De Sjaak

Keek op de week (42)

‘Ik heb een klacht,’ zei ik tegen dierenartsassistente nadat ik tubetje zalf voor Saartje had afgerekend.
‘Oh,’ zei ze. De telefoon ging; ze liet ‘m rinkelen.
Rosa zat naast me. Tot mijn verbazing was ze me zonder dralen de praktijk in gevolgd.
‘Bij Rosa is drie weken geleden zonder verdoving een teennagel af getrokken,’ begon ik, ‘en ik vind dat een dieronvriendelijke methode. Ze heeft thuis twee weken bang rondgelopen.’
‘Het punt is dat een verdoving pijnlijk is en ook een trauma kan veroorzaken,’ zei assistente op zakelijke toon.
‘Kan zijn. Maar kan er volgende keer minstens overleg gevoerd worden? Ik stel het bijzonder op prijs als u dat in koeien van letters in uw computer zet.’
‘Doe ik, en ik zal de dierenarts erop aanspreken,’ beloofde ze.

16-jarige Neef heeft “carrière-switch” gemaakt. Is van Hout Meubileringscollege overgestapt naar opleiding voor treinmachinist. Stapt in railsporen van zijn vader.
Krijgt onder andere les in simulator.
Vroeg: ‘Als jij nou een keer niet kan, in die simulator, omdat je ziek bent of naar tandarts moet, mag ik dan in jouw plaats?’
Neef knikte ja.
Toffe gast!

Indian-summer-zon scheen uitbundig. Mensen zaten op terrassen, op de fiets, skeelerden en likten aan ijsjes. Wij – Roos, Schone Zus, Neef, Nicht + vriend, en ik – hadden wel wat beters te doen: onszelf binnen een uur bevrijden uit een escape room.
We verloren door falende techniek.
It’s fake news.
No, it’s true!
Kregen 50% karting-kaartje voor volgende keer in andere kamer.
Maar mán, wat was het leuk! Soms werkten we samen, meestal renden we als koploze kippen rond. Moesten 4 portretten en wel 10 kistjes met draaisloten openmaken. En telkens bukken want cijfers vlogen ons om de oren.

Zon scheen en er waaide een gezapig windje.
Liep met Rosa door nieuwe wijk. Zag auto van handhaving aan komen rijden. Was zwaar in overtreding: hond liep los te struinen en later onder toeziend oog van controleur de sloot in.
Had wel hondenpoepzakje bij me. Altijd je pluspunten tellen.
Wilde me verstoppen achter boom (easy met mijn Sidonia-figuur) of doen of ik Rosa  nooit eerder gezien had. Maar het is als met je kind, hè? Wat ze ook doen, je blijft ze trouw tot in den dood.
Kortom: ik was de Sjaak.
Rosa rende blij op me af en schudde zich eens goed uit naast de auto. De gemeentelijk toezichthouder keek zeer kritisch.
De aansteller. Z’n auto zat onder de vogelpoep. Slootwater deed de zaak alleen maar goed.
Langzaam schoof het raam van de auto naar beneden. ‘Is dat uw hond?’ vroeg de man.
‘Van kop tot staart.’
‘U weet vast al wat ik ga zeggen?’ vervolgde kerel.
‘Uiteraard. Ik heb geen smoes en ben bij m’n volle verstand. Maar kijk eens: één hele poepzak.’
Er kon zowaar een lachje af.
‘Mooi. Dan weet u dat voor de volgende keer. Ga nu thuis een biertje pakken.’
Knikte dociel en staarde auto na. Kreeg met moeite mijn openstaande mond dicht. Waarom kreeg ik geen bon?
In de verte klonk het carillon.
Boven mijn hoofd ging een gloeilamp branden. Het was 17.15 uur en ambtenaren werken nooit over.
En maandag regent het weer: dan zie je ze niet…

Las hartverscheurende oproep in krant van ene Bep (84 jaar): “Helaas is mijn videoband met “Gejaagd door de wind” gebroken. Wie helpt mij aan een dvd of band met deze film?”
Zie Bep voor me. Draagt Terlenka bloemetjesjurk en beschaafd lilakleurig haar. Ze is bedroefd tot in haar teenpunten en loopt radeloos rondjes achter haar rollator door haar over-gemeubileerde  woonkamer. Weigert naar activiteiten in haar verzorgingshuis te gaan want ze wil niet “bij die oude mensen” zitten.
Iemand…?

