Cijfers

imageedit_1_8995682589

Keek op de week (12)

Mocht weer naar neuroloog. Lekker scheuren over snelweg. Had liever met Joris’ auto gegaan. Lief werkte nota bene thuis! Zat met brede rug voor kast waar autosleutel in ligt. Al zou ik nakend voor zijn aangezicht gaan staan, zou hij nog met afwezige blik vragen: ‘Is er iets?’ Waarbij ogen bij “er” al terug glijden naar cijfers op laptop. Onbegonnen werk. Eén troost: na laatste APK trilt m’n auto niet meer bij 130 km/uur.

Overlevingspakket naar Roos verstuurd. Gevuld met lekkers, liefde en gezellige post. Plus keukenpapier met tekst: “hij was lekker, joh!” Zit lege verpakking van Magnum in (-:
‘Was versturen via PostNL zo duur?” vroeg Joris thuis ongelovig. ‘Had beter via DHL kunnen sturen of via de zaak.”
‘Regel jij toch het volgende pakket?’ zei ik liefjes.
Man – in al zijn wijsheid – zweeg.

Moest lachen om verschillende reacties over Keek op de week 11, waarbij ik verboden toegangsbord negeerde. Trouwe lezeres mailde dat ze dat vanzelfsprekend vond. Ene A. Noniem fulmeerde waar dat naartoe ging in deze wereld.
Beste Hallo Anoniem: Regels zijn voor mensen zonder eigen mening.

De herfst hangt in de lucht. De zonnebloem knikkebolt onder gewicht van koolmeesjes die  zaadjes eruit pikken. Merels vreten zich vol aan druiven en Saar kent leuk spelletje: ze geeft ruk aan Lathyrusrank, de droge peulen springen open en gulzig vreet ze de erwten  op. Ligt het restant buiten mondbereik dan geeft de luiwammes een nieuwe ruk.

Joris gaat komende week vier dagen naar Finland. Kind appte: “Doe dikke trui en jas aan. Is hier 7 graden en wordt nog kouder.
‘Vergeet je lippenbalsem niet, schat,’ voegde ik er zorgzaam aan toe.

Heerlijk, mieters, fantastisch, verrukkelijk, zalig, zalig, zalig (mocht dat woord vroeger op school niet gebruiken, want “zalig zij het pas in het Koninkrijk Gods”) geweldig fietsweer!
Laat dit blijven tot eind november, dan vorst erover voor ijsliefhebbers en na oliebollen weer zon, wind en 23 graden. ’s Nachts een buitje voor de boeren. Snap niet dat weergoden het boven zo slecht in de hand hebben.

Duwde Man kaart voor Roos in handen. Ik had al epistel geschreven en vroeg: ‘Schrijf jij er ook nog wat op?’
‘Wat moet ik schrijven dan?’
Zuchtte en antwoordde: ‘Vier cijfers van onze postcode, huisnummer en geboortejaar van je dochter.’
Man keek paniekerig.
‘Laat laatste maar zitten,’ adviseerde ik. Zó goed met cijfers is-ie nou ook weer niet.

Joris had op werk een dag training. Was gaapopwekkend saai en kwam afgeserveerd thuis. Mopperde: ‘Moet er ook nog examen in doen.’
‘Was er nog iets positiefs?’ vroeg ik.
‘Nee.’
‘Verzin eens opnieuw,’ drong ik aan.
Man dacht na. Toen – met glimlach – ‘Ja, toch! Ik kwam binnen. Hing gigantisch beeldscherm aan muur. Stond Bowie op en werd muziek van hem gedraaid.’
‘Heb jij nog tegen cursusleider gesnoefd: ‘Ik ben in Groningen geweest?’
‘Doe ik bij deel twee,’ beloofde Joris. ‘En als-ie de volgende keer geen Bowie op heeft staan, zal-ie ervan lusten.’
Attaboy!

