Landrotten

Kakel was hier

Vorige week togen we op een zonovergoten dag naar het strand. Geen file, geen hutje mutje, maar lekker alle ruimte. Vorig jaar reden we nog over de zeebodem, nu gaf de route-navigatie “tweede Maasvlakte” aan.

We zochten een plekje, Joris klapte de parasol open, zette ‘m in het zand, één windvlaag en hoppa: er knapte een balein. Onmiddellijk daarna trok de stok krom. (Ik verzin dit niet.) Man deed de parasol maar weer terug in het plastic en zette ‘m rechtop in het zand. Na een kwartiertje verkasten we, want we wilden dichter bij zee zitten. De sol lieten we staan; op de terugweg naar de auto zouden we ‘m meenemen.

We waren benieuwd hoe Rosa op de zee zou reageren. Ze keek even bedenkelijk naar dat bewegende water, maar stortte zich daarna op iedere nieuwe aanrollende golf. Ze was niet uit het water te slaan. We twijfelden geen seconde: Rosa’s moeder is een labrador; haar vader ongetwijfeld een zeehond.

Ik deed weer blond. Ik maakte foto’s van Roos die er in bikini en zonnehoed uitzag als een fotomodel. Even was het leven volmaakt, tot ik ineens geen bodem meer onder mijn voeten meer voelde: het was me ontgaan dat het water achter me dieper was. In een reflex hield ik mijn hand met fototoestel omhoog en droog, maar mijn jurk en ondergoed waren kledder. Roos keek me gealarmeerd aan en begon daarna te schaterlachen. Met blossen op m’n wangen heb ik me uitgekleed, m’n kleren uitgewrongen en weer aangetrokken. Het was warm, er woei een frisse bries en alles was binnen een uur weer droog.

Verderop in zee meenden Joris en ik iets te zien zwemmen.
‘Is dat nou een hond?’ vroeg ik bezorgd.
‘Zo te zien wel. Als dat maar goed gaat,’ zei Man.
Er waren wel mensen op het strand maar niemand leek op zoek naar zijn hond.
De kop verdween onder water. We wilden het niet zien maar keken toch. Ineens kwam de kop weer boven en zagen we het: het was een zééhond!
Gerustgesteld togen we richting parasol. Dat bleek niet nodig, want iemand had ‘m als souvenir meegenomen. Hopen dat de persoon tegen een goeie grap kan.

We waren helemaal vergeten hoe leuk een dagje aan zee kan zijn. En hoe weinig je nodig hebt om het naar je zin te hebben.
Maar wat is dat toch met zand? Ik heb me thuis vakkundig gedoucht, schoon ondergoed aangetrokken en toch lag er ’s nachts zand in mijn bed. En nee, het was niet van Klaas Vaak…

Naar welk strand gaan jullie meestal?

Koeienfluisteraars en hoge spanning

Keek op de week (3)

lege polder

Heb bericht gestuurd naar krant. Heb voor het eerst vijf uur achtereen geslapen. Vijf! Uur!

Deze week is heel de week de Algerabrug voor alle verkeer afgesloten. Je leest het goed: zeven dagen! Alleen wandelaars, fietsers en evt. hulpdiensten kunnen erover. Ben maanden niet in Rotterdam geweest maar voel nu –  omdat ik niet over de brug kan – onbedwingbare hunkering.

De bel ging.  Er stond een knaapje voor de deur.
‘Dag mevrouw, bent u de hoofdbewoner van dit pand?’
‘Nee, helaas,’ zei ik met deerniswekkend gezicht.
‘Kan ik de hoofdbewoner even spreken?’ vroeg knaapje.
‘Nee, helaas,’ herhaalde ik. Glimlachte vriendelijk, zei: ‘Goedendag,’ en deed deur dicht. Zal hem leren oude, wijze vrouwen onintelligente vragen te stellen.

