaar werd ze met militaire eer, waarbij Koningin Wilhelmina aanwezig was, herbegraven. Voor haar strijd tegen de nazi’s kreeg Hannie postuum twee hoge onderscheidingen.
De SS’er die haar fusilleerde werd veroordeeld en in mei 1948 doodgeschoten.   

Grafsteen Hannie Schaft

52

Bobo

Posted by Mirjam on april 14, 2014 in Kakelvers |

Bobo

Dit is Bobo. Hij woonde ruim zes jaar in een buitenhok, maar sinds Bella niet langer onder ons is, woont hij binnen. Heeft-ie nog een beetje gezellige oude dag.
Bobo is het lulletje rozenwater van Huize Kakelbont. Nog nooit heb ik zo’n dom sulletje meegemaakt. Hij had er twee dagen voor nodig eer hij doorhad dat hij zelf z’n nieuwe hok in en uit kon lopen. Bella’s activityball rolt-ie niet over de grond, nee, hij zet er zijn tanden in, in de veronderstelling dat de peentjes die er als decoratie opstaan, om op te eten zijn.

Bobo denkt heel de dag maar aan één ding: eten. Bij het ochtend gloren zit-ie trouw kwijlend op me te wachten. Ook bij hem gaat elk pondje door het konijnenmondje, en door mijn goede gaven groeit hij langzaam dicht. Zielig, hè?
Hij stopte maar voor één ding met eten en dat was wanneer Bella los in de tuin liep. Losbandig flirtte ze met Bobo. De arme stakker drukte zich klem tegen het gaas van zijn hok om haar goed te kunnen zien. Bella liep koket rondjes, en gaf hem vervolgens het nakijken. Bobo mag dan een je-weet-wel konijn zijn, de natuur – de drift, zeg maar – zit nog steeds diep.

Beweging is niet aan hem besteed. Krabbelde Bella aan de tuindeur als ze naar buiten wilde, Bobo geraakt er niet van in een jubelstemming. Hij krijgt de zenuwen van de merels, want die zien hem voor een poes aan, en gaan hysterisch op de schutting zitten kwinkeleren. Voor hem wordt het pas leuk als in de tuin de papavers bloeien, want hij vreet met smaak zijn buikje vol aan de zaaddoosjes. Nog een paar weken en dan loopt-ie weer stoned te zigzaggen door de tuin.
Eén ding moet ik Bobo nageven. Hij doet iets wat Bella nooit gedaan heeft: hij komt naar je toe hollen als je z’n naam roept. In de hoop dat er een beloning op hem wacht. Bobo en eten…

36

Verzorgen

Posted by Mirjam on april 10, 2014 in Kort verhaal |

Een verhaal dat ik lang geleden voor Plato’s WE-300 met als thema verzorgen geschreven heb. 

In de kamer is het een grote bende. Op de grond liggen lege bierflesjes en frisdrankpakken, beschimmelde boterhammen, koffiedrab, vuile kleren, schoenen, laarzen, klokhuizen…te vies om aan te zien. Ze probeert over de spullen heen te stappen, geeft het op, en baant zich een weg door de  rommel naar links en rechts te schoppen.  Haar handen jeuken alles op te ruimen, maar het is haar niet toegestaan.

In de uiterste hoek van de kamer staat een bed dat naar urine ruikt. Bij het bed blijft ze staan. De gestalte ligt met gesloten ogen op wat eens een witte kussensloop moet zijn geweest. Ze kijkt naar zijn gezicht: baardstoppels, wit haar en een leerachtige huid. Afgezien van de huivering voor de viezigheid, stroomt haar hart over van mensenliefde.

Ze kan niet zien of hij ademt. Zou hij al… Ze zakt iets door haar knieen, en neemt zachtjes een hand van de man in de hare. Door de aanraking doet hij zijn ogen open, en is een ogenblik verward, maar het schijnt hem niet te deren een vreemde te zien. Ze schenkt hem haar warmste glimlach.
Het is slechts een kwestie van tijd, dat weten ze allebei, en zij en haar collega’s van de thuiszorg willen niemand alleen laten sterven.

De man maakt onsamenhangende geluiden, en gebaart naar iets onder het bed. Huiverig vanwege de viezigheid, tast ze op goed geluk naar dat wat de man wil hebben. Ze voelt iets van leer en pakt het beet: een portemonnee. De man grist het bijna uit haar handen, en klemt het stevig tegen zijn borst.