Doorloopwagen

Doorloopwagens zijn een uitstervend verschijnsel. (Je hoort er hier voor het eerst over? Geen dank.)
Zonder speciale aandacht aan weidewagens te schenken liep en fietste ik er jarenlang voorbij. Als het stil was, hoorde je tijdens melktijd midden in het land de kettingen rinkelen en het motortje zoemen.
Kijk, zo staan ze in de wei.

En zo ziet-ie er van binnen uit.

De weidewagen is een verrijdbare metalen keet met een ingebouwde melkmachine en een aantal buizen. Voor de wagen langs loopt een stuk schrikdraad dat ervoor zorgt dat de koeien geen losbandig gedrag gaan vertonen door zich vroegtijdig te verdringen bij de ingang.

Meestal worden de koeien in de wagen vastgezet, vandaar dat ze een stal-halster dragen.

De oudste koeien, de bazinnen, komen als eerste aanlopen om gemolken te worden. Een béétje privilege mag er zijn.
Twee aan twee – links en rechts –lopen ze rustig de melkwagen in. De rest wacht ongeduldig op een kluitje.

De boer maakt de spenen schoon met een doek…

…en schuift de tepelhouders om de spenen.

De dieselmotor drijft een afzuigpomp aan die vacuum trekt in het buizenstelsel.
Een op een buis aangesloten slang is gekoppeld aan een ketel waar de melk instroomt.
Na ongeveer 5 minuten is een koe verlost van haar melk.

De boer controleert of de melk goed is: of de kleur oké is en er geen brokjes in zitten.
Wijkt de melk van een koe een paar keer achter elkaar af, dan moet de boer actie ondernemen.

Bij oudere koeien moet extra gecontroleerd worden of de uiers leeg zijn. Restjes kunnen  uierontsteking veroorzaken.
Meestal is een beetje mintcreme voldoende, die stimuleert de doorbloeding. Werkt dat niet dan moet antibiotica gegeven worden.
Vandaar dat de administratie op orde moet zijn!
Koe 31 mag niet voorin. Zou ze aan het muiten slaan?

Als de eerste vier koeien klaar zijn, haalt de boer het vacuum van het apparaat en hangt de zuigers  terug aan de haak.
Klaar.
De koeien lopen recht-zo-die-gaat naar buiten en de volgende vier dames melden zich.

Deze doorloopwagen staat er nog omdat de koeien te ver van de stal vandaan lopen. Ruilverkaveling zit er niet (meer) in want alle omringende weilanden zijn in bezit van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap.

Hoe dan ook: zo zien we ze het liefst: in de wei. Dag melkmeiden!

Poespas

Keek op de week (41)

‘Wat is die rijst bruin,’ zei Joris met kritische blik.
‘Heb het op advies van Dien in het water gekookt waarin ik het Eekhoorntjesbrood heb geweld.’
Man wuifde met een hand de geur naar zijn neus – hij heeft wel meer vreemde gewoontes – en nam voorzichtig een hap. Zijn gezicht zei: dit zit niet tegen.
Verdeelde de saus (paprika, ui, courgette, peen, gehakt, kruiden en veel Eekhoorntjesbrood) over de borden en de proeverij begon.
Keek Man en Kind verwachtingsvol aan.
‘Lekker!’ smakten ze met volle mond.
‘En je gaat er niet dood aan!’ kon ik niet nalaten te zeggen.
‘Altijd het laatste woord,’ zei Joris.
We hebben gesmuld, Dien! Ik prijs je inzet ♥

‘Oranje ligt eruit voor het EK en WK,’ zuchtte Man. ‘Voetballen kunnen ze niet, maar verdienen wel miljoenen.’
‘Nee, ze ontvángen miljoenen,’ verbeterde ik.
‘Nou ja, het bespaart me een hoop ergernis.’
‘Ze hadden beter het vrouwenelftal kunnen sturen,’ grapte ik.
‘Jij hebt af en toe werkelijk een tamelijk simpel voorstellingsvermogen,’ sprak Man geërgerd.