Liep een koe op de Tiendweg. Liep is verkeerd woord. Zigzagde dekt lading beter.
Iedereen reed door. Als niemand iets doet, breekt zo’n paniekerig beest een poot of loopt in sloot.
Dreef uiteindelijk samen met fietser koe in hoek bij een hek.
‘Blijf jij daar staan,’ zei hij, ‘dan haal ik de boer.’
Uitstekende taakverdeling. Hoefde alleen maar fiets naar voren of achteren te rijden en beetje macho te kijken.
Boer kwam. ‘Oltaait dezellefde,’ verzuchtte hij. Tegen ons: ‘Bedaankt hoor, vorige keer braak ze un pot.’

Met Joris wezen fietsen in de polder. Compleet verlaten.
Leunde na wildplas tegen een hek en staarde voor me uit.
‘Wat doe je?’ vroeg Man.
‘Nou, gewoon…,’ zei ik, ‘kijken…naar niets.’ Had daar tot zonsondergang willen blijven staan.

Altijd als ik met Man in natuurgebied de Zaag loop, kijk ik naar hoogspanningsmast. Zou daar zó graag eens in klimmen! Door werkzaamheden kon ik er nu onderdoor lopen. Kwam thuis, hoorde dat 28-jarige ervaren basejumpster met parachute was overleden na sprong uit dergelijke mast.
‘Jij ook altijd met je domme ideeën,’ zei Joris.
‘Ik klim er niet in om er van af te springen,’ wierp ik tegen. ‘Ik ben niet gek!’
Man keek zeer bedenkelijk.

Heb bericht krant weer ingetrokken. Sliep afgelopen vijf nachten welgeteld één uur. Anti-schokpillen doen het niet meer. Alle bijwerkingen wel.

Ging half doosje frambozen naar Kind boven brengen. Ze tuurde intens op haar laptop.
‘Doe je?’ vroeg ik.
‘Zoek recept voor chocolademousse.’
‘Ga je vandaag mousse voor ons maken!’ juichte ik. Mijn gemoed klaarde direct op. De dag zou stukken beter eindigen dan-ie begonnen was.
‘Niet voor jullie. Ik ga het bij Suzanne maken,’ zei Roos.
Droop gedesillusioneerd af. Dag zal eindigen zoals-ie begonnen is. Drieletterwoord.

Geef elke avond geraniums die om regenpijp geklemd hangen water. Drie stuks boven elkaar. Elke keer zakken ze een stukje lager.Vanavond niet. Ze sodemieterden tegelijkertijd naar beneden. Zó’n dag dus.

Hoogspanningsmast

Het bruidsboeket

bruidsboeket

Schrijfuitdaging WE-300 van Plato voor de maand juli met als thema: ontgroenen.

Goedkeurend kijkt Sander naar de manchetknopen die hij zojuist van zijn aanstaande heeft gekregen: parelmoer met goud omrand. Ietwat gespannen maakt hij ze vast.
Als vanzelf gaan zijn gedachten terug naar zijn eerste trouwdag. Liselore en hij waren jong, zelfbewust en hoopvol gestemd voor de toekomst. Ze hadden een plezierige baan, kregen twee gezonde dochters, financieel ging het voor de wind, ze hadden een druk sociaal leven…en vonden dat alles doodgewoon.

Had hij toen maar beseft dat hij goud in handen had.
Dat het met een vingerknip voorbij kon zijn.
Dat het met een vingerknip voorbij wás.

Het ziekenhuis had na een standaardoperatie een fout gemaakt, en van de ene op de andere dag was hij weduwnaar en de wereld niet langer een roze suikerspin.
Sander had het gevoel verdwaald te zijn in zijn eigen leven. Ter wille van zijn meiden
– hun meiden – leefde hij op de cruise control; de structuur van zijn werk hield hem overeind.
Als jij vandaag mocht kiezen of hij opnieuw met Liselore of met zijn aanstaande vrouw zou trouwen, was de keus gemakkelijk. Maar lieverkoekjes worden niet gebakken.
Hij snuit zijn neus in de zakdoek die bestemd is voor zijn vreugdetranen.

