33

Daar zakt mijn broek van af

Posted by Mirjam on oktober 24, 2014 in Kakelvers |

spijkerbroek1

Hoe bestaat het: springt de knoop van mijn spijkerbroek. Niet thuis op de bank, wat immens praktisch zou zijn, maar als ik naast mijn fiets op de pont sta te wachten. Het lipje van de rits is ook nog onbetrouwbaar, want als er teveel spanning op komt te staan, laat-ie het afweten. Net een mens.

Met mijn rechterhand aan het stuur en de linker aan mijn broek, hobbel ik de pont op. Ik moet de schuine verhoging op, wijst de kaartjesverkoper. Ja, dat weet ik ook wel, maar daarvoor moet ik mijn fiets optillen.
Doe ik dat niet, dan schuift de fiets scheef weg, en valt-ie.
Doe ik dat wel, dan zakt mijn broek naar beneden.
‘Wilt u het voor me doen,’ vraag ik aan de kaartjesman.
‘Sorry?’ zegt hij. Ik kan het de stakker niet kwalijk nemen. Krioelt het van de jonge meiden, vraagt uitgerekend een 100-jarige om hulp.
‘Wilt u het alstublieft voor me doen? De knoop is van mijn broek gesprongen.’ Ik kijk er zo hulpeloos mogelijk bij. Als ik wil, kan ik dat best.
De andere passagiers volgen ons gesprek op de voet. Ik zie ze denken: een vrouw in onderbroek met haar broek op de enkels. Toe, laat ons ook eens lachen.
Gelukkig staat de kaartjesknipper me bij.

Mijn volgende uitdaging is om in rechte lijn van de pont naar boven de dijk op te fietsen. Het lukt, maar je moet niet in mijn spieren kijken; daar is het oorlog. Als ik zonder ongelukken de supermarkt in het dorp kan bereiken, ben ik gered.

Mijn fiets op slot zetten, lukt niet, maar ik ben toch binnen tien seconden terug.
Ik hol door de klaphekjes naar de groente- en fruitafdeling, ruk met één hand een plastic zakje van een rol en verbind daar twee riemlussen ter weerszijden van de rits mee. Eindelijk kan ik met twee losse handen over straat. Gered door een gratis plastic zakje. Was alles in het leven maar zo gemakkelijk op te lossen…

40

Zoetmakertje

Posted by Mirjam on oktober 21, 2014 in Kort verhaal |

Twee meisjes met vlechtjes. Wat motten die van ‘m? Hij heeft het niet zo op vrouwen, ook niet als ze nog in de groei zijn. Hij draait zich om en loopt weg van het kijkgat van zijn deur.

De bel gaat weer. Waarom loopt dat opgeschoten volk niet door? In zijn haast de meisjes weg te jagen, stoot hij zijn voet tegen een deurpost. De pijn in zijn kleine teentje is onbeschrijflijk en bezorgd kijkt hij naar zijn onderdaan. Die bloedt niet maar zal straks zeker blauw zien.
Nondedju, gaat die bel alweer!
Hij voelt een driftbuitje opkomen. Met zijn kleine teentje dat steekt als de hel, strompelt hij naar de voordeur en smijt ‘m met alle ergernis die hij in zich heeft, open. Daar staan dezelfde twee meisjes.

‘Wij zijn de zusjes van Wouter…’ begint de oudste, maar ze stopt met praten zodra ze het boze gezicht van de man ziet. Haar onderlipje begint te trillen.
‘Wat motten jullie?’ snauwt hij. De kleinste zet het direct op een brullen.
‘U…u…eh…heeft de voetbal…eh…van ons broertje afgepakt.’
‘Oh, en die willen jullie terug?’ kaatst de ballendief.
Saskia en Lizette kijken elkaar aan. Tuurlijk willen ze die bal terug, maar dat doet die nare man toch niet, en daarom hebben ze iets voor ‘m meegenomen. Het is een groot offer, maar dat hebben ze er voor over.
‘Wat blieven jullie dan?’ Zijn vraag klinkt als een commando.
‘Toe, geef ’t maar, Saskia,’ moedigt de oudste haar zusje aan.
Alsof ze een paard een suikerklontje geeft, houdt ze de man op haar vlakke hand een kleverig spekkie voor.
‘Dit is voor u, meneer,’ zegt ze zacht. Ze durft hem niet in zijn gezicht te kijken.
De man is verbluft. Geven ze hem snoep? Van verwarring weet hij geen boos woord uit te brengen.
Een tikkeltje van slag, vraagt hij: ‘Wat moet ik daarmee?’
‘Opeten, meneer. Omdat u nog niet zoet genoeg bent.’
Nog dezelfde week krijgt hun broertje zijn bal terug.