Het heeft zeven maanden geduurd maar nu hebben we ook wat: een nieuw kabinet.
Hij Die Altijd Lacht zei: ‘Ons motto is: Vertrouwen in de toekomst.’ Trommelde zichzelf  meteen op knaapjesborst: ‘Wij zijn het groenste kabinet ooit!’
Want…ze sluiten één kolencentrale. Eén hele kolencentrale! Als ze twee jaar geleden – waar heel NL op tegen was – geen nieuwe geopend hadden, dát was pas groen geweest.
De club van vier verdient een groot compliment!’ sprak Buma met zijn ik-ben-het-braafste-jongetje-van-de-klas-blik.
Weet nooit of ik moet lachen of huilen als ik die kerel zie.
Het Jeugdjournaal betrapte Hij Die Altijd Lacht op een fout in de eerste regel van het Wilhelmus. Heb zelden zo gelachen.

‘Een fles droge, witte wijn, rond een tientje. Het is een cadeautje voor m’n Vriendin.’
‘Koken uw vrienden graag?’
Ik schudde nee.
‘Hier heb ik een Chardonnay met een lichte ananassmaak die het uitstekend doet bij een salade met schelpdieren,’ vervolgde verkoper stoïcijns.
‘Een gewone witte wijn, alstublieft.’
Slijter pakte andere fles. ‘Deze Cava is gerijpt en komt uit Catalonië. Dat is een grensstreek tussen Frankrijk en Spanje…’
Rolde nog net niet met m’n ogen.
‘…met één apart soort druif die – ook weer – een lichte ananassmaak heeft en bovendien…’
Ik weerstond de aanvechting de winkel uit te rennen. ‘Gewoon een droge witte wijn voor als m’n Vriendin terugkomt van een strandwandeling, bij een stuk kaas, of wanneer ze het ’s avonds op een drinken wil zetten.’
‘Heeft u voorkeur voor een bepaald land of streek?’
Kreeg zin te stampvoeten en te schreeuwen. Sprak met bovenmenselijke krachtinspanning lang-zaam en be-heerst: ‘Meneer. Een. Fles. Droge. Witte. Wijn. Zonder. Poespas. Alstublieft.’
Slijter keek me uitdrukkingloos aan.
‘Deze is lekker, mevrouw,’ tipte een klant me.
‘Dan neem ik die,’ riep ik blij en rende naar de kassa.

Moordrecept

‘Ogen dicht en ruiken. Flink inhaleren, ja, goed zo.
Wat nou muf? Je ruikt Moeder Natuur; de aarde; een rijk en verfijnd aroma. Dit? Dit zijn stukjes Eekhoorntjesbrood! Verser en biologischer dan deze vind je nergens. Gewoon, uit het bos. Uit een authentiek Brabants bos. Geplukt door kaboutertjes. Haha, nee hoor, Dien heeft ze geplukt, gesneden en opgestuurd. Lief hè?
Ja, dat kan, dat er een hond op geplast heeft. Wat ben jij ineens een kniesoor. We eten elke week een keer champignons en daar heb ik je nog nooit over gehoord. Weet je hoe ze die kweken? Op paardenpoep.

Deze paddenstoelen zijn niet gevaarlijk! Je gaat er echt niet dood aan. Er is in Nederland geen paddenstoel die op Eekhoorntjesbrood lijkt, dat is één. En twee: Dien is boswachteres in de Peel. Ja, dat is een modern beroep. Zij weet álles over planten, bomen, en kruiden. En paddenstoelen zijn haar specialiteit.
Hoezo heb je daar nog wat vragen over? Je bent niet op je werk.
Nee, ik néém geen onnodig risico. Je denkt toch niet dat ik m’n eigen kind vergiftig! Ben ik je vrouw of de vijand?

Weet je wat? Ik zal nu, hier, terplekke twee grote plakjes Eekhoorntjesbrood opeten, en als ik over een uur nog leef, ben je dan gerustgesteld?
Je bent zelf een drama-queen! Je zit gewoon koortsachtig excuses te verzinnen om onder deze delicatesse uit te komen. Zo kinderachtig. Anders word je altijd wild als ik iets nieuws kook. Zal ik een kalmerend tabletje voor je pakken?
Oh, je wilt ze wel proberen als ze uit de winkel komen. Van de Eco-plaza zeker? Daar betaal je een vermogen voor Eekhoorntjesbrood en ze smaken minder dan de helft dan deze bos-exemplaren.
Dan heb je pech, ik heb liever die van Dien.