Korte tijd later trekt ze het beduimelde laken over hem heen. Het beursje glijdt onder zijn hand vandaan. Ze pakt het op en klemt het er weer tussen.

31

Verrassing per post

Posted by Mirjam on april 9, 2014 in Kakelvers |

Bam! Mijn kluts die op dek valt, maakt meer kabaal dan het pakje van de postbode. Er ligt een heel fleurig pakje op de mat. “Bloemen door de brievenbus,” staat erop.

(Bloemen door de brievenbus?
Ik heb ooit een aan mij bezorgde bos bloemen bij de afzender door de brievenbus gepropt. Steel voor steel. Op het begeleidende kaartje stond geschreven: het spijt me. Op de achterkant had ik geschreven: mij ook!
Speciaal voor Petra: dat is ruim 25 jaar geleden; de laatste keer dat ik ruzie met iemand had ;-)

Ik dacht dat ik wat bloemen betreft zo’n beetje alles wist, maar bloemen door de brievenbus is een nieuwe ervaring voor me. En wat een prettige! Eerst ben ik nog bang dat het een grap is, maar mijn naam staat erop!
Kijk dan: échte bloemen per post: 12 tulpen.

Bloemen per post P1090503

Maar wie-o-wie is de afzender?
Gelukkig, een kaartje. “Van jouw muziekmens,” staat erop. Daar is er maar eentje van. Lieve Mel hartstikke bedankt voor deze lieve verrassing!
Je hebt gelijk: ze stonden een hele week…

70

Hannessen bij Mauritz

Posted by Mirjam on april 6, 2014 in Kakelvers |

pashokje

Zo’n paskamer als hier tref je zelden:
een zee van ruimte,
een joekel van een spiegel,
tussendoor wat te drinken,
nauwsluitende gordijnen,
goede verlichting,
een tafeltje waar je je bril op kan neerleggen,
en een flesje deodorant bij de hand.

Ik durf zelfs de pijpen van mijn spijkerbroek de grond te laten raken, en met mijn blote voeten op de vloer te staan, zonder dat ze aan de grond vastplakken van de viezigheid. Er zijn ook geen stofwolken die het zicht onmogelijk maken. Waar vind je zoveel bedieningsgemak? Echt een unicum.

Je kunt er vergif op innemen: bij de paskamers van H&M staan nog minstens zeven zuchtenden voor je. ‘Nog een ogenblikje,’ zegt het kauwgum kauwend personeelslid verveeld bij de ingang. Dat ogenblik duurt zo lang dat je in de tussentijd gemakkelijk je duikbrevet kan halen. Krijg je eindelijk een schimmig kamertje toegewezen, dan stinkt het zo dat je je adem inhoudt tot je zowat stikt, en naar adem hapt door een kier in het gordijn. Heb je dat alles overleefd, dan ontdek je grommend dat er een rij bij de kassa staat, waar de Efteling jaloers op is. Wat een treurige boel.

Vind je ’t gek dat internet-shoppen in opmars is?

55

Ik ben gewond!

Posted by Mirjam on april 2, 2014 in Uit de oude doos |

‘Ik ben gewond! Ik ben gewond!’ In doodsnood holt een man naar binnen. Zonder woorden wordt het slachtoffer reikhalzend begroet door de patienten in de wachtkamer. De man maakt een onverzorgde indruk: ongeschoren, sjofele kleding en een vuile pet die zijn gezicht grotendeels bedekt. Iedereen in de wachtkamer weet dat deze medelander niet volledig is ingeburgerd, anders had de stakker wel buiten op een toevallig passerende ambulance gewacht. Daar zou hij stukken sneller door worden geholpen dan door de assistentes alhier in de huisartsenpraktijk. Er is niets wat hun rust kan verstoren.

Kind en ik staan op onze beurt bij de balie te wachten en kijken elkaar aan. Hebben wij weer: zijn we bijna aan de beurt, komt er een spoedgeval tussen. Maar wij zijn coulant: de man mag voorpiepen op voorwaarde dat hij eerst een emmer bloed verliest.