Spekkies

43

Dijkverzwaring

Posted by Mirjam on oktober 16, 2014 in Kakelvers, Schrijfuitdaging |

Schrijfuitdaging WE-300 van Plato voor de maand oktober met als thema: kwaliteit. 

Oude scheepswerf

‘Erg hè, mevrouw, dat alles gesloopt wordt? U bént toch van hier?’ Ik knik.
‘Mijn huis stond daar,’ wijst de man naar links, ‘ik heb er 53 jaar gewoond. Het is opgeofferd aan de dijkverzwaring.’ Ik kijk de man aan. Hij is een gedrongen kerel, met waterblauwe ogen, en welig tierende wenkbrauwen in een rood gezicht. Hij neemt een haal van zijn sigaret, en blaast nadrukkelijk de rook uit. De wind blaast de rook terug.

‘Mijn kinderen zijn er geboren, en mijn vrouw is er overleden.
Ik heb drie jaar ruzie gemaakt met de gemeente, maar voor de dijkverzwaring moet alles wijken. Ik snap het wel, hoor… Nou woon ik in een zorgcentrum…alles erop en eraan…’ Hij neemt een laatste haal van zijn sigaret, gooit ‘m op de grond en trapt ‘m nijdig uit met zijn voet.

We staan bij de oude scheepswerf te kijken. Weldra zal ook deze karakteristieke loods gesloopt worden.
De man vervolgt: ‘Er groeiden appels en peren aan de bomen. Laagstam, hè? Ook weg. Foetsie!’ Hij doet zijn armen omhoog en laat ze met een verontwaardigd gebaar weer zakken. ‘Ik heb nou centrale verwarming. Ook in de winter bij min twintig zal er water uit de kraan komen.
Ik heb vaak gemopperd op dat koude kolerehuis,’ biecht hij geemotioneerd op. ‘Zelfs met voorzetramen waaide er nog zand op de vensterbanken. Mijn vrouw werd er wel eens gek van.’ Hij wendt zijn hoofd af en kijkt in een verte die ik niet kan zien. Oprechte ontroering overvalt me.

Hij diept een zakdoek op, snuit zijn neus en vraagt of ik het begrijp.
‘Ik begrijp het,’ zeg ik, ‘Uw huis ademde geschiedenis.’
‘Ja…ja…dat heeft u mooi gezegd. Zo is het precies.’
De zon glimlacht door de wolken heen. De man ziet het niet, hij leeft in heimwee naar betere tijden. 

29

Jantien

Posted by Mirjam on oktober 12, 2014 in Kort verhaal, Uit de oude doos |

Met haar jas scheef dichtgeknoopt, holderdeboldert Jantien de trap af. De vuilniszak die ze met haar meesleept is zwaar, en ploft tree na tree achter haar aan naar beneden. Halverwege de trap stuitert haar buurmeisje Laura voorbij. Wild wippen haar vlechtjes heen en weer. In het voorbijgaan steekt Laura pinnig haar tong uit.

Zij wel…
Al tijden verlangt Jantien vurig naar precies zo’n zelfde felroze bal. Van jaloezie en afgunst gaat haar onderlipje trillen. Het is ook niet eerlijk: haar buurmeisje heeft álles wat Jantien niet heeft. ‘Behalve veel broertjes en luizen,’ zegt Jantientjes moeder altijd opgewekt, ‘dus leen haar eens je muts uit!’ Die muts heeft ze dus ook al. Jantien is zo boos, dat er rode halvemaantjes in haar handpalmen komen te staan.

Watertandend kijkt ze haar buurmeisje na. Oh, als zij zo’n bal zou hebben, zou ze voor jaren gelukkig zijn, maar haar moeder blijft volhouden dat zo’n stuiterding niet goed voor je is; je hersens raken ervan door elkaar geschud. Jantien vindt dat onbelangrijk, met spellen is ze toch al de beste van haar klas.

Zomaar, op de een na laatste tree, krijgt Jantientje zo’n briljant idee dat ze er een nerveus gefladder van in haar maag krijgt. Vliegensvlug kwakt ze de zak in de vuilnisbak, en rent de trap weer op. Binnen pakt ze een vuilniszak uit het gootsteenkastje en holt ermee naar de jongenskamer.