Uit onderstaande foto blijkt dat ik niet in de wieg gelegd ben voor mondschilderes.

imageedit_4_7828786589

Lekke band

lekke band

Ik geniet van de laatste kruimels van de zomer, zie een bankje en zet me neder. Mijn billen raken nauwelijks het hout of er komt een wielrenner aan fietsen die schuin naar beneden kijkt: een lekke achterband.
Hij stapt af en zet zijn geschonden rijwiel ondersteboven op het gras. Uit het achterzak van zijn shirt vist hij een reserveband en wippers. De man grabbelt verder in de zak en krabbelt daarna op zijn hoofd: geen plaksetje. Wat nu?
Met een gretige blik volg ik het tafereel.

De fietser pakt zijn mobiel, wil bellen maar voelt vrees voor moeilijkheden in zich groeien. Hij draait zich om naar het fietspad in de hoop een collega-fietser om bijstand te kunnen vragen. Vruchteloos.
‘U kunt uw achterwiel er toch uithalen?’ bemoei ik me er mee.
De man draait zich geschrokken om en ik zie hem calculeren. Hoe lang zit ik daar al? Hij herstelt zich, kijkt eens naar mij en mijn Barrel, zet zijn handen in zijn zij, laat ze weer zakken en zucht: ‘Ik…eh…weet niet hoe dat moet.’
Daar snap ik geen bal van. Alsof het intelligente hersenarbeid vergt. Ach, wie weet gunnen ze me boven gewoon een leuke middag!

Ik werp me op als barmhartige Samaritaan, keer de fiets om en zet het achterblad op het kleinste kransje achter. Draai de naaf los, trek het achterwiel eruit en hang de fiets aan het zadel aan het bankje. Zo blijft de ketting schoon.

De wielrenner aanschouwt het in verbijstering. Schichtig kijkt hij in het rond: als er maar geen bekende langskomt; dan wordt hij er de rest van zijn leven aan herinnerd dat een vrouwelijke wegenwacht zijn band verwisselde.
Met de wippers haalt hij de buitenband los, en wil de binnenband er met een swing uittrekken maar vergeet – waarschijnlijk van de zenuwen – het ventiel los te draaien. Je wordt ook niet dagelijks geconfronteerd met een bijdehante tante. Hij weet niet dat ik verder nergens in uitblink.

Wanneer de kapotte binnenband verwisseld is, doe ik net of ik niet sterk genoeg ben om de band op te pompen. Ik gun een man ook zijn pleziertje.
Ik krijg het wiel terug en met een mengeling van irritatie en bewondering kijkt de man toe hoe ik ‘m terug in de fiets hang. Nog even netjes afstellen…klaar! En zonder zwarte handen. Ik geef toe: dat is zelfs voor mij een wonder!

Schillies

imageedit_1_3380218338

Keek op de Week (11)

Hoezee! Joris doet achternaam – Goedbloed – eer aan.
Reed naar fietsenmaker op oude barrel en vroeg wat schade was om ‘m op te knappen. Man kwam opgetogen thuis. ‘Rijklaar voor 125 euro!’
Waarmee nut van assertiviteit bewezen is. Schrijf Barrel voortaan met hoofdletter.

‘Groente en fruit is duur,’ klaagt Roos. ‘Courgette kost drie euro en ijsbergsla 3,50. Doe boodschappen in goedkoopste supermarkt van stad. Verkopen daar alles: tuinplanten, meubelen, kleding… Ze hebben 35 kassa’s!’
Ga Kind pakket met lekkers sturen onder motto: help Roos de winter door.
Envelop met speculaaskruiden om kruidnoten te bakken is verstuurd. Sterker nog: nootjes zijn gebakken en al op!

Geniet me bijkans bewusteloos op Barrel. Zelfs bij 30 graden.
Kwam boer tegen die koeien in trailer achter tractor laadde.
‘Wat gaat u met die koeien doen?’ vroeg ik brutaal doch op vriendelijk toon.
Hij droeg onderhemd, korte broek en werklaarzen. Zweet gutste van z’n lijf.
‘Naar wei met meer schaduw brengen,’ antwoordde hij vermoeid, terwijl hij met onderarm zweet van voorhoofd veegde. Stapte daarna in glazen cabine van tractor. Had te doen met boer.