Beneden, heuvelafwaarts, ziet hij de bestelwagen van de bloemist aan komen rijden. Wanneer deze de oprijlaan bereikt heeft, loopt Sander naar de voordeur om het bruidsboeket in ontvangst te nemen.

Het is een zwoele, warme nacht. Hun voeten knarsen over het grind en verstoren de rust op de anders zo stille omgeving.

Zijn aanstaande was eerst verbluft geweest over zijn suggestie, had tijd nodig gehad om aan het idee te wennen en had uiteindelijk ingestemd met zijn verzoek.
Samen leggen ze het boeket op de grafsteen. Al zal Liselore altijd een leegte blijven die ruimte inneemt, Sander is klaar voor zijn leven met Karin.

 

Allergie voor vieze dingen en een hyena

Keek op de week (2) *

inktvis

Heb Lief niet op T.inder gezet. Iets wat je al zo lang “hebt,” doe je niet snel weg. Door droge weer klust hij buiten: dakgoten schoonmaken, overstek verven, garage-dak teren… Geef hem op tijd zijn natje en droogje en heb geen kind aan ‘m.

Hebben Rosa alweer een jaar! Wil haar voor geen goud meer kwijt.
Ondanks vlooienmiddel heeft ze af en toe vlooien. Iemand nog een lieve, bruine labrador?
Ze heeft APK en inentingen gehad. ‘Perfect op gewicht,’complimenteerde dierenarts. Ze staat buitengewoon goed onder appèl. Binnenshuis. Buiten ook. Aan de riem.
Ze kan ook kunstje.
Kind zegt: ‘Handen omhoog!’
Rosa gaat op kont zitten en doet voorpoten hoog.
Kind maakt schietgebaar en zegt: ‘Paf!’
Rosa laat zich dood neervallen.
Filmpje!

Man kon grote, exclusieve caravan winnen. Schreef zich naarstig in.
‘Wat moeten wij nou met een sleurhut?’ informeerde ik.
‘Verkopen,’ zei hij.
‘Win liever een camper!’ schamperde Roos vanaf de driezits.

Kind kwam geirriteerd thuis. ‘Er stond een vrouw voor me bij de kassa. Haar portemonnee zat  onderin haar boodschappentas. Ze ging pas zoeken toen cassiere bedrag noemde. Ze wilde contant en per se gepast betalen. Keerde haar hele portemonnee om… Man, man, echt erg als je zo oud bent. Ze was zeker in de vijftig.’
Is denk ik hoogste tijd dat Roos op kamers gaat.

Ben ontslagen door diëtiste. (Onderdeel van behandelplan.)
Was twee jaar geleden al vrijwillig gestopt met eten van (snelle) koolhydraten en suiker. Moest van haar ook stoppen met gluten en zuivel, én 3x daags iets eten van: schaal- en schelpdieren, gans, eend, fazant, parelhoen, vis, eieren en/of kip. Vond bijna niets lekker, sloeg maar maaltijden over. Viel af, wat niet bedoeling van dieet was.
Diëtiste kwam tot conclusie dat het waar is wat ik bij kennismaking had gezegd: heb een allergie voor vieze dingen en “moeten.”
Advies: een maand ‘helemaal los’ en daarna weer beetje gezond eten.
Ga dat lekker(s) omdraaien.

Kind en ik zouden dolgraag naar concert van Tom Odell gaan.
‘Dat is toch die rapper?’ vroeg Man.
Roos en ik zeiden maar ‘Ja.’ Keken elkaar niet aan. Was niet nodig; wisten van elkaar dat we met onze ogen rolden.