Geloof me, ik ga hier iets verrukkelijks van koken. Ik heb al een recept op internet gevonden en dan wordt het smikkelen en smullen. Natuurlijk eet jij daarvan mee. Hoezo “Dat bepaal jij niet?”
Ik weet heus wel dat ik dat altijd tegen jou zeg, dus hoef jij dat nu niet tegen mij te gebruiken, na-aper.
Wacht nou maar rustig af, het woord een moordrecept!
Kun je nu even naar me lachen? Alsjeblieft?’

Een muzikale anekdote

Keek op de week (40)

Rosa loopt nog niet als de gesmeerde bliksem maar hinken is voorbij. Elke avond stopte Joris Rosa’s poot vijf minuten in een bak sodawater. Voorheen – lees: voordat de dierenarts zonder verdoving haar nagel eraf rukte – was dat een fluitje van niks.  Nu moest ik Hond de keuken in duwen. Letterlijk. Ooit geprobeerd een labrador van 25 kilo die zich schrap zet te verplaatsen? Een work-out is er niets bij.
Heb nog een heel kistje zure appels met dierenarts te schillen!

Ik keek – in tegenstelling tot velen, schijnt – nooit op Funda. Heb wel wat beters te doen. En waarom mezelf op het spek binden?
Tot Vriendin een link stuurde met juweel van Kakelbonthuis. Geklikt en ja hoor: waanzinnig Pippi-huis met luiken. Compleet met oprijlaan, landgoed, stal, moestuin en een schommel.
En nu…is het verkocht. Verkócht!
Kijk echt nooit meer op Funda.

Op de markt kocht ik een kilo boerenkaas.
‘Wilt u een stukje proeven, mevrouw?’ vroeg marktvrouw in vrolijk geruit schort.
‘Nee, dank u, ik heb net m’n tanden gepoetst.’
‘Is dat omdat je nooit weet wie je tegenkomt op de markt?’
‘Haha, nee, ik ben nogal kieskeurig.’
‘Mag de hond dan een stukje kaas?’
Plakje kaas was druppel op een gloeiende plaat.

Kom dat zien, kom dat zien! Een deksels mirakel! Nog nimmer vertoond!
Kan het een tandje minder, Kakel?
Ja, maar het is zo bijzonder: voor het eerst in negenhonderd-zoveel jarig bestaan van ons dorp, is er kermis.
Eentje met zeven (!) attracties. Dat is inclusief kraam met suikerspinnen.

“Heeft u bijzondere herinneringen aan een concert?” vraagt Rotterdams Philharmonisch Orkest ons per email. “Laat het ons weten!”
Nou, we hebber er één!
Roos was vijf toen Man en ik haar een beetje cultuur qua klassieke muziek wilden bijbrengen. We gingen naar “Een muzikaal verhaal,” speciaal geschreven voor tere kinderzieltjes vanaf vier jaar.
Op het podium stond een orkest en een tweemeter hoge stoel waarop een heuse acteur zat, die met een fanatisme dat je doorgaans alleen bij rebellengroepen aantreft, een verhaal vertelde, dat werd afgewisseld met flarden muziek.
Na vijf minuten vroeg Roosje: ‘Papa, wanneer is het afgelopen?’
Twee minuten later stond ze op: ‘Papa, zullen we weggaan?’
We hebben het – met om de paar minuten een stukje drop – kunnen rekken tot de pauze. Daarna zijn we iets leuks gaan doen.
Denkt iemand dat het Philharmonisch op deze anekdote zit te wachten?

Appelpop

Roos ging met twee vriendinnen en mijn auto naar het Muziekfestival Appelpop. Elk tweede weekend van september wordt dat in den lande georganiseerd.
‘Waar is het precies?’ vroeg ik.
‘In Tilburg,’ zei Kind.
‘Waar in Tilburg?’ informeerde ik verder.
‘Weet ik het! Borden in de stad geven de route aan,’ sprak Roos gemotiveerd.
‘Appelpop….’ bemoeide Man zich ertegenaan, ‘klinkt eerder als de Betuwe.’
Roos maakte een misprijzend geluid over zoveel domheid. Typisch haar vader uit het Stenen tijdperk.
Ik stelde haar wat gerust: ‘Je boft. Op internet staat dat veel evenementen zijn afgelast door wateroverlast maar onder de Moerdijk is het sein veilig.’