Fietste met Man langs Lek. Stond hek met bord: verboden toegang. Joris wilde omkeren.
‘Kom op,’ zei ik. Voelde me net Eva. Stonden allemaal brandweer- en politiewagens langs dijk. ‘Kijk, daar hangt iemand in elektriciteitsmast,’ wees Man.
‘En daar twee opblaaslijken in de rivier!’ riep ik enthousiast. ‘Er is vast een oefening.’
Brandweeragent hield ons tegen. ‘U mag niet verder. Het is afgezet vanwege wedstrijd.’
‘Ik kan wel lezen,’ zei ik schuldbewust, ‘maar dacht: ik probeer het gewoon.’
Brandwacht keek meelijwekkend naar Man.

Vriendin heeft schillies. Twee roodwangschildpadden. Ze leven 18 jaar lang en gelukkig in vijver maar nieuwe bewoners gaan vijver dempen. Ik wist opvangadres bij particulier, speelde tussenpersoon, en mochten schillies brengen.
Hebben daar waanzinnige tuin waar ik – als ik over dijk scheur – altijd naar móet kijken: mega-vijver, smalle paadjes, doorkijkjes, hoogteverschillen en…badkuip.
Vijf schildpadden lagen te zonnen op boomstronk maar plonsden water in zodra ze mij zagen.
Liep trapje af, zette grootste schildpad op onderste tree (nog zwaar zo’n beest) en zei: ‘Dag Schillie,’ en weg zwom-ie. Tweede ging net zo. Krijgen het goed daar.

 

imageedit_5_5891329713

Alfredo!

imageedit_1_4795123819

Te midden van auto’s, fietsen, scooters en een tractor met oplegger, staat een camper met zeven kinderen. Plus nog een baby op moeders arm, maakt acht. De kinderen variëren in leeftijd van – zeg – drie tot acht jaar, en het zijn stuk voor stuk stuiterballen.
Moeder draagt een fleurig sjaaltje waar bruine krullen onder vandaan wippen. In onvermoeibaar Italiaans roept ze aanwijzingen naar haar koters. Om een mij onduidelijke reden moeten ze zelfstandig de pont op lopen.
Ik zou ze in de rijdende kubus smijten, maar ik heb slechts één kind en ben geen ervaringsdeskundige.
Langzaam stroomt de pont vol en vertrekt.

Als je tussen de trekker met oplegger door loert, kun je de Italiaantjes over de reling zien hangen. Allemaal keurig op een rijtje. Vader hangt uit het raam om de overtocht te betalen. Hij wijst naar de reling: zeven kinderen.
Zes, gebaart de kaartenverkoper.
Nee zeven, bemoeit moeder zich ermee.
Zes, houdt de pontmedewerker vol.

Moeder kijkt, telt, schrikt en roept: ‘Alfredo! Alfredo!’
Grote commotie alom. Nergens een jongetje dat reageert op deze naam.
Vader en moeder roepen nu tweestemmig.
De koele wind die zojuist nog over de Lek blies, is verdwenen.
Vader stapt uit en beert tussen de auto’s door. Hij komt terug bij zijn vrouw en schudt zijn hoofd.
Moeder zet het op een gillen. Geschrokken van het geschreeuw, begint de baby te huilen.

Omstanders die het tafereel gevolgd hebben, turen unaniem naar een eenzaam jongetje op de kade. Er staat echter alweer zoveel verkeer voor de volgende overtocht te wachten, dat een klein kind zo een, twee, drie niet opvalt.
De pont is aan de overkant en het verkeer komt weer tot leven.
Voor de Italiaanse familie zit er maar één ding op: mee terugvaren en Alfredo oppikken.