Begrijp het niet. Zag kennis in dorp jaren achtereen niet en nu twee keer binnen drie weken. Ze begon weer over m’n boek. Had net nieuwe oordoppen bij Hema gekocht. Wilde ze uit verpakking peuteren en inpluggen maar gesprek nam wending. Kennis blijkt ook verhalen te schrijven.
‘Geen korte huis-tuin-en-keukenverhalen,’ sprak ze met superieur glimlachje, ‘maar verhalen met diepgang en op antroposofische grondslag.’
Feliciteerde haar.
‘Je mag alles van me lezen; ter lering,’ zei ze met een hyena-achtige blik.
Wilde eerst zeggen: ‘Veel te ingewikkeld voor me,’ maar herinnerde me net op tijd advies van therapeut: denk eens wat positiever over jezelf.
Zei toen: ‘Sorry, lees liever Engelstalige thrillers.’
Denk dat kennis mij nu niet meer haar kennis noemt. Weet wel zeker dat ze mijn boek niet zal kopen en blog niet zal ontdekken.

*) Met dank aan Koot en Bie.

Rosa

Een criminele code en Corsica

Bonifacio - Corsica

Keek op de week *)

Afgelopen week naar Bram Ladage geweest. Met mijn auto want Rosa mocht ook mee.
Ze kreeg voor het eerst in haar hondenleven een frikandel. Kwijlde heel de achterbank onder.
Elke keer als huisgenoot of ik nu ‘Bram Ladage’ zeg, rent ze piepend naar de voordeur.
Praten nu in criminele code over patatbakker: Bram L. uit R.

Ben regen spuugzat. Man ook.
Hij heeft al maand kwaliteitsverlof. Is door regen aldoor aan het klussen in huis. En nóg een maand te gaan.
‘Plannen voor vandaag?’ vraag ik ’s ochtends hoopvol.
‘Lekker heel de dag achter mijn vrouw aanzitten.’
Ben wanhoop nabij. Voorzie scheiding als weer niet verbetert. Ga Joris denk ik op T.inder zetten. Alleen foto is nog een probleem.
Gelukkig heeft Roos een vakantiebaantje. Word gek als er steeds mensen om me heen zijn en niet regelmatig alleen ben. Dat vreet energie; energie die ik niet heb.
Wil rust. Wil naar eiland in de zon. Wil naar Corsica, en weet al met wie.

‘Heb jij een boek geschreven?’ vroeg een kennis in dorp.
‘Nee, joh,’ loog ik.
‘Welles! Heb het bij Maria zien liggen,’ hield ze vol.
‘Is iemand die veel op me lijkt,’ loog ik verder. Wil niet dat ze erachter komt dat ik een blog heb.

Stond een vrouw bij de slager. Ze vertelde tegen haar vriendin dat er op Schiphol consternatie was ontstaan vanwege haar koffer.
‘Ik moest meekomen,’ fluisterde ze. ‘Iedereen keek. Ik schaamde me dood. Er zat iets in mijn koffer dat… eh…hevig trilde.’
Ik hing aan vrouw d’r lippen. Was erg teleurgesteld door afloop van haar verhaal.
‘Het was mijn elektrische tandenborstel,’ glimlachte ze flauwtjes.

Kreeg bijna flauwte in ziekenhuis.
Moest heel lang wachten op gesprek met arts. Secretaresse verontschuldigde zich plaatsvervangend en gaf kaartje met twee euro korting voor parkeerautomaat. Ben uit de band gesprongen en heb euro’s meteen bij koffiecorner verbrast. Niet aan massagestoel.

Genoten van Joris’ reacties tijdens voetbal op tv.
‘Ja!’
‘Oooooh…Sónde!!’
‘Sjonge jonge…’
‘Die hád erin moeten zitten!’
‘Jongens, jongens, waar zijn jullie mee bezig!?’ Man woelde met twee handen door zijn haar.
Had emoties duidelijk niet onder controle. Heeft-ie alleen bij voetbal. Had hem anders écht de deur uitgezet.