Op de dag zelf had Roos helemaal geen zin meer om naar het festival te gaan. De lucht was loodgrijs. Koude regen geselden onze ramen. ‘Ze geven voor heel de dag dit zeikweer op,’ mokte ze.
‘Regen heet dat,’ verbeterde Man.
‘Het is buiten, hè?’ riep ze geïrriteerd. ‘Hier, moet je zien! Nederland zie je niet eens liggen onder de buienradar!’
‘Kom op!’ zei ik, ‘Tom Odell treedt op. Tom! Odell!’
‘Trek je regenpak maar aan!’ appte vriendin Suzanne die er zo snel mogelijk naartoe wilde.

Ik riep verstandige teksten als:
“Je gaat gewoon, het is hartstikke leuk!”
“Hollandse meid!” en
“Het is gratis.”
Ja hoor eens, Joris en ik willen ook wel eens een dag rust.

Roos ging van ellende dan toch maar mee.
De dames zetten eerst koerst naar de Mac in Breda ter vulling van de immer rammelende studentenmagen.
Na de schranspartij loerde vriendin Marcella vanaf de achterbank op de routenavigatie. ‘Waar gaan we heen?’ vroeg ze.
‘Naar Tilburg,’ zei Roos.
‘Daar is Appelpop helemaal niet! We moeten naar Tiel!’

‘Tiel was niet veel omrijden, hoor. We zaten er zo,’ loog Roos. ‘Goddank ben ik geweest,’ zuchtte ze. ‘Er waren drie podia met telkens optredens van een uur. En het was overdekt, hè? Stel je voor dat ik na afloop had gehoord dat Tom Odell in een muziektent had opgetreden, dat…dat…zou rampzalig geweest zijn.’

Ik ken een veel rampzaliger scenario: een blauw autootje, drie studentes – met bij elkaar opgeteld een IQ van ongeveer 400 – en ze reden al bijna in Tilburg waar geen borden stonden die ze naar de parkeerplaats van Appelpop leidden…

Au-pootje

Keek op  de week (39)

Rosa heeft ergens opgestaan of ingetrapt, en liep mank vanwege een gespleten nagel aan haar rechtervoorpoot.
Man toog naar dierenarts.
‘Weet je nog hoe ze piepte toen ik per ongeluk op haar poot ging staan?’ vroeg Man.
Logisch, met zijn maat roeiboot.
‘Dat deed ze bij de dierenarts ook maar 100 x erger. Een assistente kwam direct poolshoogte nemen. Vind je ’t gek? De DA had een tang gepakt en de kapotte nagel er in één keer afgetrokken. Daarna moest het nog gedesinfecteerd worden en kreeg ze een spuitje tegen de pijn.’
‘Had ze dat spuitje niet van tevoren kunnen geven?’ vroeg ik.
‘Weet ik veel. Rosa kreeg na afloop één minibrokje.’ Mans vingers gaven de grootte van een dubbeltje aan. ‘Een wonder dat ze er niet in gestikt is,’ liet hij erop volgen. ‘En ik ben 55 euro lichter,’ sprak hij somber.
‘Die pijn in je portemonnee gaat vanzelf over. Of heb je liever een uitgetrokken teennagel?’
Joris hield – heel wijs – zijn mond.
Er spelen zich nu toneelachtige taferelen af in huize Kakelbont. Wanneer Kind of ik op deerniswekkende toon aan Rosa vragen: ‘Hebbie au-pootje?’ dan zet ze hang-ogen op van treurigheid. Waarna haar smaakpapillen aan een warming-up beginnen om met een zucht van zaligheid een troostbrokje naar binnen te laten glijden.

Met Lief een spelletje mikado op keukenvloer gespeeld. Had pak spaghetti uit m’n handen laten vallen.