‘Is Alfredo nog herenigd met zijn familie?’ vraag ik op mijn terugtocht aan een pontmedewerkster.
Ze knikt. Haar collega heeft na de vermissing de schipper ingelicht en die heeft de kerk aan de overkant (pal naast de aanlegsteiger, red.) gebeld. Er is een vrijwilliger geronseld om Alfredo te zoeken, zijn hand vast te pakken en niet meer los te laten. Toen de vader zijn zoontje zag, verkocht-ie ‘m eerst een hijs en drukte hem daarna zo stijf tegen zijn harige borst dat het kind bijna gesmoord werd.
Het zal je kind maar wezen…

Gespikkelde beren

sloot uitbaggeren

Keek op de Week (10)

‘Kom eens,’ gebaarde Man.
Voor verandering gehoorzaamde ik.
Hij wees blijmoedig naar laptop. ‘Wat vind je er van?’
Keek en zag fietsen waar degelijkheid vanaf druipt. Zei: ‘Nah.’
‘Een elektrische fiets dan?’
‘Voor mij pas elektrische ondersteuning als ik kunstgebit heb en met stok loop. Wil geen nieuwe, wil dat ouwe barrel wordt opgeknapt.’
‘Via zaak krijg ik 50% korting op deze fietsen!’ priemde Man met vinger.
‘Ja, op wát voor fietsen: gewoon stuur, dik frame en dikke banden.’
Man noemde tekortkomingen van barrel op.
‘Passen fiets en ik goed bij elkaar,’ vatte ik gesprek koeltjes samen.

Roos’ studie is begonnen. Was eerste half uur van eerste college alleen lichamelijk aanwezig. Moest prioriteit stellen: inschrijving voor reis naar Lapland startte (met o.a. huskytocht.)
Dag erna zelfde verhaal voor reis St. Petersburg. Beide plaats voor max. 50 personen. Roos zit erbij. Girls just wanna have fun!

‘Heb nieuwe buurman gezien,’ vertelde Man opgewekt.
Vroeg me af of blijdschap wederzijds  was maar hield wijselijk m’n mond.
‘Ze gaan niet rigoureus verbouwen, alleen de keuken gaat eruit.’
‘Wát! Vriendins blauwe hoogglanskeuken? Mijn natte droom!’
‘Niet iedereen houdt van blauw,’ zei Joris laconiek.
Buren en ik worden geen vrienden. Voel het aan m’n blauwe water.

Gingen stuk fietsen. Ik op ouwe barrel dus. Kwamen langs water waar boerin met tractor sloot aan uitbaggeren was. Joekels van vissen werden opgeslurpt en op weiland uitgespuugd. Meeuwen waren er als de kippen bij. Ooievaars ook.
Maakte foto en stapten weer op. Helaas stond – harde! – wind onze kant op. Welriekend en als gespikkelde beren kwamen we thuis. Mazzel dat Roos er niet was: hadden ons beslist moeten identificeren.

Werd midden in nacht wakker. Ging rechtop zitten en vroeg zei tegen Man: ‘Wil je met me trouwen?’
Geen antwoord.
‘Wil. Je. Met. Me. Trouwen?’
‘Zijn al getrouwd,’ mompelde Joris geïrriteerd.
Dacht: o ja. Ging weer liggen en sliep verder.
Vreemde slaappil van neuroloog.

Roos weet wel vragen te verzinnen. Als ik alles beantwoord heb, zou psycholoog daar aardig profiel van kunnen maken.
Van leukste en moeilijkste vragen maak ik apart blog. Prijs: verrassingspakket met o.a. souvenir uit Finland. Nee, geen rendier. Die mag niet mee in vliegtuig.
Wist antwoord op vraag 113 (zie foto) onmiddellijk.

Vraag 113

Een vleugje lavendel

David Bowie - Hanekroot

Keek op de Week (9)

Kreeg waanzinnig cadeau per post van Marlou. Fotoboek van Gijsbert Hanekroot van “David Bowie – The seventies.” Nog aan mij opgedragen en gsigneerd ook!
“Ik denk dat je er wel blij mee bent,” schrijft Blogvriendin op kaartje. Véél te bescheiden. Voel me euforisch!