Met een wanhopige blik in zijn ogen, ijsbeert de man voor de balie heen en weer. Hij is lucht voor zowel de klant als de assistente achter de balie. Dat van de laatste geen nieuws, maar alla, altijd een negatief beeld schetsen van de zorgverlening in ons dorp gaat ook vervelen. De wachtkamer volgt vol spanning de hyperventilerende meneer. Liggen ergens bloedspetters? Zal hij weldra flauwvallen?

Onverwacht komt een huisarts een behandelkamer uitlopen. De ongelukkige gooit zich vol overgave in de armen van de arts, en zegt: ‘Dokter, dokter, ik ben gewond!’ De arts werpt een onderzoekende blik op de omhooggehouden arm, en zegt dat zijn assistente er spoedig naar zal kijken. Dit gebrek aan belangstelling komt bloedhard bij de man aan.

Nu gaat hij pal voor Kind staan. Ik wil ’s mans leed zien, maar mijn ogen kunnen er niet bij. Die van Kind wel. Ze gebaart naar de man en wijst naar haar wijsvinger. ‘Valt ie er bijna af?’ vraag ik zacht. Ze schudt haar hoofd. Helaas. Ik heb nog geen druppel bloed gezien, dus mag de man ook niet voor.

Hè, hè, de patient bij de balie is klaar. Nu zijn wij. Alhoewel, help bij nader inzien toch maar eerst die zenuwlijder; ik word gek van die vent. Nee, als door een wonder kijkt de assistente mij aan en zegt: ‘U mag het zeggen, mevrouw.’ Dit heb ik nog nooit meegemaakt: een beleefd uitgesproken zin van meer dan vier woorden. Snel, het vlugzout! En geef de man ook een snuifje; hij houdt het niet meer.

Kinds medicijnen zijn snel gepakt en dan kan de assistente er niet meer onder uit: ’s mans tijd voor aandacht is gekomen. De assistente kijkt zeker twee seconden lang naar de uitgestoken vinger. Haar antwoord moet verpletterend voor het slachtoffer zijn, maar bevredigt  wel de nieuwsgierigheid van de voltallige wachtkamer. Ze kijkt de zwaar gewonde stakker recht aan en zegt: ‘Een brandblaartje. Niets aan doen, meneer, gaat vanzelf over.’

67

Achttien!

Posted by Mirjam on maart 31, 2014 in Kakelvers |

 

Roos en Bella

Kind is mijn beste creatie ooit: rood haar, een beeldschoon velletje en een zandloperfiguur.
‘Hoe kan het zo groeien, hè?’ zeg ik tevreden tegen man.

Toch voelt het als de dag van gisteren dat Roos in haar Nijntje-fietsstoeltje bij me achterop zat. Ik lette een paar weken niet op, knipperde met mijn ogen en – hopla- ineens is ze achttien!

Ze kon amper kletsen of ze riep: ‘Nee, ikke doen!’
Het eerste loslaten begon op de peuterspeelzaal. Ze had net het handje van de juf vast, of ze zwaaide met de andere naar mij. Haar gezicht zei: zou je niet eens gaan? Andere moeders die hun kinderen weg brachten, hielden met moeite hun tranen binnen, ik sprong verlekkerd op m’n racefiets.
Mijn grootste angst was dat Roosje-in-de-knop aan het eind van de ochtend niet met me mee naar huis wilde, maar ze stond gelukkig te popelen om opgehaald te worden; haar mond overlopend van praatjes.

Ergens tussen school en onderweg naar huis is Kind volwassen geworden. Of volwassen, laten we het maar op meerderjarig houden ;-) Ze lonkt naar haar rijbewijs, en hoopt dat spoedig het kabinet valt, dan kan ze eerder stemmen.

Roos is behulpzaam; vindt een leuke baan belangrijker dan een goed salaris; staat vooraan bij elk feestje, en is manisch positief. Maar dat komt misschien omdat ze geboren is op de leukste dag van het jaar. Helaas raakt ze nog steeds alles kwijt wat niet aan haar vastzit; desondanks leunen Lief en ik ontspannen achterover: het echte opvoedkundige werk is achter de rug.

Soms houd ik ’s avonds nog weleens een verstandige monoloog tegen Roos als ze in bed ligt. Ze kan toch niet weg. Of ze luistert? Nee, joh! Toch stijgt mijn bloeddruk stijgt niet omdat ze steeds meer haar eigen weg gaat. Haar toekomst is niet te voorspellen, maar haar vader en ik hebben er alle vertrouwen in.