Dochter van vriendin H. voetbalt sinds eind juni bij eerste damesteam van Feyenoord. Ze was ook al gevraagd door Excelsior.
S. is pas vijftien. Traint vijf keer per week, plus nog uit- en thuiswedstrijden. Krijgt mediatraining, tenues, schoenen, fysio…heel de mikmak.
‘Vóór het tekenen van het contract werd naar de film over de inhuldiging op Coolsingel gekeken,’ vertelde H. ‘‘Iedereen is toch voor Feyenoord?” riep de voorzitter trots. Teamgenoten van S. gniffelden. S. probeerde ónder stoel met Feyenoordlogo te kruipen. Ze mag alleen nog maar in haar Feijenoord-shirt of Fb of instagram staan. Ik kwam niet meer bij want S. is overtuigd Ajax-fan (je snapt het niet, red.) Heb voorgesteld dat ze haar Ajaxshirt voortaan maar als pyjama moet dragen.’
Daarna zuchtte H. vermoeid: ‘En wie mag haar telkens naar de Kuip brengen? Ik kan m’n baan wel opzeggen… Eén voordeel: ik hoef nóóit meer kleding van een heel team te wassen!’

Klein duimpje stond voor AH te krijsen als hooligan.
‘Wat is er aan de hand?’
‘Nou…die grote stou-hou-hou-te jongen daar,’ ze wees naar jongetje verderop, ‘heeft mijn kaa-haar-ten van Feekfonk afgepakt!’ Ze snikte onbedaarlijk.
‘Wat voor kaarten?’ vroeg ik. Loop kennelijk weer zwaar achter.
‘Die-hie-renplaatjes van Freek Fonk.’
Oh, Freek Vonk, biologische ADHD-er. ‘Doet jouw mama boodschappen bij AH?’ informeerde ik.
Meisje knikte.
‘Weet je wat? Ik steek mijn tong uit naar die stoute jongen en daarna gaan we samen binnen nieuwe plaatjes vragen.’
Dat vond ze een goed idee. Ze veegde met haar hand haar snottenbel weg en liet zelfde handje in de mijne glijden. Ik ben toch zo’n spekkoper.
Stak mijn tong uit naar knaapje en hij holde direct weg.
Meisje en ik liepen naar klantenservice. ‘Grote, stoute jongen buiten heeft haar plaatjes afgepakt. Heb je misschien een paar nieuwe voor haar?’
Huppelend liep ze naar buiten met een flink stapeltje kaarten; haar wangen nog nat van het huilen.

De hengelaar

‘Tyfuswijf, pleurt op met je kankermuil en je teringhond,’ bast een mannenstem.
Ik gluur door een berg riet naar de overkant maar zie alleen stengels. Stel dat de persoon aan overkant zit, dan is dat 150 meter bij mij vandaan. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat-ie het tegen mij heeft. Ik gooi de bal weer in het water, Rosa stuitert er achteraan en even later loop ik de bocht van het pad om.

‘Hoor je me niet, pleuriswijf. Rot op met je kolerehond!’
Aan de overkant zit een kerel met een hengel in zijn hand. Hij draagt een pet, heeft een blote bast en armen als twee rollen behang.
Ik gun alle vissers stille wateren om diep te gronden. Zie ik er een dan lopen Rosa en ik graag een slootje verder, maar om de een of andere reden voel ik voor deze man enige vijandschap dus vist-ie mooi achter het net. Automatisch schakel ik over op de dwarse reflex, negeer de man en bal verder. Wel houd ik Rosa dicht langs de slootkant.

‘Hé! Ben je doof of zo? Of mankeer je wat aan je muil? Ik heb een vrije dag! Niemand hep meer respect voor een ander.’
‘Ik ga alleen weg als je het vriendelijk vraagt!’ zeg ik.
De man aan de overkant wordt overspoeld door een zenuwaanval. ‘Met je kanker-tyfus-teringhond! Moet ik ‘m komen verzuipen?’

Die opmerking maakt me pas echt strijdlustig. Ik kan trouwens roepen wat ik wil want voordat de man bij mij is, zijn we tien minuten verder. Tenzij hij een vis met zijn handen wil vangen. En ik heb een troef in handen die ik meteen uitspeel: ‘Ik weet waar je auto staat.’
‘Wat! Waar mijn auto staat?’
‘Ja. Een mosgroene Opel toch?’