Man rooide lavendelstruik. Is al zo oud. Lavendel bedoel ik; niet Man. Alhoewel…
Hij knipte alle toppen er uit en deed ze in potje.
‘Speciaal voor jou, schat. Omdat het zo lekker ruikt.’
Zette potje op tafeltje. Eind van de dag zaten er nog twee sprietjes in. Rest heeft Saar verorberd. Zou fijn zijn als haar kattenbak ook naar lavendel ruikt.

Roos heeft een familieblog en schrijft:
“Voor de taalfanaten onder ons:
Fins is wel een dingetje. Zelfs het Zweeds is beter te begrijpen en die taal spreek ik ook niet. Op verpakkingen lijkt het Zweeds nog het meest op het Nederlands. Op mijn shampoofles staat bijvoorbeeld in het Fins: “kaikille hiustyypeille päiviitäiseen pesuun”. Uhm wat? Alsof een kleuter op een toetsenbord een verhaal probeert te typen: echt geen touw aan vast te knopen!
In het Zweeds staat er wel iets begrijpelijks: “för alla hårtyper och daglig tvätt”. Daar kun je vrij gemakkelijk uithalen dat het voor alle haartypen is en dat je het dagelijks kunt gebruiken.
Kind heeft zich opgegeven voor taalcursus Fins. ‘Nou zal ik het leren ook!’ appte ze. ‘Ik krijg wel huiswerk )-: maar na afloop certificaat.’

Stond op pont naast onbekende vrouw.
‘Als mijn man zo’n T-shirt droeg, ging ik niet naast ‘m lopen,’ zei ze tegen me.
Ik volgde haar blik. Zag leuke blondine naast kinderwagen staan. Vrouw streek liefkozend kindje over hoofd. Man naast haar had stekeltjeskapsel en droeg zwart T-shirt met witte letters dat bierpens omspande. Tekst zei: “s.eks, f.ucks and rock & roll.”
‘Ga ik ook niet naast lopen,’ was ik met haar eens.
‘En als die man dat shirt nou al aan hep?’ bemoeide zeker heerschap zich ermee.
‘Binnenstebuiten aantrekken,’ antwoordde ik.
‘Meneer, dit is ongevraagde bemoeienis,’ zei vrouw naast me streng.
Man liep sociaal blauwtje en droop af. Mompelde iets over “vrouwen” en “laatste woord.”

Kwam nieuwe buurman tegen tijdens Rosa uitlaten. Des ochtends om zes uur.
(Man was vorige eigenaar van schoenenwinkel in dorp en blijkt eigenaar van twee honden.)
Heb heel goede eerste indruk gemaakt. Liep in huisbroek en T-shirt, ongetemd krulhaar en op flip flops.
Stelde me voor als toekomstige buurvrouw.
Man begon van schrik te stotteren. ‘U u u be be bedoelt aan de de de Fffffaunastraat?’
Ik knikte bevestigend. Had echt te doen met kerel.
Hij zei: ‘Keek erg naar verhuizing uit.’
Keek als in verleden tijd van: voordat ik jou tegen lijf liep.
Zal bij thuiskomst tegen vrouw gezegd hebben: ‘Wat een Tokkie. Wel opvoeding gehad maar er niets mee gedaan.’
Wijze man.

Ben aangenomen als gastblogster bij HoeVrouwenDenken. Liep heel de dag naast schoenen, wat zeer onpraktisch was bij Rosa uitlaten. Eerste column was nog niet geplaatst of had al onkostenpost gemaakt, kijk:

Naast je schoen lopen

Dorpstokkie

op tilt

Ik sta te wachten bij de kassa als ik plots een luid kabaal hoor. Het is ons dorpstokkie. Met haar vuisten bonkt ze op de pinautomaat en roept: ‘Ik word genaaid! Ik word genaaid!’
‘Dat zou ze wel willen,’ bromt een man achter me.
Ik schokschouder van de lach. De vrouw leidt ongetwijfeld een kaal nonnenbestaan. Tokkie is een vrouw waar de verwaarlozing van afdruipt. Haar vette haar heeft lang geen kam gezien. Sigaret na sigaret zuigt ze op in de diepte. Ze ruikt nooit eens fijn naar verse deodorant; draagt altijd een vieze rok, en een vuil T-shirt met niets eronder. Al wil je het niet zien, je ziet het toch: haar borsten hangen op navelhoogte.