Lieve Roos: het leven werd pas mooi met jou erbij.
Van harte met je achttiende verjaardag!

51

Anne’s verhaal

Posted by Mirjam on maart 27, 2014 in Kort verhaal |

Afscheid

Een waar gebeurd verhaal.

‘Hallo Anna! Wat kom jij zo laat nog doen?’
‘Ik kreeg een opwelling om naar je toe te komen. Ik heb mijn nachtpon meegenomen, en blijf een nachtje slapen.’
‘Gezellig,’ zegt haar moeder verrast. ‘Is thuis alles goed?’
Anne knikt en vraagt: ‘Waar is pa?’
‘Hij heeft in de moestuin gewerkt en staat nu onder de douche. Daarna gaat-ie naar bed. ‘

Anne kijkt de vertrouwde huiskamer rond: de tafel gedekt voor het ontbijt; de pendule op de schouw; foto’s van de kleinkinderen op het dressoir.
Nieuw is dat haar moeder in het ziekenhuisbed voor het raam ligt. Te ver bij haar vader boven in het tweepersoonsbed vandaan om hem te roepen als ze hem nodig heeft.
Haar moeders gezondheid struikelt zich naar een eind, en het is Annes grootste angst dat haar moeder zal overlijden zonder dat er iemand dicht bij haar in de buurt is. Daar moet ze het zo snel mogelijk met haar broers en zus over hebben.

Samen bladeren ze hardop in hun gezamenlijk geheugen, tot het praten haar moeder teveel wordt. Zwijgend zitten ze naast elkaar. In het raam zeurt een bromvlieg.
Haar moeder hoest als een doorgewinterde roker. Het put haar niet alleen uit, maar weerhoudt haar er ook van in slaap te vallen.
‘Zal ik je een slaappil geven?’ vraagt Anne.
‘Ja, kind, doe maar.’
Anne houdt de hand van haar moeder vast tot de slaap het van haar overneemt.

De klok tikt de uren weg. Stijf van de stugge bank komt Anne overeind kijkt op de pendule: vijf voor zes. Ze staat op om theewater op te zetten en loopt daarna stilletjes naar het bed van haar moeder. Wat ligt ze daar stil. Anders is ze zo kortademig.  Voorzichtig pakt ze haar moeders hand en schrikt: de hand is koud. Werktuigelijk zoekt ze een polsslag, maar vindt er geen, en ze realiseert zich wat er gebeurd is: haar moeder is vannacht in haar slaap overleden.

50

De gewone man

Posted by Mirjam on maart 23, 2014 in Uit de oude doos |

Stapt van der Schans nou naar binnen? Ja hoor, verrek, het is ‘m! De nare zelfingenomen kwast die haar ouders tot wanhoop heeft gedreven. Jarenlang stonden ze hun schamele inkomsten af, om hun lening af te betalen, en telkens verhoogde hij de rente. Haar ouders konden slechts berusten in hun droeve lot. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf als zij deze klojo fatsoenlijk van dienst zou zijn.

De winkel in anti-inbraak apparatuur die Lize met haar man runt, loopt uitstekend. Niet alleen het beste van het beste, maar ook betaalbare mogelijkheden voor de gewone man. “Je moet altijd open blijven staan voor de gewone man,” was haar vaders stokpaardje. Dit is een kans die ze niet mag laten glippen, maar hoe bedenkt ze zo snel een waterdicht plan? Terwijl ze met haar vingers op de balie trommelt, speelt ze ondertussen voor luistervink. Van der Schans wil een  degelijk beveiligingssysteem rondom zijn woning…Die woning kent ze, wie niet in deze omgeving? Geheel vrijstaand, rietgedekt, diverse schuren…

In Lizes hoofd beginnen radertjes te draaien. Hoe zou de gewone man het willen? Op hetzelfde moment dat ze zich de vraag stelt, weet ze het antwoord. Zo simpel! Onmiddellijk loopt ze naar achteren en belt haar broer die aan een half woord genoeg heeft. Hij schat het aantal kubs in en berekent de kosten. Met veel plezier zal hij dit klusje persoonlijk op zich nemen. ‘Spreek voor vrijdagmiddag laat af,’ adviseert hij, ‘dan heeft hij er het hele weekend plezier van.’ Ze gniffelen.