Saartje is op tv-kastje gesprongen en heeft aan tv-kabel geknaagd. Kwam net op tijd thuis om te voorkomen dat Joris haar naar het asiel bracht. Hij zei niet: ‘Dat konijn eruit, of ik eruit.’
Heel verstandig.
Tv doet het nog. Konijn en Man ook. Laatstgenoemde heeft het trouwens érg naar zijn zin…

Saartje en Roos

*) Met dank aan Koot en Bie.

De sigaar

Ochtendschemer

‘Bent u niet bang?’ vraagt de man.
‘Bang?’ herhaal ik, ‘waarvoor?’ Ik kijk hem van opzij aan. Hij ziet er uiterst charmant uit: zijn gezicht lijkt op een onopgemaakt bed, zijn haar staat alle windstreken op, hij draagt een korte lange broek, een pyjamajas en witte sokken in badslippers.
‘Nou, omdat het half vijf ’s nachts is en u alleen buiten loopt.’
‘Oh, maar ik ben in goed gezelschap,’ antwoord ik op geruststellende toon.
‘Dank u,’ zegt de man. Tevreden trommelt hij met zijn vingers op zijn omvangrijke buik.

‘Eigenlijk bedoelde ik mijn hond,’ beken ik.
Even is het stil, dan blijkt de kerel een lenige geest te hebben want hij buldert zo hard dat ik bijna tot zijn huig kan kijken. Tijdens het lachen, waaiert hij sigarenrook uit en het kleine zuchtje wind dat er staat, blaast het in mijn richting waar het kringelt onder mijn neus.
‘Sorry,’ zegt de man.
Ik wuif de rook en zijn opmerking weg.

De nacht kabbelt gemoedelijk de schemer in.
Buiten is het doodstil. Geen auto, opgevoerde brommer, boot of hond die lawaai maakt. De stilte is zo intens dat mijn gehoor niet weet wat het meemaakt.

Sigaar trekt zijn witte sokken op. Ze rijken nu tot halverwege zijn kuiten. Niet dat ik er charmant bijloop: ik ben in pyjamabroek en t-shirt rechtstreeks de zwoele nacht ingelopen.
Ik ken noch de man noch zijn hondje. De laatste is een blaffende draaitol die allesbehalve ondervoed is, maar nu geen spoortje van activiteit vertoont.
Na een snuffelstage is ook Rosa erbij gaan liggen. Ze vindt het duidelijk te vroeg voor een uitgebreide wandeling.

‘Ziet u ze vliegen?’ informeert de man vriendelijk. ‘U kijkt aldoor omhoog.’
Ik knik. ‘Vleermuizen,’ zeg ik.
‘Vleermuizen?’ herhaalt Sigaar verbaasd. Zijn mond valt open, het stompje sigaar belandt op de grond en hij trapt het uit met zijn badslipper.

Met de slapende honden aan onze voeten speuren we de ochtendschemering af.
Tientallen vleermuizen zwermen geruisloos rond. Ze vliegen grillig en in grote lussen.
‘Het lijken wel dronken mussen,’ constateert de man. ‘Oh, oeps, dat zal de vrouw zijn.’ Hij diept zijn mobiel uit zijn broekzak en zegt: ‘Ja hoor, ik word gemist.’

We zwaaien af.
Als hij wegloopt, valt me op dat zijn voeten een tikkeltje uitslaan naar buiten. Hij neuriet zachtjes in zichzelf. En dat op maandagmorgen…

Het carillon

carillon

Schrijfuitdaging WE-300 van Plato voor mei-juni 2016 met als thema: musiceren. 