‘Nou slikt-ie m’n pas in, dat tyfusapparaat!’ Ze klemt haar armen om de automaat alsof het een flipperkast is die ze op tilt wil doen slaan; bang dat een magnetische storm haar pas en saldo zal wissen.
Een allochtone fietser met een menslievend gezicht loopt naar Tokkie toe: ‘Ik heb dat ook eens gehad, mevrouw, hij spuugt uw pasje zo weer uit,’ zegt hij geruststellend en met een zachte g.
‘Rot op!’ scheldt Tokkie tegen de behulpzame man, ‘Je wilt alleen maar mijn pincode zien!’ Als dank wenst ze hem vallende ziekten, hartfalen en andere ellende toe.
De stumper schrikt zich de zenuwen van zoveel turbulentie en vlucht met zijn volle rugzak richting uitgang, waar hij nog een laatste keer omkijkt.

Zijn kornuit houdt buiten de wacht bij twee fonkelnieuwe Basso’s. Met padje onder het zadel, heb ik persoonlijk vastgesteld.
De man spreekt met een Zuidelijk accent en vroeg om de kortste weg naar Dordrecht. Na mijn uitleg vertelde hij dat hij met zijn partner een tocht langs kerken maakt waar ze kaarsjes branden voor een dierbare zieke. Ze zijn begonnen in Maastricht, vanochtend gestart in Woerden en vandaag willen ze nog naar Dordt. Maar ik dwaal af….

Tokkie is in een donderbui. Onafgebroken slingert ze vloeken in soorten en maten tegen de geldautomaat. Ze beheerst haar sluitspier duidelijk beter dan haar mondspier.
Al die tijd proberen de kassières een serene rust uit te stralen.
Dan klinkt een korte, felle piep uit de automaat waarna hij blijkbaar Tokkies pas uitspuugt, want triomfantelijk gilt ze: ‘Voortaan ga ik naar de concurrent!
Er trekt een golf van opluchting en hoop door de supermarkt. Een ieder hoopt dat deze uitspraak een belofte is, want de concurrent staat ver buiten onze dorpsgrenzen.
En anders maar hopen dat de fietsers een kaarsje branden voor Tokkies weerbarstige ziel.

Vragen van Roos

Keek op de week (8)

imageedit_2_3812786407

De reis van Roos verliep vlekkeloos. Kamer gezien via Skype. Leuke spulletjes gekocht van zelf verdiende centen. Kind voelt zich als kleuter in een snoepwinkel vol glimmende zuurtjes. Heeft vakantiegevoel op nieuwe kamer. Vindt alles mieters!
Ze is – op taal na – reeds volledig ingeburgerd. Stuurde na anderhalve dag in Finland foto met de tekst: dit is de weg naar ons huis.

Dacht dat ik nieuwsgierig was maar jullie lezers kunnen er ook wat van: ‘Wat voor vragen krijg je van Roos?’
Ik noem er een paar:
1)Wat is je favoriete dier?
2)Hoe vaak heb ik vroeger tegen Roos gezegd: ‘En wat zeg je dan?’
3)Wat is je favoriete toetje?
Er stond ook nog een vraag bij waar ik een prijsvraag van ga maken. Wil nog verzinnen wat jullie kunnen winnen. Wordt vervolgd!

Had van de week schrijf-eruptie. Pende veertien verhalen in schrift. Kreeg er RSI-hand van. Weet zelf niet waar ze vandaan kwamen.