Buiten is het even wennen. Met een zelfvoldane trek op haar gezicht, zet ze de achtervolging op haar buurmeisje in. Jantien scheert zo rakelings langs op haar zelfgemaakte skippybal, dat Laura ervan stilvalt en haar buurmeisje vol ongeloof nakijkt. De plastic voetballen bewegen wat ongemakkelijk heen en weer in de vuilniszak, maar dat doet aan Jantientjes plezier niets af. Integendeel. Ze geniet.

pinksterfeest

46

Tante Ali

Posted by Mirjam on oktober 8, 2014 in Een oud verhaal, nieuw verteld |

Tante-Ali1Mijn schoonvader wist niet waar hij het zoeken moest als ze aan kwam lopen. Zijn zus Ali was dan ook een speciaal geval. Met drieenhalve tand in haar mond, gekleed in een morsig hoofddoekje, blikdichte pantykousen en een antieke jurk waar de kringloopwinkel de neus voor ophaalde, was ze net een wandelende zak van Max. Niemand kon een gesprek met haar volgen: ze praatte onsamenhangende zinnen, en zei zo vaak: “En nou komp ut,” dat dat haar tweede naam binnen de familie werd.

Tante Ali was een oude vrijster die in het ouderlijk huis was blijven wonen. Het liefst wilde ze dingen ontkennen, deed niets om in het gevlei te komen en knapte zelfs van een beetje vriendelijkheid niet op. Ze bewaarde álles; ze had nog kranten, voedselbonnen en brieven uit de Tweede Wereldoorlog. Op één brief stond een postzegel van h.i.t.l.e.r en een “gelezen” stempel.

Aan tv en een “wasmachien” deed ze niet. Koffie schonk ze ouderwets op, en dat waren de lekkerste bakkies, als je tenminste kon voorkomen dat ze er een kwak gekookte melk met vel ingoot.
Zelfs in horrorwinters brandde er alleen een gashaard in de keuken, en, zoals een neefje het eens treffend beschreef: “op de wc kwam de stoom van je pies.” Toen Tante de steile trap naar de slaapkamerverdieping niet meer op kon lopen, sliep ze beneden in de keuken op de grond. Zonder bed of matras.

Om verjaardagstress te vermijden, trakteerde ze zichzelf jaarlijks op een rit met het OV naar de dichtstbijzijnde Ik.eavestiging, en daar kwebbelde ze dan in zichzelf dat niets meer zoals vroeger was.

Ze vergat niets en tot op het laatst was haar geest sterk als een beer. De begrafenisondernemer uit het dorp –  een zeer religieus man – had ooit een scheve schaats gereden met een dorpsgenote (wel een levende),  en daarna heeft Tante nooit meer een woord tot de man gesproken. In haar testament had ze laten vastleggen dat ze niet door hem ten grave gedragen wenste te worden. Roos’ naam (in het echt heet ze anders) heeft ze nooit één keer goed uitgesproken. Wat ze er ook van maakte, we lieten het maar zo; het was geen dwarsigheid. Die bewaarde ze voor de dominee en de buren.

49

Welkom Saartje!

Posted by Mirjam on oktober 6, 2014 in Kakelvers, Saartje |

Saartje

Hej, hej, lieve lezers,

Huize Kakelbont heeft er een nieuwe bewoner bij, en dat is Saar. Nu nog Saartje, maar ze heeft alles in zich om een flinke tante te worden, want ze is een Franse Hangoor. Ze heeft stevige stampers, lange flappers (waar ze regelmatig over struikelt), een cute kontje, en een eigenzinnig karakter.
Het enige wat ze hoeft te doen om groter te groeien is flink eten, en daarover heb ik geen klachten. Voor een babykonijn kan ze al best veel: eten, drinken, plassen en poepen. Nu nog leren lachen naar de camera.

38

Hondentrouw

Posted by Mirjam on oktober 4, 2014 in Kort verhaal |

Moet je zien hoe ze erbij zit! Met een papieren zakdoekje dept ze haar opgedirkte ogen droog, en de advocaat trapt er nog in ook. Hij piekert er niet over zijn hond aan zijn ex mee te geven; hij likt nog liever de Kliko schoon.
Ze was eeuwig te beroerd dat beest uit te laten.

Hij kan haar aanstellerige gedoe niet langer aanzien. Hij loopt naar de deur van de spreekkamer, praat kort tegen iemand, en met een gezicht dat zegt dat het leven een zware beproeving is, duwt hij haar een riem met hond in de handen.