‘Kom schat, we moeten opschieten!’ jut Thijs zijn vrouw op. Hij weet dat ze een hekel heeft aan zijn muzikale uitstapjes, helemaal op haar enige vrije dag van de week. De harmonie in hun huwelijk is de laatste tijd dan ook ver te zoeken. En hij heeft nog wel zo zijn best moeten doen om vanavond als enigen de toren te mogen beklimmen.
Stiekem gooit hij een pilletje in Claudettes kopje espresso. “Houd er geen stemvork bij in de buurt,” had de verkoper hem gewaarschuwd, “want dat maakt de werking van de pil ongedaan.”

Het carillon strooit haar klanken uit over de oude binnenstad.
Claudette knippert verdwaasd met haar ogen, kijkt haar man aan als in trance en begint sneller te lopen. Haar armen voor zich uitgestrekt alsof die het eerst boven willen komen. In de haast dichter bij de muziek te zijn, loopt ze passanten schaamteloos omver.

Bij het begin van de torentrap kijkt ze haar man een tikkeltje angstig aan. Ze is altijd bang geweest voor nauwe ruimtes.
‘Niet opgeven nu, lieveling, je bent zó dichtbij,’ fluistert Thijs tegen haar.
Haar naaldhakken lopen ongemakkelijk over de ongelijke, smalle stenen.
‘Doe ze maar uit,’ adviseert hij.

Het lijkt wel of iedere gespeelde noot Claudette nog harder roept dan de vorige. Hijgend komt ze bovenaan tot stilstand.
‘Laat mij maar even,’ zegt Thijs. Ze passeren ongezien de carillonspeler en Thijs doet de deur naar de jubelende torenklokken open.
Zijn vrouw siddert en lijkt een climax nabij. Ze klautert over een houten hek, wacht een moment, werpt zich zonder aarzelen op de grootste klok en klampt zich daaraan vast.
Er klinken vijf afgrijselijke valse noten, dan wordt Claudette letterlijk opgeslokt door de klok.
Thijs glundert. Nu kan hij op zoek naar een onbespeeld muziekinstrument dat zijn leven opnieuw klank zal gaan geven.

Dromen

dromen

Ik heb iets met dromen.

Als de nacht van gisteren herinner ik me de droom die ik vlak voor mijn opname in het Sophia Kinderziekenhuis had. Wij woonden op de 9e verdieping van een flat. In mijn droom hing tussen onze huisdeur en balustrade een gigantisch spinnenweb. Mijn vriendin Linda glipte er doorheen alsof het water was; ik raakte verstrikt in de draden.

Rond mijn 25ste ben ik me gaan verdiepen in dromen.
Bijvoorbeeld, waarom je droomt.
Dat is om gebeurtenissen van de afgelopen dag te rangschikken in je hersenen zodat alles wordt opgeslagen in je geheugen. En ja, ook jij daar, die denkt dat je nooit droomt, jij droomt dus ook!  

Je hebt archetypische dromen: dromen die ieder mens ongeacht woonplaats, leeftijd of geslacht heeft. Dat je tanden uitvallen; je achterna wordt gezeten; moeilijk vooruitkomt omdat het lijkt alsof je door stroop loopt, of een examen moet doen waarvoor je niet hebt geleerd.

Er zijn repeteerdromen
Ik ben in november 1992 met roken gestopt maar stap nog regelmatig heel asociaal met een brandende sigaret in een bus. En vlak voordat ik trouwde droomde ik alsmaar dat Joris op de bewuste dag niet kwam opdagen. ‘Verbaast me niets,’ zei ik tegen mijn tante. ‘Mijn ook niet,’ was steevast haar geruststellende antwoord.

…en wensdromen…
Min of meer toevallig ging ik eens naar bed met de gedachte dat ik mijn overleden hond weleens wilde terugzien. Prompt kwam ze ’s nachts naar me toe hollen. Even haalde ik haar aan; onmiddellijk ging ze er weer vandoor. Blijkbaar heeft ze het naar d’r zin waar ze nu is (-:
Ik droom ook weleens dat ik op de racefiets zit of aan het hardlopen ben. Dan word ik duizelig van geluk wakker.