Van die mededeling moet de kerel langdurig herstellen. De blik op zijn gezicht is onbeschrijflijk. Zijn mond valt open wat een nogal niet-snuggere aanblik biedt, waarna verbijstering en ongeloof elkaar opvolgen.
Het was puur toeval dat ik ‘m vanochtend zag sjouwen met hengels, vistuig, tent, klapstoel, bier…de hele reu-te-me-teut. Omdat zijn auto bij ons voor de deur staat. Die informatie houd ik natuurlijk achter.

De visser zwijgt nog steeds.
Dat hoor ik graag.
Rosa en ik hebben genoeg van de zwempartij. Ik roep vrolijk: ‘Tot vanmiddag!’ Het is een geintje maar de visser trapt erin. Hij lijkt één stap verwijderd van een hartaanval.

Graancirkels in het gras

Keek op de week (38)

Ik ben er weer.
De afgelopen maanden waren niet om over te bloggen dus heb ik dat maar achterwege gelaten.
Ik pak de draad op met een terugblik op de zomer (zei ik “zomer?”)

Ik liep met Rosa midden in de polder en zag een wonderbaarlijk fenomeen. Moest knipperen met ogen om het te kunnen geloven. Op kilometer van bewoonde wereld had iemand figuren in het gras gemaaid. Ik wandelde eroverheen. De eerste was een rotonde met maar één in-/uitgang die overliep in twee niet nader te omschrijven figuren.
Was dit het werk van zich bewusteloos vervelende pubers? Iemand die z’n nieuwe handmaaier wilde uitproberen? Tekenen van een Marsvrouwtje? Een challenge? Vrijgezelligfeest van een hovenier? It beats me completely.

Man en ik fietsten over de dijk en stopten bij huis het van hovenier die Schillies van Vriendin heeft geadopteerd. Nergens in de grote vijver was enig reptiel te bekennen.
‘Te heet,’ oordeelde Joris. Ik draalde want wilde op gemak de tuin bekijken. Man maande me tot spoed want de ijssalon riep.
Zag ineens iets bijzonders. ‘Moet je zien! Een klein kasteel van steen met torentjes en spitsen van lood. Kijk dan. Heeft iemand zelf gemaakt!‘
Joris droeg een zonnebril. Zijn ogen waren onzichtbaar maar ik wist dat-ie ermee rolde. Man heeft veel geduld maar had die dag zijn plafond bereikt. Ben ook zo’n vreselijk mens om mee samen te leven.
Kwamen bij ijssalon. Mensen vóór ons hadden nog slagroom. Toen wij aan de beurt waren was de slagroom op.
Buiten gingen we op een bankje zitten.
‘Als jij niet bij die hovenier was blijven hangen, hadden we slagroom gehad,’ mokte Man.
‘Als ik m’n portemonnee niet bij me had gehad, had jij nu geen ijs gekregen.’
We keken recht voor ons uit en ineens naar elkaar. Er rolde traan over Joris’ wang. Van de lach.

Saartje was zomerse dagen stik-chagrijnig. Konijn mocht tuin niet in vanwege de hitte. Bij 25 graden Celsius of hoger komen vliegen in actie die eitjes leggen in kwetsbare konijnenhuid, en Saar heeft een chronische oogontsteking.
Ze bleef nogal in haar woede zitten. Daardoor heb ik een bijbaan voor haar bedacht. Bood haar waardevolle papieren informatie aan die konijn versnipperde waar ik bij stond.

Vrijdagmiddag twee uur. Alle kindjes zitten op school; Rosa kon los.
Onverwacht klonken kindervoetjes in steeg. Twee meisjes renden straat op. Hond koerste recht op ze af, want gek op kinderen. Alleen kunnen kinderen trauma overhouden aan goedbedoelde hondenwensen.
‘Zijn jullie geschrokken?’ vroeg ik aan dames in de dop terwijl ik Rosa haar riem omdeed.
‘Nee,‘ zei meisje met blonde vlechten, ‘mijn opa heeft ook zo’n hond. Hij heet Prins. Van Chocoprins.’
‘Jij ook niet geschrokken?’ vroeg ik aan vriendinnetje met zwart haar.
Zij schudde ook nee.
Blondine riep ineens: ‘Ik moet een plas en poep doen!’
‘Snel naar huis,’ adviseerde ik moederlijk.
Hand in hand – de één wit, de ander zwart – dartelden ze over open veld naar tuinhek en hielden daar halt.
Blonde meisje maakte van handen een roeptoeter en gilde: ‘Joe-hoe, mevrou-hou! Je kan ‘m weer loslaten, hoor!’