Met een smoes stuurt Lize haar medewerker naar achteren en helpt zelf Van der Schans verder. ‘Wat ik zojuist al zei…ik wil dus het meest simpele systeem, geen gedoe met alarm op ramen en deuren; mijn vrouw vindt dat te ingewikkeld. Gewoon een waarschuwing die indringers op anderhalve meter afstand van mijn eigendommen houdt.’  Lize beheerst zich om niet vals te lachen: zijn wensen passen precies binnen haar briljante plan. Ze stelt een simpele overeenkomst op.
‘Hoe gaat het met betalen?’vraagt de klant.
‘De ene helft vooruit, de andere helft na levering.’ Die tweede helft zal ze nooit krijgen, maar dat hoeft niet, want de aanbetaling dekt de gehele lading. Inwendig gloeit ze van triomf.
‘Vrijdag aan het eind van de middag,’ stelt ze voor?
Ze hebben een deal.

Vrijdag vier uur.
Een truck arriveert bij Van der Schans’ huis. Brutaal draait de bestuurder het erf op, rijdt  een rondje om de luxe woning en verdeelt de inhoud met een donderend geraas rond het huis.  Hortensia’s, buxussen en rozen die binnen de anderhalve metergrens staan, worden door de zware wielen resoluut verpletterd en onder de lading bedolven. Voordat de bewoners er erg in hebben, is de klus geklaard. En hoe! Rond het huis ligt een dikke laag grind. Het beste alarm aller tijden.
Voor de gewone man.

44

Leesdossier

Posted by Mirjam on maart 21, 2014 in Kakelvers |

De Bengel, Dordt. P1060162

Zondagochtend daalt Roos haar bedladdertje af en ploft beneden neer op de bank. Kussen mee, dekentje erover: klaar voor een luiermiddag. Tot een blik op F.eestBoek roet in het eten gooit.
‘Goh,’ zegt ze op verraste toon, ‘ik moet morgen mijn leesdossier inleveren. Maar ik moet nog een heel boek lezen, het leesverslag maken, het dossier afsluiten met een balansverslag, en alles  printen. Ruim tweehonderd pagina’s.’
‘Kom je daar nu pas achter?’ vraagt Lief geergerd. Zij ook altijd met haar gebrek aan planning.
‘Nou gewoon…vergeten in mijn agenda te zetten…’
‘Dat wordt dan een uitdaging voor je,’ zegt Lief. Hij heeft daar een speciaal toontje voor.
Roos zit er meteen helemaal doorheen. Hulpbehoevend kijkt ze mij aan. Of ik nog een geschikt boek voor haar heb. Ja, Het Verdriet Van Belgie van Hugo Claus. Als ze hoort hoeveel bladzijden dat heeft, wordt ze gek. Net goed. Hebben zij en ik daarvoor ons best op de andere boeken van haar Nederlandse lijst gedaan?

‘Iets van internet plukken heeft geen zin,’ denkt Roos hardop na, ‘want “ze” laten daar een programma op los, en dan ben ik de sigaar.’ Alsof ze die nu niet is.
Haar vader – normaal een baken van rust – jut haar op iets te gaan doen.
‘Maar wát dan?’ jammert Kind.
‘Gooi het in de FeestBoekgroep van je klas en stel een ruil voor,’ opper ik. Opvoedkundig natuurlijk niet helemaal oké. Kind echter werpt me een poeslieve blik toe, en wrijft zich even later verheugd in de handen: een deal! Nu hoeft ze alleen het nieuwe leesverslag wat te verbouwen en het balansverslag te schrijven.
Of ik met dat laatste alvast wil beginnen? Het hoeft maar zes A4-kantjes te worden. Ik trek me haar onaangename lot aan, maar pieker er niet over.
Langs haar neus weg informeert Roos via WhatsApp hoe laat het leesdossier de volgende dag ingeleverd moet worden. Ze grijnst: half vijf en ze heeft twee tussenuren. Geraffineerd als de neten komt mevrouw er wéér mee weg. Je zóu d’r toch!

Copyright © 1969-2014 Villa Kakelbont All rights reserved.
This site is using the Desk Mess Mirrored theme, v2.2.3, from BuyNowShop.com.