Nieuwe bewoners stonden met familie aan overkant van straat naar (nog wel) Vriendins huis te kijken. Rosa bewaakte boven voor onze slaapkamerdeur naar Frans balkonnetje ons erf en probeerde mensen van de stoep te blaffen.
Ik riep: ‘Koest! Kom hier!’
Hond kwam zacht mopperend naar beneden.
Ging vervolgens bij voordeur verder en hóe!
Nieuwe buren zullen denken: huis is in prijs verlaagd vanwege asociale buren.
Ze moesten eens weten: dit is pas het begin.

Roos heeft slaap-app op mijn telefoon geïnstalleerd. Kan nu precies zien hoelang ik wel/niet slaap. Zei met verbijstering tegen Man: ‘Staat hier dat ik afgelopen nacht negen procent gesnurkt heb.’
‘Maak daar maar negenTIG van,’ was zijn commentaar.
Ga vannacht stiekem telefoon onder zijn kussen leggen. Zal hij eens wat beleven.

Stond in rijtje van vier dames voor de kaaskraam op markt.
‘Wat een gedoe over die Boerkini’s’ mopperde vrouw.
‘Ja, laat die vrouwen dragen wat ze willen,’ zei een andere.
‘Eerste agent die mij uit mijn kleren praat, moet nog geboren worden,’ deed ik duit in zakje.
‘Ben je bedonderd!’ riep een rood aangelopen dame.
Kon niet inschatten of kleur van drank was of van zon.
‘Al die vrouwen…’ foeterde ze verder, ‘moeten gesluierd lopen omdat mannen zich niet kunnen beheersen als ze een mooie vrouw zien. Totáál omgekeerde wereld!’
Was het roerend met vrouw eens.

Hoezee! Vriendin is thuis. Om verhuisdozen in te pakken, maar toch…
Even bakkie doen werd hele middag. Pakten draad moeiteloos op.

‘Mevrouw, de kleure van u  jurrekie doen paain aan mu oogu, Ze vloeke,’ zei onbekende man met Rotterdams accent en in compleet zwarte outfit tegen mij bij Appie.
Had nieuwe uitverkoopje aan: roze, rood en oranje. Niet fluorescerends. Is gewoon leuk kleedje.
‘Zet zonnebril op,’ adviseerde ik.
‘Denku dat tat hellupt, tan? Trouwens, ik draag nooit zonnebril in winkel.’
‘Ik wel,’ zei ik. Pakte brillenkoker, wisselde gewone bril om voor zonne-exemplaar.
‘U bent gek,’ constateerde kerel.
Heb het altijd al goed met Rotterdammers kunnen vinden.

Nog 120 dagen

Wegwezen!

120 kaarten

De dag begon stralend met vliegtuigstrepen in de lucht. Werd ik gisteren nog wakker met een donkerbruin gevoel, vanochtend vond ik het tijd Roos naar Schiphol te brengen. Ik had zó vaak het woord “Finland” gehoord…nu, hup, het land uit!

Roos had last van stress. Ze vreesde dat haar koffers te zwaar waren. ‘Zullen we ze nog  wegen?’ vroeg ze benauwd
‘Te laat,’ zei Joris. ‘Wilde je alles anders herpakken?’
Kind zweeg met een misprijzende frons.

Op Schiphol bleek het een hele klus om met een beladen kar mensen met een storende motoriek te ontwijken
Feilloos liep Roos naar de juiste incheckbalie. Had ze stiekem geoefend?
En wat liep ze toch te sjouwen met een klein papieren tasjes vol met…ja, met wat?…enveloppen? Ik wierp steelse blikken. Kind weerstond ze moeiteloos.

Daarna: koffie! We zagen joekels van appelpunten met echte slagroom. Kwijl liep over onze kin. Met plezier werkten we de versnapering weg. Speciaal voor ons klonk op de radio Madonna met “The power of goodbye.”
Af en toe vielen we stil, verzonken in gepeins. Nog een paar laatste foto’s…
Hierna kwam de aap uit de mouw: het tasje was voor mij.
‘120 enveloppen. Voor elke dag dat ik weg ben één,’ zei Roos. ‘Op iedere kaart staat een vraag en die mag jij beantwoorden. Dan ben ik toch een beetje bij.’ Streng vervolgde ze: ‘De eerste pas thuis openmaken!’
Ik viel stil. Waar héb ik het aan verdiend?