…en voorspellende dromen.
In 1995 waren mijn en Joris’ ouders ’s avonds bij ons op de koffie geweest. ’s Nachts droomde ik daarover. We dronken wijn, proostten en riepen in koor: ‘Op het nageslacht!’ In mijn droom keek ik opzij. Op de muur stond in grote letters: 1 april! Ik vond het maar een achterlijke droom.
1 april 1996 werd ik moeder. In verwachting geraakt terwijl ik de pil slikte.

Je kunt dromen duiden m.b.v. droomuitleg-boeken. (Waarin bijv. staat dat dromen over een groot spinnenweb een ongunstig teken is.) Alleen ligt het antwoord niet altijd voor de hand.
Stel, je bestuurt een vrachtwagen en je kunt niet goed bij het rem- of gaspedaal, dan maakt het een groot verschil of je vrachtwagenchauffeur van beroep bent of alleen je “gewone” rijbewijs hebt. In het laatste geval zóu het kunnen betekenen dat je in het dagelijks leven iets doet wat je boven je macht gaat.

Tijdens de twee donkerste perioden in mijn leven – in 2005 in de ggz en afgelopen winter/voorjaar – kreeg ik van tevoren een soort visioen. Op het moment zelf begreep ik er weinig van. Toen ik midden in de ellende zat, vielen de kwartjes en had ik er steun aan.

In de ggz voelde ik me toentertijd heel alleen. Ik kreeg daar een droom over mijn oma die ruim 10 jaar geleden was overleden. Ik was bij haar op bezoek in haar oude huis in Kralingen. In de woonkamer zat allemaal familie. Mijn oma en ik zaten naast elkaar op een stoel. Ineens kwam er een mist opzetten die de andere familieleden aan het oog onttrok. Mijn oma sloeg haar arm om me heen en knuffelde me. Als ik eraan denk, voel ik weer de ontroering; de droom voelde zo echt.

Verder ben ik heel gewoon gebleven, hoor. Jullie kennen me langer dan vandaag: ik ben geen zweverig type. Eerder licht tobberig en vreselijk onhandig.

Herinner jij je weleens een droom? Of, als je nooit denkt te dromen: heb je een dagdroom? 

Wassend water

wateroverlast

Gniffelend bekijkt hij de kelder die vol water staat. Hij heeft de opmerkelijke gave van alles het positieve in te zien. Zijn vrouw en kinderen zijn al geëvacueerd, en het zal niet lang meer duren of het water zal vóór het vallen van de avond tachtig centimeter gestegen zijn. Voor hij vertrekt moet hij eerst nog een noodzakelijk klusje wegwerken om later persoonlijk leed te voorkomen. Als een blindeman neemt hij in lieslaarzen de benedenverdieping onder handen.

Met ijzeren hardnekkigheid tast hij met een bezemsteel de keukenkastjes af. Hier moet er ergens ook nog eentje liggen. Jammer dat die krengen niet ronddrijven in het water, dan hoefde hij niet zoveel moeite te doen…
Hebbes! Hij voelt hoe de steel onder zijn handen reageert, trekt ‘m omhoog uit het water, en sjort zijn vangst omhoog naar de bovenkant van de stok. Dat is nummer zes, nog één te gaan, denkt hij tevreden.
Jarenlang heeft hij zich fulltime in het zweet gewerkt om van die rotdingen verlost te raken en dankzij het overvloedige water zal hij zegevieren.

Wadend door de gang ziet hij dat de wc-pot onder water verdwenen is. Toiletrollen hebben zich volgezogen met water en klonten bijeen in een hoek, en een lege prullenbak dobbert troosteloos voort. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is, stinkt het hele huis naar lege viskommen.