Heb ik al gezegd dat ik lieve lezers heb?
Ik heb lieve lezers!
Ben bedolven onder kaarten, whatsapps, e-mails, cadeautjes, volhardende reacties en zelfs blóemen. Lieve allemaal ♥ verschrikkelijk bedankt ♥

Welles! Welles!

Keek op de week (37)

Roos heeft zich te pletter gewerkt aan eindscriptie. (Multimorbiditeit. Erg interessant onderwerp; kuch.) Is ingeleverd en als ze voldoende krijgt, heeft ze haar Bachelor gehaald. Drie jaar Erasmus zijn om gevlógen. Kind gaat vrolijk verder aan Master. Weer twee jaar onder de dakpannen.

Werd gebeld door Corrie, medewerkster van reumavereniging. Of ik gesprekken wilde met lotgenoten van cvs/fibromyagie?
Heb nimmer genoten van lot dus waarom delen met anderen? Zei beleefd: ‘Nee, dank u.’
Ze vond het “raar” dat ik niet bij “pijngroep” wilde horen.
Ik zie het juist als missie nérgens bij te horen. Wilde iets zeggen maar Corrie tolereerde geen interruptie en vervolgde stoïcijns: ‘Het is fijn als je kunt klagen en daarna samen kunt dragen.
Begon jeuk van vrouw te krijgen. Heb al last van onderrug, moet ik ook nog sjouwen met andermans last?
‘Vind vermoeidheid erger dan pijn,’ zei ik. ‘Laatste kan ik negeren. Meer dan drie mensen in één ruimte is voor mij een menigte die mijn energie opslurpt.’
Corry wordt waarschijnlijk per “cursist” betaald want wist van geen wijken. Wat een lastpak. Kreeg zin in scherp conflict. Adviseerde haar ervaringsdeskundigen in dienst te nemen. Heb haar daarna vriendelijk bedankt. Letterlijk en figuurlijk.

Stond bij diepvriesvakken in buurtsuper. Goede locatie wanneer buiten warme fohnwind waait. Twee dames leunden loom tegen winkelwagen.
‘Ik heb nieuwe vriendin van Jan-Thijs gezien,’ zei gezette vrouw in strakke legging, bloemetjes T-shirt en voeten met dikke eeltlaag. Ze zou voetbutter van Kr.uidvat eens moeten proberen; werkt als tierelier. (Oppassen dat dit geen streekroman wordt.)
‘O ja? Hoe is ze?’ vroeg vrouw die er uit zag alsof ze zojuist van receptie kwam.
‘Knappe meid om te zien. En ze studeert geneeskunde. Vierdejaars.’
‘Zo leuk voor hem! Goede partij.’
‘Ja, maar hij gaat haar toch dumpen.’
‘Waarom? Heeft hij daar wel goed over nagedacht?’
‘Weet ik veel. Het is een meid van niks.’
Gesprek viel stil.
Vrouw in mantelpak keek naar vriesvak waar ik stond en zei: ‘Oh ja, moet nog aardappelkroketten voor Herman meenemen.’
Flip flops en naaldhakken gingen ieder eigen weg.

Liep met Rosa langs speelveld met kleine kinderen op klimrek.
‘Jij moet later met Peter trouwen!’ riep jongen tegen meisje.
‘Nietes!’ gilde ze. ‘Van mijn moeder mag ik trouwen met wie ik wil. Ook met een meisje!’
‘Oh-hoh-hoh-hoh…dat mag niet van de Heere!’ riep ventje. ‘Meisjes mogen alléén met jongens trouwen. Anders kom jij niet in de hemel!’
Meisje begon te huilen.
Kreeg zin heel hard Welles! Welles! Welles! te roepen. Hield me in. Vond het kinderachtig.