Toen was het zaak karakter te tonen. Ik had me voorgenomen mijn emoties neer te knuppelen, doch werd prompt overvallen door een droefenis met aanzwellende violen in d-mineur. Joris keek glazig en slikte. Ik haalde flink mijn neus op – very charming – nog een laatste blik op haar oogverblindende snoetje…en wég was ze.

Een paar honderd meter verder kon ik alweer voorzichtig lachen. Goddank: een spelfout.

spelfout

Meer lichtpunten kon ik op dat moment niet bedenken.
Later wel. Man zei: ‘Ik heb een geruststellend bericht,’ en las hardop van zijn telefoon voor: ‘Op Lowland zijn 200 pinpassen gevonden plus diverse OV’s, portemonnees, sleutels en identiteitsbewijzen.’
Een fijne gedachte: waar Roos ook is, ze is in goed gezelschap.

Geluk

Keek op de week (7)

Roos en Rosa

Roos wilde feestje.
‘Hebben m’n verjaardag niet gevierd,’ begon ze.
(Mijn schuld, vanwege drama.)
‘Ben met acht gemiddeld over naar derde leerjaar, en heb Honourclass gehaald.’
‘Jij verzint gewoon smoesjes,’ zei ik.
Kind keek zuur.
(Moet enig kinderen niet te snel hun zin geven. Doe deze zware taak uit liefde voor haar.)
‘Toch geef ik een feest. Maak ik toevallig zelf wel uit,’ zei ze brutaal.
Weet niet van wie ze dit heeft; ik heb het nog.
Stelde voor: ‘Een feestje dan omdat je naar Finland gaat.’
Roos begon acuut te stralen.
Familiefeest was mieters. Moest dag erna tol betalen, maar was het waard.

Koffers inpakken met kleding voor drie seizoenen is terroristische aanslag op je incasseringsvermogen en zenuwen. Klus zo goed als geklaard.

Kon bijna niet mee Kind naar Schiphol brengen. Kreeg na lekkere lunch samen in Markthal bijna hartstilstand. Had ter uitzondering kijk op juiste lichtinval voor foto, stond daar precies Babbelbox van Man bijt hond.
‘O leuk, moeder en dochter!’ riep vrouw verheugd en vroeg – microfoon voor m’n neus duwend – ‘Waar wordt u moe van?’
Dacht: breek me de bek niet open, en vluchtte half struikelend chocoladewinkel binnen. Was m’n redding.

Mag tweemaal per week nieuwe pil van neuroloog innemen.
‘Maakt enorm slaperig,’ waarschuwde ze. ‘Pas innemen als je in bed bent.’
Klonk als muziek van David Bowie in m’n oren.
Was heel de nacht klinisch dood. Droomde dat ik aan het hardlopen was. Wat kan leven ’s nachts toch fijn zijn.
Weet nu: geluk bestaat. Zit in kleine, ronde, witte dingen.

Rosa is gesteriliseerd met kijkoperatie. Sneetje van 4 cm. Wilde wel nest met 10 puppy’s maar moeten dan verhuizen. Oudere teefjes krijgen vaak kanker aan geslachtsorganen. Voorkomen is beter.
Ze was echt zielig. Piepte als ze alleen werd gelaten. Voelden ons schuldig. Kind wierp zich op als gezelschapsdame.
Gaat weer prima met hond. Mag tien dagen niet springen, spelen en zwemmen. Dát is pas zwaar.

Kreeg vriendschapsverzoek op feesboek van iemand die ik van harde schijf heb gewist. Heb zo lang mogelijk uitgesteld op “weigeren” te drukken. Wilde maximaal van daad genieten.
Was alles in leven maar met druk op knop op te lossen.