‘Hier,’ zegt-ie, ‘Ik heb erover nagedacht: je mag hem hebben.’ Het beest besnuffelt haar, zwaait wat met zijn staart, en laat zich naast haar stoel neerploffen.
Haar blik is ondertussen veranderd van verbazing naar ongeloof. Hij geeft haar haar zin? Zomaar? Alhoewel… ze heeft altijd geweten dat hij de ruggengraat van een tuinslang heeft. Triomfantelijk kijkt ze de advocaat aan, en maakt aanstalten de spreekkamer te verlaten.

‘Moment,’ zegt hij, en staat voor de tweede keer op. Hij opent de deur, en een hond rent enthousiast de kamer binnen. Het beest spring tegen zijn baas op, likt hem in zijn gezicht. en keurt de vrouw geen neus waardig.

 

‘Zie je,’ zegt hij tegen het verbaasde gezicht van de advocaat, ‘mijn ex herkent niet eens haar eigen hond.’Ontdaan kijkt zij van de ene naar de andere hond. ‘Wat…hoe…snap ’t niet,’ hakkelt ze.
‘Heel eenvoudig,’ zegt hij, ‘de hond die jij vasthoudt is het zusje van Boomer.’
Met hysterisch glinsterende ogen hapt ze naar adem.
‘Dit is niet je geluksdag, hè?’ zegt hij mild. Hij staat op en loopt de spreekkamer uit. Halverwege tilt Boomer zijn achterpoot op, en watert spontaan tegen een plastic kamerplant in de hoek. Wat is geluk toch simpel.

59

Vlek

Posted by Mirjam on oktober 1, 2014 in Kort verhaal |

Home sweet home...

‘Wat vind je van het nieuwe recept?’ vraagt ze aan haar man. Zelf vindt ze het best lekker.
‘Ik trek net zo lief een bal gehakt uit de muur,’ zegt hij kortaf. Ze had het kunnen weten. Wat ze ook doet, ze doet het nooit goed. Dagelijks zaagt hij één voor één de poten van haar stoel. Hij is een totale beginneling als het om gevoel gaat.

Elke dag loopt ze zijn moeder na. Ze brengt haar eten, verschoont haar en wast haar vuile onderbroeken. Hij noemt dat haar “verrotte plicht.”
Vanmiddag is ze naar de kapper geweest.
‘Was-ie gesloten?, vroeg hij toen ze thuiskwam, en voegde er neerbuigend aan toe: ‘Kappers… weggegooid geld voor vrouwen van jouw leeftijd, Vlek.’

Vlek. Ze heet helemaal geen vlek. Ze heet Marit. Hij noemt haar Vlek omdat ze een wijnvlek over het grootste gedeelte van haar linker gezichtshelft heeft.
Woede borrelt in haar omhoog. Ze verslikt zich in haar laatste hap rijst, schuift haar keukenstoel naar achteren, en laat een glas vollopen onder de kraan.

Ze kijkt op hem neer zoals-ie daar aan tafel zit. Zijn kolossale buik; zweetdruppels op zijn bovenlip; zijn dunner wordend haar; en zijn hand die steevast om een blikje bier geklemd lijkt. En wie haalt dat bier voor hem? Ze voelt zich een kleurloze huissloof, een onopgemaakt bed.
‘Wat sta je daar te staan, mens? Ruim liever af!’ snauwt hij haar toe.
Ze voelt ze zich doodmoe. Alsof ze wordt omgeven door een zware, loden deken die op haar drukt, en haar de adem beneemt. Alleen al het idee aan de dagen en nachten die ze nog met hem moet doorbrengen, in de wetenschap dat hij nooit zal veranderen… Ze wil het niet, maar in haar ogen wellen tranen op. Hij ziet het en grijnst.
‘Ren maar weer jankend naar je moedertje,’ schampert hij, ‘daar ben je goed in.’

Ze trekt haar jas niet aan. Dat is niet nodig voor zo’n klein stukje.
In de schuur pakt ze op de tast wat ze zoekt, en loopt terug naar de keuken, de keukentafel, en de keukenstoel. Het lachen vergaat hem als hij de elektrisch zaag in haar hand ziet. Die avond komt ze een heel eind.

Copyright © 1969-2014 Villa Kakelbont All rights reserved.
This site is using the Desk Mess Mirrored theme, v2.2.4.1, from BuyNowShop.com.