De laatste kast krijgt hij maar met moeite open. Met zijn laars verplaatst hij bergen suiker, meel en rijst, en maakt met de lange stok roerbewegingen tot achter in de kast. Pok.…eindelijk…de laatste!
Als een trofee hangt hij de bezemsteel aan de kapstok. Zijn blijdschap komt niet helemáál van binnenuit, maar na zich jarenlang geërgerd te hebben aan die rotbeesten, is de ganse generatie compleet verzwolgen. Als ze voortaan een piep horen, is het van een deur.

Scheef

Lijst van Aadje mijn paatje

Wat ik gisteren nou weer had!
Ik deed een plas en kreeg zulke pijnscheuten in m’n rug dat ik niet meer op de wc kon blijven zitten, maar ook niet overeind kon komen. Van ellende liet ik me op de grond zakken.
Daar zat ik dan: op z’n hondjes met mijn pyjamabroek op half zeven.
Ik jammerde: ‘Joris! Joris!’
Geen reactie. Zeker weer achter de vrouwen aan.

Met behulp van de deurpost en de wasbak hees ik me overeind en schuifelde richting de trap. Daar kreeg ik vlijmscherpe steken en zwarte vlekken voor mijn ogen. Ik durfde niet naar beneden en begon te grienen. Zachtjes. Want dat deed ook zeer.

Ineens ging de buitendeur open. Joris en Rosa stonden druipend in de deuropening.
‘Wat heb jij nou?’ vroeg Joris.
‘Mijn rug is stuk,’ snikte ik, ‘Ik denk dat ik spit heb.’
Man sleepte me naar beneden en stationeerde me in de keuken. Daar bleef ik onbeweeglijk tegen het aanrecht aan leunen.

Saartje – onze hooligan – voelde zich verwaarloosd. Mijn eerste taak ’s ochtends is haar groente brengen en ik verzaakte deze eervolle opdracht. Als protest maakte ze ruzie met haar lege voederbak en liet het alle plinten van de kamer zien.

‘Wil je dat beest te eten geven?’ vroeg ik.
‘Tuurlijk,’ zei Lief. ‘Kan ik verder nog iets voor je doen?’
‘Ja, me helpen mij sokken aan te trekken; de konijnen buiten eten geven; een eitje voor me koken; mijn ontbijt op tafel zetten, me naar tafel begeleiden, me overeind hijsen uit de stoel als ik klaar ben…’
Joris keek bedremmeld terwijl hij de klok achter mijn hoofd raadpleegde.
‘Hoe langt duurt spit?’ wilde hij weten.
Die vraag snapte ik. Heeft-ie eindelijk zijn kwaliteitsverlof van twee maanden, krijgt hij een dagtaak aan de verzorging van zijn eega.
Ik monterde hem meteen op, want zo ben ik: ‘Binnen drie weken is het meestal wel over.’

Momenteel zit ik in sjofele kleren rechtop op een stoel. Ik adem zo min mogelijk. Als ik iets laat vallen, raap ik het op met mijn tenen zodat ik niet hoef te bukken, en ik kreun bij iedere beweging die ik maak. Edoch, klagen ligt gelukkig niet in mijn aard.
Als ik jeuk op m’n rug krijg. wring ik me niet in allerlei bochten maar pak ik de houten lepel van het slacouvert. Ik krab er schaamteloos de vellen mee van mijn rug. Even blazen. Klaar.  Ik ben mijn eigen motivator en doe lichte oefeningen. Ogen dicht, ogen open, ogen dicht…Voor iemand met spit maak ik grote stappen.

Tijdens mijn zit-sessie op de stoel viel me iets vreemds op. Mijn tekening aan de muur hangt scheef. Precies zoals mijn rechterschouder hangt als ik “rechtop” sta. Gisteravond toen ik naar bed ging, hing de tekening nog recht. Zouden zich in Huize Kakelbont mysterieuze krachten afspelen?

(Noot van de redactie: bekijk vooral de lijst: maatwerk van mijn vader.)